hystoblog

Home » vraag en antwoord » De Bonte Hont

De Bonte Hont

Ik vraag me af waar de benaming bunte houn vandaan komt.  Mijn schoonvader heeft ooit bij de grasdrogerij gewerkt. Hij vertelde mij dat er een logo was in de vorm van een dalmatiër. Dat zou de herkomst kunnen verklaren. Ik ben benieuwd of iemand hier meer van weet.


Deze vraag kreeg ik via de mail.

De grasdrogerij was één van de drie coöperatieve drogerijen die bij de brug over de Trekvaart gevestigd zijn geweest:

  1. In 1921 werd benoemd tot secretaris-boekhouder der coöperatieve cichoreidrogerij “Ons Belang” S. van der Schaaf.
  2. In 1940 werd de voormalige cichoreidrogerij “Ons Belang” verbouwd tot grasdrogerij van de coöperatie grasdrogerij “De Bûnte Hond”.
  3. In 1947 bood de grasdrogerij onderdak aan de kruidencoöperatie “Westergeest”.

Maar de naam die aan de grasdrogerij werd gegeven bestaat al van vóór 1940. In de “Friesche Naamlijst [Onomasticon Frisicum]” [1898] van Johan Winkler staat: “De Bûnte-Houn, Bonte Hond, huis onder Westergeest”.

Ik neig er naar dat de grasdrogerij een bestaande en wijd bekende naam heeft gebruikt.

Hoe zit dat dan?

In de jaren 1654 – 1656 gaf het stadbestuur van Dokkum de opdracht om de trekvaart, zoals de vaart in de volksmond heet, te graven. De stad wilde daardoor een betere waterverbinding maken met de stad Groningen. Op die manier wilde het bestuur meer scheepvaart naar Dokkum halen.

herberg 'De Trije Romers' [collectie Foestrumer Archief]

herberg ‘De Trije Romers’ [collectie Foestrumer Archief]

Naast het kanaal werd een pad aangelegd. Een zogenaamd jaagpad waarop de paarden konden lopen die de trekschuit moesten trekken. En er ontstonden vervoers[knoop]punten langs de route. Met mogelijkheden om een hapje en drankje te nuttigen. Pleisterplaatsen, herbergen, winkeltjes in één. Zoals herberg “de Trije Romers”, bij de brug. Maar ook “Veldzicht” en “De Bonte Hond”. In de Leeuwarder Courant van 24 januari 1871 staat een advertentie dat een “winkelhuizing en herberg gelegen aan den Trekweg bij De Bonte Hond onder Westergeest” wordt verkocht.

Ik neem aan dat de naam al ver voor 1871 bestond.

Terug naar de vraag waar de naam “Bonte Houn” vandaan komt. Die is  heel lastig te beantwoorden. Ik ga speculeren.

Want de naam kán afgeleid zijn van een oud-Nederlandse oppervlaktemaat: de hont of hond. In gebruik tot in de 19e eeuw. Eén hont is 100 roede en (meestal) 1-6 morgen, maar de maat kan per gebied verschillen.

Maar de naam kán ook een link hebben met het spreekwoord ”Bekend staan als de Bonte Hond”. “Bont” is dan het Middelnederlandse woord dat stond voor “wat de verontwaardiging opwekt door opvallend en/of afwijkend gedrag”. Een betekenis die al lang verloren is gegaan.

Of de naam kán te herleiden zijn naar een combinatie. Een omgeving waar alcohol werd geschonken. Waar reizigers, kooplieden en schippers samenkomen. Een “probleemgebied”. Of neigt die gevolgtrekking naar fantaseren …. ?

En nu u – misschien kunt u deze [ost aanvullen met foto’s of verhalen. Graag – en help mee onze dorpsgeschiedenis completer te maken.


Bronnen


1 reactie

  1. Johannes schreef:

    http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WFT&id=13699.re.d1e736328&lemma=bont

    bûntII

    Woordsoort: bnw., bw., znw. o.
    Modern-Nederlandse lemmavorm: bont
    Uitspraak: (NKl., NWKl., WKl. en het westen van de Zh.) bunt
    Datering: ca. 1810→
    Varianten: bont, Uitspraak: bont, Datering: 1821→, Flexie: Comp. bonter, bontst.
    Dialect: Schiermonnikoogs bI.unt, Terschellings bunt, Hindeloopens bunt.
    Etymologie: Nederlands bont, Duits bunt.
    Literatuur:
    j.j. hof, Pomp., 88-92, 103-112, 1948
    –Bont.
    –I. adjectief & adverbium.
    –↪1. veelkleurig, niet effen van kleur, gespikkeld, gevlekt.
    ↪In subst. gebr.
    ↪In verschillende namen voor vogels die gevlekt of grijsachtig van kleur zijn: Bûnte dûkein, ekster, gril, iisdûker, (k)lyster, kol, liuw, ljip, miggesnapper, reidhin, seedûker, spjocht, wettergril, wilster.
    ↪Bûnt en blau, bont en blauw, inz. ten gevolge van slagen.
    –↪2. uit ongelijksoortige delen bestaande, gemengd.
    ↪It (te) bûnt meitsje, het (te) bont maken, zich (te) veel veroorloven in woorden of daden.
    –II. substantief.
    ↪1. bonte stof, gekleurd linne of katoen met ruiten.
    ↪2. pelswerk, zachtharig dierevel gebruikt als warme winterkleding.
    ↪3. halskraag van pelswerk.
    ↪4. zekere aardappelziekte.
    ↪Spreekwoorden:

    Samenstellingen: bêde-, blau-, boere-, brún-, donker-, ekster-, feal-, flek-, giel, groei-, keakel-, kenings, lekken-, ljocht-, modder-, mûs-, read, rea, sabel-, skelke, skelk, skier-, skots-, spikkel, spikel, staltsje-, streek-, swart-, tekken-, tiger-, topbûnt, ûnderbûnte, wyld-, wytbûnt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: