hystoblog

Historie Westergeest beschreven

auteursrecht

Ik doe mijn uiterste best de rechten met betrekking tot de illustraties te regelen volgens de bepalingen van de Auteurswet. Zij die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht contact met mij op te nemen.

Dranksmokkel in Westergeest

zoekfotoHet staat daar echt. In het Nieuwsblad van Friesland, 01 november 1935. Het is in dit geval niet zo lastig om de ‘smokkelaar’ te identificeren. Kruidenier Folkert A. kan in mijn beleving alleen maar Folkert Attema zijn. Kruidenier in ons dorp.

Folkert Attema werd geboren op 13 augustus 1888 te Heeg en begon zijn werkzame leven als knecht bij zijn vader, boer Auke Folkerts Attema.

Hij was op 02 mei 1914 getrouwd met boerendochter Lazina Jouwsma, geboren op 29 april 1888 te Winsum. Vanaf zijn huwelijk was hij lid van het Friesch Dagblad.

Samen kregen ze 8 kinderen; twee meisjes en zes jongens – 5 van hen zijn vertrokken naar het buitenland.

Nadat Attema zelf ook boer was geweest, begon hij in mei 1926 te Westergeest een kruidenierszaak. Aan de Bumawei 2.

Westergeastmer ‘jongbazen’ probeerden Attema wel uit de tent te lokken. Zij vingen in de donkere uren spreeuwen bij wat later de Fokkema’s Pleats zou worden. Deze gevangen spreeuwen lieten ze los in de winkel van Attema. Als Attema dan het licht aanknipte moet Leiden in last zijn geweest. Folkert en zijn vrouw hebben met een open winkeldeur, handdoeken in de hand en met moeite de spreeuwen naar buiten kunnen jagen.

Tussen de bedrijven door was de Gereformeerde Attema actief in het kerkelijke en maatschappelijk leven als diaken, ouderling, lid van het schoolbestuur, penningmeester van het Groene Kruis en lid van de Woningcommissie Kollumerland. Maar ook als voorzitter van de AR-kiesraad heeft hij meer dan 20 jaar veel werk verzet. Allemaal “in het belang van de gemeenschap, met liefde”.

Het was de tijd van de verzuiling. De samenleving was op basis van overtuiging in groepen verdeeld. En de Gereformeerde Attema had dus ook Gereformeerde klanten, zoals Jan en Saakje Steringa – Poortinga van Keatlingwier. Tweewekelijks bracht Folkert Attema een bezoek om de boodschap-wensen op te nemen. Maar tussendoor werden de kinderen wel eens om een boodschap naar Westergeest gestuurd, en die hadden dan een heel eigen reden om uit hun Gereformeerde zuil te komen.

Want, wat was het geval.

De Nederlands Hervormde herbergier Folkert Boonstra [1856 – 1942] had met zijn vrouw Johanna Hibma [1859 – 1941] ook een kruidenierszaak. In wat nu Herberg Foestrum is. Folkert Boonstra zal een Nederlands hervormde klantenkring hebben gehad en bracht de boodschappen rond met paard en wagen. Ook bij hem kwamen kinderen wel een tussentijds een boodschapje halen. En Folkert Boonstra had dan de gewoonte om de kinderen op een snoepje te trakteren. Folkert Attema had die gewoonte niet. Verzuilde principes werden daarom door de kinderen aan de kant gezet voor dat snoepje … zal moeder Steringa ooit geweten hebben waar haar tussendoor gekochte boodschappen vandaan kwamen?

zoekfotoEven terug naar Folkert Attema en zijn vrouw Lazina Jouwsma. Vierendertig jaar stonden hij en Lazina achter de toonbank in Westergeest – tot zijn 72e jaar. Toen vetrokken ze rond 1960 naar Dokkum – de Dokkumer familie De Beer trok in de winkel.

Het waren moeilijke jaren, maar ook gezegende jaren” zullen Folkert en Lazina later een journalist vertellen. Het was een periode waar ze jaren later, in Dokkum, met heimwee naar terug keken. Tot hun dood klopte “hun beider hart voor Westergeest. Der is en bliuwt in bân”. Die dood kwam voor Folkert Attema op 11 mei 1984. Zijn vrouw Lazina stierf op 12 april 1990.

Ze liggen begraven in hun geliefde Westergeest.

Bronnen:

Is Westergeest altijd Westergeest ?

Zo nu en dan krijg ik de vraag naar een adres. Een adres in Westergeest, waar [bet]overgrootouders van de vragensteller hebben gewoond. Ik ben blij met dit soort vragen, die op het eerste gezicht gemakkelijk lijken. Maar het vinden van een antwoord vraagt vaak om puzzelen.

Een mooi voorbeeld daarvan ondervond ik tijdens mijn zoektocht naar de vraag of voorouders van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] in Westergeest hebben gewoond.

In meerdere geboorte- en overlijdensaktes van de [bet]overgrootouders staat Westergeest op de een of andere manier genoemd: de geboorteakte van Sijtze van der Wal bijvoorbeeld lijkt heel duidelijk. Zijn vader Rudmer van der Wal, “oud tweeëndertig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van geboorte. En ook de op 16 juni 1903 opgestelde geboorteakte van Maria Postma lijkt duidelijk. Haar vader “Geert Postma, oud tweeëntwintig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van haar geboorte.

Toch is het niet zo gemakkelijk!

Want tot rond 1941 werden de inwoners van de Triemen, Zwagerveen, Hanenburg en Zandbulten tot Westergeastmers gerekend. Een vermelding over “wonende in Westergeest” voor die datum kan dus ook betekenen ‘wonende te Zwagerveen’. Of Triemen, Hanenburg of Zandbulten ..

Een aanknopingspunt ka dan gevonden worden in overlijdensaktes. Want overlijdensaktes van rond 1900 vermelden ook de woning waarin de overledene stierf. 

De grootouders van Maria Postma bijvoorbeeld waren Hendrik Postma [1880 – 1887] en Trijntje Postma [1853]. De 37-jarige Hendrik Postma overleed op 29 december 1887. De afmelders waren de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra. Zij verklaarden dat Hendrik was overleden “op den negenentwintigsten dezer maand, des morgens ten twee ure te Westergeest in huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B”.

Het één op één ‘vertalen’ van “huizingenummers” naar een huidig adres is heel lastig. Want er is in de loop van de jaren meerdere malen werd ‘omgenummerd’. Met alleen het gegeven dat Hendrik Postma overleed in “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” weten we dus eigenlijk nog niets. En moeten we verder puzzelen.

Daarvoor gaan we bekijken wie de ‘afmelders’ waren. Want als er rond 1900 iemand stierf waren de zes naaste buren verplicht om alles rondom het overlijden en begrafenis te regelen. Dit heette de zogenaamde ‘burenplicht’. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’. En moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. Afmelden◥ werd dat ook wel genoemd. Dat ‘afmelden’ ging natuurlijk met het grootst mogelijke respect waarvoor [zelfs] het zondagse pak werd aangetrokken.

Van de overgrootvader van Maria Postma weten we dus door de overlijdensakte wie zijn [naaste] buren waren: de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra.

Want inderdaad, ook hier lijkt de burenplicht op te gaan. Want toen [buurman] Rinze Hanenburg enkele jaren later in 1891 overleed, staat in zijn overlijdensakte dat hij stierf “te Westergeest in de huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig”. In de buurt van de woning waar Hendrik Postma overleed. Zijn ‘afmelders’ waren de 50-jarige schoenmaker Halbe Bouwes Zijlstra en de 25-jarige voerman Wietze Komrij.

Maar via de ‘afmelders’ weten we nog steeds niet precies waar “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” of “huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig” gezocht moeten worden – de puzzeltocht is nog niet klaar ! En we moeten verder kijken. En zoeken.

Een jaar eerder, in 1890, kwam Nanne Folkerts Klazinga te overlijden. Schoenmaker Halbe Zijlstra was toen als buurman ook ‘afmelder’ van het overlijden van Nanne Folkerts Klazinga, die overleed “in de huizinge Wijk B nummer honderdtweeendertig”. Schoenmaker Halbe Zijlstra kenden we al als ‘afmelder’ van Hendrik Postma ..

Leeuwarder courant van 26-03-1890

En dan, eindelijk, krijgen wij via deze omweg zicht op een exacter woonadres. Want in de Leeuwarder courant van 26-03-1890 staat een overlijdensadvertentie van Nanne Folkerts Klazinga.

Nanne Folkerts Klazinga woonde te Zwagerveen !

En met hem natuurlijk ook zijn buren Hendrik Postma en Trijntje Postma, de grootouders van Maria Postma …

Het is mooi puzzelwerk, en via omwegen weten we uiteindelijk dat voorouders van van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] niet in het huidige Westergeest hebben gewoond. Maar in Zwagerveen, nu Kollumerzwaag.

Heeft u ook zo’n soort vraag?

Beitske Gerbens Bosma

  • Geboren op 14 juli 1830 te Optwijzel
  • Overleden op 06 december 1879 te Zwaagwesteinde

overlijdensakte Beitske Gerbens Bosma

Beitske Gerbens Bosma viel mij op. Toen ik bezig was met het schrijven van ‘posts’ over karrijders uit Zwaagwesteinde. En daar kennelijk [stief]broers in het overzicht voorkomen – kinderen van Beitske Gerbens Bosma: karrijder Gerben Bosma [*1869] en karrijder Hendrik Bosma [*1876].

Er is tot nu toe niet veel over haar leven bekend, maar ik veronderstel dat haar leven niet gemakkelijk was. In 1871, toen ze rond de 40 jaar was en moeder van enkele kinderen, stond ze voor de rechter vanwege bedelarij.

Beitske Gerbens Bosma werd geboren in het gezin van Gerben Hendriks Bosma en Jantje Korporaal. De in Kooten geboren Gerben Hendriks was 22 jaar toen hij op 26 september 1824 in het huwelijk trad met de 29-jarige Jantje Jans Korporaal. Moeder Jantje Korporaal was geboren in Westergeest en dochter van Jan Louws Korporaal en Beitske Jans Ley.

Terug naar Beitske zelf – op 01 juni 1858 kreeg zij voor zover ik kan nagaan haar eerstgeboren zoon, maar dat kindje was levenloos. Iets meer dan een jaar later werd vlak na Kerst Jantje Bosma geboren op 27 december 1859. Dan kom ik ook ene Jan Femmes Dijkstra tegen. In  de geboorteakte van Jantje Bosma staat hij vermeld als degene die aangifte van geboorte deed. Jan Femmes was een 25-jarige koopman en woonde te Twijzel. Jantje werd geboren “ten huize en in tegenwoordigheid van hem aangever”.

Vanuit die gegevens geredeneerd werd Jan Femmes rond 1834 geboren en is hij het die op 16 juni 1862 stierf. Achtentwintig jaren jong en – let wel! – ongehuwd.

En volgens het bevolkingsregister blijkt hij rond die tijd inderdaad ongehuwd te zijn. Sterker nog, als Jantje Bosma op 22 april 1882 in het huwelijk treed met de 25-jarige Douwe Eelkes Zuidema, staat in haar huwelijksakte dat zij een niet erkende dochter is van Beitske Gerbens Bosma. Haar voogd is arbeider Hendrik Gerbens Bosma te Twijzel. Toeziend voogd is Johannes Johannes van der Bij, eveneens arbeider te Twijzel.

Niet erkend wil dan volgens mij zeggen dat het kind buitenechtelijk werd geboren – en een trend ontstond.

  • Op 18 december 1862 werd Jan geboren. Jan werd stoelenmatter, woonde toen hij met Antje Westra trouwde te Zwaagwesteinde en was volgens de huwelijksakte een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma”.
  • Op 06 februari 1869 werd Gerben geboren. In de geboorteakte staat vermeld dat Beitske dan “weduwe van Jan Femmes Dijkstra” was. Gerben werd eveneens stoelenmatter. En net als zijn [stief]broer woonde hij te Zwaagwesteinde. Ook in zijn huwelijksakte met Baukje Smid staat bijna zakelijk vermeld dat hij een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma” was.
  • Tenslotte werd het 19 april 1876 en Hendrik werd geboren. Toen Hendrik in 1907 in het huwelijk trad met Haebeltje Dijkstra, heeft de ambtenaar ook bij hem dezelfde zinsnede in de huwelijksakte geschreven: “meerderjarige niet erkende natuurlijke zoon van Beitske Gerben Bosma”.

Nog geen vier jaar na de geboorte van haar jongste zoon Hendrik, kwam Beitske op 43-jarige leeftijd te overlijden. Op de zesde december 1879 kwam ’s middags om 16.00 uur een einde aan haar misschien wel bewogen leven.

In haar overlijdensakte staat dat ze geen beroep had en te Zwaagwesteinde woonde. Maar ze was, aldus de akte, wel weduwe van Jan Femmes Dijkstra …

Heb jij aanvullingen in welke vorm dan ook bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

Fokje Tsjoenster: “Manlju kinne tsjoene, froulju net”.

150 jaar Gereformeerde Kerk Westergeest, Zwagerveen, Kollumerzwaag“, bladzijde 53.

In onze omgeving zijn ook “mensen, die zich bezighouden met vreemde, bovennatuurlijke zaken”. Ook leden van de kerk waren bang voor kwade machten. In het jubileumboek staat: “‘Fokje Tsjoenster”, de waarzegster aan de Foarwei, had op zondagmiddag evenmin over belangstelling te klagen”.

Dat maakte mij heel nieuwsgierig naar deze Fokje.

Een oproep op Facebook leverde een reactie op. Fokje zou gewoond hebben tegenover wat nu Het Lichtpunt is. Daar stonden toen twee huisjes achter elkaar.

En toen kwam ik terecht op de Nederlandse Verhalenbank. Veel van de door J. J. Jaarsma verzamelde verhalen zijn daar te lezen. Ook verhalen over “âlde Japiks Fokje”, afkomstig van Harkema. Deze “âlde Japiks Fokje” zei altijd dat alleen mannen bovennatuurlijke dingen kunnen doen. Vrouwen niet: “manlje kinne tsjoene, froulju net”. Nee, Fokje ‘tsjoende’ niet, zij kon kaartlezen. Daarmee voorspelde Fokje aan jonge mannen of ze gingen trouwen met hun vriendin, of dat het slechts een scharrel was.

Maar Fokje zag ook zogeheten ‘gezichten’. Een van haar bezoekers vertelde dat zijn zwangere vrouw in het ziekenhuis werd opgenomen en hij naar Fokje ging. Haar boodschap was duidelijk: “Jullie krijgen het kind niet thuis, ik heb ’t vannacht in een wit kistje zien liggen”. En zo gebeurde het ook – het kind kwam in een wit kistje, ook al had de jonge vader daar geen toestemming voor gegeven.

De vertelde gebeurtenissen geven geen doorslag in de zoektocht naar haar identiteit. Maar wat er tussen de regels bijgeschreven staat mogelijk wel; “âlde Japiks Fokje” uit Harkema.

Let op – het onderstaande is nog steeds een aanname op basis van drie overeenkomsten uit bovenstaande inleiding: 1e Op 28 mei 1921 trouwde ene Fokje van der Meer met de Jacob Medemblik. 2e Deze Fokje van der Meer was geboren te Harkema-Opeinde. 3e Samen woonden ze te Kollumerzwaag.

Fokje van der Meer werd geboren op 02 januari 1861 te Harkema-Opeinde en was een dochter van Roel Sytzes van der Meer en Aukje Martens de Vries. Zij is getrouwd geweest met arbeider Jantjen van der Heide [1854]. Die huwelijksvoltrekking vond plaats op 15 juni 1893. Samen kregen ze twee kinderen:

  1. Aukje, 09-03-1894 [Harkema Opeinde]
  2. Luitzen Pieter, 25-10-1889 [Harkema Opeinde]

Fokje was, volgens het bevolkingsregister Nederlands Hervormd terwijl haar eerste man Jantjen Gereformeerd was. Samen zijn ze van mei 1915 – mei 1916 ingeschreven in Burum, register van Kollumerland c.a. 1910 – 1920. Dat kan er op duiden dat Jantjen zich als ‘los arbeider’ bij boeren in dienst was: op 12 mei was het Âlde Maaie. Ze waren nog maar net uit Burum vertrokken, of boerenarbeider Jantjen stierf op 22 juli 1916. Op 62-jarige leeftijd te Leeuwarden maar “wonende Sijbrandahuis, gemeente Dantumadeel”.

Jacob Medemblik was een zoon van Sjouke Harts Medemblik en Jacoba Jacobs Blok. Op 25 juli 1896 trouwde hij met de toen 24-jarige Antje Eelkes Hulsinga uit Bergum. Samen kregen ze drie kinderen, maar stonden ze ook aan het graf van één van hen:

  1. Jacoba, 06-05-1898
  2. Eelke, 25-03-1903

Hun derde kindje werd op 13 maart 1910 levenloos geboren. Volgens de overlijdensakte in “de huizinge nummer 72”. Vader Jacob zelf ging een dag later afmelden◥, samen met veldwachter Jacob Laverman uit Kollum. Moeder Antje stierf op 24 september 1914. In “de huizinge nummer vijfennegentig” te Kollumerzwaag. Ze liet Jacob achter met twee hele jonge kinderen.

 

Bijna zeven jaar later traden de dan 60-jarige Fokje van der Meer en de dan 52-jarige Jacob Medemblik in het huwelijk.

In 1923 zien we een merkwaardige gebeurtenis aangetekend op de gezinskaart van Jacob Medemblik en Fokje van der Meer [Kollumerland [1920 – 1937]. De adressering in Kollumerland geeft duidelijk aan ze in het huidige Kollumerzwaag woonden, maar door de voortdurende omnummering◥ wordt het onduidelijk. Gegeven is dat Fokje per 25 juni 1923  werd uitgeschreven uit Kollumerland. Per 03 september van datzelfde jaar komt ze weer terug en wordt ze weer op de gezinskaart bijgeschreven. Het is onduidelijk wat de reden is geweest.

Op 21 februari 1945 stierf Fokje te Leeuwarden. Ze werd 84 jaar oud.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

  • 150 jaar Gereformeerde kerk Westergeest, Zwagerveen, Kollumerzwaag
  • Sjoerdtje Postma, Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster
  • Nederlandse Verhalenbank
  • http://www.allefriezen.nl

de Kalverschetser geschetst

‘Onze’ Pietje 28, geschetst door [als ik het goed lees] W. Hofstra. In 1979. Hofstra was kalverschetser, een soort ambtenaar van de burgerlijke runderstand. Een bijzonder, maar ondertussen verdwenen beroep. De kalverschetser schetste al het rundvee omdat het dier anders gewoon niet bestond voor het Friese Rundvee Syndicaat.

Mogelijk werden al in 1874 de eerste schetsen gemaakt, maar toen in 1933 de landbouwcrisiswet werd aangenomen werd het een verplichting. Elke boer kreeg een quotum toegewezen voor het fokken van kalveren en de kalveren moesten binnen drie dagen verplicht geschetst worden. De schets was er eveneens om ziektes onder controle te houden en werden soms ook wel TBC-bewijzen genoemd. Zo stond op de schets al “G.D.-schets” voorgedrukt: “Gezondheidsdienst voor dieren [in Friesland]”.

In 1940 schreef het Algemeen Handelsblad: Veehouders “mochten, omdat ondeskundige autoriteiten op die wijze de melkproductie dachten te kunnen beperken, slechts een per boerderij vastgesteld aantal kalveren in leven laten, welke bevoorrechte dieren dan in duplo werden geportretteerd door volwassen Nederlanders met den titel en het inkomen van “kalverschetser”. Het resultaat […] is geweest, dat […] de structuur van den veestapel werd bedorven, maar de melkproductie stéég, in plaats van te dalen”.

Zonder de schets mocht het dier niet worden verhandeld of vervoerd. Een veehouder vertelde in 1985: “Ik heb eens een koe naar de markt laten brengen en per ongeluk de verkeerde schets meegegeven. Nog dezelfde dag kreeg ik te horen dat ik de juiste schets moest geven en bovendien kreeg ik een boete van 40 gulden”. Bij verkoop van het rund ging de schets als een paspoort met het dier mee naar de nieuwe eigenaar.

Het schetsen van een kalf was in enkele minuten geklaard en daarmee was met enkele snelle maar nauwkeurige halen het vlekkenpatroon van beide zijden van het kalf vastgelegd. Daarnaast werden ras, naam van het dier, de geboortedatum en meer gegevens om het document vermeld. Zo stond ook het melkbusnummer van de boer zelfs vermeld op de schets. In dit geval melkbusnummer 201.

Sinds 1992 worden de gele oormerken gebruikt.

Foto’s waren destijds te tijdrovend en te duur. Daarnaast moest de fotograaf het dier ook maar goed voor de lens zien te krijgen, want beide kanten van het kalf moest worden afgebeeld.

Bennie Katsma, die van 1974 – 1989 bij Huisternoord werkte, schreef: “Alle (kopie)TBC-bewijzen van onze veehouders hadden wij in een grote, grijze ladekast zitten. Vooral op donderdag was het altijd bijzonder druk i.v.m. met de veemarkt op vrijdag in Leeuwarden”. Naast Hofstra waren er meer kalverschetsers die vanuit de zuivelfabriek Huisternoord letterlijk de boer op gingen. Reitsma [?] schetste ‘onze’ Pietje 26 en Klaas Visser [1932 – 2019] kwam Murdock schetsen.

De wettelijke schetsplicht duurde tot en met 1991 en werd in 1992 vervangen door de gele oormerken.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Of weet je meer over de kalverschetsers van Huisternoord? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • Friesland Post, juli 1985
  • Wikipedia
  • Facebookpagina Foestrum
  • Bennie Katsma
  • Algemeen Handelsblad, 25 juni 1940

De ondertrouwkaart [2]

[eigen collectie]

De ondertrouwkaart van Folkert J. Hiemstra en Romkje Bijma. Deze kaart riep bij mij de vraag op wie dit zijn geweest. En daarom plaatste ik de kaart op Facebook. Gevolgd door een reactie.

Folkert Jans Hiemstra was een zoon van Jan Hiemstra en Leentje Bosch. Hij is geboren op 05 april 1919 te Kooten en daar ook overleden op 09 maart 1955.

Romkje Bijma was een dochter van Iete Bijma en Sytske Praamstra. Zij is geboren op 08 april 1894 in Jistrum [Eestrum]. Romkje overleed op 14 november 1975 te Kootstertille. Daar ligt zij ook begraven. Met haar man.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

bron:

  • reactie op Facebook

20 lentes: Wilhelmina Huisman

geboren op 13 april 1890 te Leeuwarden overleden op 22 juli 1910 te Oudwoude [Veenklooster]   Een prachtige jonge vrouw van rond de twintig. Mooi en stijlvol gekleed heeft ze zichzelf op de foto laten zetten. Misschien wel omdat haar relatie een vastere vorm kreeg. Een soort verlovingsfoto, dus. Het is  Wilhelmina Huisman. Geboren op … Lees verder

De kerk

Over de kerk van Westergeest is veel te vertellen. Zoveel zelfs dat het waarschijnlijk een te lange ‘post’ wordt. Daarom een globaal verhaal – maar [langzaam maar zeker] met veel onderliggende verwijzingen die dieper op een bepaald detail ingaan.


ansichtkaart kerk Westergeest [eigen collectie]

Alleen al de bakstenenmuren vertellen een boeiend verhaal van deze eeuwenoude kerk, die vanaf 1200 in drie fasen werd gebouwd. In Romaanse of rondbogen stijl. En – kenmerkend – met het koor in het oostelijk deel en de toren aan de westelijk deel. Dat westelijk deel met de toren is ook het oudst. Waarschijnlijk gebouwd door de monniken uit de Bonifatiusabdij te Dokkum. In dat deel lopen grote rondbogen door tot de grond. Daarboven, aan de noordzijde, een spaarveld gedenkt met rondboogfries. Wat ook bij de ronde koorsluiting terug komt.

De huidige hoogte van de kerktoren◥ toren valt op en is in verhouding vrij laag. Tot 1807 was de toren twee roeden [ongeveer 8 meter] hoger en voorzien van een zadeldak.

In de zuidmuur zijn meerdere, grotere ramen te zien om zodoende de zonnewarmte in de kerk te krijgen.

Het verhaal gaat … dat de vrouwen toen aan de noordzijde van de kerk zaten en zodoende de warme zonnestralen opvingen. De mannen namen apart plaats aan de zuidzijde van de kerk. Een traditie die in sommige kerkelijke gezindten nog terug te vinden is.

Het lijkt er op dat de kerk vroeger een zogeheten kruiskerk was – een zeldzaamheid in Fryslân. De beide grote openingen die ooit toegang hebben gegeven tot de verdwenen kleine zijbeuken, werden tijdens de restauratie tussen 1954 – 1957 dichtgelaten met kleine steen. Onder architect ir. Johannes Jacobus Margarethus [Jo] Vegter [1906 – 1982] kreeg de kerk toen weer iets van haar oude glorie terug. Vegter zelf stond toen op het punt om rijksbouwmeester te worden [1958 – 1971].

In de jaren zestig van de vorige eeuw werden meerdere graven geopend die, volgens het grafregister, nog nooit eerder geopend waren. Op een diepte van 1.30 meter werden op elkaar gemetselde stenen gevonden. Oude Friese moppen wat kan duiden op kleine zijbeuken.

De kerk heeft nog twee deuren in gebruik. In het westelijk deel zijn zowel de zuiddeur als ook de noorddeur open. De beide duren werd eind e middeleeuwen gebruikt voor onder andere processies.

Het verhaal gaat … dat de Deense stadhouder Omund [± 673] de noordelijke deuren laag liet bouwen. Vandaar ook dat deze deuren wel ‘noormannenpoortjes’ [Fries: Noardsk doarke] of ‘duivelsdeur’ werden genoemd. Als de kerkgangers dan via die deur de kerk verlieten, moesten ze deze buigend naar het noorden verlaten…

In het oostelijk deel zijn in de zowel de noordmuur als ook de zuidmuur hagioskopen te vinden. Ook wel ‘leproazerútsjes’ genoemd. Lang werd gedacht dar zieken door deze openingen de mis konden bekijken – vandaar ook de naam ‘leproazerútsjes’. Maar kunsthistoricus-archeoloog Pieter Glazema [1899 – 1983] [1] dacht er sakraments- of reliekvensters in te zien, waardoor de sakramenten of relieken van buiten te zien waren.

Hoewel er in eerdere tijden twee kerkklokken in de toren hebben gehangen, kreeg de kerk in 1857 een nieuwe klok. Dat was nodig want …

… het verhaal gaat … dat de oude kerkklok door de boze uit de toren was gehaald en in de Drie Dollen is gegooid. Bij slecht weer en gunstige windrichting moeten de klok nog wel te horen zijn ….

Bijna honderd jaar later werd ook die klok in 1943 uit de toren getakeld door hamsterende nazi’s. De huidige kerkklok◥ dateert van november 1949, en galmt nog twee keer daags over het dorp: om negen uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds.

Bronnen:

  • [010-004] stencil – de kerk van Westergeest
  • Bouwkunst in Kollumerland, drs. P. Karstkarel
  • Kollumerland, mr. A. J. Andreae
  • De Historie gaat door Eigen Dorp
  • Encyclopedie van Friesland
  • Wikipedia
  • erfgoedkollumerland.nl

[1] Pieter Glazema was directeur van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Hij studeerde kunstgeschiedenis, archeologie en filosofie en promoveerde te Amsterdam op “Gewijde Plaatsen in Friesland” [1948]

Water bij de melk

De Telegraaf, 07 oktober 1897

De Telegraaf, 07 oktober 1897

Het was landelijk nieuws. Een Westergeastmer had aangelengde melk geleverd aan de zuivelfabriek te Ee. Het blijkt dat de schuldige Adriaantje Kuipers was, getrouwd met Pieter Delfstra.

Adriaantje werd geboren in Buitenpost. Op 27 februari 1843, in het gezin van Kristiaan Lammers en Saakje Romkes Kuipers – Doedema. Zij was 25 jaar toen ze op 14 mei 1868 in het huwelijk trad met de even oude Pieter Delfstra. Een arbeider van Driesum.

Pieter Delfstra was een zoon van Egbert Wiegers en Antje Jans Delfstra – Triemstra. Hij werd geboren op 19 maart 1843.

Het gezin bleef kinderloos.

1977-Eelke Meinertswei 1 [eigen foto]

In 1885 kochten ze de kleine gardenierswoning aan de oever van de net gegraven Nieuwe Zwemmer◥, vlak bij de Keuningsbrug. Ze betaalden verkoper Polle Jacobs de Haan daar f 497,- voor. Pieter en Adriaantje bleven er wonen tot de dood van Pieter op 21 mei 1904. Afmelders◥ van zijn overlijden waren de arbeiders Abraham de Vries [53 jaren] en Sipke Bouma [44 jaren]. Adriaantje verkocht de woning een jaar later aan Tjalling Durks Bosgraaf◥ en zijzelf vertrok naar Kollum. Daar kwam zij op 02 augustus 1911 te overlijden.

Uit de stukken van het bevolkingsregister én uit de overlijdensakte van Pieter Delfstra blijkt dat deze woning destijds “huizinge A61” was. Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥ en werd het uiteindelijk Eelke Meinertswei 1.

Het was in de tijd dat Pieter en Adriaantje hier woonden, dat ze een contract afsloten met de zuivelfabriek van Ee. Tenminste dat zei directeur J v/d Burg in 1897. Een contract dat Pieter melk zou gaan leveren “zooals die van de koe kwam”. Maar in de loop van 1897 werd met behulp van een zogeheten lactometer vastgesteld dat de melk was aangelengd met 30 – 40% water. Een “aanzienlijke vervalsching” die volgens melkrijder E. v/d Wiel niet gedurende het vervoer heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek ging niet over één nacht ijs. Op 05 augustus had brigadier-marechaussee A. van Geel te Dokkum vier flesjes monster getrokken uit de vier melkbussen die aan de weg waren gezet. Deze flesjes werden verzegeld naar de kazerne gebracht. Marechaussee P. Farla had de flesjes meegebracht naar de rechtzitting. De Rechter Commissaris had de vier flesjes ter handgestald aan apotheker H. W. Sonnega en arts W. F. J. Uffelie die vervolgens de melk deskundig hebben onderzocht.

Beklaagde bekende de feiten, zij deed wat spoelwater in de bussen, haar man is onschuldig, zij heeft het gedaan”. De reden was dat de fabriek nooit betaalde wat ze toekwamen. Maar de gevangenisstraf én bekendmaking in de Leeuwarder Courant vond ze “toch wat veel”.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

Binne (Benny) van der Meer naar Amerika

Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891

Op 6 december 1859 kwam in Oudwoude aan boord van het schip, Binne van der Meer ter wereld. Zoon van Pieter Jans van der Meer, schipper van beroep en van Bregtje Binnes van der Meer.  Binne was het eerste kind binnen het gezin. Uiteindelijk zou het gezin bestaan uit 7 kinderen.

Vader was schipper van beroep en met zijn schip “de Vrouw Brechina” voer hij langs vele steden. De kinderen aan boord hielpen op het schip of in het huishouden. Zo ook Binne en stond daarom ook ingeschreven bij de bevolkingsregister als schippersknecht. Dat hij uiteindelijk zelf schipper werd is dan ook niet zo raar.

In maart van 1879 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en werd goedgekeurd. Waarna hij op 12 mei 1879 bij de Zee militie ging. Na 4 jaar bij de militie te hebben gezeten werd hij op 12 mei 1883 eervol ontslagen.

Er moest natuurlijk ook getrouwd worden. Dus trouwde hij op 6 juni 1885 met Sijbrigje Meijer in de gemeente Kollumerland. Als je hun trouwakte bekijkt dan zie je dat er gesproken wordt over hele andere personen. Pas op blad 2, zijn de “verkeerde” namen doorgestreept en die van hun toegevoegd. Maar de verdere informatie in de akte slaat dus niet op het getrouwde stel. Gemakshalve ga ik ervan uit dat de bruidegom tijdens het aangaan van het huwelijk schippersknecht of schipper was. Tijdens dit huwelijk werden 5 kinderen◥ geboren.

Wellicht dat het huwelijk niet lekker liep. Of dat na het overlijden van zijn vader in 1891 dat hij bewust werd van het zware harde leven wat zijn vader heeft gehad. Dat hij dit niet wilde en opzoek was naar het nieuwe geluk. Misschien dat tijdens kerkdiensten werd gesproken over het beloofde land Amerika en de mogelijkheden die daar waren. Wellicht dat emigratie naar Amerika veel besproken is met zijn vrouw Sijbrigje. Maar die zag waarschijnlijk de overzeese verhuizing misschien niet zitten. Die wilde wellicht blijven in het Heitelân. Dat hij er toch voor koos om nog tijdens de zwangerschap van Liebe van der Meer te vertrekken naar de Verenigde Staten geeft aan dat zijn bestaande huwelijk wellicht geen toekomst meer had. Of dat hij koste wat kost naar het beloofde land wilde gaan. En maakte vervolgens dan toch de overstap naar het beloofde land, Amerika! Opmerkelijk, niet alleen, maar in gezelschap van een andere dame.

In de gezinsakte is terug te vinden dat hij in Mei van 1892 naar de Verenigde Staten is vertrokken. Zijn huwelijk met Sijbrigje is via de rechtbank van Leeuwarden op 1 november 1900 ontbonden.

Dat Binne niet alleen is vertrokken naar Amerika blijkt wel uit een krantenartikel welke was gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden. Daarin staat beschreven dat ‘onze’ van Kollumerzwaag afkomstige beurtschipper met een andere gehuwde vrouw was vertrokken naar Amerika. Na wat speurwerk blijkt het hier te gaan om Sijtske Stienstra van Birdaard. Zij was getrouwd met Fokke den Breeden. Wat haar bewoog om haar twee kinderen achter te laten blijft gissen. Blijkbaar was de drang naar Amerika zo groot. Dat beiden hun leven en gezin achter lieten en opnieuw begonnen in Amerika.

In Amerika werd Binne Benny en werd Sijtske Susan. Het paar trouwde in Amerika en kregen daar nog één dochter. Het paar woonde in Edgerton Minnesota daar overleed in 1944 Binne. Sijtske overleed in 1955 in Pipestone.

Deze ‘post’ is geschreven door Renze Petersohn. Renze schrijft en publiceert [ook] op zijn website www.familiestamboom.eu◥.

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.