hystoblog

Kalender

augustus 2018
Z M D W D V Z
« Jul    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  
Advertenties

Teade ‘núnder’ Steenstra

Teade 'núnder' Steenstra [collectie Foestrumer Archief]

Teade ‘núnder’ Steenstra [collectie Foestrumer Archief]

… en keapmansaerd siet der net yn” schreef Wietske de Boer – Wiersma. Toch heeft Westergeest ondernemende persoonlijkheden gekend. Teade ‘Núnder’ Steenstra was één van hen.

Teade werd te Westergeest geboren op 19 mei 1896. Hij was de tweede zoon van Hermanus Cornelus Steenstra [1857 – 1922] en Trijntje van der Werff [1861 – 1942]. Teade was getrouwd met Egbertje Reitsma [1898 –  1981]. Hij werd Teade ‘Núnder’ genoemd omdat hij in de wijde omgeving van Westergeest/Driesum handelde in schelpen – ‘núnder’ is een Fries woord voor schelp. Hij ontving de schelpen van Age Vanger [en zonen Kees en Jitze] uit Moddergat en leverde deze vervolgens aan o.a. de kalkovens te Gerkesklooster.

Teade was een handige man en ontdekte al snel dat er meer handel zat in het leveren van fijn gemalen schelpen. Zeker ook nadat het fabrieksmatige vermalen van schelpen tot ‘grit’ voor kippenhokken en dergelijke een grotere vlucht nam. Teade kocht toen een Duitse ‘brekker’ in Groningen en liet de smid de machine op persoonlijk gebruik aanpassen. Maar het bleef zwaar werk.

Uiteindelijk kocht Teade een ‘walsbrekker’, maar daar mankeerde altijd wel wat aan. Zeker toen alles een keer was vastgevroren moest hij er een andere motor in kopen. Een financiële tegenvaller, maar het bleek uiteindelijk een goede zet te zijn.
Teade moest ook een oplossing vinden voor het feit dat hij geen stroom had en de benzine schaars werd. Hij kocht een Amerikaanse windmotor maar dat leverde nieuwe problemen op: stond er te weinig wind, dan waren de schelpen maar deels gebroken – stond er te veel wind, dan werden de schelpen té fijn gemalen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het minder met de kippenhouderijen, waardoor Teade ook minder werk kreeg [na de oorlog trok zijn werk wel weer aan waardoor hij tot 1961 in schelpen en grit bleef handelen]. Om toch geld binnen te krijgen pakte hij veel ander werk op.

Teade en Egbertsje woonden bij de Lange Brug over de Nieuwe Zwemmer. Zij stonden voor iedereen klaar en gaven altijd het beste. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog toen door Pieter Smits Joodse onderduikers bij Teade en Egbertsje onderdak vonden. Onderduikers zoals ‘Jopie en Fie’ en later ene ‘Ronny Naarden’. In 1970 uitte Jopie daarvoor zijn dankbaarheid. Teade en Egbertsje kregen vanwege het 25-jarig bevrijdingsfeest een boom op naam in Israël tijdens een boomplantdag van het Joods Nationaal Fonds.

Teade en Egbertje STEENSTRA [Westergeest] werden onderscheiden met de Yad Vashem onderscheiding. Foekje van der Kooi – Brouwers vertelt wat ze dacht toen ze hun namen tegenkwam op het gedenkteken in Jeruzalem [klik hier voor de geluidsopname die werd opgenomen op 12 december 2015].

Teade heeft 43 jaar bij de Lange Brug gewoond. Hij had daar een bordje “Verboden Toegang” aan de muur gehangen omdat de vissers – die speciaal voor het vissen in de Nieuwe Zwemmer met bussen vol uit de provincie Groningen kwamen – in zijn vensterbanken gingen zitten.
Op 19 maart 1990 kwam Teade ‘Núnder’ Steenstra in Veenwouden te overlijden. Negen jaar na zijn vrouw Egbertje Reitsma, die op 8 februari 1981 overleed. Zij lieten drie kinderen na: Hermanus, Hendrikje en Trijntje. Teade werd 93 jaar.

Weet u meer te vertellen over Teade ‘núnder’ Steenstra. Schroom dan niet om contact op te nemen en help onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen:

Advertenties

Trekwei 13 – paard te water

1914, Trekwei 13 - v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

1914, Trekwei 13 – v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

Negen september 1958. Het is nog vroeg. Zeer vroeg, als zwaar onweer over Westergeest trekt. Maar Sake van der Werff, boer op Trekweg 13, moet toch naar buiten. Zijn zevental koeien loopt ergens onder Oostrum en die moeten gemolken worden. Er is geen tijd te verliezen, want rond zeven uur komt melkrijder Bokke Visser [de Dôlle 5] de melk ophalen. Bokke kwam dan met paard en wagen. Hij had een hekel aan wachten.

Sake van der Werff kwam van Broeksterwoude. Daar werd hij op 10 mei 1900 geboren in het gezin van Pieter en Geertje van der Werff – Bits. Een schipper die luisterde naar zijn vrouw, die op de vaste wal wilde wonen. Daarom had Pieter de boerderij Trekwei 13 gekocht.

De boerderij is bekend als ‘De Kelders’ omdat er grote kelders onder de grote gelagkamer waren. Aan huis hadden ze, zoals in die tijd veel vaker voorkwam, een kroegje. Een trochreed, met B-vergunning. In de muur waren ringen bevestigd waaraan de paarden vastgezet konden worden. Paarden van bezoekers die een versnapering kochten. Geen sterke drank – hoewel, bij “Kelders Geartsje” was wel wat te regelen …

Zodoende kwam Sake dus in Westergeest terecht, [ook] als boer aan de Trekwei en werd hij “Sake fan de Kelders”. Op 25-jarige leeftijd trouwde hij met Dieuke Broersma, geboren op 07 november 1899 te Ee. Ze hadden het goed. Rond de zeven koeien, 4 hokkelingen, een honderdtal kippen en tien varkens voor de slacht. In het spekhok hingen worsten en spek.

Sake had in de wijde omgeving landerijen; van ruilverkaveling was nog geen sprake. Daarom liepen zijn koeien in september 1958 ook niet dicht bij huis. En moest hij rond vier uur ‘s ochtends naar buiten. Om zijn koeien te melken. Met paard en wagen, tijdens donder en bliksem langs de Trekvaart. Waar de wegeigenaar op dat moment witte paaltjes klaar had liggen om in de berm geplaatst te worden.

Het paard kon het werk goed aan. Het was een “dikke, zware Bovenlander”. Een Groninger paard met een sterk karakter: “Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange, sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaargespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met korte platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig“.

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Prachtige eigenschappen. Maar het paard van Sake was bovendien schichtig. En had de gewoonte om bij schrik achteruit te komen. Voor de boer is leiden dan in last, want hij heeft dan geen enkele controle meer over het dier. En deze beide laatste eigenschappen werden noodlottig.

Sake was nog maar net vertrokken. Hij reed ter hoogte van de Lange Brug, toen de bliksem uit de hemel sloeg. De witte paaltjes langs de Trekwei lichtten flitsend op. Het paard schrok en kwam terug. Langs de kant van de Trekvaart. Sake kon zijn vege lijf redden, maar paard en wagen raakten in de Trekvaart. Het paard kwam los van de wagen en kon naar de overkant zwemmen. Maar de benen raakten verstrikt in de leidsels. Het hoofd werd onder water getrokken. Het paard kon het hoofd niet boven water houden en verdronk.

Tijdens een fotoavond in De Tredder vertelde Jappie van der Werff: “Heit kaam te gean wer thús”.
Op 20 februari 1972 overleed Sake, Dieuke overleed op 16 juni 1990. Ze hadden twee kinderen.

Misschien weet u meer te vertellen? Schroom dan niet om dan contact op te nemen. En help op die manier mee onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen

Aaltje D., “de Friesche taalkampioene”

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

Aaltje D. Zo staat ze omschreven in de krantenberichten van die tijd. Aaltje D. van Zandbulten. Ze werd op 14 maart 1936 “in ’t bulterige zandland” bekeurd. Ze had geen licht op de fiets. De Rijksveldwachter van Kollumerzwaag die de bekeuring uitschreef zal nog geen idee hebben van wat hij in gang zette.

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

Was de rijksveldwachter misschien J. Hovinga, die in mei 1935 van Drachten naar Kollumerzwaag was gekomen?

Tijdens de zogenoemde Woudzitting op 29 april van dat jaar moest Aaltje zich in Leeuwarden verantwoorden voor de kantonrechter. Aaltje verzekerde de rechter: “Mar hy barnde wol!” en zo volhardde ze in zowel haar standpunt als ook in haar Fries taalgebruik.
Op de opmerking van de rechter “Je moet hier Nederlands spreken”, antwoordde Aaltje in de trant van “Dat is ús taal net – wy binne Friezen!”. En “Mijnheer kin tinke wat er wol, mar ik liig net”.

Het is mij nog niet echt duidelijk wie deze Aaltje D. was.

Wel kom ik op een andere manier een Aaltje Douma van Zandbulten tegen. Aaltje Douma werd geboren op 4 juli 1914 en overleed op 15 juli 1993. In 1945 kreeg zij met Epke de Roos een dochter. Deze Lykelina de Roos overleed toen ze drie maanden oud was op 21 juli 1945. Epke de Roos werd geboren op 16 juli 1908 en overleed op 10 augustus 1996. Beiden liggen begraven op het kerkhof te Kollumerzwaag.

Omdat Aaltje volhield wilde de rechter de “veldwachter” laten komen en verdaagde hij de zitting naar 7 mei 1936. De verslaggever van de Leeuwarder Courant, die de zitting in de krant van 30 april 1936 beschreef, sloot zijn artikel af met de woorden van Aaltje: “Dei mei elkoar”.

Een week later werd een redactioneel artikel geplaats in enkele kranten onder de titel “De Friesche taalkampioene”. En verscheen een huldebetuiging van een onbekend gebleven Fries.

Uiteindelijk kreeg Aaltje “die hier de fakkel voor ‘ús tael’ zoo glorieus omhoog hield en in de avond van 14 maart heeft gereden met een onverlicht rijwiel” een verstekvonnis van vijf gulden boete of vijf dagen hechtenis opgelegd. Hoger beroep was niet mogelijk.

Weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Weet u wie Aaltje D., “de Friesche taalkampioene” was? Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

Westergeest en de 80-jarige oorlog

Slag bij Heiligerlee [collectie Museum Slag bij Heiligerlee]

In 1568 begon de 80-jarige oorlog toen een bevrijdingsleger onder leiding van Lodewijk en Adolf van Nassau Groningen binnenviel. Tijdens de Slag bij Heiligerlee op 23 mei haalden de opstandelingen hun eerste overwinning. Hotse of Horatius Buma, in 1590 eigenaar van “Buma saete oppe Triemen”, nam deel aan deze slag en stond daarbij aan de zijde van de Nassaus. Daarom werd hij in 1569 verbannen.
Na de slag bij Jemgum [Oost Friesland] kwam een deel van de soldaten via ons gebied richting Leeuwarden. Met hen kwamen ook hun vrouwen en kinderen en de bewoners van onze omgeving moesten hen van voedsel, geld en paard & wagens voorzien.

‘Steatske soldaten’ haalden in onze omgeving het kerkzilver, misboeken en kleding uit de kerken om daarmee de strijd tegen de Spanjaarden te kunnen betalen. Ongetwijfeld zijn zij ook in de kerk van Westergeest geweest.
S. J. Van der Molen 43 schrijft in zijn boek “achtkarspelen” [1962] over een schoolmeester die mogelijk door de Spaansgezinden werd vermoord vanwege zijn verzet tegen de Spanjaarden. Het tekent de zeer roerige tijd, gevaarlijk voor de Hervormden en vijanden van Spanje, waarbij onze omgeving zich in de frontlinie bevond.

Rond 1580 koos stadhouder Rennenberg [George van Lalaign, stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel] partij voor de Spaanse koning. Deze stap is de geschiedenis ingegaan als het Verraad van Rennenberg. Fryslân bleef achter in het “kamp van de Opstand”, wat concreet inhield dat er in onze omgeving oorlog uitbrak.

Harmen Arends Idema [collectie dr. Oebele Vries]

Op 9 juli 1580 vielen de Spanjaarden en Spaansgezinden vanuit Kollum Dokkum aan, wat overigens niets opleverde. In de zomer van 1581 werd er zo hard gevochten dat “de gestaltenisse van Vrieslandt ellendich ende desolaet geweest is”.

Een jaar later was er vrijwel geen boer meer te vinden in de driehoek tussen Groningen, Leeuwarden en Dokkum – veel protestanten vluchtten naar Leeuwarden, Rooms Katholieken vluchtten naar Groningen.
Harmen Arends Idema werd ergens tussen 1580 / 1590 te Dokkum geboren. Verondersteld wordt dat boer Arend Bauckes en Jantsje Harmens [boer en boerin op de terp Westerburen] naar Dokkum zijn gevlucht, waar hun zoon Harmen Arends Idema werd geboren.

Ane Sapesz. en zijn vrouw Jents Jansendr. uit Westergeest kregen in de herfst van 1581 de pest en stierven. Zij waren naar Leeuwarden gevlucht ‘vermits de crijghsloepen ende beroerten’.

In 1594 viel Groningen in handen van de broers Maurits en Willem Lodewijk; de oorlog was voorbij en het normale leven kon weer worden opgepakt.

dodenherdenking 2018

foto Renske Smit – Dijkstra

Op 4 mei 2018 werd in Westergeest de traditionele dodenherdenking gehouden. Kinderen en volwassenen legden bloemen op de graven van omgekomen piloten. Jonge mannen die op 13 oktober 1941 en op 5 mei 1943 hun leven gaven voor onze vrijheid.

Onder de aanwezigen waren een zoon en dochter van één van hen: Ernest Robert Butson Magrath, uit Maidenhead – Berkshire, 28 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige en schutter.

Zij kregen uit handen van Heine Steenstra een foto van het herdenkingsbord zoals dat bij de ‘Gerkesbrêge‘ geplaatst gaat worden.

zes jonge mannen komen om

vergelijkbaar toestel: Wellington Mk Ic, P9249 [collectie www.strijdbewijs.nl]

vergelijkbaar toestel: Wellington Mk Ic, P9249 [collectie http://www.strijdbewijs.nl]

Op 13 oktober 1941 stortte een Engelse bommenwerper van de Royal Air Force neer, de Wellington MK 1c, X 9822 BL-J

De Wellington stijgt op 12 oktober 1941, om 19.26 uur, samen met twee andere toestellen, op in Alconbury in Groot-Brittannië, met als bestemming Bremen. Het zicht is beperkt en daarom maakt het toestel snel hoogte om boven de bewolking uit te komen. Aan boord zijn acht zware bommen met een totaalgewicht van zo’n 1800 kilo. Aan boord bevinden zich zes bemanningsleden:

  • George Frederick Bateman, uit Blackpool – Lancashire, 21 jaar oud, sergeant, eerste piloot.
  • Peter Alan Milton, uit Bath – Somerset, 20 jaar oud, sergeant, tweede piloot.
  • Harold Frederick Eyre, uit Balham – London, 19 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige schutter.
  • Frederick Jenkins, uit Ramsgate – Kent, 25 jaar oud, pilot officer, verkenner en navigator.
  • Harry Richard Legg, uit Ditchling – Sussex, 23 jaar oud, sergeant, schutter.
  • Ernest Robert Butson Magrath, uit Maidenhead – Berkshire, 28 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige en schutter

Helmut LENT

Nazi autographed postcart of Helmut LENT [collectie http://www.icollector.com]

Om 22.20 uur ontvangt de basis in Engeland bericht dat de missie is afgebroken. Het toestel heeft Bremen niet bereikt en keert terug naar huis. De bommen worden onderweg afgeworpen. Het toestel vliegt alleen en wordt opgemerkt door een Duitse radarpost, waarschijnlijk Schlei van Schiermonnikoog. Er gaat een bericht naar de luchtbasis van Leeuwarden en Oberst Leutnant Helmut Lent, een jagerpiloot, wordt naar de Wellington gedirigeerd.

Op het moment dat Lent de Wellington ziet, vliegt deze boven de Lauwerszee, ter hoogte van Zoutkamp. Lent komt met grote snelheid aanvliegen en positioneert zich onder de Wellington, waar hij niet gezien kan worden. Dan neemt hij gas terug en trekt zijn toestel omhoog. Met de salvo’s die hij daarna afvuurt, raakt hij de motoren, waarna het toestel in brand vliegt. Het is net na middernacht als het toestel brandend neerstort in een weiland bij Westergeest.

Een en ander gaat zo snel dat de bemanning geen tijd heeft het toestel te verlaten. Alle zes inzittenden komen om het leven. Zij worden met militaire eer, onder grote publieke belangstelling van de lokale bevolking, begraven op de begraafplaats bij de kerk in Westergeest, waar hun graven nog steeds zijn te vinden. Ieder jaar, op 5 mei, wordt herdacht dat deze jongen mannen hun leven gaven voor de vrede en worden er bloemen en kransen gelegd.

Op 4 mei 2018 waren zoon en dochter van sergeant Magrath in Westergeest aanwezig bij de dodenherdenking – klik hier voor enkele foto’s.

weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Of hebt u foto’s. Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

Het raadsel van Hansma’s huis ..

Trekwei 2

Trekwei 2. De afgebeelde woning, waarin ook de familie Jacob Hansma heeft gewoond, staat er niet meer. Het heeft plaats gemaakt voor een mooie nieuwe woning. Wat nog aan de oude woning herinnert is deze foto. Een mooie, duidelijke foto. En toch was deze woning even onderwerp van een onderzoekje.
Dat zat zo.

Tijdens de fotoavond van maart 2018 in De Tredder, werd bijgaande foto 1 getoond van dorpsgenoten in een bootje. In de Trekvaart. En lange tijd werd gedacht dat de woning op de achtergrond de woning was van Pomstra, destijds [garage] Tjibbe Kuipers. Vlak tegen de Kalkhúsbrêge aan. Tot er tijdens de fotoavond werd opgemerkt dat het de woning van de familie Jacob Hansma moet zijn geweest.

Als we foto 2 van de woning van Tjibbe Kuipers er bij pakken, zijn er duidelijk verschillen te zien. De woning van Kuipers is een totaal andere bouw dan die van Hansma. In die zin lijkt de opmerking terecht.
Maar als beide foto’s [waar de woning van Hansma op staat] naast elkaar worden gezet [foto 3], vallen er toch wel wat verschillen op: wel of geen dakgoot boven de ramen langs. Ramen die verschillend zijn. Was de opmerking tijdens de fotoavond wel terecht? Is hier wel sprake van dezelfde woning?

april 1960 [collectie Foestrumer Archief]

Jantsje Wiersma schreef mij in maart 2018: “Minsken bliuwe mei fotos kommen”. Zo kregen we ook ook een foto uit het album van de muzikale familie Sijbren en Aaltje Slagter – Hansma. Aaltje was een dochter van de al eerder genoemde Jacob en Janke Hansma. Een feestelijke foto uit april 1960, op de trouwdag van Jabik en Janke Hansma aan de Trekweg naast Tjibbe Kuipers.
Zodoende zijn er drie foto’s van de woning van Hansma om met elkaar te vergelijken.
En met deze foto blijkt dat de woning van Hansma kennelijk verbouwd is geweest. Details naast elkaar gezet op foto 4 vertonen duidelijke gelijkenis: de raampjes hebben roeden en de dakgoot maakt aan de rechterkant een ‘knik’ naar beneden. Het lijkt duidelijk: de opmerking tijdens de fotoavond was terecht.

Maar dan toch nog even terug naar de eerste foto. De foto van de woning zónder dakgoot. Waarvan wordt gezegd dat ook dat de woning van Hansma was. Hoe zit dat dan?

Gelukkig zijn het  duidelijke foto’s op Foestrumer Archief om te vergelijken. De laatste samenvoeging van foto’s in foto 5 tonen enkele bijzondere details. Ook al zijn er afwijkingen, deze bijzondere details verraden dat het dezelfde woning moet zijn: het gelijke metselwerk tot op de steen hetzelfde, de afwijkende muurhoogtes links en rechts en de [herstelde] mestelwerkzaamheden aan de voorkant.

Het raadsel is opgelost en de opmerkzame bezoeker van de fotoavond in maart 2018 had gelijk.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

peilpunten Normaal Amsterdams Peil [NAP]

Een detail van de hoogtekaart Nederland. Van de omgeving van ons dorp, dat op een verhoging ligt, net boven het midden van deze afbeelding te zien. Een ‘diluviale zandkop’, zoals dat officieel wordt genoemd. Vlak boven deze ‘diluviale zandkop’ is de Nieuwe Zwemmer te zien als een streep die naar de rechterbovenkant van de afbeelding loopt.

De ‘hoogte’ van ons land is voor Nederlanders altijd van belang geweest. Al in 1683 werd het destijds bestaande stadspeil van Amsterdam (AP) vastgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Ingemetselde marmeren stenen gaven met een groef een hoogte aan. Destijds de bovenzijde van de dijk.
In 1818 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat het Amsterdams Peil (AP) voortaan zou gelden als referentiehoogte voor heel Nederland. Het Normaal Amsterdams Peil [NAP] werd geboren.

Ook in Westergeest kennen we enkele peilpunten. Merktekens in een bruggenhoofd van de Keuningsbrug en in de achtermuur van ‘Cleyn Buma’, Bumawei 23.

In 1683 wordt in de proclamatieboeken een ‘Cleyn Buma’ genoemd, niet ver van de kerk af. Het was een stemdragende plaats, waaraan ook het recht van zwanejacht verbonden was. Dit laatste blijkt uit een proklamatie uit 1748: “Heine Meynderts en Boukje Doedes egtel onder Wouterswoude doen proclameren zekere zathe en landen etc. gelegen aan den dorp Westergeest, Buma State, bij Anna Claeses tegenwoordige wordende bewoont en gebruikt, groot 93 pdt, samt. O.a. gerechtigheden, so van Zwanejagt, als van oudts. Aldus bekomen van idem als boven. Possessie sal ingaan op 12 may 1748 data als boven”.

In de achtermuur van ‘Cleyn Buma’ is een bout geslagen. Het geeft het officiële Normaal Amsterdams Peil [NAP] aan. Eén van de ongeveer 35.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP. Ze zijn te vinden in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 400 ondergrondse peilmerken.

De Keuningsbrug is genoemd naar Andries Keuning [1827 – 1899] die op ‘Cleyn Buma’ heeft gewoond. De brug over de Nieuwe Zwemmer wordt daarom ook wel de Keuningsbrug genoemd.

Die Nieuwe Zwemmer nam vanaf de Trekvaart in noordoostelijke richting de route van de Âldswemmer over: 5 kilometer lang en ongeveer 40 meter breed. In het voorjaar van 1880 zetten werknemers van Andreas van der Werff de spade in de grond. Want met schep en spade, pipegaal en kruiwagens werd de Nieuwe Zwemmer gegraven. Zeer zwaar werk en het verhaal gaat dan ook dat er twee mannen voor nodig waren om de kruiwagen uit de gegraven vaart naar boven te kruien.

foto Jantsje Wiersma

De Nieuwe Zwemmer kruiste twee wegen waarvan één werd behouden door de aanleg van de Keuningsbrug. De andere weg boog vóór het nieuwe kanaal naar het oosten af en is de tegenwoordige Prellewei.
Het daarvan afgesneden gedeelte werd opnieuw bereikbaar gemaakt door direct over de Keuningsbrug rechts, langs het kanaal, een verbindingsweg aan te leggen. Tegenwoordig is dat de Brewei.

Aan beide zijden van de Nieuwe Zwemmer leunt de Keuningbrug als het ware op stevige, gemetselde bruggenhoofden. De voorlaatste brug werd aangelegd in 1939 en verving de eerste brug die in 1881 was aangelegd. Karakterestieke bouwwerken die instand zijn gehouden na de laatste vernieuwing in – volgens mij – 2006.
In het bruggenhoofd aan de kant van It Ljeppershiem zit ook een peilmerk, een zwarte knop. Ook op officiële hoogte ingeslagen.

It Ljeppershiem  – de naam heeft te maken met het fierljeppen. Al in 1969 werd een eerste wedstrijf gehouden in Westergeest. Toen nog over de Âldswemmer, bij waar nu het gemaal is. Algemeen Belang Westergeest had de wedstrijd georganiseerd.
Enkele jaren later, rond 1971, kon er gesprongen worden op het nieuwe Ljeppershiem. De bekende Gerard Vlieger sprong daar al snel een nieuw Fries record!

“boerderij bij de vaart”

eigen collage van foto’s

Nieuwsgierige foto’s van een “boerderij bij de vaart” die, als we ze goed bekijken, foto’s van Kalkhúswei 32 blijken te zijn. Op bijgaande collage heb ik verschillende overeenkomsten aangegeven.
Zou in het pand Kalkhúswei 32 een boerderij zijn geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage had?

Om die vraag te beantwoorden is het even goed opletten !

  1. Tjibbe Kuipers werd op 03 mei 1912 in het schippersgezin Jille Kuipers en Hiltje Bouma. Hiltje Bouma werd geboren in Westergeest. Ze was een dochter van Tjibbe Bouma en Jantje Zijlstra.
  2. Jille Kuipers werd in Doezum geboren in 1877. Hij kwam op 01 april 1913 te Groningen te overlijden. Zesendertig jaar oud. Mogelijk lag het gezin met hun schip in Groningen?
  3. Op 17 mei 1926 werden Tjibbe Kuipers en zijn moeder Hiltje Bouma [“wed. J. Kuipers”] bijgeschreven op de gezinskaart van Tjibbe Bouma. De vader van Hiltje. De grootvader van Tjibbe. Met z’n drieën woonden ze toen in woning A9. Want beppe Jantje Zijlstra was 15 jaar eerder al overleden. In 1917 in “huizinge wijk A, nummer 9”. In de overlijdensakte van Jantje Zijlstra staat vermeld dat ze gehuwd was met “Tjibbe Bouma, veehouder aldaar”.
  4. Nu is het lastig om “huizingenummers” één op één om te zetten naar het huidige adres. Toch heb ik een aanknopingspunt. In 1880 overleed Yke van der Schaaf “in huizinge nummer 8, wijk A” – qua nummering naast de woning van Tjibbe Bouma. In december van dat jaar verscheen een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin “eene huizinge met hok […] staande en gelegen bij het Kalkhuis onder Westergeest” te koop werd aangeboden. De woning was “bij de weduwe en erven Yke Jeens van der Schaaf in eigen gebruik”.

Al met al is het dus zeker dat er een boerenbedrijf is geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage begon.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

Kalkhúswei 12

Het karakteristieke boerderijtje werd begin jaren ’70 van de vorige eeuw afgebroken toen de Woarven werd aangelegd. De bejaardenwoningen stonden er toen al. De gemeente heeft toen het huis met land gekocht en er vrijstaande woningen op laten bouwen.
Voor zover bekend hebben de volgende families op dit adres gewoond:

  • Rond 1920 / 1930: Ringer en Sietske van der Meulen – Dijkstra.

Antje Jelkes Boonstra [collectie Foestrumer Archief]

Ringer werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra.
Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870. Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf.

Antje Jelkes Boonstra, de moeder van Ringer heeft ook in deze woning gewoond. De woning werd als winkeltje gebruikt maar ook als kroegje – Antje zou daar kastelein zijn geweest. Overigens was het aantal kroegjes groot. Op Foestrumer Archief wordt Minnema geciteeerd: “Zeer groot was het aantal kroegen of kroegjes, soms huis aan huis.”
Antje overleed op de hoge leeftijd van 94 jaar. Op 11 mei 1923.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

  • Rond 1930 – 1946: Johannes en Doutzen Adema – Meijer.

Doutzen Meijer was een Westergeastmer, geboren op 30 september 1871 in het gezin van Kornelis Libbes Meijer en Antje Roozendaal. Op 24-jarige leeftijd trouwde ze als dienstmeid met de evenoude arbeider Johannes Adema. Johannes werd geboren op 17 maart 1872. Opo de trouwakte staat vermeld dat Johannes werd geboren in Augsbuurt.
Ze kregen voor zover ik kan nagaan zeven kinderen; toen moeder Doutzen op 14 november 1930 te Westergeest overleed, was de oudste 32 jaar. De jongste was negentien.

  • Rond 1946 – 1949: fam. Popke Heidema.

meester Popke Heidema [detail uit collectiefoto Foestrumer Archief]

Meester Heidema was van 01 juli 1946 tot 31 juli 1949 onderwijzer aan de Chr. Lagere School te Triemen. Popke Heidema werd geboren op 09 november 1912 te Wanswerd en slaagde in 1931 aan de kweekschool te Dokkum.
Tot 1939 had hij meerdere tijdelijke betrekkingen in het onderwijs en maakte hij een carrier switch. Hij kreeg een vast contract als Agent van Politie te Amsterdam. Tot 1946, toen hij een vast dienstverband kreeg aan de school te Triemen. De secretaris van de schoolvereniging schreef in de notulen: ”Meester Heidema zal wel gedacht hebben: men kan nog zo waakzaam zijn dat de ene volksgenoot de andere niet verontrust, de opvoeding tot goed staatsburger begint bij het kind … “.
Popke Heidema overleed op 18 februari 1989 te Drachten.

  • Van 1949 tot 1950 hebben Ybele en Janke Steenstra – Kempenaar er gewoond.

Ybele [1909 – 1989] was op 20 mei 1933 getrouwd met Janke [1911 – 1981]. In 1950 verhuisden ze naar “Cleyn Buma”, Bumawei 23. Lees meer over pake Ybele en beppe Janke in “Verborgen romantiek van pake Ybele“.

  • 1950 – begin jaren ’70: Ate en Tetje van der Meulen – Nicolai.

Ate en Tetje van der Meulen [collectie Foestrumer Archief]

Op 09 april 1918 werd Ate Dirks van der Meulen geboren. Tetje zag op 23 maart 1915 het eerste levenslicht.
Ate en Tetje waren de laatste bewoners. Ate heeft jarenlang een rol gehad bij de Bescherming Bevolking Westergeest-Triemen.
Ate kwam als bode van de begrafenisvereniging te overlijden op 13 augustus 1985. Hij stierf tijdens zijn ronde langs de dragers om deze te vragen of zij dienst konden doen tijdens de begrafenis van Martje Bosgraaf – de Jong [geboren in 1930]. Martje was getrouwd met Durk Bosgraaf [1917 – 1999] en was een dag eerder, op 12 augustus, overleden.
Tetje overleed op 16 april 2004 in Dronten.

U kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over Kalkhúswei 12 of over de bewoners? Hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’.

Bronnen: