hystoblog

Home » 2014 » december (Pagina 2)

Maandelijks archief: december 2014

Advertenties

2 schoolmeesters

Eelke Meinerts [*1732 – 1810]

Eelke Meinerts werd op 11 december 1732 geboren in de Dôlle, te Westergeest. Hij was een zoon van de vermogende boer, dorpsrechter en ontvanger Meinert Jelles [* 1692 – † 1747] en diens tweede vrouw Japke Eelkes [* 1708 – † 1768].

Eelke Meinerts vestigde zich enkele jaren na zijn huwelijk in 1752 met Lijsbet Martens [* 1738] in Westergeest. Hij was enkele jaren onderwijzer aan de winterschool aan het Tsjerkepaad. Bovendien huurde hij hier ook een boerderij en was hij keuterboer.

Rond 1761 verliet hij Westergeest en vertrok hij naar Lutjewoude. Enkele jaren later was hij boer op Aylva-zathe bij Kollum, waar hij bij een open graf van vier van zijn kinderen moest staan. In die periode was kindersterfte “een plaag erger dan de pest, pokkenepidemieën en andere plagen in Nederland in de 18e en 19e eeuw“.

Tien jaar nadat hij naar de Voorstraat in Kollum verhuisde en kon rentenieren, kwam hij te overlijden op 25 oktober 1810.

Vanwege zijn kennis over en van het oud-Fries stond hij in hoog aanzien bij Willem van Haren en diens echtgenote Cecilia Johanna van Heemstra. Hij kwam veel bij deze mensen over de vloer, op “de Vogelenzang” te Veenklooster.

Eelke Meinerts was niet een groot schrijver. Hij schreef bij gelegenheid veelal Hollandstalige stukken, vaak felicitaties. Zijn grootste werk was een tweedelig bijbels epos “De vernederde en verhoogde Josef” [1778-79].

Wat hem wel bijzonder maakt is dat hij deels ook Friestalig schreef, wat in zijn tijd bijzonder was. Niet voor niets werd er in 1954 een straat naar hem genoemd.

 

Harmen van Teijens [* 1777 – † 1872]

Tije Durks en Sjeuke Abels op De Triemen kregen op 8 april 1777 een zoon die zij Harmen noemden – Harmen Teijes. Toen Harmen Teijes 19 jaar was volgde hij zijn broer op als onderwijzer aan de winterschool te Westergeest [Tsjerkepaad].

Op 26 november 1797 trouwde Harmen te Westergeest met Tijttje Jeens [of Jans] [*1768]. Samen kregen zij 7 kinderen. In 1811 namen zijn broer, zus en hij zelf met gezin de familienaam Van Teijens aan.

Om rond te kunnen komen nam hij ook andere werkzaamheden op zich, zoals ontvanger van diverse belastingen in Westergeest en dorpsrechter. In 1810 vervielen dit soort bijbaantjes door de Franse overheersing.

Gelukkig kreeg hij van de nieuw benoemde Maire Willem Hendrik van Heemstra de nieuwe rol als veldwachter [dorpwachter] te Westergeest, Oudwoude en Kollumerzwaag aangeboden, náást zijn functie als onderwijzer dat hij zeker tot zijn 75e jaar uitoefende!

Op 2 juli 1846 stierf zijn vrouw na een huwelijk van bijna 49 jaar. Zes jaar later ontving hij de zilveren medaille van de Maatschappij tot ‘t nut van het Algemeen voor zijn langdurige en trouwe werk als onderwijzer.

Hij kreeg per 1 januari 1859 eervol ontslag met ƒ 194 pensioen na een dienstverband van ruim 62 jaar. Hij leeft daarna nog ettelijke jaren in Westergeest, waar hij komt te overlijden op 8 november 1872, 95 jaar oud.

In 1954 kreeg de huidige Harmen van Teijenswei zijn naam – klik voor meer over Harmen van Teijens


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

Advertenties

De Nieuwe Zwemmer

Op 26 november 1879 namen de Friese Staten het besluit om een nieuw kanaal te graven: de Nieuwe  Zwemmer. Vanaf de Trekvaart neemt dit kanaal in noordoostelijke richting de route van de Âldswemmer over: 5 kilometer lang en ongeveer 40 meter breed.

De overzichtsfoto vanuit de lucht onderaan deze post geeft een krachtig beeld en is beschikbaar gesteld door  http://hansknijff-fotografie.nl [Dokkum].

De route loopt over land dat nog onteigend moest worden. Hoewel dat niet veel problemen opleverde heeft de provincie toch de gang vaar de rechter moeten maken. Boer Fokke Tjibbes Fokkema kwam terug op zijn ‘minnelijke schikking’ om afstand te doen van 3 ha., waardoor de provincie de rechter moest inschakelen.

Het waren overigens niet alleen lokale boeren van wie de grond werd onteigend. We komen de namen tegen van Louis Gaspard Adrien graaf van Limburg Stirum [Arnhem], Constantia Catharina Wilhelmina van Scheltinga [Neerijnen], Wilhelmina van Heemstra [Giekerk] en Hector Livius van Heemstra [Pieterburen].

Het graven van de Nieuwe Zwemmer was begroot op ƒ 397.725,00, een groot bedrag voor die tijd. Bij de aanbesteding op 4 mei 1880 meldden zich vier aannemers:

  • – Karel van Tongeren [Heerenveen] voor ƒ 248.000,00
  • – Cornelis de Jong [Hardinxveld] voor ƒ 228.500,00
  • – Leendert Kalis Kzn. [Sliedrecht] voor ƒ 218.860,00
  • – Andreas J. van der Werff [Dokkum] voor ƒ 188.060,00

Het werk  werd gegund aan Andreas van der Werff en in het voorjaar van 1880 zetten ‘zijn’ werknemers de spade in de grond. Want met schep en spade, pipegaal en kruiwagens werd de Nieuwe Zwemmer gegraven. Zeer zwaar werk en het verhaal gaat dan ook dat er twee mannen voor nodig waren om de kruiwagen uit de gegraven vaart naar boven te kruien.

De vrijgekomen grond werd naar de omgeving van Ter Lune gebracht of ‘boven’ Oudwoude op laag liggende gronden. Deze worden nog steeds ‘De Bulten’ genoemd.

De anecdote werd geboren dat de werklieden [‘polderjongens‘] hun werk verrichtten als Chinezen en met veel drukte en bombarie in Westergeest terechtkwamen. Ze wisten ook wat feestvieren was: Westergeest zou de vrouwen hebben, Kollumerzwaag de drank. De drank werd achteraf betaald als er een nieuwe voorraad werd gehaald. Dat bracht voor de leverancier wel een risico met zich mee en om zich daarvoor in te dekken leverde hij bij de laatste zending drank geen alcohol maar water. Bang als hij was dat hij deze laatste zending niet betaald zou krijgen.
Op 5 juli 1881 kon Commissaris baron van Harinxma thoe Sloten meedelen dat het kanaal klaar was.

Gelukkig zonder veel onrust en ongelukken. De Leeuwarder Courant van 14 augustus 1880 beschrijft wel een ongeval [afbeelding] waarbij de heimachine breekt en één van de werknemers ongelukkig ten val komt.

1880 - ongeval Nieuwe Zwemmer, LC 14-08-1880

Tijdens de werkzaamheden ontfermde dominee Politiek zich over de ‘polderjongens’ die immers binnen de grenzen van de kerkelijke gemeente aan het werk waren.

Zoals al eerder aangegeven is er bij het graven veel fosielhout [zogenaamd kienhout] boven de grond gekomen – waaronder hout van ongeveer 10 meter lengte. “Het hout gaf hitte als de beste baggelaar”.

Andries Keuning [1827 – 1899, foto rechtsboven] woonde destijds op Cleyn Buma. De brug over de Nieuwe Zwemmer wordt daarom ook Keuningsbrug genoemd.

hansknijff-fotografie.nl__Portfolio_9e870137cd9cba202b1fcc8d6e3b93da_DSC_1240_gew.jpg_bbfe3ed76d7fae17a6790c0013c947e0

 

 


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

Het oude postkantoor

IMG_0004-1
Negentien jaar lang het postkantoor van Westergeest, van ongeveer 1934 tot 1953. Op de plaats waar nu de ‘bejaardenhuisjes’ aan de Woarven staan, iets achteraf, stond de woning waar Lieuwe Sjoerd Huisman [Lieuwe Post] de beheerder was.

Het rondbrengen van de post werd er bij Lieuwe [1e foto, 1930] op jonge leeftijd al ingegoten – zijn vader was ook postbezorger. Hij ging ’s morgens voor dag en dauw [rond de klok van vier uur] op weg naar Kollum om de poststukken te halen. Hij bezorgde de post dan in de omgeving van het dorp om daarna [rond vier uur ’s middags] zijn ronde in Westergeest nog te lopen.

Lieuwe mocht graag kievitseieren zoeken. Hij had wel de gewoonte om zogenaamde ‘kwaaien’ in een leeggehaald nest te leggen. Maar toen zijn ogen hem op latere leeftijd wat in de steek lieten, werd het zoeken naar eieren ook minder. De jongeren van het dorp kenden Lieuwe en wisten van zijn verminderd zicht. Zij smeerden daarom wel mest op de ‘kwaaien’ waardoor Lieuwe daar vanwege zijn slechte zicht letterlijk de handen vol mee had.

Lieuwe Sjoerd Huisman werd op 29 september 1876 in Anjum geboren. Hij overleed op 14 februari 1961 te Westergeest, na een huwelijk van 60 jaar met Martje Huisman – Merkus [1880 – 1975].

 

Anne Huisman [2e foto, 1937] werd geboren op 15 december 1903. Hij was per 1 december 1923 begonnen als hulpbesteller nadat hij horlogemaker was geweest. Elf jaar later kreeg hij zijn vaste aanstelling als postbesteller. Het vak was hem van huis-uit meegegeven: vader Lieuwe Huisman en grootvader Sjoerd Huisman waren immers ook postbezorger geweest.

De PTT-besteller moest destijds van alles en nog wat doen: “rekkentsjes, kwitânsjes, postwissels”. Anne stond om kwart voor vijf op om rond half zes bij de brievenbus te kunnen zijn. Daarna de post uit Buitenpost ophalen en rondbrengen over nog niet altijd verharde wegen. Dat leidde in de winterperiode wel eens tot veel last, zeker als de melk nog niet bij de boeren was opgehaald en de melkrijder nog geen sporen had getrokken.

Anne trouwde in 1935 met Jantje Zijlstra [2007] en voor ongeveer ƒ 2200,00 lieten zij het huis Bumawei 3 bouwen – het postkantoor verhuisde daardoor met hen mee naar de Bumawei totdat het in 1980 werd gesloten.

 

Jacob Huisman [1906 -1990] was de laatste bewoner van het “âlde postkantoar”. Naar verluid had Jacob [Jabik Búkje] tijdens zijn leven zijn eigen grafsteen al klaar liggen [3e foto].


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Fokkema’s Pleats

Fokkema's Pleats [27]Toen in de jaren voor 1974 de Fokkema’s Pleats werd gerestaureerd kon met recht als één van de oudste boerderijen uit de omgeving worden gezien. Het heeft een lange geschiedenis met een lange rij eigenaren en gebruikers.

Algemeen wordt aangenomen dat de boerderij ongeveer 1500 al bewoond was, maar de floreenkohiers uit de tijd van 1511 – 1700 zijn verloren gegaan. Dat houdt in dat we pas vanaf ongeveer 1700 de eigenaren en/of gebruikers beschreven zien staan:

1700 – De boerderij werd gekocht door Bote Rinses.

1708 – Als eigenaar staat Bote Rinses beschreven, terwijl Bote Meints en Jeen Luitjens de boerderij gebruikten.

1718 – Dezelfde eigenaar, gebruiker Popke Martens.1975 - Fokkema's Pleats

1728 – Dezelfde eigenaar, gebruiker Focke Feddes.

1738 – Eigenaar erven Bote Rinses, gebruiker Focke Feddes.

1748 – Erven Bote Rinses gebruikten zelf de boerderij.

1758 – tot 1778 als in 1748.

1788 – Eigenaar Folkert Hylkes Eskes [1705 – 1790], gebruiker Falck Jacobs, zoon van Jacob Falcks en Beitske Elzes Siccama, dochter van de Burumer dorpsrechter en ontvanger.

1798 – Eigenaar Bote Eskes, gebruiker Falck Jacobs. Bote Eskes wordt in 1816 genoemd als assessor. Daarvoor was hij Dijkgraaf. Op 21 oktober 1872 werd hij secretaris in de gemeente Kollumerland c.a. tot hij in 1897 overleed.

1818 – Eigenaar Bote Eskes, gebruiker Sieger Everts van der Wiel. Sieger Everts van der Wiel [1791 – 1851].

1846 – Eigenaar Petronella Maria Eskes, gebruiker Sieger Everts van der Wiel.

1846 – 1900 – eigenaar familie Andreae. In 1846 werd de boerderij toegewezen aan de vrouw van notaris Daniel Hermannus Andreae uit Kollum, Petronelle Maria Eskes. Zoon Arnoldus Johannes Andreae [1845 – 1899] kwam in 1881 op zijn vaders plek. Hij was historicus, na 1877 gemeenteraadslid van Kollumerland c.a. en in 1894 lid van de Provinciale Staten van Fryslân. In 1881 volgde hij zijn vader op als notaris. Hij was getrouwd met Ulrica Hermanna Huber uit Groningen. Door scheiding viel de ene helft van het bezit te Westergeest in handen van de familie Andreae en de andere helft kwam in handen van de familie Huber.

Mr. A .J. Andreae schreef o.a.:

1883 – “Kollumerland en Nieuwkruisland, geschiedkundig beschreven”;

1885/86 – “Oudheidkundige plaatsbeschrijving van de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, deel I en II”.

1860 – 1912 – gebruiker Wijbe Sijbrens de Bruin [1835 – 1912]. Uit zijn huwelijk met Teatske Klaver werd in 1861 Heine de Bruin geboren, de vader van de latere wethouder Wiebe Heines de Bruin. Een uit dit huwelijk geboren dochter, Wiepkje, trouwde met Jan Fokkes Fokkema, die in 1901 de boerderij kocht en een groot gedeelte van de boerderij vernieuwde.

bldz. 62 - Fokkema - de Bruin, Wiepkje wit1901 – Eigenaar Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916], gebruiker Wijbe Sijbrens de Bruin.

1912 – Eigenaar Wiepkje Fokkema – de Bruin [1858 – 1953, foto], gebruiker Johannes Adema [1872 – 1965]. Toen Wiepkje Fokkema – de Bruin  stierf werd haar zoon dr. Fokke Jan Fokkema [1878 – 1963] eigenaar van de boerderij.

1963 – Toen dr. Fokke Jan Fokkema overleed werd zijn dochter da. Anna Cornelia Fokkema eigenaar. Na Johannes Adema hebben Wytse Bosma [1901 – 1983] en Sikke Visser de boerderij nog gebruikt.

1966 – Sikke Visser [1924 – 1983] kocht de boerderij en gebruikte deze tot 1974.

1974 – Eigenaar “Stichting Dorpshuis en Onmoetingscentrum” te Westergeest.

1974 – 1975 – De boerderij wordt geheel gerestaureerd en krijgt de naam “De Fokkema ’s Pleats”.


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

‘De Koorn Molen’

molen ten zuiden van WestergeestOp het huidige perceel Eelke Meinertswei 29 heeft een korenmolen gestaan. Op de Schotanus kaart uit 1698 staat de molen ingetekend met de aanduiding “Koorn Molen”.

In de grietenij Kollumerland stonden rond 1700 veel korenmolens. De provincie hief belasting op het malen van koren en had voor de controle daarop voor elke molen een ambtenaar aangesteld die aanwezig moest zijn als er gemalen werd. Op 15 april 1712 bepaalde de provincie dat de niet-rendabele molens afgebroken moesten worden en inventariseerde daarvoor ook de molens in Kollumerland.

De “Koorn Molen” van Westergeest [gebouwd vóór 1664] werd eveneens betiteld als een noodlijdende molen die niet meer rendabel was. Molenaar Jacob Pieters werd daardoor werkloos – hij kon op geen enkele manier doorgaan met zijn werk omdat de Staten letterlijk de spil uit de molen liet verwijderen en deze daardoor onbruikbaar werd.

Waarschijnlijk werd de molen niet direct afgebroken maar pas in 1714. Dat ging niet zonder felle protesten. De molen werd uiteindelijk afgebroken onder militaire bescherming.

Op de kaart van Schotanus [1718] staat de molen nog ingetekend.


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

It Slotsje

IMG_0004Verscholen onder een beuk staat de markante woning die in de volksmond ook wel ‘Het Slotsje” wordt genoemd omdat het huis van de weg gescheiden is door een gracht en een theehuisje bezit [foto’s hieronder].

De woning werd in 1908 gebouwd voor Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916], boer en landheer. Hij bekleedde vele functies en was onder andere voorzitter van het Waterschap de Hammen, hoofdbestuurslid van de Christelijk-Historische Unie. In het jaar dat hij overleed trad hij af als lid van de Provinciale Staten van Friesland.

Zijn weduwe, Wiepkje Fokkema de Bruin [1858 – 1953], bleef In ‘Het Slotsje’ wonen tot haar overlijden in 1953.

Op de foto rechtsboven, achter v.l.n.r.: Maaike Vries-Fokkema, Teatske Fokkema, Fokke Fokkema. Voor: Wiepkje Fokkema.

Architect van de woning was Cornelis Herman Eldering [1854 –1932, foto hiernaast] uit Suameer. Hij was bij meer projecten in Westergeest betrokken:

Eldering, Cornelis Herman [2]1895: Afbreken van een Staatschool en bouwen van een Burgerwoning Westergeest, namens de kerkvoogden. Dit lijkt mij het oude schooltje op de hoek Tsjerkepaed / Kalkhúswei.

1905: Afbreken en bouwen van een Stelpbehuizing te Westergeest namens ds. W. Stoel bewoond door H. de Bruin te Westergeest.

Van zijn vader Hermanus Eldering weten wij dat hij in 1885 bestek inleverde voor de bouw van de nieuwe Christelijke school Triemen / Westergeest. Hij stond op 9 juli van dat jaar met het verenigingsbestuur op het aangekochte terrein op de Triemen en kreeg opdracht om bestek en tekening te maken, m.u.v. de schoolbanken.

 


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

 

familie gevonden

argentini_vlagEen soort gold-rush, goudkoorts. Een overweldigend gevoel dat mij bekroop toen een Argentijnse jongen de Facebook-community FOESTRUM had ‘geliked’. Wat direct opviel was zijn naam: Woudwyk Sergio. De naam Woudwijk viel mij op omdat ik al eerder een artikeltje had gepost over Dirkje Woudwijk.

Met name deze achternaam maakte het zo nieuwsgierig en ik besloot om zijn Facebook-pagina aandachtig te bekijken. Want wat maakte het dat deze voor mij totaal onbekende man interesse had in Fryslân en bewust FOESTRUM had ‘geliked’?Boorsma, Barbera [1]

Wat de ‘goudkoorts’ volledig aanwakkerde was een kinderfoto van mijn schoonmoeder Barbera Boorsma op zijn Facebook-pagina! Haar foto met naam en toenaam tussen de foto’s van deze onbekende man, 11.697 kilometer van elkaar verwijderd.

Wat blijkt.

Sergio Woudwyk werd geboren op 28 november 1969 en kreeg in 2003 de Bijbel van zijn in 1965 overleden grootvader Antonio Woudwyk in handen. In die Bijbel zat de hiernaast afgebeelde foto van Barbera Boorsma en meteen was Sergio vastbesloten om te achterhalen wie deze Barbera Boorsma precies was en hoe het met haar was vergaan. Want hij was er van overtuigd dat het familie van hem was.

Voor een reconstructie begin ik bij Pieter Woudwijk [1846] en Berber Visser [1851 – > 1889]. Deze twee mensen trouwden op 15 mei 1875. Samen kregen ze in Nederland 9 kinderen:

  • 11|11|1878, Johannes [zeer jong overleden]
  • 20|01|1881, Eelkje [overleden op 14|06|1947 te Junín, Argentinië]
  • 16|03|1882, Johanna
  • 05|05|1883, Wytze
  • 29|03|1885, Johannes [zeer jong overleden]
  • 17|08|1886, Johannes [zeer jong overleden]
  • 17|08|1886, Durk [zeer jong overleden]
  • 19|02|1888, Johannes [overleden aan boord op 23|05|1889]
  • 23|03|1889, Durkje [overleden aan boord op 25|05|1889]

De overlijdensdata van veel van deze kinderen is mij niet bekend, maar ik denk dat vier van deze kinderen op zeer jonge leeftijd zijn overleden. Ik leidt dat af uit het feit dat de ouders tot vier keer toe gekozen hebben voor de naam Johannes én uit het feit dat zij in 1889 met vijf kinderen zijn geëmigreerd naar Argentinië. Maar, zoals al in de eerdere post geschreven, overleden Johannes en Durkje aan boord en kwam het gezin met slechts drie kinderen aan in Argentinië: Eelkje, Johanna en Wytze.

Drie jaar later werd, in Argentinië, hun tiende kind geboren:

  •  29|12|1892, Dirkje [overleden op 17|03|1947]

 

In november 1889 vertrok familie van dit gezin ook naar Argentinië: Theunis Johannes Wouwijk [1847] en Grietje Kornelis van der Ploeg [1843]. Dit paar was getrouwd op 13 juli 1876 en vertrekt met twee gezamenlijke kinderen:

  • 14|01|1877, Kornelis Teunis [overleden op 18 september 1939, Junín]
  • 23|04|1882, Sytske [Sytske haar tweeling broer of –zus overleed werd levenloos geboren]
  • 18|04|1884, Engbert [mogelijk zeer jong overleden, want hij staat niet op het overzicht van emigranten naar Argentinië ? ]

Daarnaast gaan er met dit gezin nog een aantal mensen mee:

  • Trijntje Dijker [1873] een kind uit het eerste huwelijk van Grietje.
  • Douwe [1879], een kind dat ik nog niet kan plaatsen
  • Leentje, de zus van Theunis. Na het overlijden van haar man komt zij terug naar Nederland, gaat in Westergeest wonen en hertrouwt zij in 1899 met Hart Hoekstra [zie posteen paradijs dat niet bestond“]

 

Eenmaal in Argentinië aangekomen zoeken de gezinnen elkaar op en trouwen Kornelis Teunis Woudwijk [1877] en Eelkje Pieters Woudwijk [1881] uiteindelijk met elkaar. Kornelis verdient de kost als boer en monteur van landbouwmachines. Hij was geen ongeletterde man en sprak 7 talen: Fries, Nederlands, Duits, Frans, Esperanto, Spaans-castillaans en Deens. Hij vergat nooit zijn vaderland en zong regelmatig Friese liederen. Eelkje Pieters Woudwijk werd overigens Nicacia Pedra Woudwyk genoemd in Argentinië.

Samen bouwen Kornelis en Eelkje/Nicacia een bestaan op in Argentinië en krijgen daar kinderen. Twee van die kinderen zijn Antonio Woudwyk [1903 – 1965] en Margarita Woudwyk, “brigadiera” bij het Leger des Heils.woudwijk, Eelkje Pieters

Wat ik tot nu toe van Antonio weet is dat hij o.a. een dochter [Hilda] en een zoon [Ruben Osvaldo] kreeg. Deze zoon Ruben Osvaldo is de vader van Sergio die nog weinig Woudwyk-familie heeft omdat die allemaal jong zijn gestorven.

Dirkje Woudwijk blijkt dus de jongste zus te zijn van over-grootmoeder Eelkje/Nicacia Woudwyk [foto hiernaast] van deze onbekende Sergio Woudwyk ! De foto van Barbera Boorsma zat meer dan 50 jaar in de Bijbel van haar volle neef Antonio Woudwyk – 11.697 kilometer van elkaar verwijderd.

Nadat ‘aunt Hilda’ in 2003 was overleden vond Sergio de foto van Barbera Boorsma in de oude bijbel van grootvader Antonio. Zij zijn neef en nicht van elkaar. De foto werd, zo vertelde Sergo, in 1944 naar Argentinië gezonden tezamen met een uitnodiging om naar een doopfeest in Fryslân te komen. Sergio vermoedt dat de uitnodiging was verzonden door Dirkje Woudwijk aan diens zuster en zoon Eelkje/Nicacia Woudwyk en Antonio Woudwyk. Barbera Boorsma is immers de dochter van Dirkje.

Met het vinden van de foto begon Sergio zijn zoektocht naar deze Barbera. Een zoektocht die eindigde door de Facebook-community FOESTRUM.

 

 

Honderden eigen rechters

Het liep totaal uit de hand toen in 1915 de bevolking van Westergeest het recht in eigen hand nam. Dit [voor zover ik weet] laatste volksgerecht plaats vond plaats bij de woning Eelke Meindertswei 1.

Op zaterdag 16 oktober 1915 had burgemeester J. J. Woldringh van Kollumerland c.a. “den Gemeente-veldwachter Bos te Veenklooster en den politiedienaar Kloosterman te Zwagerveen opgedragen om op 16 en 17 October des avonds in het bijzonder te surveilleeren in de omgeving te Kollumerzwaag, naar aanleiding van mij gedane klachten omtrent aldaar gepleegde straatschenderijen, zoodat in den avond van 16 October 1915 te Westergeest geen Politie aanwezig was”­­.Bosgraaf, Tjalling

En juist op deze avond leken alle inwoners van Westergeest het gemunt te hebben op Tsjalling Bosgraaf [zie foto – op latere leeftijd], de op 14 augustus 1877 geboren zoon van Durk en Aukje Bosgraaf. Het verhaal gaat dat Tsjalling op een boerenwagen uit Veenklooster is weggehaald. Hij zou daar verkering hebben met Aukje van der Schaaf en haar zwanger hebben willen achterlaten: Tsjalling wilde van geen trouwen weten.

Twee tot driehonderd inwoners van Westergeest namen daarom het recht in eigen handen. De krant meldt later: “In het hele huis is geen raam meer te zien. De schoorsteen met bord etc. ligt tegen de grond, terwijl het eenvierde gedeelte van de dakpannen werd vernield. Een formeele verwoesting werd aangericht tot plotseling een siddering door ieders leden ging, want een der toeschouwers[…] zakte in elkaar en had opgehouden te leven”.

De overledene is Gooitsen Folkerts Postma. Gooitsen kwam te overlijden door een hartaanval. Hij woonde aan de Trekweg 1 en was op 27 mei 1875 getrouwd met de 34-jarige Frouwkje Pieters Knoop. Door de dood van Gooitsen werd de menigte stil: Langzamerhand droop het publiek nu af. Was dit niet gebeurd dan was het geheele huis met de grond gelijk gemaakt”.

De burgemeester moest zich verantwoorden bij de Commissaris der Koningin, mr. P.A.V. Baron van Harinxma thoe Slooten; die stuurde op 19 oktober een ‘Regeeringstelegram’ naar de burgemeester: “Zijn er afdoende maatregelen genomen ter voorkoming van verdere ongeregeldheden te Westergeest. Verzoeke spoedig omtrent het gebeurde, waarbij politie schijnt te hebben ontbroken, te rapporteren”.

De burgemeester reageerde nog dezelfde dag: “Rapport omtrent ongeregeldheden te Westergeest wordt heden verzonden terwijl maatregelen tegen herhaling daarvan zijn genomen”.

De burgemeester informeerde eveneens de Officier van Justitie: “Ik heb de eer UweEdelGestrenge medetedelen, dat […] door een grote menigte volk ergerlijke en grove vernieling is gepleegd aan de woning van DURK BOSGRAAF te Westergeest. […] De bedoelde woning is deerlijk gehavend, de ruiten zijn er uitgeslagen, de schoorsteen is er afgebroken, goten zijn afgerukt, terwijl gaten in de muren zijn gerameid en binnenshuis de kamer zeer veel is verbrijzeld”.

Op 4 november 1915 kon de burgemeester melden dat negen verdachten en drie getuigen door de Rechter Commissaris werden gehoord.

Nog tijdens het onderzoek en het onder de rechter brengen trouwde Tjalling Bosgraaf op 25 november 1915 met Aukje van der Schaaf [1876 – 1942] …

Toen eind december 1915 de zaak voor de rechter diende, werd de gebeurtenis door de Officier van Justitie een zeer ernstig misdrijf genoemd: “als een bevolking op deze wijze te werk gaat, is er geen macht, die er tegen op kan”.

Onderstaande krantanartikelen uit 1915, v.l.n.r: 15 oktober [Nieuwsblad van Friesland], 18 oktober [Leeuwarder Courant], 19 oktober en 24 oktober [Nieuwsblad van Friesland]

Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

spannende ontdekkingen

De bodem – schatkamer onder onze voeten, een reservoir vol eeuwenoude vondsten en aanwijzingen. Toen in 1978 een loopstal werdtekening bijl, tekening door Minnema gebouwd op Keatlingwier 15, werd op een diepte van ongeveer 1.70 meter een ‘afvalvijver’ gevonden met o.a. een stenen bijl. Deze bijl werd Joh. M. Minnema getekend en gedateerd op 2000 – 2500 voor Christus.

Het ‘Friesch Genootschap van Geschied-, oudheid- en taalkunde’ heeft meerdere, in onze omgeving gevonden, vondsten beschreven.

In de jaren 1883 – 1886 werden bij het afgraven van Beintema-terp, ten westen van de terp Westerburen, de volgende voorwerpen gevonden:

  • Een haakvormige, Germaanse sleutel van brons, de steel is versierd met ingeslagen kruisjes.
  • een smalle ijzeren lans-punt, van het holle onderstuk ontbreekt iets.
  • twee lensvormige spinstenen van gebakken aarde.
  • drie schijfvormige spinstenen van been, versierd met puntcirkels en voorzien van een ronde doorboring in het midden.
  • een onversierd barnstenen voorwerp, en
  • een ruw stuk driehoekig stuk barnsteen, waarschijnlijk een sieraad.

Later werd daar nog een koperen kettinkje gevonden met aan ieder eind een haak, om een mantel te kunnen sluiten. Dit kettinkje komt uit de 16e eeuw of iets eerder.romeinse ring zonder achtergrond copyrigt

Misschien wel de mooiste en meest tot de verbeelding sprekende opgraving is een “Romeinse vingerring van goud, met licht rode steen waarin een Diana voorstelling is gesneden. Het gewicht van deze ring is ± 6 gram, de middellijn is ± 2,2 cm”. Uit de inventarisboeken van het Fries Museum blijkt dat de ring al voor 1900 is ingeschreven als een geschenk van de heer D. H. Andreae te Kollum.

Rond 1923 werden meer voorwerpen beschreven die onder een Westergeester terp werden gevonden:

  • tweesnijdend ijzeren zwaard en zeven scherfjes van een lichtgroene glazen beker, gevonden bij het geraamte van een mens. Het in stukken gebroken zwaard is ongeveer 90 cm. lang.
  • korte bronzen pen met bolvormige knop, waarschijnlijk nog uit den Romeinse tijd.

Even ten noorden van Westergeest werd in 2008 een Romeinse munt gevonden. Exacte determinatie was vanwege de kwaliteit van de munt vrijwel onmogelijk.romeinse munt 1

Feit is dat het Romeinse Rijk in West-Europa heeft bestaan tot 476 na Christus. In dat jaar werd de laatste West-Romeinse keizer afgezet en ontstond rondom de Middellandse Zee het Oost-Romeinse Rijk [Byzantijnse Rijk] wat tot 1453 heeft bestaan.

In 2011 kwam in het IJstijdenmuseum een gebakken Romeinse dobbelsteen uit de 2e of 3e eeuw na Christus op tafel. De dobbelsteen werd onder de klokslag van Westergeest gevonden en kon gedateerd worden in het begin van de jaartelling. Deze bijzondere vondst haalde de internationale pers.

Het zijn niet altijd gebruiksvoorwerpen die opgegraven werden. Aan de Triemsterloane werd in april 1973 een opgraving verricht op een tichelwerkplaats, een “zekere lanckhuys staende op Tichelwerk in den dorpe Westergeest, welcke van den grooten wynt onlanckx omgewayt was”.

Tijdens de opgraving werd een ovenbodem gevonden met een doorsnee van 4½ meter plus diverse brokken dakpan en resten van steen, as en leem. Op deze locatie werd overigens, zo bleek uit het onderzoek, geen steen gebakken maar verkocht.

Deze post maakt deel uit van de QR-kuier.

 

 

 

‘poppestien’ aan de Kalkhúswei

Diep verscholen in de handgeschreven bestuurs-notulen van de Christelijke schoolvereniging staat een heel nieuwsgierig stukje over een poppestien in Westergeest:

“We hebben eenige tijd geleden op onze ouderavond niet zozeer onze schooljeugd in beeld gezien doch in werkelijkheid aanschouwd en vernomen dat ze de tijd van onze jeugd ook in ’t openbaar verre vooruitstreven. Dat aan het een en ander ook schaduwzijden zijn verbonden, hebben we ervaren in de dagen van blijde verwachting door ons Prinselijk paar, toen ook de schooljeugd door de Pers vrij goed met de geheimenissen op de hoogte zijn gebleven. Ook hierin is de jeugd van heden onze jeugd al ver vooruit. We meenden toen we naar school gingen, dat de lietze bèn bie Abram en Djoeke onder de grutte stien wei kammen, en hebben meer dan eens geluisterd of we ook het piepen hiervan vernamen ….” [*].

Abram en Djoeke de Vries woonden op de boerderij Kalhúswei 8 [1e foto linksonder]. Tussen deze boerderij en de [al afgebroken] woning van Ate en Tet van der Meulen [2e foto linksoner], ging een voetgangerspad naar het oude postkantoor [3e en 4e foto linksonder].

En tussen dit voetgangerspad en de oprit naar de boerderij Kalkhúswei 8, lag volgens Joop Schotanus [1932 – 2011] de bewuste poppestien.

Toen Joop een kleine jongen was heeft hijzelf ook wel eens bij de steen staan luisteren naar de nog ongeboren baby’s. De ovale steen zou een halve meter in doorsnee zijn geweest en lag nét niet onder het maaiveld. Het werd deels gebruikt als verharding van de Kalkhúswei.

Later kwam Sape de Vries [Sape ‘hoanne‘] met zijn vrouw Aafke op de boerderij wonen. Sape was een zoon van Abram en Djoeke. Sape had grint op de oprit liggen en de kinderen gebruikten in die tijd het grint om te kijken wie een steentje door de galmgaten van de kerktoren kon gooien. Sape werd daar erg kwaad om. Weer later kwam Abram de Vries [1915 – 1987] hier wonen met zijn vrouw Boukje. De boerderij was dus jaren in handen van de familie de Vries.

Wietse van Assen [1934 – 1911] weet zich een blauwe steen ook nog te herinneren. Zijn moeder, Grietje van Assen – de Jong [1902 – 1995], zei altijd dat een baby onder de blauwe steen vandaan kwam.  Hij denkt dat de steen daar lag om de heg te beschermen tegen de komende en gaande paard en wagens.

Sommige families willen van geen poppestien weten: het zijn, zoals een oud-inwoner van Westergeest schreef: “… fabels van de oude mensen van vroeger“. “Daar was geen steen; er is in Westergeest geen Poppestien geweest!“.

In andere families had de poppestien wel degelijk een plekje in de verhalen en werd verteld dat de kleine kinderen er onder vandaan kwamen; de steen heeft zelfs een plekje gevonden in de notulen van de schoolvereniging.

Waar de steen feitelijk een plekje heeft gekregen is onbekend, mogelijk ligt deze bij de Kienstobbe aan de Eelke Meinertswei.

Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

 


[*] – jaarverslag 1937 van de ‘Vereeniging tot stichting en instandhouding van Scholen met den Bijbel