hystoblog

Kalender

juli 2020
Z M D W D V Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Pieter Loonstra

  • geboren op 02 februari 1912 te Westergeest
  • overleden op 05 mei 1944 te Saigon

Pieter werd geboren in het gezin van arbeider Sipke Wybes Loonstra [1874 – 1942] en Trijntje Bosgraaf [1880 – 1976]. Hij was de zesde in een rij  van twaalf kinderen.

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger [KNIL] “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar [ongehuwd]” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt. En uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange spoorlijn door Thailand en Birma. Onder zeer zware omstandigheden. Vele jonge mannen stierven.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal. In Saigon. Daar kwam hij te overlijden en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân brak een onzekere tijd aan. Want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene genoemd in meerdere dagbladen. Daarin publiceerde het Nederlandse Rode Kruis toen een lange lijst namen:

diverse kranten, januari 1944

Pas in 1946 kregen zij bericht van overlijden van hun zoon!

bronnen:

“Godskes, de hûnekarre”.

Voorbije situaties en omstandigheden “út ús ferline”. Nog te zien op foto’s. Foto’s van karriders, bijvoorbeeld. Ze zijn eigenlijk heel bijzonder. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was het maken van foto’s een dure bezigheid. Voor veel mensen was het poseren in een straatbeeld de enige mogelijkheid om op de foto te komen. Daarom staan er op oude straatfoto’s zo vaak veel mensen op een rijtje afgebeeld. Want alledaagse dingen werden niet vaak op de foto gezet. Alledaagse dingen – zoals de karriders met hun kar en hond.

Libbe Meijer◥, bijvoorbeeld. Van hem een wazige afbeelding. Van de man met een glimmende pet op zijn hoofd. De mouwen van zijn jasje lijken nét iets te kort. Zijn knoestig ogende hand rusten op een hondenkar vol petroleum. Onder de kar is de hond te zien. Zij ‘sútelden’ voor De Automaat.

Libbe werd in 1864 te Westergeest geboren. In 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen, geboren in 1870. Samen kregen ze acht kinderen, waarvan enkele op erg jonge leeftijd al overleden. En ze maakten in hun huis vol tieners ruimte voor twee pleegkinderen.

Op 11 december 1944 overleed Libbe te Oudwoude.

Sikke Fokkes de Haan◥, ook een karrider. Bloeddoorlopen, tranende ogen kenmerkten de man die ook met de hondenkar petroleum verkocht.  Met voor de kar een “gemuilkorfde krachtpatser”. Sikke was ook in dienst van de petroleummaatschappij De Automaat.

Sikke kwam uit Surhuizum. Daar was hij in 1872 geboren. Zijn band met Westergeest loopt via Zandbulten, waar hij in 1950 overleed. Antje Veenstra, de vrouw met wie hij in 1897 trouwde, kwam van Drogeham. Met haar kreeg hij negen kinderen van wie de laatste twee volgens de geboorteakte in Westergeest zijn geboren.

Als Sikke in 1934 zijn 25-jarig jubileum viert als venter bij De Automaat, komen velen hem en zijn vrouw gelukwensen. “De man was nooit wegens ziekte verhinderd geweest z’n taak te verrichten” schreef de redacteur destijds in de krant.

Pietje Klimstra◥ [1881 – 1985] reed als vrouw ook met de hondenkar. Haar band met ons dorp loopt via haar man. De Westergeastmer Douwe Zijlstra, met wie zij in 1905 trouwde. Twee kinderen werden hen gegeven, tot Douwe al in 1913 overleed.

Pietje hertrouwde. Met de 19 jaar oudere Sikke Dijkstra. En met hem kreeg zij nog twee kinderen. Sikke was precies in zijn doen en laten, Pietje was ‘fleurich en de rûge kant it neist”. Het lijkt een bijzonder huwelijk te zijn geweest waarbij Pietje vaak van huis was en bakkerswaren uitventte.

Op haar grafsteen staat geschreven “Haar leven was dienen”.

Geert Postma◥. In de wijde omgeving bekend als “Geart hûnekarre”. Of “Geart Hûntsje”. Of “Geart Woartel”. Of als “Geart Baaske”. Hij werd op 26 juli 1880 geboren in het gezin van Wiebe Postma en Tjitske Postma. In Westergeest. Zijn datum van overlijden heb ik nog niet kunnen achterhalen. Op 29 mei 1915 trouwde de 35-jarige Geert Postma met de 42-jarige Antje Bosgraaf [1873 – 1962].

Geert Postma kwam iedere zomer met zijn hondenkar langs de deuren. In de omliggende dorpen, want ook in Buitenpost kende men hem. Hij ventte groenten, waaronder ook rabarber uit eigen tuin. En als de hond niet gehoorzaamde. En niet deed wat Geert wilde, dan beet Geert de hond in het oor. “Heel Zandbulten kon dan de hond horen”.

Als hem werd gevraagd of hij kinderen had, antwoordde hij: “Nee vrouw, jo moatte sa mar rekkenje, Doe ‘k noch bakke koe hie’k gjin oven en doe’k in oven hie koe ik net meer bakke”. Maar die opmerking werd misschien wel gebruikt om zijn verdriet te verbergen. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen; hun enige kind werd op 22 maart 1916 levenloos geboren.

Douwe Posthuma◥, de karrider uit Wouterswoude. Zijn moeder, Sepkje Posthuma, was ongehuwd waardoor hij de achternaam van zijn moeder kreeg. In 1917, toen hij 24 jaar was trouwde hij met de twee jaar jongere Durkje of Dirkje van der Meulen. Een meisje uit Westergeest, geboren op 23 november 1895.

Douwe Posthuma was een vrij algemene naam in de omgeving en het was daarom niet ongebruikelijk dat Douwe een bijnaam had. Douwe ‘mûs’. Een bijnaam, geen scheldnaam!

Een bijnaam om mensen met dezelfde namen uit elkaar te kunnen houden. En wat Douwe betreft altijd met prikkelende humor. Als hij Teake ‘jut’ Raap zag werken op de ‘bouwikkers’ riep hij Teake toe: “Juttet it nog wat, Teake?”, waarop Teake reageerde: “It giet wol aardig Douwe – ik mûsje mar wat troch!”. Of zijn ontmoeting met Piet ‘verver’ Smits: “Wol it wat wetterlakje, Piet?”. Ook Piet reageerde met een kwinkslag: “Tink d’r mar om dat dyn sturt net tusken de speaken fan it tsjel komt!”.

Deze laatste anekdote stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Douwe ventte met zijn fiets. Daarvoor reed hij met een hondenkar. Met een grote zwarte hond ervoor. Een gevaarlijk dier “en omtrint like sterk as in kedde”.

Oebele Vries reageerde: Piet Smits fan Driezum, mei as bynamme; Pietje waterlak. Dan litte dy wurden “Wol it wat wetterlakje, Piet?” neat mear te rieden oer! In hiel bysûnder man, dy’t ik aardich goed kend ha.

Jarig Klazes Vries◥ werd geboren in Westergeest. In 1846. Toen de arbeider Jarig Klazes de Vries 25 jaar was, trouwde hij op 11 mei 1871 met de 25-jarige Jeltje Everts de Vries [geboren op 04 maart 1848]. Wat ik tot nu toe heb gevonden is dat ze samen vijf kinderen kregen. En een foto waarbij Jarig met zijn hondenkar staat afgebeeld.

Simon de Vries◥ [1882 – 1952] spande zijn hond áchter de wagen. Hij had een garage in Buitenpost en getrouwd was in 1906 met Feikje Harders. In 1907 zou hij in Westergeest wonen.

Ze krijgen volgens mij vijf kinderen. Dat blijkt uit de rouwadvertentie die het gezin op 21 september 1943 plaatste in de Friesche Courant omdat hun zoon Sytze op jonge leeftijd kwam te overlijden – nota bene op zijn eigen verjaardag en kennelijk na een zwaar ziekbed. Zoon Sytze was monteur.

 

Het zijn een aantal karriders die op de één of andere manier een band met ons dorp hebben.

Ik ben op zoek naar veel meer namen, anekdotes, herinneringen en verhalen van karriders, ‘strúnend’ door de noordoosthoek van Fryslân. Om vast te leggen. Als een eerbetoon, een ode aan de ‘strúnders’ en ‘swalkers’ uit dit deel van onze provincie.

Kent u nog karriders of verhalen? Hebt u misschien nog foto’s van karriders? Ik wil daar graag meer over horen.

bron: eigen blog Hondenkarren◥

Een markante figuur

dr. F. J. Fokkema [1878-1963], B. Fokkema-van Bruggen [1878-1948] en Anneke Fokkema [1914-1989] [collectie Foestrumer Archief]

dr. F. J. Fokkema [1878-1963], B. Fokkema-van Bruggen [1878-1948] en Anneke Fokkema [1914-1989] [collectie Foestrumer Archief]

In Zoeklicht kwam ik dit door Joop [Jasper] Schotanus◥  [1932 – 1911] geschreven artikel tegen over dr. F. J. Fokkema. Met toestemming overgenomen.

Dr. F. Fokkema is in 1878 in Westergeest, een dorpje in Friesland, geboren. Zijn ouders waren in staat hem op het gymnasium van de Doetinchemse Stichtingen (voortgekomen uit het Réveil) te laten studeren. Na deze opleiding volgde Fokke Fokkema de theologieopleiding in Groningen, waarvoor hij in 1902 zijn kandidaatsexamen deed. Voor zijn doctorale studies en voor zijn promotie is hij daar verder gegaan. Begeleid door de bekende Prof. Dr. Isaäc van Dijk promoveerde hij in 1907 cum laude op het proefschrift: “De godsdienstig wijsgerige beginselen van Mr. Groen van Prinsterer“.

Na zijn promotie was dr. Fokkema enige maanden hulpprediker bij de bekende ds. J. van Dijk (Mzn) te Doetinchem, waar hij dus ook zijn middelbare studie had gedaan. Op 12 april 1908 werd hij door ds. Politiek van Oudwoude/Westergeest bevestigd in de Hervormde Kerk van Westeremden (even ten noorden van het toenmalige spoorlijntje naar Stedum/Loppersum)

Op 10 mei 1914 kreeg dr. Fokkema, in verband met zijn benoeming tot mede-zendingsdirecteur van het samenwerkingsverband van de Rotterdams/Utrechtse zendingsgenootschappen, eervol ontslag van zijn taak als dominee in Westeremden. Op 1 augustus 1921 volgt hij dr. A.M. Brouwer op als rector van de Zen-dingsschool te Oegstgeest. Deze functie vervulde hij precies 25 jaar. Op 1 augustus 1946 werd dit rectorschap tijdelijk overgenomen door de bekende zendingsman prof. dr. H. Kreamer, terwijl dr. Fokkema aanbleef als docent. Uit alles blijkt een zeer grote waardering voor zijn werk.

In de periode van de zendingsschool in Oegstgeest is de overigens strikte rector, zeer geliefd bij zijn studenten. Studenten die zich heel intensief voorbereiden op het zendingswerk, vaak voor het toenmalige Nederlands Oost of West Indië. “Het geloof was een zaak van zijn hart. Hij heeft op de zendingsschool een geslacht van zendelingen gevormd en hij heeft hun als theoloog een Schild voor het leven meegegeven” zoals later op zijn begrafenis gememoreerd zou worden. Enkele indrukwekkende toespraken van dr. Fokkema van de zendingsconferenties, behoren ook tot het archief, dat in de oudheidkamer van Kollum bewaard wordt. Hieruit blijkt o.a. dat hij in 1930 het gevaar van het nationaal-socialisme al ziet aankomen en er al voor waarschuwt. Hij was een markante persoonlijkheid, die geen eer zocht voor zichzelf, maar in eenvoud en bescheidenheid zijn taak verrichtte. In 1937 kreeg hij een benoeming tot kerkelijk hoogleraar te Groningen. Hij nam deze eervolle positie echter niet aan. Als verklaring voor het niet-aanvaarden schrijf hij aan vrienden “het Hart heeft vaak zijn redenen, waar de Rede geen weet van heeft” (aanhaling van de filosoof Pascal).

In juni 1953 was dr. Fokkema 75 jaar geworden en op 6 september van dat jaar wordt hij opnieuw predikant. Hij wordt samen met zijn dochter Anneke, die ook theologie studeerde, verbonden aan de Nederlands Hervormde Zendingsgemeente te Doetinchem, om pastor te zijn voor de weinige overgeblevenen in Doetinchem, de plaats van zijn eerste theologische opleiding in Ruimzicht en de plaats waar hij als hulpprediker was begonnen. Nog bijna tien jaar mocht hij dit werk doen. Hij is op 16 augustus 1963, tijdens een vakantie in Duitsland, op 85-jarige leeftijd overleden.

Nog een paar persoonlijke herinneringen. Wie zou ooit gedacht hebben dat ik zoveel jaren later bij deze vroegere dorpsgenoot in Doetinchem uitgenodigd zou worden op de koffie? Zelf was ik, met mijn vrouw, in afwachting om naar Afrika te gaan als leraar aan een school van de zending en in de wachttijd aan een conferentiecentrum in Hummelo verbonden. We hadden net ook zelf een opleiding aan een zendingsschool in Frankrijk achter de rug en zo kwamen we als pasgetrouwd stel vlak bij Doetinchem terecht. De beste manier om met Dr. Fokkema in contact te komen was om op zondagmorgen naar de kerkdienst te gaan aan de Van Nispenstraat, waar hij zou voorgaan. Met de groeten op zak van de burgemeester van Hummelo, Jhr. Van Panhuis, slaagden we erin, om na de dienst uitgenodigd te worden voor de koffie. De laatste nieuwtjes over ons dorp en ook verhalen van vroeger, zelfs over de trekschuit van Dokkum naar Leeuwarden, als tegenstelling tot het ‘hedendaagse’ gejaagde leven,
kwamen ter sprake.

Joop Schotanus◥

Barbierspaal aan de Kalkhúswei ?

Kalkhuisbuurt – een prachtige foto uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Links, op het paard, zit Renze van Wieren. Vervolgens [van links naar rechts] Dirk van der Veen, Trijntje van Wieren, Maaike Turkstra, Minne van Wieren, Thomas Turkstra, melkboer Reinder Dijkstra, Jelle van Wieren en tenslotte Wiebe Veenstra.

Maar er valt mij nog wat op. Op de achtergrond, tussen de wagen en Wiebe Veenstra door gezien, lijkt een bijzondere paal te staan. Inschattend stond die paal tegenover bijgaande woning, waarvan wij denken dat het Kalkhúswei 32a was.

Op die plek woonde destijds koopman / skearbaes / bokkenhouder Christiaan Harmens Sandman, in de volksmond Chris Sandman [1857 – 1940]. Chris trouwde in 1882 met Geertje Dauwee of Dauwe [1857 – 1933]. In 1890 werd hun dochter Johanna Christina geboren.

Eén van zijn klanten was de Westergeastmer Dirk [of Durk] Hedman Annema [1885 – 1978]. De blauwe kiel van boer Dirk moest, na zijn wekelijkse scheerbeurt bij Chris, buiten luchten vanwege de penetrante bokkenlucht die in de kleding bleef hangen.

Dirk Annema had ook een brik. Daarmee reed hij ‘s zondags vaak de Kollumer familie Heeger [bekend van de kledingzaak] naar de Katholieke kerk in Dokkum. En passant nam hij dan zijn katholieke dorpsgenoten Chris en Geartsje Sandman ‘gratis’ mee. De Heegers konden het beter betalen dan de skearbaes van het Kalkhús, wiens woning dus naast garage Kuipers stond en in 1934 afgebroken is.

En als Chris en Geartsje op eigen gelegenheid naar de kerk moesten, dan gingen ze met de fiets. En een kar daarachter. Voor Geartsje, die zelf niet kon fietsen.

Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Kalkhúswei 32 a – Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Wietske de Boer – Wiersma dicht:

Sneintomoarns ried Crist nei tsjerke
Op hurde bânnen nei Dokkum ta
De frou der efter op in karke
Wol 160 poun, hy moast er moed foar ha

Later kwam er de familie Niewijk wonen. Op de foto, voor de woning, staan Klaaske Niewijk 1896 – 1976], haar broer Folkert Niewijk [1897 – 1967] en moeder Jitske Niewijk – Boersma [1872 – 1951] met een kalf. Jitske was in 1895 getrouwd met melkrijder Hedde Niewijk [1873 – 1935]. Het gezin was Gereformeerd, maar Klaaske ging toch naar de openbare school in Westergeest. Klaaske was kreupel en de school in Westergeest lag voor haar op betere loopafstand.

Tijdens een laatst gehouden foto-avond werd de foto ook getoond. En hoewel er meerdere mensen zijn die na onderzoek denken dat dit de in 1934 afgebroken woning is die aan de Kalkhúswei stond, zijn er anderen die wijzen op de woningen op de achtergrond.

Ik blijf toch denken dat dit de woning wel is. En dat skearbaes Chris Sandman hier ook in heeft gewoond. Tegenover de nieuwsgierig makende paal.

Is de paal misschien daarom wel een zogenoemde barbiersstok? Rond 1905 zou de barbierspaal of barbiersstok in Fryslân nauwelijks meer voorkomen, maar heeft Chris Sandman die paal daar neergezet? Aan de overkant van de weg, zichtbaarder voor voorbijvarende schippers om ook hen te wijzen op zijn ‘zaak’?

Ik zou het graag willen weten …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

Wiebe Damstra

  • Geboren op 23 november 1872 1872 te Wouterswoude
  • Overleden op 24 september 1911 te Driesum

karrijder‘ Wiebe Damstra [collectie Auke Postma].

Auke Postma [Holwerd] stuurde mij deze prachtige foto – met een diep triest verhaal.  Op de foto staat ‘karrijder‘ Wiebe Damstra met zoon Sipke.

Wiebe werd geboren in het gezin van “daglooner” Taeke Wybes Damstra en Geeske Thijmens van der Woude. Hij trouwde in 1899 met de dan 23 jarige Jitske Posthuma, geboren op 31 juli 1875 te Driesum. Samen met haar kreeg hij drie kinderen:

  1. 08-03-1900, Pietje
  2. 30-04-1902, Geeske
  3. 19-09-1907, Sipke

Het lijkt een mooi, harmonieus gezin als ik naar de foto kijk. Verscholen, achter het paard, kijkt moeder Jitske toe hoe hun zoon Sipke op de bok mag zitten. Mogelijk, zo schrijft Auke Postma, op de dag dat Sipke jarig was. Op de dag dat hij vier jaar werd.

Als dat werkelijk zo is, dan is daar bij te bedenken dat Wiebe daarom zijn zoon Sipke op de bok van de wagen meenam. Als trotse vader van zijn jongste kind. En als dat werkelijk zo is, dan wordt ik stil van de wetenschap dat vader Wiebe vijf dagen later kwam te overlijden. Slechts 38 jaar oud.

Moeder Jitske bleef op 36-jarige leeftijd achter met drie kleine kinderen, een zware taak. Zeker in die tijd. Op 07 maart 1918 hertrouwde Jitske met de 43-jarige Driesumer Evert de Vries.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

 

Wiebe Veenstra verongelukt

15 januari 1918, Nieuwsblad van Friesland [Hepkema’s courant]

Het is een kort berichtje. Geen namen in het artikel, maar het drama is er niet minder om.
In een zoektocht naar mogelijke slachtoffers kom ik uit bij de 63-jarige arbeider Wiebe Veenstra. Het lijkt er op dat hij de man is die overleed aan de gevolgen.

Wiebe [of Wybe] werd op 15 augustus 1854 te Driesum geboren. In het gezin van landbouwer Wessel Wybes Veenstra en Doetje Sytses de Boer. Hij was 22 jaar toen hij in op 17 mei 1877 het huwelijk trad met de 20-jarige Westergeastmer Janke Ritskes Kiersma. Een dochter van koopman Ritske Jans Kiersma en Grietje Jans Toekstra.

Voor zover ik kan nagaan kregen zij 10 kinderen:
1. Doetje, 20-03-1878
2. Grietje, 01-01-1880
3. Trijntje, 23-05-1882
4. Wessel, 19-01-1885, overleden op 2-jarige leeftijd op 11-01-1887
5. Wessel, 12-02-1887
6. Ritske, 19-10-1889, overleden op 26-03-1891, 17 maanden jong
7. Ritske, 15-10-1891
8. Jan, 04-01-1894
9. Aaltje, 08-07-1896
10. Jan, 24-03-1900

Wiebe overleed op 12 januari 1910. In Westergeest.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Eelke Meinertswei 16

± 1924 – in het midden Eelke Meinertswei 16 [collectie Foestrumer Archief]

Met een vraag van Froukje Agema start de zoektocht naar de geschiedenis van deze woning. Zij was eigenaar/bewoner van deze woning en is in het bezit van koopaktes. En die koopaktes zijn bij deze zoektocht van geweldige waarde.


Over de woning Eelke Meinertswei 16 schrijft drs. Karstkarel [1]De vrij donkere rode metselsteen geeft aan dat het pand van omstreeks 1870 dateert[2].

Maar de vraag is hoe juist die inschatting exact is. Er zijn mij een paar foto’s bekend van voor 1930 waarop de woning Eelke Meinertswei 16 staat afgebeeld. De oudste foto daarvan zou rond 1924 zijn gemaakt en is hierboven afgebeeld.

Bote Fokkes Eskes

1832 [HISGIS]

Op de kadasterkaarten van 1832 staat nog geen woning ingetekend op deze locatie. De eigenaar van de grond is dan Bote Fokkes Eskes [1755 – 1844]. De kadastrale aanduiding is B822. En die aanduiding is van belang om te weten – maar daarover straks meer.

Bote leefde in de tijd van de Franse overheersing. De tijd dat de burgerlijke stand werd opgezet en een familienaam formeel moest worden geregistreerd – de familie gebruikte overigens al langere tijd de familienaam Eskes. Duidelijk is ook dat vóór de formele registratie namen veel vaker dan daarna niet éénduidig werden geschreven of vermeld.  Zodoende is Bote Fokkes Eskes ook op schrift bekend als Bote Folkerts Eskes, geboren in 1775.

De onduidelijkheid over zijn juiste tweede naam ontstond al bij zijn vader: Folkert of Focke Hylkes Eskes.

Bote F. Eskes was op 21 juli 1805  in Drogeham getrouwd met Gezina Geertruida Groenman [1782 – 1859], een dochter van dominee Hendrikus Groenman, Groningen. De huwelijksplechtigheid was groots van opzet. “Zij werden door een aantal rijtuigen van Drogeham naar Kollum ingehaald, waarna er vele bruiloftsfeesten plaats hadden. Zij werden op den trouwdag door den preikant van Kollum, Ds. J. P. B. Riedel in de kerk getrouwd, terwijl zij zich nederzetteden onder een gehemelte door 4 Jonge lieden aangebracht, waarin geschenken van zilver hingen. Daarna werden zij naar hun huis geleid, waar voor de deur eene poort was aangebragt met groen en vlaggen versierd, waarin een chassignet was gehangen, voorstellende twee harten, die door koorden, vastgehouden door twee duiven, werden zaamgetrokken. Een schoon bruiloft besloot deze feesten”.

Opregte Haarlemse Courant, 21 september 1844

In 1811 was Bote één van de meest vermogende mensen in Fryslân [3].

Bote en Gezina kregen drie kinderen:

  1. Martjen Botes Eskes [1807 – 1873]
  2. Hendrikus Botes Eskes [1813 – 1894]
  3. Petronella Maria Eskes [1820 – 1885]

Bote was [ook] assessor van de grietenij Kollumerland.

Om duiding te geven aan die rol, is het goed om te weten dat een grietenij het bestuursgebied van een grietman was. Grietman betekent letterlijk “hij die daagt”, van het Oudfries ‘greta’ [dagvaarden, aanklagen]. De Grietman koos/benoemde vier assessoren, uit elk kwartier van de gemeente één. Assessoren werden ook wel ‘bysitter’ of ‘mederechter’ genoemd.

In 1851 werd de benaming ‘grietenij’ vervangen door ‘gemeente’. De ‘grietman’ werd ‘burgemeester’. En de assessor werd wethouder.

Een vermogende en vooraanstaande familie, dus. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij ook in Westergeest bekend waren O.a. vanwege het  feit dat zij de eigenaar zijn geweest van wat nu de FOKKEMA’S PLEATS is. Deze boerderij kwam volgens mij al in 1700 in de familie, toen Bote Rinses, de schoonvader van Bote F. Eskes, deze kocht.

Maar goed, terug naar wat nu Eelke Meinertswei 16 is.

Deze grond bleef in de familie tot in 1879, zo’n 35 jaar na het overlijden van Bote F. Eskes. Zijn bijna zestig jarige dochter “Vrouwe Petronella Maria Eskes echtgenoote van den Weled Heer Daniël Hermannus Andreae te Kollum” is dan “verkoopersche” van een “plek tuingrond te Westergeest, Sectie B no 822 [enz]”. Koper is Fokke Tjibbes Fokkema.

Hier zien we de kadastrale aanduiding B822 weer terugkomen – als onbebouwde grond.

Fokke Tjibbes Fokkema

Toen Fokke Tjibbes Fokkema het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1879 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

 Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891] was een leeftijdsgenoot van “Vrouwe Petronella Maria Eskes”. Hij trouwde in 1846 met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878].

Eén van zijn zusters was Baukje Tjibbes Fokkema [1825] die was getrouwd met Andries Keuning, bewoner van Cleyn Buma [Bumawei 23] en naar wie de Keuningsbrêge over de Nieuwe Zwemmer is genoemd.

Eén van de kinderen van Fokke T. Fokkema en Maaike J. Minnema was Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916]. Het lijkt er op dat deze Jan F. Fokkema in 1901 de FOKKEMA’S PLEATS kocht van Petronella Maria Eskes en Daniël Hermannus Andreae.

Op 11 september 1901 verklaarde Jan Fokkes Fokkema, landbouwer wonende te Westergeest “verkocht te hebben en te zullen leveren aan Renger Geerts van der Meulen, timmerman, wonende te Westergeest” […] “de onroerende goederen kadastraal bekend Gemeente Westergeest Sectie B nummers 1285 huis en erf […], 1286 […] en 1287 bouwland […]”.

Op het kadastrale kaartje 1887 is dit het rood omlijnde gebied.

We zien hier een hele andere kadastrale nummering opduiken en om die te kunnen duiden zoeken we recentere kadastrale kaarten op. We vinden deze nieuwe kadastrale aanduiding op een kaart uit 1887 [4].

Het blijkt, en dat is interessant, dat perceel B822 [kadastrale aanduiding in 1832] in 1887 is opgesplitst in drie kadastraal nieuwe percelen grond. In de tussenliggende jaren is de woning op B1285 [Harmen van Teijenswei 1, op het kadastrale kaartje 1887 met een blauwe pijl aangeduid] kennelijk wel gebouwd, mogelijk de reden voor de nieuwe kadastrale nummering ?

Renger Geerts van der Meulen

Toen Renger of Ringer van der Meulen het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1901 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

Renger werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra. Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske [of Sijtske] Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870.

Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf. En het lijkt er op dat Sietske handwerkonderwijzeres was aan de openbare lagere school in Westergeest.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

Sietske Dijkstra overleed op 17 oktober 1960 en had in haar testament “benoemd tot enige erfgename van haar nalatenschap de Hervormde Gemeente te Westergeest”. In het rubriekje “40 jaar geleden[5] staat dat haar eigendommen bestaan uit “woningen en landerijen”.

Rudmer Kloosterman

Toen Rudmer Kloosterman het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1961 kocht, was het bebouwd.

Op 2 februari 1961 verklaren Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kollumerland c.a. dat het “huis met hokken, bergplaats, erf en grond […] kadastraal bekend, gemeente Westergeest, Sectie B nummer 1716, groot 8.10 aren met uitzondering van ongeveer 60 centiaren, thans nummer 2028 groot 7 aren 48 centiaren geen land is in de zin van de Wet op de vervreemding landbouwgronden”.

Kennelijk was een dergelijke verklaring nodig toen de Hervormde Gemeente de woning verkocht aan koopman Rudmer Kloosterman [geboren 08-06-1898], wonende te Westergeest. In woning Eelke Meinertswei 16 – Rudmer kocht de woning waar hij al jaren in woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerkklok door de Duitse bezetter uit de kerktoren gehaald mee meegenomen. In 1949 werd een nieuwe klok geplaatst, nadat daarvoor in het dorp geld was ingezameld. De intekenlijst is bewaard gebleven en de route van de ‘collectant’ is daaruit af te leiden.

eigen foto

Het blijkt dat R. Kloosterman ook op die lijst staat vermeld. Tussen namen die toen rondom Eelke Meinertswei 16 woonden. Lieske Steenstra – van Assen, geboren in 1937 te Westergeest, weet niet anders dan dat Rudmer Kloosterman in Eelke Meinertswei woonde.

Eind 1979 verkoopt notaris Fokkema de woning Eelke Meinertswei 16 op verzoek van de familie Rudmer Kloosterman. In café de Jager, aan de overkant van de straat. Het werd omschreven als “op gunstige stand staande woonhuis met schuur, 3 houten hokken en open grond […] kadastraal bekend gemeente Westergeest, sectie B, nummer 2028, groot 7.48 are”.

tenslotte

  • De rij eigenaren is aan de hand van de aktes goed op een rij te zetten.
  • Het blijkt ook dat de woning ergens tussen 1901 en ± 1945 gebouwd zal zijn.
  • En het lijkt zeer aannemelijk dat de eigenaar van de grond, timmerman Renger of Ringer van der Meulen, de woning heeft gebouwd.
  • [Maar] Renger of Ringer van der Meulen overleed op 11 mei 1931, 70 jaar oud.
  • Op foestrumerarchief staat dat Renger en Sietske van der Meulen rond de jaren ‘20/’30 van de vorige eeuw in woning Kalkhúswei 10 woonden.
  • Volgens open bronnen [6] zou Eelke Meinertswei 16 gebouwd zijn in 1935 [maar de betrouwbaarheid van een bouwjaar uit deze enige bron trek ik nog wat in twijfel [7]].

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

  • [1] Drs. Peter Karstkarel, kunsthistoricus, gespecialiseerd in de Nederlandse bouwkunst.
  • [2] BOUWKUNST IN KOLLUMERLAND, drs. Peter Karstkarel, 1984, Stichting Oud Kollumerland.
  • [3] Genealogysk Jierboekje 1990, Reid van der Ley
  • [4] Tresoar, kaartnummer 16532a, Westergeest Sectie B4
  • [5] Kollumer Courant 20 november 2000
  • [6] http://www.planviewer.nl
  • [7] Woning Bumawei 21 zou bijvoorbeeld gebouwd zijn in 1995, maar bestaat al veel langer. Daarnaast zijn er meerdere foto’s bekend van de jaren ’20 van de vorige eeuw.

Sierk Jacobs van der Veen

Wat is bekend over Sierk Jacobs van der Veen [1787 – 1838] ?


Een korte vraag. Met een paar aanknopingspunten.

Het is op 11 mei 1787 nog vóór de officiële aanname van een familienaam rond 1811, dat in Westergeest bij Jacob Sierks en Antje Andries een zoon werd geboren: Sierk.
Nog geen familienaam dus, maar als tweede naam die van zijn vader: Sierk Jacobs.

Op 15 mei 1812 trad Sierk Jacobs op als 25-jarige in het huwelijk met de 23-jarige Trijntje Jans. Trijntje Jans in een dochter van Jan Binnes van Oudwoude. Trijntje Jans was geboren op 12 oktober 1788. In Oudwoude. Haar vader is bekend geworden vanwege het Kollumer Oproer.
Enkele maanden daarvoor hadden ze ook een familienaam gekregen. Sierk Jacobs van der Veen en Trijntje Jans Wadman.

Vader Jacob Sierks had de familienaam “van der Veen” aangenomen. Het zou zo maar zo kunnen zijn dat hij voor die naam koos omdat hij te Zwagerveen woonde. Ik kwam ergens de opmerking tegen: “wonende op het Veen te Westergeest”. Jacob Sierks stierf als weduwnaar op 04 januari 1829, in “huizinge 17”. Dit ‘huizinge-nummer’ is even goed om te onthouden!

Sierk Jacobs en Trijntje Jans kregen zes kinderen:

  • Antje, 24-02-1813
  • Jacob, 27-09-1815
  • Jan, 30-03-1818
  • Sytse, 03-02-1822
  • Jitske, 24-07-1826
  • Binne, 21-07-1830

De oudste dochter werd geboren in de toenmalige gemeente Oudwoude. Het lijkt er op dat het jonge gezin dus niet ‘onder de klokslag’ van Westergeest woonde. Uit notariële aktes blijkt dat Sierk Jacobs [en zijn gezin] in 1820 wel in Westergeest woonden. Hij koopt in de jaren daarna grasland of greidland, bouwland en woningen. Waar het gezin toen exact woonde weet ik [nog] niet.

Een gegeven is dat landbouwer Sierk Jacobs kwam te overlijden op 27 mei 1838, ’s morgens om vijf uur. Hij was toen 51 jaar. Hij stierf in “huizinge 17”.
Het lijkt er dus op dat het gezin uiteindelijk is gaan wonen in het ouderlijk huis van Sierk Jacobs te [naar mijn mening] Zwagerveen.

Zijn weduwe Trijntje Jans bleef daar wonen. Als boerin. Tot zij op 03 mei 1848 kwam te overlijden. Ook in “huizinge 17“.

mogelijke lokatie "Huizinge 17"

mogelijke lokatie “Huizinge 17”

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen: