hystoblog

Home » Westergeest » ‘poppestien’ aan de Kalkhúswei

‘poppestien’ aan de Kalkhúswei

Diep verscholen in de handgeschreven bestuurs-notulen van de Christelijke schoolvereniging staat een heel nieuwsgierig stukje over een poppestien in Westergeest:

“We hebben eenige tijd geleden op onze ouderavond niet zozeer onze schooljeugd in beeld gezien doch in werkelijkheid aanschouwd en vernomen dat ze de tijd van onze jeugd ook in ’t openbaar verre vooruitstreven. Dat aan het een en ander ook schaduwzijden zijn verbonden, hebben we ervaren in de dagen van blijde verwachting door ons Prinselijk paar, toen ook de schooljeugd door de Pers vrij goed met de geheimenissen op de hoogte zijn gebleven. Ook hierin is de jeugd van heden onze jeugd al ver vooruit. We meenden toen we naar school gingen, dat de lietze bèn bie Abram en Djoeke onder de grutte stien wei kammen, en hebben meer dan eens geluisterd of we ook het piepen hiervan vernamen ….” [*].

Abram en Djoeke de Vries woonden op de boerderij Kalhúswei 8 [1e foto linksonder]. Tussen deze boerderij en de [al afgebroken] woning van Ate en Tet van der Meulen [2e foto linksoner], ging een voetgangerspad naar het oude postkantoor [3e en 4e foto linksonder].

En tussen dit voetgangerspad en de oprit naar de boerderij Kalkhúswei 8, lag volgens Joop Schotanus [1932 – 2011] de bewuste poppestien.

Toen Joop een kleine jongen was heeft hijzelf ook wel eens bij de steen staan luisteren naar de nog ongeboren baby’s. De ovale steen zou een halve meter in doorsnee zijn geweest en lag nét niet onder het maaiveld. Het werd deels gebruikt als verharding van de Kalkhúswei.

Later kwam Sape de Vries [Sape ‘hoanne‘] met zijn vrouw Aafke op de boerderij wonen. Sape was een zoon van Abram en Djoeke. Sape had grint op de oprit liggen en de kinderen gebruikten in die tijd het grint om te kijken wie een steentje door de galmgaten van de kerktoren kon gooien. Sape werd daar erg kwaad om. Weer later kwam Abram de Vries [1915 – 1987] hier wonen met zijn vrouw Boukje. De boerderij was dus jaren in handen van de familie de Vries.

Wietse van Assen [1934 – 1911] weet zich een blauwe steen ook nog te herinneren. Zijn moeder, Grietje van Assen – de Jong [1902 – 1995], zei altijd dat een baby onder de blauwe steen vandaan kwam.  Hij denkt dat de steen daar lag om de heg te beschermen tegen de komende en gaande paard en wagens.

Sommige families willen van geen poppestien weten: het zijn, zoals een oud-inwoner van Westergeest schreef: “… fabels van de oude mensen van vroeger“. “Daar was geen steen; er is in Westergeest geen Poppestien geweest!“.

In andere families had de poppestien wel degelijk een plekje in de verhalen en werd verteld dat de kleine kinderen er onder vandaan kwamen; de steen heeft zelfs een plekje gevonden in de notulen van de schoolvereniging.

Waar de steen feitelijk een plekje heeft gekregen is onbekend, mogelijk ligt deze bij de Kienstobbe aan de Eelke Meinertswei.

Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

 


[*] – jaarverslag 1937 van de ‘Vereeniging tot stichting en instandhouding van Scholen met den Bijbel


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: