hystoblog

Kalender

december 2020
Z M D W D V Z
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Water bij de melk

De Telegraaf, 07 oktober 1897

De Telegraaf, 07 oktober 1897

Het was landelijk nieuws. Een Westergeastmer had aangelengde melk geleverd aan de zuivelfabriek te Ee. Het blijkt dat de schuldige Adriaantje Kuipers was, getrouwd met Pieter Delfstra.

Adriaantje werd geboren in Buitenpost. Op 27 februari 1843, in het gezin van Kristiaan Lammers en Saakje Romkes Kuipers – Doedema. Zij was 25 jaar toen ze op 14 mei 1868 in het huwelijk trad met de even oude Pieter Delfstra. Een arbeider van Driesum.

Pieter Delfstra was een zoon van Egbert Wiegers en Antje Jans Delfstra – Triemstra. Hij werd geboren op 19 maart 1843.

Het gezin bleef kinderloos.

1977-Eelke Meinertswei 1 [eigen foto]

In 1885 kochten ze de kleine gardenierswoning aan de oever van de net gegraven Nieuwe Zwemmer◥, vlak bij de Keuningsbrug. Ze betaalden verkoper Polle Jacobs de Haan daar f 497,- voor. Pieter en Adriaantje bleven er wonen tot de dood van Pieter op 21 mei 1904. Afmelders◥ van zijn overlijden waren de arbeiders Abraham de Vries [53 jaren] en Sipke Bouma [44 jaren]. Adriaantje verkocht de woning een jaar later aan Tjalling Durks Bosgraaf◥ en zijzelf vertrok naar Kollum. Daar kwam zij op 02 augustus 1911 te overlijden.

Uit de stukken van het bevolkingsregister én uit de overlijdensakte van Pieter Delfstra blijkt dat deze woning destijds “huizinge A61” was. Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥ en werd het uiteindelijk Eelke Meinertswei 1.

Het was in de tijd dat Pieter en Adriaantje hier woonden, dat ze een contract afsloten met de zuivelfabriek van Ee. Tenminste dat zei directeur J v/d Burg in 1897. Een contract dat Pieter melk zou gaan leveren “zooals die van de koe kwam”. Maar in de loop van 1897 werd met behulp van een zogeheten lactometer vastgesteld dat de melk was aangelengd met 30 – 40% water. Een “aanzienlijke vervalsching” die volgens melkrijder E. v/d Wiel niet gedurende het vervoer heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek ging niet over één nacht ijs. Op 05 augustus had brigadier-marechaussee A. van Geel te Dokkum vier flesjes monster getrokken uit de vier melkbussen die aan de weg waren gezet. Deze flesjes werden verzegeld naar de kazerne gebracht. Marechaussee P. Farla had de flesjes meegebracht naar de rechtzitting. De Rechter Commissaris had de vier flesjes ter handgestald aan apotheker H. W. Sonnega en arts W. F. J. Uffelie die vervolgens de melk deskundig hebben onderzocht.

Beklaagde bekende de feiten, zij deed wat spoelwater in de bussen, haar man is onschuldig, zij heeft het gedaan”. De reden was dat de fabriek nooit betaalde wat ze toekwamen. Maar de gevangenisstraf én bekendmaking in de Leeuwarder Courant vond ze “toch wat veel”.

Bronnen:

 

Binne (Benny) van der Meer naar Amerika

Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891

Op 6 december 1859 kwam in Oudwoude aan boord van het schip, Binne van der Meer ter wereld. Zoon van Pieter Jans van der Meer, schipper van beroep en van Bregtje Binnes van der Meer.  Binne was het eerste kind binnen het gezin. Uiteindelijk zou het gezin bestaan uit 7 kinderen.

Vader was schipper van beroep en met zijn schip “de Vrouw Brechina” voer hij langs vele steden. De kinderen aan boord hielpen op het schip of in het huishouden. Zo ook Binne en stond daarom ook ingeschreven bij de bevolkingsregister als schippersknecht. Dat hij uiteindelijk zelf schipper werd is dan ook niet zo raar.

In maart van 1879 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en werd goedgekeurd. Waarna hij op 12 mei 1879 bij de Zee militie ging. Na 4 jaar bij de militie te hebben gezeten werd hij op 12 mei 1883 eervol ontslagen.

Er moest natuurlijk ook getrouwd worden. Dus trouwde hij op 6 juni 1885 met Sijbrigje Meijer in de gemeente Kollumerland. Als je hun trouwakte bekijkt dan zie je dat er gesproken wordt over hele andere personen. Pas op blad 2, zijn de “verkeerde” namen doorgestreept en die van hun toegevoegd. Maar de verdere informatie in de akte slaat dus niet op het getrouwde stel. Gemakshalve ga ik ervan uit dat de bruidegom tijdens het aangaan van het huwelijk schippersknecht of schipper was. Tijdens dit huwelijk werden 5 kinderen◥ geboren.

Wellicht dat het huwelijk niet lekker liep. Of dat na het overlijden van zijn vader in 1891 dat hij bewust werd van het zware harde leven wat zijn vader heeft gehad. Dat hij dit niet wilde en opzoek was naar het nieuwe geluk. Misschien dat tijdens kerkdiensten werd gesproken over het beloofde land Amerika en de mogelijkheden die daar waren. Wellicht dat emigratie naar Amerika veel besproken is met zijn vrouw Sijbrigje. Maar die zag waarschijnlijk de overzeese verhuizing misschien niet zitten. Die wilde wellicht blijven in het Heitelân. Dat hij er toch voor koos om nog tijdens de zwangerschap van Liebe van der Meer te vertrekken naar de Verenigde Staten geeft aan dat zijn bestaande huwelijk wellicht geen toekomst meer had. Of dat hij koste wat kost naar het beloofde land wilde gaan. En maakte vervolgens dan toch de overstap naar het beloofde land, Amerika! Opmerkelijk, niet alleen, maar in gezelschap van een andere dame.

In de gezinsakte is terug te vinden dat hij in Mei van 1892 naar de Verenigde Staten is vertrokken. Zijn huwelijk met Sijbrigje is via de rechtbank van Leeuwarden op 1 november 1900 ontbonden.

Dat Binne niet alleen is vertrokken naar Amerika blijkt wel uit een krantenartikel welke was gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden. Daarin staat beschreven dat ‘onze’ van Kollumerzwaag afkomstige beurtschipper met een andere gehuwde vrouw was vertrokken naar Amerika. Na wat speurwerk blijkt het hier te gaan om Sijtske Stienstra van Birdaard. Zij was getrouwd met Fokke den Breeden. Wat haar bewoog om haar twee kinderen achter te laten blijft gissen. Blijkbaar was de drang naar Amerika zo groot. Dat beiden hun leven en gezin achter lieten en opnieuw begonnen in Amerika.

In Amerika werd Binne Benny en werd Sijtske Susan. Het paar trouwde in Amerika en kregen daar nog één dochter. Het paar woonde in Edgerton Minnesota daar overleed in 1944 Binne. Sijtske overleed in 1955 in Pipestone.

Deze ‘post’ is geschreven door Renze Petersohn. Renze schrijft en publiceert [ook] op zijn website www.familiestamboom.eu◥.

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

Cornelis [Cees] van der Meer

  • Geboren op 12 februari 1921 in Westergeest
  • Overleden op 29 december 2006 in De Westereen

Cornelis van der Meer [collectie Wilma Helsper]

“Plaatselijk Belang Westergeest” verwees Wilma Helsper naar mij door met de vraag of ik meer zou kunnen achterhalen over Cornelis van der Meer [geboren op 12-2-1921 te Westergeest] en zijn familie. Zijn ouders zouden een kruidenierswinkel gehad hebben in Friesland. Mogelijk dus ook in Westergeest.


Zo begon mijn zoektocht naar informatie waarbij Wilma Helsper zelf en Geert Hoekstra uit Westergeest uiteindelijk ook een behoorlijke duit in de zak deden.

Cornelis werd geboren in het gezin van Libbe en Aaltje van der Meer – Meijer. Hij was hun derde zoon in de rij die uiteindelijk acht kinderen zou gaan tellen:

  1.  Dirk, 31 mei 1918
  2.  Berend, 09 november 1919
  3.  Cornelis, 12 februari 1921
  4.  Pieter, 13 mei 1923
  5.  Hille, 11 september 1925
  6.  Siebe Jan, 08 januari 1928
  7.  Hiltje, 13 augustus 1931
  8.  Siebriggje, 03 maart 1934

Zijn vader Libbe [of ook wel Liebe en Ljibbe] van der Meer werd geboren 17 juni 1892 te Twijzel. Hij was arbeider en veehouder. Libbe van der Meer overleed op 20 juni 1979. Zijn moeder Aaltje Meijer werd geboren te Westergeest op 15 juni 1896, zij stierf op 21 februari 1982.

In het bevolkingsregister Kollumerland [1910 – 1920] staat het gezin [dan nog met drie zonen] ingeschreven als woonachtig in huizinge B78. Het gezin staat als Nederlands Hervormd te boek en vader Libbe is arbeider.

Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥.

Om te onderzoeken waar huizinge B78 stond, is het van belang om te weten dat Westergeest destijds veel meer was dan het huidige, gelijknamige dorp. De woningen die werden aangeduid met de letter B waren te vinden in het zuidelijke deel van kadastraal Westergeest – het huidige oosten van Kollumerzwaag.

Per 11 juni 1917 was vader Libbe vanuit Twijzel daar komen wonen.

Dat was dus vlak na hun huwelijk dat plaats vond op 05 mei 1917.

Libbe was toen arbeider, 24 jaar oud en woonachtig te Twijzel. Waarschijnlijk bij zijn moeder Siebrigje Meijer – van zijn vader Binne van der Meer wordt in de huwelijksakte geschreven dat diens “beroep en woonplaats onbekend is en alzoo  in de onmoogelijkheid verkeert om zijn wil te verklaren”.

Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891

Binne van der Meer en Siebrigje Meijer◥, de grootouders van Cornelis van der Meer, waren in 1900 gescheiden. Uit een krantenartikel uit 1891 blijkt dat hij mogelijk naar Amerika was vertrokken met een andere vrouw.

Toen Libbe van der Meer trouwde met de toen 23-jarige Westergeastmer bruid Aaltje Meijer, had zij geen werk. Zij was een minderjarige dochter van Durk Meijer [1862 – 1946] en Hiltje van der Meer [1865 – 1941], “echtelieden, arbeiders, wonende te Westergeest”.

Slaan wij in het bevolkingsregister Kollumerland c.a. de Gezinskaarten over de periode 1920-1937 open, dan komen we het volgende te weten. Alle kinderen staan op de gezinskaart bijgeschreven en zijn geboren in Westergeest. Vader Libbe was in die jaren nog steeds arbeider. De adressering was ondertussen gewijzigd – Huizinge B78 is doorgehaald en is Zwagerveen 109 geworden.

Dat wil niet zeggen dat het gezin binnen Kollumerland ook feitelijk verhuisde: mogelijk is toen alleen de adressering verandert en is het gezin verhuist zonder te verhuizen◥.

Op deze gezinskaart staat verder vermeld  dat het hele Nederlands Hervormde gezin uit de gemeente is vertrokken. Op 19 april 1934 zijn ze vanuit Zwagerveen verhuist naar Huizum, Kerkstraat 20 [gemeente Leeuwarderadeel].

In de gemeente Leeuwarderadeel werd het hele gezin weer ingeschreven. Op de gezinskaart staan ze allemaal vermeld – als Vrij Evangelisch, die wijziging valt wel op. De aantekening NH [Nederlands Hervormd] is doorgehaald.

Vader Libbe was toen koopman, zoon Dirk staat vermeld als fabrieksarbeider en Cornelis was boerenknecht.

Een jaar later, 13 mei 1935 werd het hele gezin weer uitgeschreven. En vertrokken ze naar de gemeente Leeuwarden – of toch niet ! Op het laatste moment, met dezelfde pen en in hetzelfde handschrift werd er achter de naam van Cornelis aangetekend dat hij op 21 mei 1935 vertrok naar Tietjerk.

En dan lijkt het wat mij betreft wat onduidelijk te worden. Cornelis verhuist meerdere malen in of rondom Leeuwarden.

Uiteindelijk vertrok Cornelis naar buiten Fryslân. Hij werd een Fries-om-útens en veel van zijn handel en wandel gaat vooralsnog verloren in de nevelen van het verleden.

Bekend is dat hij in 1940 vanwege de Arbeidseinzatz werd ingezet in Duitsland. Daar heeft hij de Poolse Renna ontmoet met wie hij later in het huwelijk trad. Van Renna heb ik nog geen achternaam.

Na de oorlog vertrokken ze naar Nijmegen. Daar heeft Cornelis tussen 1946 en 1971 bij Honig gewerkt. De foto boven deze post is van zijn personeelskaart uit die tijd.

Uiteindelijk keerde Cornelis terug naar zijn geboorteprovincie. Alleen. Zijn [veronderstelde] huwelijk met de Poolse Renna was op een scheiding uitgelopen. Cornelis vestigde zich in Zwaagwesteinde, het latere De Westereen. Daar trok hij in 1976 bij Nienke [Trijntje] van der Meer-Zuidema [1922 – 2006] die op de Bjirken woonde. Via de facebookpagina De Westereen Toen kwam een reactie: “Ik heb nog wel bij hun gewerkt –  schatten van mensen“.

Zelf overleed Cornelis in De Westereen. Op 29 december 2006, vijf maanden na het overlijden van zijn huisgenote.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • allefriezen.nl
  • graftombe.nl
  • Wilma Helsper
  • Geert Hoekstra, Westergeest
  • Renze Petersohn
  • Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891
  • Grietje Veenstra de Vries
  • Gerda Bosch Vanger

De ondertrouwkaart [1]

[eigen collectie, fotoarchief 207-1]

Een ondertrouwkaart van Bouke B. Bijma en Minke R. Nicolai. Het riep bij mij de vraag op wie dit waren. En daarom plaatste ik de kaart op Facebook. Gevolgd door een aantal prachtige reacties én foto’s.

Zo lijkt het er op dat er zelfs een foto van het jonge koppel is, gedateerd op 2 december 1921. Onduidelijk of hier sprake is van een schrijffout, maar het zou gaan om de verlovingsfoto.

Minke was baakster. Van haar is bekend dat ze nooit een jas droeg. In weer en wind fietste ze met ontblote armen.

brand Voorpad [collectie Joke Mulder – Bijma]

Ze hebben gewoond aan het Voorpad in Veenwouden. In 1972 is hun woning door brand verwoest. Waarschijnlijk door kortsluiting. Minke heeft geprobeerd om inboedel te redden, maar liep daarbij ernstige brandwonden op. Daarvoor heeft ze wekenlang in het ziekenhuis moeten liggen. Het dorp heeft hen geholpen met meubels en kleding.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen:

  • reacties op Facebook

“smeerlap, deugniet”

Leeuwarder Courant, 28 mei 1900

Bijvangst. Want ik kwam dit artikel bij toeval tegen. Maar veel te interessant om verloren te laten gaan. Wie waren deze Harm Visser en Jantje Z.?

Jantje Z.

Jantje Z. lijkt Jantje Jozefs Zwarts te zijn, geboren op 23 oktober 1849 te Driesum en daar ook overleden op 07 februari 1927.

Jantje werd geboren in het gezin van Jozeph Franzes Zwarts en Grietje Pieters van Zuilen. Ze was 26 jaar toen ze op 04 maart 1875 in het huwelijk trad met de 22-jarige “daglooner” Klaas Folkerts Delfstra [1852 – 1929]. Klaas was een zoon van Folkert Klazes Delfstra en Hinke Willems Postma.

Op 13 maart 1883 komt moeder Grietje Pieters van Zuilen op 67-jarige leeftijd te overlijden. In “huizinge nummer één Wijk A” te Westergeest. In de akte staat dat zij gehuwd was “met Jozef Zwart, van beroep vischer”. Een koopakte d.d. 20 juni 1883 lijkt er op te duiden dat vader Jozeph Franzes Zwarts zijn woning toen ook heeft verkocht. Want hij trad op als verkoper van “een huis met erf, gelegen aan de Nieuwe Zwemmer”. Medeverkoper is dan o.a. Klaas Folkerts Delfstra te Driesum. Koper van deze woning is Anne Baukes Visser te Heeg.

Harm Visser

Harm Visser blijkt Harmen Tjallings Visser te zijn, geboren op 10 juli 1819 te Wartena en overleden te Leeuwarden op 06 februari 1915. Harm Visser was ook visser en gehuwd met Reintje Brugts Jellema [1829 – 1916].

Het Bevolkingsregister van Kollumerland [1880 – 1900] geeft uitsluitsel, maar roept ook vragen op. Want in dat register staan ze sinds 6 juli 1883 ingeschreven als woonachtig in Westergeest, Huizing ‘A no 1” – dat lijkt dezelfde woning te zijn als waarin Grietje Pieters van Zuilen stierf.

Harmen Tjallings Visser werd geboren in het gezin van Tjalling Boukes en Grietje Theunis. Was Anne Baukes Visser misschien familie van Harmen en heeft hij de woning in 1883 gekocht voor Harmen Tjallings Visser?


Leeuwarder Courant, 23 juni 1881

Een artikel in de Leeuwarder Courant van 23 juni 1881 roept hele andere vragen op. Want twee jaar voor de verkoop in 1883 brandde de woning van “den ouden vischerman Jozef Zwarts, aan de Langebrug” onder Westergeest af. Met moeite konden “de beide oudjes en hunne dochter” hun leven redden. Wat overbleef van de inboedel was slechts de klok.

Jozef Zwarts was verzekerd – werd zijn woning herbouwd? En werd deze woning twee jaar later verkocht? Was dit “huizinge A 1


Het lijkt er in ieder geval op dat Jantje Zwarts en Harm Visser met elkaar te linken zijn via de woning waar Jantje haar moeder overleed. En die misschien niet door maar voor Harm Visser werd gekocht. Zat daarom de emotie hoog bij Jantje Zwart ?

Het is gissen en zal nooit meer te achterhalen zijn …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

veldwachter Roorda zeer zwaar gewond

± 1923 – café / smederij Alzerda. Op de voorgrond o.a. v.l.n.r. Wiebe Alzerda, Doris Pilat, Klaas Sikkens, Ype Visser, Trien Alzerda en twee van hun kinderen Griet en Eb.

Het was 7 januari. De eerste woensdag van 1920 in het café van Alzerda te Zwagerveen. Het is onduidelijk wat er die avond al was gebeurd.

Feit is wel dat rijksveldwachter Roorda van Kollumerland aanwezig was. Was de sfeer al verhit?

Feit is ook dat Roorda de 27-jarige Auke Smid, die even naar buiten was gegaan, bij de deur tegenhield. Smid mocht niet meer naar binnen. “Er ontstond eene formeele vechtpartij” en Auke trok zijn mes. De spanning liep op.

Toen Auke Smid uiteindelijk voor de rechter verscheen werden verschillende en erg uiteenlopende verklaringen gegeven over wat er was gebeurd. Zo zou de rijksveldwachter zijn begonnen – er zou [aldus de verdediging] eigenlijk geeist moeten worden “dat veldw. Roorda werd vervolgd wegens mishandeling van Auke”. Maar de Officier van Justitie heeft een hele andere kijk op de gebeurtenissen en acht het optreden van de veldwachter “alleszins verklaarbaar”.

De veldwachter gebruikte zijn sabel. En Auke zijn mes. Het mes trof de Rijksveldwachter “zoo in den buik, dat de ingewanden tevoorschijn kwamen”. Roorda gebruikte zijn sabel en deelde enkele “gevoelige slagen” uit, maar hij moest zich vanwege zijn verwonding terugtrekken.

Het Vaderland – staat en letterkundig nieuwsblad, 09 januari 1920

Roorda kon de woning van T. J. Beerda bereiken. Daar zakte hij in elkaar. Daar werd hij door dokter Tilma van Kollum “in bedenkelijke toestand” doorgestuurd naar Leeuwarden. Omdat zijn darmen op enkele plaatsen doorgesneden waren, moest een gedeelte worden weggenomen. Die operatie slaagde goed, maar het levensgevaar was de week daarna nog niet geweken. Pas op 24 januari kon Roorda het ziekenhuis verlaten.

Smid was in de consternatie gevlucht en daardoor formeel voortvluchting. Hij werd in Duitsland gearresteerd.

Toch kon hij zijn straf niet ontlopen. In september 1920 verschijnt de dan gedetineerde Auke voor de rechter voor “mishandeling van een ambtenaar, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende”. En wordt er recht gesproken:

Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • De Tribune, 10  januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 09 januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 21 september 1920
  • Rolboeken arr. Rechtbanken Leeuwarden, 02 oktober 1920
  • Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920
  • Het Vaderland: staat- en letterkundig Nieuwsblad, 09 januari 1920

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Pieter Loonstra

  • geboren op 02 februari 1912 te Westergeest
  • overleden op 05 mei 1944 te Saigon

Pieter werd geboren in het gezin van arbeider Sipke Wybes Loonstra [1874 – 1942] en Trijntje Bosgraaf [1880 – 1976]. Hij was de zesde in een rij  van twaalf kinderen.

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger [KNIL] “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar [ongehuwd]” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt. En uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange spoorlijn door Thailand en Birma. Onder zeer zware omstandigheden. Vele jonge mannen stierven.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal. In Saigon. Daar kwam hij te overlijden en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân brak een onzekere tijd aan. Want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene genoemd in meerdere dagbladen. Daarin publiceerde het Nederlandse Rode Kruis toen een lange lijst namen:

diverse kranten, januari 1944

Pas in 1946 kregen zij bericht van overlijden van hun zoon!

bronnen:

“Godskes, de hûnekarre”.

Voorbije situaties en omstandigheden “út ús ferline”. Nog te zien op foto’s. Foto’s van karriders, bijvoorbeeld. Ze zijn eigenlijk heel bijzonder. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was het maken van foto’s een dure bezigheid. Voor veel mensen was het poseren in een straatbeeld de enige mogelijkheid om op de foto te komen. Daarom staan er op oude straatfoto’s zo vaak veel mensen op een rijtje afgebeeld. Want alledaagse dingen werden niet vaak op de foto gezet. Alledaagse dingen – zoals de karriders met hun kar en hond.

Libbe Meijer◥, bijvoorbeeld. Van hem een wazige afbeelding. Van de man met een glimmende pet op zijn hoofd. De mouwen van zijn jasje lijken nét iets te kort. Zijn knoestig ogende hand rusten op een hondenkar vol petroleum. Onder de kar is de hond te zien. Zij ‘sútelden’ voor De Automaat.

Libbe werd in 1864 te Westergeest geboren. In 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen, geboren in 1870. Samen kregen ze acht kinderen, waarvan enkele op erg jonge leeftijd al overleden. En ze maakten in hun huis vol tieners ruimte voor twee pleegkinderen.

Op 11 december 1944 overleed Libbe te Oudwoude.

Sikke Fokkes de Haan◥, ook een karrider. Bloeddoorlopen, tranende ogen kenmerkten de man die ook met de hondenkar petroleum verkocht.  Met voor de kar een “gemuilkorfde krachtpatser”. Sikke was ook in dienst van de petroleummaatschappij De Automaat.

Sikke kwam uit Surhuizum. Daar was hij in 1872 geboren. Zijn band met Westergeest loopt via Zandbulten, waar hij in 1950 overleed. Antje Veenstra, de vrouw met wie hij in 1897 trouwde, kwam van Drogeham. Met haar kreeg hij negen kinderen van wie de laatste twee volgens de geboorteakte in Westergeest zijn geboren.

Als Sikke in 1934 zijn 25-jarig jubileum viert als venter bij De Automaat, komen velen hem en zijn vrouw gelukwensen. “De man was nooit wegens ziekte verhinderd geweest z’n taak te verrichten” schreef de redacteur destijds in de krant.

Pietje Klimstra◥ [1881 – 1985] reed als vrouw ook met de hondenkar. Haar band met ons dorp loopt via haar man. De Westergeastmer Douwe Zijlstra, met wie zij in 1905 trouwde. Twee kinderen werden hen gegeven, tot Douwe al in 1913 overleed.

Pietje hertrouwde. Met de 19 jaar oudere Sikke Dijkstra. En met hem kreeg zij nog twee kinderen. Sikke was precies in zijn doen en laten, Pietje was ‘fleurich en de rûge kant it neist”. Het lijkt een bijzonder huwelijk te zijn geweest waarbij Pietje vaak van huis was en bakkerswaren uitventte.

Op haar grafsteen staat geschreven “Haar leven was dienen”.

Geert Postma◥. In de wijde omgeving bekend als “Geart hûnekarre”. Of “Geart Hûntsje”. Of “Geart Woartel”. Of als “Geart Baaske”. Hij werd op 26 juli 1880 geboren in het gezin van Wiebe Postma en Tjitske Postma. In Westergeest. Zijn datum van overlijden heb ik nog niet kunnen achterhalen. Op 29 mei 1915 trouwde de 35-jarige Geert Postma met de 42-jarige Antje Bosgraaf [1873 – 1962].

Geert Postma kwam iedere zomer met zijn hondenkar langs de deuren. In de omliggende dorpen, want ook in Buitenpost kende men hem. Hij ventte groenten, waaronder ook rabarber uit eigen tuin. En als de hond niet gehoorzaamde. En niet deed wat Geert wilde, dan beet Geert de hond in het oor. “Heel Zandbulten kon dan de hond horen”.

Als hem werd gevraagd of hij kinderen had, antwoordde hij: “Nee vrouw, jo moatte sa mar rekkenje, Doe ‘k noch bakke koe hie’k gjin oven en doe’k in oven hie koe ik net meer bakke”. Maar die opmerking werd misschien wel gebruikt om zijn verdriet te verbergen. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen; hun enige kind werd op 22 maart 1916 levenloos geboren.

Douwe Posthuma◥, de karrider uit Wouterswoude. Zijn moeder, Sepkje Posthuma, was ongehuwd waardoor hij de achternaam van zijn moeder kreeg. In 1917, toen hij 24 jaar was trouwde hij met de twee jaar jongere Durkje of Dirkje van der Meulen. Een meisje uit Westergeest, geboren op 23 november 1895.

Douwe Posthuma was een vrij algemene naam in de omgeving en het was daarom niet ongebruikelijk dat Douwe een bijnaam had. Douwe ‘mûs’. Een bijnaam, geen scheldnaam!

Een bijnaam om mensen met dezelfde namen uit elkaar te kunnen houden. En wat Douwe betreft altijd met prikkelende humor. Als hij Teake ‘jut’ Raap zag werken op de ‘bouwikkers’ riep hij Teake toe: “Juttet it nog wat, Teake?”, waarop Teake reageerde: “It giet wol aardig Douwe – ik mûsje mar wat troch!”. Of zijn ontmoeting met Piet ‘verver’ Smits: “Wol it wat wetterlakje, Piet?”. Ook Piet reageerde met een kwinkslag: “Tink d’r mar om dat dyn sturt net tusken de speaken fan it tsjel komt!”.

Deze laatste anekdote stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Douwe ventte met zijn fiets. Daarvoor reed hij met een hondenkar. Met een grote zwarte hond ervoor. Een gevaarlijk dier “en omtrint like sterk as in kedde”.

Oebele Vries reageerde: Piet Smits fan Driezum, mei as bynamme; Pietje waterlak. Dan litte dy wurden “Wol it wat wetterlakje, Piet?” neat mear te rieden oer! In hiel bysûnder man, dy’t ik aardich goed kend ha.

Jarig Klazes Vries◥ werd geboren in Westergeest. In 1846. Toen de arbeider Jarig Klazes de Vries 25 jaar was, trouwde hij op 11 mei 1871 met de 25-jarige Jeltje Everts de Vries [geboren op 04 maart 1848]. Wat ik tot nu toe heb gevonden is dat ze samen vijf kinderen kregen. En een foto waarbij Jarig met zijn hondenkar staat afgebeeld.

Simon de Vries◥ [1882 – 1952] spande zijn hond áchter de wagen. Hij had een garage in Buitenpost en getrouwd was in 1906 met Feikje Harders. In 1907 zou hij in Westergeest wonen.

Ze krijgen volgens mij vijf kinderen. Dat blijkt uit de rouwadvertentie die het gezin op 21 september 1943 plaatste in de Friesche Courant omdat hun zoon Sytze op jonge leeftijd kwam te overlijden – nota bene op zijn eigen verjaardag en kennelijk na een zwaar ziekbed. Zoon Sytze was monteur.

 

Het zijn een aantal karriders die op de één of andere manier een band met ons dorp hebben.

Ik ben op zoek naar veel meer namen, anekdotes, herinneringen en verhalen van karriders, ‘strúnend’ door de noordoosthoek van Fryslân. Om vast te leggen. Als een eerbetoon, een ode aan de ‘strúnders’ en ‘swalkers’ uit dit deel van onze provincie.

Kent u nog karriders of verhalen? Hebt u misschien nog foto’s van karriders? Ik wil daar graag meer over horen.

bron: eigen blog Hondenkarren◥