hystoblog

Home » 2015

Jaarlijks archief: 2015

“Het voorrecht ons gegeven”

 

IMG_0982Gelukkig Nieuwjaar”. Of “Folle lok en seine”. Nieuwjaarswensen die we elkaar mondeling of schriftelijk toewensen. Meestal voorzien van mooie [winterse] plaatjes.

In 1886 was dat anders. Eenvoudiger maar toch ‘dieper’. De wens was bijna een zegenbede:

"Het voorrecht ons gegeven"

“Het voorrecht ons gegeven”

Zien wij door den Alzegenaar

Het voorrecht ons gegeven,

In welstand te beleven,

’s Behage Hem, naar onzen wensch,

U en Uw huis te sparen,

En, kan het zijn, voor tegenheên

U samen te bewaren.

Hij moge U, om Christus wil,

Ook naar de ziel gedenken,

En aan den invloed van Zijn Geest

U steeds behoefte schenken.

Als dat uw deel is, dan behoeft

Gij hier voor niets te vreezen,

En zal, wat storm er soms ook loei,

Uw einde zalig wezen.

Deze nieuwjaarswens was gezonden aan Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891]. Wij zijn deze Fokke Tjibbes al eerder tegengekomen toen zijn boerderij Eelke Meinertswei 5 in 1860 afbrandde. En toen de Nieuwe Zwemmer gegraven zou gaan worden en hij terugkwam op zijn ‘minnelijke schikking’ om afstand te doen van 3 ha, waardoor de provincie de rechter moest inschakelen.

Hij was getrouwd met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878]. Toen hij de nieuwjaarswens ontving was hij weduwnaar. En dan lijkt de zinsnede  “U samen te bewaren” toch wel bijzonder. Het zal een voorgedrukte kaart zijn geweest. Voorzien van een postzegel linksonder. Aan de kanteling te zien is die postzegel er op geplakt. Maar dat kan ik lastig beoordelen. Ik moet het doen met een afdruk uit de Kollumer Courant van jaren geleden.

Tsja, en dan de afzender. De kaart is “afgezonden”, zoals dat destijds genoemd werd. De afzender heeft alleen initialen gebruikt. En hij woonde te W. De kaart is in Kollum gestempeld, wat erop kán wijzen dat de kaart “afgezonden” is uit Westergeest. Zelf schreef ik in de jaren ’70 nog wel eens “post Kollum” op een kaart die ik naar familie zond.

Wiepkje Fokkema - de Bruin

Wiepkje Fokkema – de Bruin

Door de focus op Westergeest te leggen lijkt de zoektocht naar de afzender makkelijker te worden. Toch is dat schijn. Met de initialen “d B” kunnen we een paar kanten op. Er valt te denken aan de familie de Bruin. Maar ook de familie de Boer is mogelijk. De Gereformeerde arbeidersfamilie Johannes van der Bij laat ik even buiten beschouwing. De letter van de voornaam lijkt de letter F te zijn. Gevolgd door een onbekende krabbel.

Een F. de Bruin heb ik nog niet kunnen vinden. Een F. de Bruin evenmin.

Er is echter wel een familieband met een familie de Bruin. Uit het huwelijk tussen Wijbe Sijbrens de Bruin [1835 – 1912] en Teatske Klaver [1838 – 1905] werd Wiepkje de Bruin [1858 – 1953] geboren. Zij trouwde in 1877 met Jan Fokkema [1852 – 1916]. In 1901 kocht hij de huidige Fokkema’s Pleats.

Jan Fokkema was een zoon van Fokke Tjibbes Fokkema en Maaike Jans Minnema. De kans is dus groot dat de nieuwjaarsbede is “afgezonden” door familie. Familie de Bruin.

bronnen o.a. :

En nu u? Als u aanvullende informatie of foto’s hebt dan kunt u reageren op deze post. Samen maken wij dan onze dorpsgeschiedenis completer.

Kampeerkaart

aanvraag kampeerkaart

aanvraag kampeerkaart

Het was 26 juni 1950. Een vriendengroep uit Westergeest en Triemen schreef een brief. Gericht aan de Nederlandse Kampeercentrale te ’s Gravenhage. Hun doel was kamperen. In Appelscha. Maar in die tijd kon dat niet zomaar. Daar was een kampeerkaart voor nodig. Elk jaar weer opnieuw. Met een zegel van 50 cent was de kaart geldig.

Boerenknecht Lieuwe Kloosterman [1924 – 2005], fabrieksarbeider Lieuwe Huisman [1925 – 1998], timmerman Arjen Veenstra [1927 – 1993], landarbeider Roelof Schotanus [1930 – 2011], chauffeur-monteur Wieger Bosgraaf [1927], landarbeider Jan Annema [1929 – 1994] en expeditieknecht Jan van Assen [1928 – 1988] verzoeken “onder overlegging van een bewijs van goed gedrag, beleefd toezending van een kampeerkaart”.

De kaart moest bij aankomst worden ingeleverd bij de kampbeheerder. Bij vertrek werd de kaart teruggegeven. Achterop de kaart stonden zeven regels waar de kampeerders zich aan moesten houden. Regels van die tijd. Regels die tegenwoordig betuttelend en onrealistisch ervaren zullen worden.

Zo mochten personen van verschillend geslacht, die niet met elkaar waren getrouwd, “zich van één uur na zonsondergang tot zonsopkomst niet gelijktijdig in één tent bevinden, mits zij tot één gezin behoorden en niet ouder dan tien jaren waren, dat mocht overdag wel mits de tent geopend bleef en de betamelijkheid niet uit het oog werd verloren”.

Het waren andere tijden.

En nu u ? Kunt u meer vertellen over de kampeerkaart? Of over de Westergeastmers die in deze post genoemd worden? Reageer dan op deze post en help onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Op facebookpagina ‘De Westereen toen’ werd een kampeerkaart [juni 1951] van Djoerd Elzinga geplaatst [collectie Minke Olijnsma].

bron:

Westergeest landelijk in het nieuws [1895]

In 1859 kwam de kerk van Westergeest landelijk in het nieuws toen tijdens de restauratie muurschilderingen werden [her]ontdekt. Het bleken de – op dat moment – oudste schilderingen in Nederland te zijn.

De staat waarin de schilderingen verkeerden was slecht waardoor de voorstellingen bijna niet te zien waren. Waarschijnlijk is Christus te zien als Rechter met Maria en Johannes. Daarnaast verschillende heiligen.

Op de noordmuur een restant van de heilige Christophorus: de stralenkrans om het hoofd van de heilige met hoofd en hand van het Christuskind.

De schilderingen werden ondanks alles weer overgekalkt tot er in 1957 tijdens een grote renovatie werd geprobeerd om de fragmenten weer zichtbaar te maken. Herma M. van den Berg heeft in haar “Kollumerland en Nieuw Kruisland” een zeer uitgebreid technisch overzicht van de kerk opgenomen waarnaar gemakshalve verwezen wordt.

welke ‘huizinge’ was opa’s thuis?

“Onze opa Wiltje Ebes Loonstra geb. 8 jan. 1855 Westergeest in huis nr. 76a. Hij was een zoon van Ebe Wiltje LOONSTRA en Baukje Rudmers HUISMAN. Is er iemand die ons kan vertellen waar dit huisje staat of heeft gestaan?”


De vraag kwam via de SNEUPER bij mij binnen. Op het eerste gezicht een simpele vraag. Maar toch een vraag met venijn. Er bestaan immers geen overzichtslijsten met de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen.

Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.

Triemen

Ebe Wiltje LOONSTRA [1824] trouwde in 1852 met Baukje Rudmers HUISMAN [1822 – 1864]. Een jaar later kregen zij een zoon, Wiltje Ebbes. Één dag na zijn geboorte kwam de baby te overlijden “op den zevenentwintigsten dag der maand april des middags ten twaalf ure, in de huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest”. We gaan er van uit dat de familie toen ook op dit adres woonde.

Twee jaar later werd ‘opa Wiltje Ebes’ geboren. Op 6 januari 1855. In 1858 overleed hun één week oude zoontje Rudmer. Volgens de overlijdensakte te Oudwoude. In geval van overlijden was de zogenaamde ‘burenplicht’ aan de orde. De zes naaste buren van de overledene waren verplicht om alles rondom het overlijden en de begrafenis te regelen. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’ en moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. “Afmelden” werd dat ook wel genoemd. Uiteraard ging dat met respect en werd het zondagse pak daarvoor aangetrokken.

Toen de jonge Wiltje Ebes overleed werd ‘afgemeld’ door Meindert Klazes de GROOT en Wijbe IJjes WESTRA. Via de overlijdensgegevens van deze mannen hoopte ik op het spoor te komen van ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’.

Maar deze insteek bracht mij niet verder. Ik kreeg uiteindelijk wel de indruk dat ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’ ergens in het kadastrale midden van Westergeest zou moeten staan. Mijn focus kwam op de Triemen te liggen.

Voor iets heel anders gebruikte ik weer een keer HISGIS. Kadastergegevens uit 1832. Ik kreeg een ingeving om de kadastergegevens van het huidige Triemen te bekijken. En de overlijdensaktes van de toenmalige bewoners er naast te leggen. Met name de overlijdensaktes van rond 1832. Die geven m.i. een redelijke overtuiging dat de genoemde ‘huizinge’ dezelfde zou kunnen zijn als de woning in HISGIS genoemd. Toen ik die onderzoeksrichting insloeg, boorde ik een voor mij onbekende combinatie aan waarmee ik bijgaand overzicht samenstelde.

Twee maanden nadat de vraag via de SNEUPER bij mij binnen kwam, stuurde ik deze bevindingen naar de vragenstelster. Zij en haar broer kunnen nu heel dicht bij de veronderstelde geboorteplaats van ‘opa Wiltje Ebes’ komen. Volgens mij ergens in de rode cirkel op bijgaande foto.

Door de zoektocht naar het thuis van ‘opa Wiltje Ebes’ kreeg ik ook beter zicht op de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen. Op dit blog een overzicht van de ‘huizingenummers naast de huidige adressen.

En nu u – als u wat kunt bijdragen aan deze post nodig ik u van harte uit om te reageren. Samen maken wij onze [dorps]geschiedenis dan completer.


bronnen:

De Bonte Hont

Ik vraag me af waar de benaming bunte houn vandaan komt.  Mijn schoonvader heeft ooit bij de grasdrogerij gewerkt. Hij vertelde mij dat er een logo was in de vorm van een dalmatiër. Dat zou de herkomst kunnen verklaren. Ik ben benieuwd of iemand hier meer van weet.


Deze vraag kreeg ik via de mail.

De grasdrogerij was één van de drie coöperatieve drogerijen die bij de brug over de Trekvaart gevestigd zijn geweest:

  1. In 1921 werd benoemd tot secretaris-boekhouder der coöperatieve cichoreidrogerij “Ons Belang” S. van der Schaaf.
  2. In 1940 werd de voormalige cichoreidrogerij “Ons Belang” verbouwd tot grasdrogerij van de coöperatie grasdrogerij “De Bûnte Hond”.
  3. In 1947 bood de grasdrogerij onderdak aan de kruidencoöperatie “Westergeest”.

Maar de naam die aan de grasdrogerij werd gegeven bestaat al van vóór 1940. In de “Friesche Naamlijst [Onomasticon Frisicum]” [1898] van Johan Winkler staat: “De Bûnte-Houn, Bonte Hond, huis onder Westergeest”.

Ik neig er naar dat de grasdrogerij een bestaande en wijd bekende naam heeft gebruikt.

Hoe zit dat dan?

In de jaren 1654 – 1656 gaf het stadbestuur van Dokkum de opdracht om de trekvaart, zoals de vaart in de volksmond heet, te graven. De stad wilde daardoor een betere waterverbinding maken met de stad Groningen. Op die manier wilde het bestuur meer scheepvaart naar Dokkum halen.

herberg 'De Trije Romers' [collectie Foestrumer Archief]

herberg ‘De Trije Romers’ [collectie Foestrumer Archief]

Naast het kanaal werd een pad aangelegd. Een zogenaamd jaagpad waarop de paarden konden lopen die de trekschuit moesten trekken. En er ontstonden vervoers[knoop]punten langs de route. Met mogelijkheden om een hapje en drankje te nuttigen. Pleisterplaatsen, herbergen, winkeltjes in één. Zoals herberg “de Trije Romers”, bij de brug. Maar ook “Veldzicht” en “De Bonte Hond”. In de Leeuwarder Courant van 24 januari 1871 staat een advertentie dat een “winkelhuizing en herberg gelegen aan den Trekweg bij De Bonte Hond onder Westergeest” wordt verkocht.

Ik neem aan dat de naam al ver voor 1871 bestond.

Terug naar de vraag waar de naam “Bonte Houn” vandaan komt. Die is  heel lastig te beantwoorden. Ik ga speculeren.

Want de naam kán afgeleid zijn van een oud-Nederlandse oppervlaktemaat: de hont of hond. In gebruik tot in de 19e eeuw. Eén hont is 100 roede en (meestal) 1-6 morgen, maar de maat kan per gebied verschillen.

Maar de naam kán ook een link hebben met het spreekwoord ”Bekend staan als de Bonte Hond”. “Bont” is dan het Middelnederlandse woord dat stond voor “wat de verontwaardiging opwekt door opvallend en/of afwijkend gedrag”. Een betekenis die al lang verloren is gegaan.

Of de naam kán te herleiden zijn naar een combinatie. Een omgeving waar alcohol werd geschonken. Waar reizigers, kooplieden en schippers samenkomen. Een “probleemgebied”. Of neigt die gevolgtrekking naar fantaseren …. ?

En nu u – misschien kunt u deze [ost aanvullen met foto’s of verhalen. Graag – en help mee onze dorpsgeschiedenis completer te maken.


Bronnen

tante voorbíj familie

 

Rechts Griet GORTER - STEENSTRA [foto collectie Jan DEELSTRA]

Rechts Griet GORTER – STEENSTRA [foto collectie Jan DEELSTRA]

Mijn tante Griet. Griet GORTER – STEENSTRA. Zij werd ook door andere families ‘tante Griet’ genoemd. Daar werd lang gedacht dat ze echt familie was. Maar een directe link kon niet gelegd worden. Een sterke [emotionele] band des te meer.

Griet STEENSTRA werd op 2 januari 1906 geboren in het gezin van Jan en Antje STEENSTRA – van der MEER. Zij was hun tweede kind. Maar de eerste dochter. En fysiek ook de oudste. Want haar oudste broer was toen al overleden – slechts enkele maanden oud. Zij was de zuster van mijn grootvader Ybele STEENSTRA.

Griet leerde in Engwierum Marten GORTER [geboren in 1901] kennen. En op 1 juni 1929 trouwden ze. Ze kregen vier kinderen. Maar toen keerde zich het geluk. Twee maanden na de geboorte van hun 4e kind overleed Marten. In Leeuwarden. Op 25 januari 1936. Slechts 34 jaar oud. Griet stond er als alleenstaande, jonge moeder alleen voor. Maar ze kenmerkt zich daarna als een fiere, ferme vrouw. Ze worstelde zich door deze moeilijke jaren heen. Ook toen vier jaar later de Duitsers ons land innamen. Toen het oorlog werd. En Griet zich ontfermde over een onderduiker.

Het verzet in Kollum verborg regelmatig onderduikers. In de kelder van het Oude Rechthuis. En er waren goede contacten met boeren uit de buurt. Wellicht ook met die in Engwierum. Waar onderduikers onderdak vonden. Zo kwam Gerben DEELSTRA [1926 – 1999] bij Griet.  Griet werd daardoor ook buiten haar directe familie ‘tante Griet’.

Een waardige eretitel! Ondanks nare praatjes over een onderlinge relatie.

Gerben kwam uit Alphen a/d Rijn. Zijn ouders Pieter DEELSTRA en Ytje SPOELSTRA waren daar in 1916 naar toe verhuisd. Vanuit Noordoost Fryslân. Tot 1909 had Pieter in Kollum gewoond.

Terug naar Engwierum. Regelmatig was er onraad. En bracht Gerben nachten door in het open veld en slootkanten. Eénmaal ging het bijna mis.  Gerben liep op straat en de Duitsers kwamen hem tegemoet. Hij deed zich toen voor als een verstandelijk gehandicapte. En bleef uit handen van de bezetter.

In 1945 verdween de bezetter. En verdween Gerben ook uit Engwierum. Uiteindelijk verdween hij naar Australië, waar hij overleed. Maar de onderlinge band bleef. Griet was voor altijd tante geworden voorbij haar eigen familie; Griet was ‘tante Griet’ voor de hele familie DEELSTRA.

En nu u – wilt en kunt u helpen deze geschiedenis completer te maken? plaats dan uw a.u.b. reactie op deze post


Bronnen

vriendschap

1893, vriendschap [collectie Foestrumer Archief]

1893, vriendschap [collectie Foestrumer Archief]

1893. Mannen, die de tijd nemen om te roken. Vrouwen genietend van een kopje thee. Kinderen op of dicht bij moeders’ schoot. Op tafel een fraaie tabakspot. De hele setting straalt rust uit.

kop van een pijp met hielmerk [eigen foto']

kop van een pijp met hielmerk [eigen foto’]

Het zijn v.l.n.r. bakker Bouwe Riemersma [1844-1931], smid Jakob Hoogeboom [1842 – 1908] en hoofdmeester Westerkamp [1858 – 1942]. Maar dan ook een aantal mensen die ik [nog] niet helemaal thuis kan brengen: onderwijzeres Jansen, Aaltje Postma [zou geboren zijn in 1889 en een nicht van Andries Biense Dijkstra zijn]. Op haar schoot Andries. Daarnaast Freerkje Kingma [geboren 1868]. Achter Ynske van der Schaaf [1867 – 1940] staat Ynskje Veldman.

De mannen roken een pijp met lange steel.

De pijpen werden met de hand gemaakt. Van zogenoemd witbakkende klei uit Engeland, Duitsland en België. Met het rijgen van een ijzerdraad door de steel werd het rookkanaal gemaakt. Trots werk met een trots product. En al snel ontstond de gewoonte om een zogenoemd hielmerk te plaatsen. Een hielmerk dat zich ontwikkelde van een eenvoudig figuurtje tot het gebruik van stempeltjes met de initialen van de maker.

Zelf heb ik veel ‘pijpekoppen’ gevonden. Van één zo’n gevonden kop is bijgaande foto gemaakt. Afgebroken van de lange, kwetsbare steel. Gevonden in het najaar. Als de boeren de sloten schoonmaakten. “Sleathekkeljen” gebeurde toen vaak nog met de hand. En met dat werk kwamen de pijpekoppen letterlijk weer boven water. Ooit gekoesterd en gebruikt, uiteindelijk gebroken en gedumpt.


 

Bronnen o.a.

voor haar verloofde ?

Vier dames op de foto uit 1912. Akke heeft een boek op haar schoot [krantenknipsel eigen collectie]

Vier dames op de foto uit 1912. Akke heeft een boek op haar schoot [krantenknipsel eigen collectie]

Akke Merkus [collectie Foestrumer Archief]

Akke Merkus [collectie Foestrumer Archief]

Het was 1912. In Leeuwarden liepen een paar jonge vrouwen door de Nieuwesteeg. Op ‘z’n zondags’ gekleed. Bij van der PEYL gaan ze naar binnen. Één van hen is een jonge vrouw uit Westergeest. Akke MERKUS. Wie met haar naar de fotograaf zijn geweest is [nog] niet bekend. In de Kollumer Courant van 16 juni 1995 werd al een oproep gedaan. Reacties zijn mij niet bekend.

Akke MERKUS. Een mooie vrouw. Het haar achterover gestoken. Met een zekere glinstering over een krul boven haar rechteroog. Die prachtige krul komt nog meer tot z’n recht op haar portretfoto. Ongetwijfeld ook ban van der PEYL gemaakt. Ze draagt immers exact dezelfde kleding ! Zou ze zichzelf mooi gemaakt hebben? Voor haar vriend of verloofde?

Ik stel mij zeker voor dat zij verliefd was. Want een jaar later zou Akke trouwen. Op 19 juli 1913 met de 3 jaar oudere Renze de JAGER [1890].

Ze werd geboren op 14-03-1893 in het gezin van Jan MERKUS [1861 – 1949] en Wietske van der LAND [1867 – 1956]. Akke overleed op 23 mei 1974. Haar man Renze overleed 4 maanden later. Op

Pieter ZUIDEMA [collectie Foestrumer Archief]

Pieter ZUIDEMA [collectie Foestrumer Archief]

28 september 1974.

 

Akke ‘tsjinne’ bij Pieter ZUIDEMA [1880 – 1949]. Pieter woonde aan de Weerdebuorsterwei 7/9, in de boerderij waar nu de familie Hoeksma woont. Pieter trouwde op 20 mei 1911 met Froodtje KROL [1889 – 1976]. Een jaar later werd Maaike geboren.

En nu u, als u kan helpen om onze [dorps]historie completer te maken. Schroom niet en reageer dan op deze ‘post’.

 

graag geziene blinde

Het gebeurde in juli 1906. Een jonge vrouw kwam te overlijden. Een bijzondere vrouw. Een vrouw die zich absoluut niet door haar handicap uit het veld liet slaan. Een vrouw die grote indruk achterliet in Westergeest en omgeving.

‘Bline Janke’ Kloosterman werd op 19 januari 1872 geboren in het gezin van snikschipper Tjalling Geales Kloosterman [1847 – 1915] en Tjitske Toutenburg [1844 – 1927]. Het gezin woonde bij de Bûnte Hûn in herberg “Veldzicht”. Janke had een handicap. Zij was blind. Evenals haar broer Geale, maar die werd vroeg aan zijn ogen geopereerd.

Het korte leven van Janke kenmerkte zich door een zeer sterke wil en doorzettingsvermogen plus een ijzersterk geheugen. Zij herkende voorbijgangers aan de manier van lopen of zelfs aan kleine geluidjes.

Janke ging op 12-jarige leeftijd naar het blindeninstituut te Amsterdam, waar ze tot rond 1900 zou blijven. Daar schreef ze de afgebeelde brief. Daar leerde zij orgelspelen. En lezen plus schrijven in braille. Zij was goed ontwikkeld. Haar vaste jonge begeleider was Tjalling Sipma [18|03|1894 – 30|03|1984], een zoon van Jan Sipma en Antje Kloosterman. Janke was een zus van Antje. Dus zijn tante. Samen met Tjalling heeft zij de Psalmen en Gezangen omgezet naar een brailleschrift. Haar zuster Jantje hielp haar om op diezelfde manier de Bijbel op grote stukken papier te ‘schrijven’, te prikken.

Op zondag bespeelde zij tijdens de kerkdiensten het orgel in de kerk van Westergeest maar ook in de kerk te Kollumerzwaag! In dat laatste geval werd zij door één van de ouderlingen lopend opgehaald. Zij speelde op gevoel. Zondag ’s middags leidde zij met Kornelis Stelma [schoenmaker, voorlezer en klokluider] de zondagsschool.

Janke was een fijne, gelovige vrouw die de kost verdiende met haken en breien. Voor de schippersfamilies die de ouderlijke herberg bezochten. En ze gaf orgelles bij mensen thuis of bij haarzelf thuis. In dat geval op een orgeltje dat zij van ds. Johannes Politiek had gekregen. Daarnaast bezocht zij, mét haar jonge begeleider Tjalling, oudere en zieke vrouwen, waardoor ze ds. Poltiek zeker tot een waardevolle hulp is geweest.

Toen zij [net in de dertig] zware bronchitis kreeg, werd het orgelspelen steeds moeizamer. De laatste zondagen dat zij speelde was zij niet meer in staat om de registers te openen en werd zij daarbij bijgestaan door meester Bernard Migchelbrink [1863 – 1953]. 
Janke overleed op 12 juli 1906, 34 jaar jong. Toen ze werd begraven was er een “talrijke schare opgekomen om de zo algemeen beminde dode de laatste eer te bewijzen”.

En nu u – ik nodig graag uit om op deze ‘post’ te reageren. Met aanvullende informatie. Met foto-materiaal. Het is allemaal welkom om onze dorpshistorie completer te maken.

periode 1894 t/m 1900 - Blinde meisjes poseren in de gymnastiekzaal van het Instituut tot Onderwijs van Blinden, Vossiusstraat [collectie beeldbank Amsterdam]

periode 1894 t/m 1900 – Blinde meisjes poseren in de gymnastiekzaal van het Instituut tot Onderwijs van Blinden, Vossiusstraat [collectie beeldbank Amsterdam]

Timmerman kóópt huis

Leeuwarder Courant, 09 december 1895

Leeuwarder Courant, 09 december 1895

1895. Een jongeman las bijgaande advertentie. Lonkte naar een eigen huis. Een eigen gezinnetje.

Drieentwintig jaar eerder, 7 oktober 1872. In Westergeest werd timmerman Hermanus van der MEULEN vader. Hij en zijn vrouw Aaltje de BOER kregen een zoon, Anne van der MEULEN.

Hermanus was op 14 mei 1863 getrouwd. Zijn vrouw Aaltje overleed op 49-jarige leeftijd toen zoon Anne een tiener was. Op 6 augustus 1886, in huizinge 67 wijk A. Er werd aangifte van overlijden gedaan door de buren, de 28 jarige Jacob LOONSTRA en de 26 jarige Sipke SLOOT. Ik noem deze ‘aangevers’ omdat zo’n vier jaar later Hermanus hertrouwd. Op 17 mei 1890. Met de zus van Jacob LOONSTRA, Antje LOONSTRA. Beiden zijn kinderen van Date Dates LOONSTRA en Lijsbert Jacobs de BREE – dus telgen uit de bekende Loonstra-familie op Keatlingwier. Hermanus woonde [later] ook aan de Eelke Meinertswei, naast de smederij.

Maar terug naar zoon Anne. Want Anne las op een zeker moment bijgaande advertentie. Hij lonkte naar een eigen huis. En hij kocht op vrijdag 13 december 1895 de woning plus grond van Tjerk Harts MEDEMBLIK. Op Keatlingwier. Want Anne had trouwplannen. Op 23 mei 1896 trouwde hij met Dieuwke HAALSTRA [1873 – 1961]. Voor zover ik kan nagaan kregen ze drie kinderen: Hermanus [1897], Wytse [1899] en Lammert [1901]. Hermanus komt op 28 juni 1906 te overlijden als hij negen jaar jong is.

Anne overleed op 22 mei 1936. Te Driesum.

En nu u, a.u.b. – als u meer weet over Anne van der MEULEN of Tjerk Harts MEDEMBLIK, of over één van de anderen, dan nodig ik u graag uit om te reageren ! Samen maken wij onze d[dorps]geschiedenis dan completer.