hystoblog

Kalender

april 2018
Z M D W D V Z
« Dec    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930  
Advertenties

Het raadsel van Hansma’s huis ..

Trekwei 2

Trekwei 2. De afgebeelde woning, waarin ook de familie Jacob Hansma heeft gewoond, staat er niet meer. Het heeft plaats gemaakt voor een mooie nieuwe woning. Wat nog aan de oude woning herinnert is deze foto. Een mooie, duidelijke foto. En toch was deze woning even onderwerp van een onderzoekje.
Dat zat zo.

Tijdens de fotoavond van maart 2018 in De Tredder, werd bijgaande foto 1 getoond van dorpsgenoten in een bootje. In de Trekvaart. En lange tijd werd gedacht dat de woning op de achtergrond de woning was van Pomstra, destijds [garage] Tjibbe Kuipers. Vlak tegen de Kalkhúsbrêge aan. Tot er tijdens de fotoavond werd opgemerkt dat het de woning van de familie Jacob Hansma moet zijn geweest.

Als we foto 2 van de woning van Tjibbe Kuipers er bij pakken, zijn er duidelijk verschillen te zien. De woning van Kuipers is een totaal andere bouw dan die van Hansma. In die zin lijkt de opmerking terecht.
Maar als beide foto’s [waar de woning van Hansma op staat] naast elkaar worden gezet [foto 3], vallen er toch wel wat verschillen op: wel of geen dakgoot boven de ramen langs. Ramen die verschillend zijn. Was de opmerking tijdens de fotoavond wel terecht? Is hier wel sprake van dezelfde woning?

april 1960 [collectie Foestrumer Archief]

Jantsje Wiersma schreef mij in maart 2018: “Minsken bliuwe mei fotos kommen”. Zo kregen we ook ook een foto uit het album van de muzikale familie Sijbren en Aaltje Slagter – Hansma. Aaltje was een dochter van de al eerder genoemde Jacob en Janke Hansma. Een feestelijke foto uit april 1960, op de trouwdag van Jabik en Janke Hansma aan de Trekweg naast Tjibbe Kuipers.
Zodoende zijn er drie foto’s van de woning van Hansma om met elkaar te vergelijken.
En met deze foto blijkt dat de woning van Hansma kennelijk verbouwd is geweest. Details naast elkaar gezet op foto 4 vertonen duidelijke gelijkenis: de raampjes hebben roeden en de dakgoot maakt aan de rechterkant een ‘knik’ naar beneden. Het lijkt duidelijk: de opmerking tijdens de fotoavond was terecht.

Maar dan toch nog even terug naar de eerste foto. De foto van de woning zónder dakgoot. Waarvan wordt gezegd dat ook dat de woning van Hansma was. Hoe zit dat dan?

Gelukkig zijn het  duidelijke foto’s op Foestrumer Archief om te vergelijken. De laatste samenvoeging van foto’s in foto 5 tonen enkele bijzondere details. Ook al zijn er afwijkingen, deze bijzondere details verraden dat het dezelfde woning moet zijn: het gelijke metselwerk tot op de steen hetzelfde, de afwijkende muurhoogtes links en rechts en de [herstelde] mestelwerkzaamheden aan de voorkant.

Het raadsel is opgelost en de opmerkzame bezoeker van de fotoavond in maart 2018 had gelijk.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

Advertenties

peilpunten Normaal Amsterdams Peil [NAP]

Een detail van de hoogtekaart Nederland. Van de omgeving van ons dorp, dat op een verhoging ligt, net boven het midden van deze afbeelding te zien. Een ‘diluviale zandkop’, zoals dat officieel wordt genoemd. Vlak boven deze ‘diluviale zandkop’ is de Nieuwe Zwemmer te zien als een streep die naar de rechterbovenkant van de afbeelding loopt.

De ‘hoogte’ van ons land is voor Nederlanders altijd van belang geweest. Al in 1683 werd het destijds bestaande stadspeil van Amsterdam (AP) vastgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Ingemetselde marmeren stenen gaven met een groef een hoogte aan. Destijds de bovenzijde van de dijk.
In 1818 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat het Amsterdams Peil (AP) voortaan zou gelden als referentiehoogte voor heel Nederland. Het Normaal Amsterdams Peil [NAP] werd geboren.

Ook in Westergeest kennen we enkele peilpunten. Merktekens in een bruggenhoofd van de Keuningsbrug en in de achtermuur van ‘Cleyn Buma’, Bumawei 23.

In 1683 wordt in de proclamatieboeken een ‘Cleyn Buma’ genoemd, niet ver van de kerk af. Het was een stemdragende plaats, waaraan ook het recht van zwanejacht verbonden was. Dit laatste blijkt uit een proklamatie uit 1748: “Heine Meynderts en Boukje Doedes egtel onder Wouterswoude doen proclameren zekere zathe en landen etc. gelegen aan den dorp Westergeest, Buma State, bij Anna Claeses tegenwoordige wordende bewoont en gebruikt, groot 93 pdt, samt. O.a. gerechtigheden, so van Zwanejagt, als van oudts. Aldus bekomen van idem als boven. Possessie sal ingaan op 12 may 1748 data als boven”.

In de achtermuur van ‘Cleyn Buma’ is een bout geslagen. Het geeft het officiële Normaal Amsterdams Peil [NAP] aan. Eén van de ongeveer 35.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP. Ze zijn te vinden in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 400 ondergrondse peilmerken.

De Keuningsbrug is genoemd naar Andries Keuning [1827 – 1899] die op ‘Cleyn Buma’ heeft gewoond. De brug over de Nieuwe Zwemmer wordt daarom ook wel de Keuningsbrug genoemd.

Die Nieuwe Zwemmer nam vanaf de Trekvaart in noordoostelijke richting de route van de Âldswemmer over: 5 kilometer lang en ongeveer 40 meter breed. In het voorjaar van 1880 zetten werknemers van Andreas van der Werff de spade in de grond. Want met schep en spade, pipegaal en kruiwagens werd de Nieuwe Zwemmer gegraven. Zeer zwaar werk en het verhaal gaat dan ook dat er twee mannen voor nodig waren om de kruiwagen uit de gegraven vaart naar boven te kruien.

foto Jantsje Wiersma

De Nieuwe Zwemmer kruiste twee wegen waarvan één werd behouden door de aanleg van de Keuningsbrug. De andere weg boog vóór het nieuwe kanaal naar het oosten af en is de tegenwoordige Prellewei.
Het daarvan afgesneden gedeelte werd opnieuw bereikbaar gemaakt door direct over de Keuningsbrug rechts, langs het kanaal, een verbindingsweg aan te leggen. Tegenwoordig is dat de Brewei.

Aan beide zijden van de Nieuwe Zwemmer leunt de Keuningbrug als het ware op stevige, gemetselde bruggenhoofden. De voorlaatste brug werd aangelegd in 1939 en verving de eerste brug die in 1881 was aangelegd. Karakterestieke bouwwerken die instand zijn gehouden na de laatste vernieuwing in – volgens mij – 2006.
In het bruggenhoofd aan de kant van It Ljeppershiem zit ook een peilmerk, een zwarte knop. Ook op officiële hoogte ingeslagen.

It Ljeppershiem  – de naam heeft te maken met het fierljeppen. Al in 1969 werd een eerste wedstrijf gehouden in Westergeest. Toen nog over de Âldswemmer, bij waar nu het gemaal is. Algemeen Belang Westergeest had de wedstrijd georganiseerd.
Enkele jaren later, rond 1971, kon er gesprongen worden op het nieuwe Ljeppershiem. De bekende Gerard Vlieger sprong daar al snel een nieuw Fries record!

“boerderij bij de vaart”

eigen collage van foto’s

Nieuwsgierige foto’s van een “boerderij bij de vaart” die, als we ze goed bekijken, foto’s van Kalkhúswei 32 blijken te zijn. Op bijgaande collage heb ik verschillende overeenkomsten aangegeven.
Zou in het pand Kalkhúswei 32 een boerderij zijn geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage had?

Om die vraag te beantwoorden is het even goed opletten !

  1. Tjibbe Kuipers werd op 03 mei 1912 in het schippersgezin Jille Kuipers en Hiltje Bouma. Hiltje Bouma werd geboren in Westergeest. Ze was een dochter van Tjibbe Bouma en Jantje Zijlstra.
  2. Jille Kuipers werd in Doezum geboren in 1877. Hij kwam op 01 april 1913 te Groningen te overlijden. Zesendertig jaar oud. Mogelijk lag het gezin met hun schip in Groningen?
  3. Op 17 mei 1926 werden Tjibbe Kuipers en zijn moeder Hiltje Bouma [“wed. J. Kuipers”] bijgeschreven op de gezinskaart van Tjibbe Bouma. De vader van Hiltje. De grootvader van Tjibbe. Met z’n drieën woonden ze toen in woning A9. Want beppe Jantje Zijlstra was 15 jaar eerder al overleden. In 1917 in “huizinge wijk A, nummer 9”. In de overlijdensakte van Jantje Zijlstra staat vermeld dat ze gehuwd was met “Tjibbe Bouma, veehouder aldaar”.
  4. Nu is het lastig om “huizingenummers” één op één om te zetten naar het huidige adres. Toch heb ik een aanknopingspunt. In 1880 overleed Yke van der Schaaf “in huizinge nummer 8, wijk A” – qua nummering naast de woning van Tjibbe Bouma. In december van dat jaar verscheen een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin “eene huizinge met hok […] staande en gelegen bij het Kalkhuis onder Westergeest” te koop werd aangeboden. De woning was “bij de weduwe en erven Yke Jeens van der Schaaf in eigen gebruik”.

Al met al is het dus zeker dat er een boerenbedrijf is geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage begon.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

Kalkhúswei 12

Het karakteristieke boerderijtje werd begin jaren ’70 van de vorige eeuw afgebroken toen de Woarven werd aangelegd. De bejaardenwoningen stonden er toen al. De gemeente heeft toen het huis met land gekocht en er vrijstaande woningen op laten bouwen.
Voor zover bekend hebben de volgende families op dit adres gewoond:

  • Rond 1920 / 1930: Ringer en Sietske van der Meulen – Dijkstra.

Antje Jelkes Boonstra [collectie Foestrumer Archief]

Ringer werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra.
Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870. Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf.

Antje Jelkes Boonstra, de moeder van Ringer heeft ook in deze woning gewoond. De woning werd als winkeltje gebruikt maar ook als kroegje – Antje zou daar kastelein zijn geweest. Overigens was het aantal kroegjes groot. Op Foestrumer Archief wordt Minnema geciteeerd: “Zeer groot was het aantal kroegen of kroegjes, soms huis aan huis.”
Antje overleed op de hoge leeftijd van 94 jaar. Op 11 mei 1923.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

  • Rond 1930 – 1946: Johannes en Doutzen Adema – Meijer.

Doutzen Meijer was een Westergeastmer, geboren op 30 september 1871 in het gezin van Kornelis Libbes Meijer en Antje Roozendaal. Op 24-jarige leeftijd trouwde ze als dienstmeid met de evenoude arbeider Johannes Adema. Johannes werd geboren op 17 maart 1872. Opo de trouwakte staat vermeld dat Johannes werd geboren in Augsbuurt.
Ze kregen voor zover ik kan nagaan zeven kinderen; toen moeder Doutzen op 14 november 1930 te Westergeest overleed, was de oudste 32 jaar. De jongste was negentien.

  • Rond 1946 – 1949: fam. Popke Heidema.

meester Popke Heidema [detail uit collectiefoto Foestrumer Archief]

Meester Heidema was van 01 juli 1946 tot 31 juli 1949 onderwijzer aan de Chr. Lagere School te Triemen. Popke Heidema werd geboren op 09 november 1912 te Wanswerd en slaagde in 1931 aan de kweekschool te Dokkum.
Tot 1939 had hij meerdere tijdelijke betrekkingen in het onderwijs en maakte hij een carrier switch. Hij kreeg een vast contract als Agent van Politie te Amsterdam. Tot 1946, toen hij een vast dienstverband kreeg aan de school te Triemen. De secretaris van de schoolvereniging schreef in de notulen: ”Meester Heidema zal wel gedacht hebben: men kan nog zo waakzaam zijn dat de ene volksgenoot de andere niet verontrust, de opvoeding tot goed staatsburger begint bij het kind … “.
Popke Heidema overleed op 18 februari 1989 te Drachten.

  • Van 1949 tot 1950 hebben Ybele en Janke Steenstra – Kempenaar er gewoond.

Ybele [1909 – 1989] was op 20 mei 1933 getrouwd met Janke [1911 – 1981]. In 1950 verhuisden ze naar “Cleyn Buma”, Bumawei 23. Lees meer over pake Ybele en beppe Janke in “Verborgen romantiek van pake Ybele“.

  • 1950 – begin jaren ’70: Ate en Tetje van der Meulen – Nicolai.

Ate en Tetje van der Meulen [collectie Foestrumer Archief]

Op 09 april 1918 werd Ate Dirks van der Meulen geboren. Tetje zag op 23 maart 1915 het eerste levenslicht.
Ate en Tetje waren de laatste bewoners. Ate heeft jarenlang een rol gehad bij de Bescherming Bevolking Westergeest-Triemen.
Ate kwam als bode van de begrafenisvereniging te overlijden op 13 augustus 1985. Hij stierf tijdens zijn ronde langs de dragers om deze te vragen of zij dienst konden doen tijdens de begrafenis van Martje Bosgraaf – de Jong [geboren in 1930]. Martje was getrouwd met Durk Bosgraaf [1917 – 1999] en was een dag eerder, op 12 augustus, overleden.
Tetje overleed op 16 april 2004 in Dronten.

U kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over Kalkhúswei 12 of over de bewoners? Hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’.

Bronnen:

De mysterieuze melkbus

collectie Foestrumer Archief, met eigen accent.

Eelke Meinertswei 19 – Een foto. Getoond tijdens een fotoavond in De Tredder. Het onderwerp was ‘de boeren in Westergeest’. Deze avond de veehouders aan o.a. de Eelke Meinertswei. En toen viel het op. Die ene melkbus. Aan de kant van de weg. Ergens rond 1905 / 1907. Want toen is deze foto gemaakt. Langs de Eelke Meinertswei. Op een plek waar toch geen boerderij stond!? Wel een wagenmakerij – de Âlde Weinmakkerij.

Het is een uitdaging om dit mysterie te ontrafelen. Van wie was deze melkbus. Wie was daar boer? Of ….

bron HisGIS met eigen accent: de pijl wijst richting de Âlde Weinmakkerij.

De eerste stap is een zoektocht op HisGIS. Op de kaarten die daarin staan, wordt de bebouwing in Westergeest weergegeven. Bijgaande foto is een mix. Een mix van een kadastrale kaart uit 1832 plus een topografische kaart uit de jaren 1870-1935. Maar daarop geen bebouwing áchter de Âlde Weinmakkerij.
De zoektocht op HisGIS levert dus niets op.

Volgens Foestrumer Archief zou er mogelijk een Zwaagstra hebben gewoond? Mogelijk geeft dat meer duidelijkheid?

Op het kerkhof van Westergeest kan ik één Zwaagstra vinden. Boukje Zwaagstra [26 december 1875 – 20 mei 1959]. Zij trouwde op 28 mei 1904 met arbeider Klaas Zijlstra [05 maart 1869 – 30 juli 1952]. Haar ouders Durk Zwaagstra en Willemke Postma woonden op Kollumerzwaag, waardoor dit spoor naar de Zwaagstra’s in Westergeest spaak loopt.

1929, Kertiersreed – Het echtpaar links zijn Klaas en Baaije Zijlstra waren 25 jaar getrouwd. De man met sigaar is Klaas Kooistra, gehuwd met Willemke Zijlstra, die zoontje “Lytse Wierd”op schoot heeft. De overigen zijn van links naar rechts:Jitske, Ytsje en Ynskje Zijlstra. De oude baas rechts op de foto is Durk (vader van Baaije, dus de pake van de dames en de oerpake van lytse Wierd). De foto is genomen voor de woning van de familie Zijlstra. Zoon Dirk van Klaas en Baaije [Boukje] wilde niet op de foto [collectie Foestrumer Archief].

Haar man Klaas Zijlstra was een Westergeastmer. Hij werd geboren in het gezin van Dirk Bouwes Zijlstra en Ytje Marks Noordman. Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra blijven ook in Westergeest wonen. Van hen is bekend dat ze wat vee hadden aan de Kertiersreed 5 [later woonden dochter Willemke en haar man Klaas Kooistra daar].
Het was bovendien niet ongebruikelijk dat melkbussen, na het melken, niet mee werden genomen naar huis. Maar dicht bij het vee aan de kant van de weg werd gezet. De melkrijder pikte de melkbus daar op en bracht die vervolgens naar de melkfabriek. In dit geval mogelijk Huisternoord te Oudwoude. Daar werd sinds 1899 melk verwerkt.

Zou het mogelijk zijn dat de mysterieuze melkbus van Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra is geweest? Dat Klaas achter de Âlde Weinmakkerij vee had lopen? En daar had gemolken waarna de melkbus daar klaar werd gezet om opgehaald te worden?

Het is slechts gissen. Het mysterie van de melkbus is nog niet écht opgelost.

Maar u kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over een familie Zwaagstra in Westergeest te vertellen of hebt u foto’s? Weet u meer over een boerenbedrijf achter de Âlde Weinmakkerij? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

Kastelein Sjoerd van den Berg

Wie weet hier meer van ?
Op de plaats waar nu café Foestrum, Eelke Meinertswei 15 ( vroeger B22?), staat, heeft vroeger waarschijnlijk ook al een café gestaan. De kastelein daarvan was een zekere Sjoerd van den Berg.


Het is een vraag die gesteld wordt in bericht 1660 op Foestrumer Archief. Een vraag om uit te zoeken. Omdat de huisnummering B volgens mij niet binnen de bebouwde kom van Westergeest te vinden is. Ik ga aan de slag met de gegevens uit bericht 1660.

Sjoerd van den Berg werd op 14 oktober 1865 geboren in het gezin van Sytze Wytzes van den Berg en Anskje Sjoerds van der Wal. Het gezin woonde in Veenwouden.

Op 30 april 1888 trad de toen 22 jarige Sjoerd in het huwelijk met de één jaar oudere Jelske Gerbens van der Veen [1864 – 1957] geboren te Bergum. Samen kregen ze drie kinderen:

  • 19-06-1889, Anskje te Hardegarijp
  • 07-09-1893, Antje te Hardegarijp
  • 12-03-1896, Sytze te Bergum.

In de geboorteaktes van de drie kinderen staat vermeld dat vader Sjoerd van den Berg “tolgaarder” was. Maar hij was ook koopman. Tenminste, dat lees ik in een redactioneel artikel van de Leeuwarder Courant d.d. 09 september 1891. Sjoerd van den Berg staat dan voor de rechter vanwege meineed.

Het gezin van Sjoerd van den Berg heeft gewoond op B 22 en was kastelein in de periode 1896 tot 24 mei 1897. Ze zijn toen verhuisd naar Gerkesklooster, Verlaatsterweg 32. Het huis in Gerkesklooster is afgebroken in 1965”. Als ik naar de huisnummering kijk kom ik uit op Zwagerveen. En een aantal advertenties in de Leeuwarder Courant ondersteunen die gedachte.

Uit die advertenties blijkt dat “kastelein” Sjoerd van den Berg een “herberg” te Zwagerveen had.

Zwagerveen behoorde tot 1941 tot het grondgebied van Westergeest, net zoals de Triemen, Zandbulten, Hanenburg, het westelijk gedeelte van Veenklooster, Keatlingwier, Westerburen en Weerdeburen.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Sjoerd van den Berg te vertellen of hebt u foto’s? En over zijn ‘herberg’? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

 

noodlottig ongeval

1934-07-19, Leeuwarder Nieuwsblad

Op 18 juli 1934 schrijft de Leeuwarder Courant over een “doodelijk verkeersongeval” bij de Kalkhúsbrêge. Het artikel zet ons wat op een verkeerd been als er geschreven wordt over een “zesjarig zoontje”. Want uiteindelijk blijkt het om een vijfjarig dochtertje te gaan. Die bevestiging kreeg ik van mijn moeder, Lieske Steenstra – van Assen.

Trekwei 2 [collectie Foestrumer Archief]

Op deze bewuste dag reed Jacob Hansma [1897 – 1980] met paard en wagen bij de Kalkhúsbrêge. Zijn vijf jaar oude dochter Reina zat naast hem op de bok. Het paard schrok van “een hondenwagentje uit Kollum” en sloeg op hol. Reina werd van de bok geslingerd en kwam voor de wielen van de wagen terecht. Ze werd overreden en overleed aan de gevolgen daarvan.

Jacob Hansma werd op 18 november 1897 te Driesum geboren en trouwde op 06 mei 1922 met de 18-jarige Janke Dijkstra. Janke werd op 20 mei 1903 te Westergeest geboren in het gezin van Reinder Dijkstra en Getje Blom. Zij woonden aan de Trekweg 2 waar tot voor kort Aldert en Nynke de Vries woonden.
De woning was destijds [ook] te bereiken was via een klein paadje langs de Trekvaart, voor de “boerderij bij de vaart” langs.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Jacob Hansma te vertellen of hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

‘karriders’

Noem Wietske de Boer – Wiersma en menig Westergeastmer weet dan dat het over een vrouw gaat die, veelal in dichtvorm, een schat aan verhalen en anecdotes over hun dorp heeft achtergelaten.

Wietske werd op 19 januari 1894 geboren in het gezin Jabik Wierds Wiersma [1851 – 1936] en Antsje Wibbes Hoekstra [1855 – 1943]. Haar vader was van 1894 tot 1917 de laatste kastelein van ´De Trije Romers´.

Libbe Meijer [collectie Foestrumer Archief]

Wietske stond in haar anecdotes zo nu en dan ook heel kort even stil bij ‘karriders’. Veelal mannen die er op uit waren met de hondenkar. En die bij haar ouders in de herberg langskwamen. Op bijgaande foto Libbe Meijer met zijn hondenkar [de hond liep ónder de kar]. Libbe werd in Westergeest geboren op 01 juli 1864. Hij overleed op 11 december 1944 te Oudwoude.

Veehandelaren zoals David Kloosterman en ‘greate’ Gerke Kamminga kwamen ’s ochtend rond elf uur in ‘De Trije Romers’ voor een “lyts slokje”. Zo’n “lyts slokje” kostte destijds één stuiver.
In het voorjaar kwamen daar de handelaren in kalveren uit Driesum bij. Zij gingen met de hondenkar langs de boeren. Wietske noemt “Germ Uilkes [Dijkstra] soannen, Hedzer en Hindrik Raap”. Ze kwamen even bij elkaar in ‘De Trije Romers’ om vervolgens naar Dokkum te gaan om de gekochte kalveren te verkopen.
Of Pieter Ruwersma en Westra. Zij “sutelen mei in hûnekarre boadskippen út”.

Het was in die tijd heel gewoon dat er handelaren langs de deuren gingen. Niet alleen weduwen en mannen die om de één of andere “krupsje” niet konde werken. Ook Westereenders. Die hadden koopmansbloed! Zo herinnert Wietske zich een jongen met een touw vol knijpers over zijn schouder. Een kind nog. Wietskes’ moeder Antsje vroeg de knaap of er met zijn handel nog wat werd verdiend. Zijn antwoord was klip en klaar: “Jo moatte sa mar tinke, frou; in lytse handel is altyd better dan in grutte lep!”.

Moeder Antsje Wiersma had een groot meelevend vermogen en heeft menig bezoeker aangehoord. En terechtgewezen.
Een Westergeastmer die vanaf de Buitenposter markt nog even ‘De Trije Romers’ binnenkwam vóór hij naar huis liep, werd door haar aangesproken. “Better dronken dan gek, Antsje” was zijn antwoord. Maar moeder Antsje Wiersma liet het daar niet bij en nodigde hem uit aan “de greate tafel” en gaf hem koffie en broodjes. “Ziezo, nu merken ze er daar in Westergeest niets meer van”.

Wietske verwoorde het voorval in één van haar gedichten:

En kaem dr ris in persoan
Dy djip yn it gleske sjoen hie
Krige wl kofje en in flaubyt
Ta hy wer by syn sûp en stút wie

Mar woe er net nei har hearre
Dan wie har koart beskie
– Fan my gjin sterke drank
‘k soe my skamje dat ik ’t die

Heeft u ook ‘karriders’ met een hondenkar gekend? Weet u verhalen of anekdotes over ‘karriders’? Ik hoor het graag voor mijn onderzoek naar ‘karriders’ in noordoost Fryslân.

Meer over de ‘karriders’ op mijn blog over deze “swalkers“.

‘Case’ Zuidema

‘Case’ [Kees] Zuidema [collectie Foestrumer Archief]

De start van dit stukje begint op Facebook. Er staat op de facebookpagina van Oud Kollumerzwaag en Veenklooster een oproepje. Van Annie Meijer – Zuidema. Zij was op haart beurt door Savannah Zuidema vanuit Amerika gevraagd of zij misschien familie was van Kornelis Zuidema. Savannah wil graag wat meer over haar grootouders weten.
Het blijkt te gaan om Kees Zuidema uit De Dôle, zoon van Cornelis Zuidema en Hiltje Kempenaar. Broer van de “eeuwige vrijgezellen” Willem en Gerrit [“Gjet”] Zuidema.
Vader Kornelis Zuidema was schipper en op geboren 10 december 1874 te Eestrum. Hij was getrouwd met Hiltje Kempenaar, geboren 5 januari 1892 te Westergeest.

Samen kregen ze negen kinderen:

  • Ibeltje geboren 16 februari 1912 te Westergeest
  • Willem geboren 24 september 1913 te Westergeest
  • Jantje geboren 22 december 1914 te Westergeest
  • Wietske geboren 25 Januari 1917 te Westergeest
  • Heine geboren 12 maart 1918 te Westergeest
  • Hendrikje geboren 29 februari 1920 te Westergeest
  • Gerrit geboren 7mei 1923 te Westergeest
  • Martje geboren 19 mei 1926 te Westergeest
  • Kornelis [Kees] geboren 21 november 1933 te Kollumerzwaag

De familie heeft gewoond aan de Sweagerfeart in De Dôle. Broer Gerrit Zuidema was een bekende man in ons dorp. Zijn rustige manier van praten staat mij nog in het geheugen gegrift. Hij had land in Westergeest en kwam zodoende vaak door Westergeest fietsen. Broer Willem Zuidema was aardappelboer.
En Cornelis [Kees] Zuidema haalde tot 1957 de melkbussen op. Twee maal per dag, zeven dagen per week werden die van en naar Huisternoord gebracht. Tot Titus van Wieren de rit in 1957 overnam. Cornelis [Kees] Zuidema emigreerde toen naar Amerika en werd ‘Case’ Zuidema. Zijn trekker liet hij achter. Die nam Titus over, waardoor Titus één van de eersten in Westergeest werd met een trekker.

In Amerika ging hij op boerderijen werken en verhuisde uiteindelijk in 1973 naar Tillamook. Daar kwam zijn droom uit en werd hij zelf boer. Mogelijk is hij de Sweagerfeart nooit vergeten want zijn passie voor het vissen werd speciaal genoemd na zijn overlijden op 31 maart 2017.
Case Zuidema was een familieman. En Nederlander in een ver land. Op de bumper van zijn auto had hij een stikker geplakt: “You can tell a Dutchman, but you can’t tell him much.”

Door zijn overlijden werd bij zijn kleindochter de nieuwsgierigheid gewekt. En startte haar zoektocht naar familie in Fryslân.

Weet u meer te vertellen over ‘Case’ Zuidema? Of foto’s die bij deze ‘post’ geplaatst kunnen worden? Help dan mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken en reageer.

bronnen:

“.. ik scil dy smoare …”

Leeuwarder Courant, 26 april 1917

Het zijn woorden die honderd jaar geleden werden uitgesproken. Tijdens een heftige ruzie. Op 19 februari 1917. Het Nieuwsblad van Friesland geeft een inkijkje in de gebeurtenis: “’t Kwam door de woning. Die was den 32-jarigen Thijmen de V. door zijn huisbaas, Hendrik Leistra, opgezegd. Woede bij Thijmen, […]”.

Hendrik Leistra was veehouder en woonde op de Wâlddyk onder Westergeest. Hij werd in Niawier geboren op 12 juli 1885 en zal met zijn ouders Klaas Douwes Leistra en Rinske Spar van der Hoek meeverhuist zijn naar de Wâlddyk.
Daar trof het noodlot toen “tijdens een kort, maar hevig onweder” de boerderij in april 1910 door de bliksem werd getroffen. En totaal afbrandde. “Door den fellen wind kon zoo goed als niets gered worden en kwamen o.m. negen koeien in de vlammen om”. Enkele weken later kwam vader Klaas Douwes Leistra te overlijden. Op 4 juli 1910 in “huizinge A86”. Uit de rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant blijkt dat zijn oudere broer en zus dan al het huis uit zijn. Hendrik bleef alleen achter bij zijn moeder Rinske Spar van der Hoek.

Tot Hendrik in november 1911 trouwde met de 26-jarige Janke Hulshoff [1885 – 1961] uit Surhuisterveen. En het ziet er naar uit dat zij zich ook vestigden aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Hendrik lijkt een bemiddeld man te zijn geweest. In 1915 was hij mede koper van een stuk bouwland te Niawier, zijn geboortedorp. Daarnaast lijkt hij in Westergeest een woning te hebben gehad. Die hij verhuurde. Ik weet [nog] niet welke woning dat is geweest. Duidelijk is wel dat hij als huisbaas genoemd werd toen hij in februari 1917 polshoogte kwam nemen bij het snoeien van de bomen. Bij dit huis.
De Leeuwarder Courant schreef op 26 april 1917 dat “hij zijn orders uitdeelde aan één der bewoners”. Toen verscheen Thijmen de V. “eensklaps voor hem en mishandelde hem zoo pijnlijk, dat Leistra het niet gemakkelijk vergeten zal”.
Mogelijk woonde Thijmen toen nog in de woning, want het Nieuwsblad van Friesland schrijft: “Leistra beschouwde het werk van ’n snoeier bij de woning van beklaagde Thijmen, toen deze plots op Leistra aankwam”.

De paar gegevens die in de krant werden geschreven duiden op Thijmen de Vries. Thijmen die Vries werd geboren op 29 januari 1884 te Driesum in het gezin van Jarig Klazes de Vries en Jeltje Everts van der Wiel.

Vier jaar voor de mishandeling was hij getrouwd met de 27-jarige Korneliske van der Meer [1887 – 1975].
Samen kregen zij volgens mij vier kinderen:
 01-01-1914, Jarig
 20-04-1916, Ybele
 13-10-1917, Klaas
 12-12-1918, Grietje

Uit deze jaartallen blijkt dat zijn vrouw Korneliske ten tijde van de ruzie zwanger was. En ze hadden twee kleine kinderen.
Streed Thijmen voor zijn gezinnetje?

Hoe dan ook, er ontstond een woordenwisseling, die 19de februari 1917. Tussen boer Leistra en arbeider de Vries. Een woordenwisseling om 30 gulden. Een heftige woordenwisseling die uitliep op geweld – “Thijmen moet Leistra hebben aangegrepen. Met alle kracht. Later zaten de afdrukken van Thijmens nagels in Leistra’s vleesch. Om van blauwe plekken maar te zwijgen. Leistra kreeg ook nog een slag tegen z’n kinnebak”.

“… Ik lit dy net los … ik scil dy smoare … Ik kin dy wol yn’e kop bite … as ik dy by dei ef by nacht tsjin kom … oeral is wetter … !”.

Het zijn deze en dergelijke “verschrikkelijkheden” die Thijmen deels ontkende. Bovendien zou Leistra ook niet “werkeloos” zijn gebleven. De hele ruzie komt voor de rechter. En Thijmen krijgt straf.

  • Thijmen de Vries overleed op 22 mei 1965. Hij en zijn vrouw liggen te Kollum begraven.
  • Henrik Leistra overleed op 10 mei 1961. Drie maanden later stierf ook zijn vrouw Janke, op 23 augustus 1961.

Weet u meer te vertellen over deze gebeurtenissen of heeft u foto’s van de familie Leistra of de Vries? Ik hoor het graag en plaats een reactie onder deze ‘post’

bronnen: