hystoblog

Home » 2018 » juni

Maandelijks archief: juni 2018

Advertenties

Trekwei 13 – paard te water

1914, Trekwei 13 - v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

1914, Trekwei 13 – v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

Negen september 1958. Het is nog vroeg. Zeer vroeg, als zwaar onweer over Westergeest trekt. Maar Sake van der Werff, boer op Trekweg 13, moet toch naar buiten. Zijn zevental koeien loopt ergens onder Oostrum en die moeten gemolken worden. Er is geen tijd te verliezen, want rond zeven uur komt melkrijder Bokke Visser [de Dôlle 5] de melk ophalen. Bokke kwam dan met paard en wagen. Hij had een hekel aan wachten.

Sake van der Werff kwam van Broeksterwoude. Daar werd hij op 10 mei 1900 geboren in het gezin van Pieter en Geertje van der Werff – Bits. Een schipper die luisterde naar zijn vrouw, die op de vaste wal wilde wonen. Daarom had Pieter de boerderij Trekwei 13 gekocht.

De boerderij is bekend als ‘De Kelders’ omdat er grote kelders onder de grote gelagkamer waren. Aan huis hadden ze, zoals in die tijd veel vaker voorkwam, een kroegje. Een trochreed, met B-vergunning. In de muur waren ringen bevestigd waaraan de paarden vastgezet konden worden. Paarden van bezoekers die een versnapering kochten. Geen sterke drank – hoewel, bij “Kelders Geartsje” was wel wat te regelen …

Zodoende kwam Sake dus in Westergeest terecht, [ook] als boer aan de Trekwei en werd hij “Sake fan de Kelders”. Op 25-jarige leeftijd trouwde hij met Dieuke Broersma, geboren op 07 november 1899 te Ee. Ze hadden het goed. Rond de zeven koeien, 4 hokkelingen, een honderdtal kippen en tien varkens voor de slacht. In het spekhok hingen worsten en spek.

Sake had in de wijde omgeving landerijen; van ruilverkaveling was nog geen sprake. Daarom liepen zijn koeien in september 1958 ook niet dicht bij huis. En moest hij rond vier uur ‘s ochtends naar buiten. Om zijn koeien te melken. Met paard en wagen, tijdens donder en bliksem langs de Trekvaart. Waar de wegeigenaar op dat moment witte paaltjes klaar had liggen om in de berm geplaatst te worden.

Het paard kon het werk goed aan. Het was een “dikke, zware Bovenlander”. Een Groninger paard met een sterk karakter: “Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange, sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaargespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met korte platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig“.

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Prachtige eigenschappen. Maar het paard van Sake was bovendien schichtig. En had de gewoonte om bij schrik achteruit te komen. Voor de boer is leiden dan in last, want hij heeft dan geen enkele controle meer over het dier. En deze beide laatste eigenschappen werden noodlottig.

Sake was nog maar net vertrokken. Hij reed ter hoogte van de Lange Brug, toen de bliksem uit de hemel sloeg. De witte paaltjes langs de Trekwei lichtten flitsend op. Het paard schrok en kwam terug. Langs de kant van de Trekvaart. Sake kon zijn vege lijf redden, maar paard en wagen raakten in de Trekvaart. Het paard kwam los van de wagen en kon naar de overkant zwemmen. Maar de benen raakten verstrikt in de leidsels. Het hoofd werd onder water getrokken. Het paard kon het hoofd niet boven water houden en verdronk.

Tijdens een fotoavond in De Tredder vertelde Jappie van der Werff: “Heit kaam te gean wer thús”.
Op 20 februari 1972 overleed Sake, Dieuke overleed op 16 juni 1990. Ze hadden twee kinderen.

Misschien weet u meer te vertellen? Schroom dan niet om dan contact op te nemen. En help op die manier mee onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen

Advertenties

Aaltje D., “de Friesche taalkampioene”

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

Aaltje D. Zo staat ze omschreven in de krantenberichten van die tijd. Aaltje D. van Zandbulten. Ze werd op 14 maart 1936 “in ’t bulterige zandland” bekeurd. Ze had geen licht op de fiets. De Rijksveldwachter van Kollumerzwaag die de bekeuring uitschreef zal nog geen idee hebben van wat hij in gang zette.

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

Was de rijksveldwachter misschien J. Hovinga, die in mei 1935 van Drachten naar Kollumerzwaag was gekomen?

Tijdens de zogenoemde Woudzitting op 29 april van dat jaar moest Aaltje zich in Leeuwarden verantwoorden voor de kantonrechter. Aaltje verzekerde de rechter: “Mar hy barnde wol!” en zo volhardde ze in zowel haar standpunt als ook in haar Fries taalgebruik.
Op de opmerking van de rechter “Je moet hier Nederlands spreken”, antwoordde Aaltje in de trant van “Dat is ús taal net – wy binne Friezen!”. En “Mijnheer kin tinke wat er wol, mar ik liig net”.

Het is mij nog niet echt duidelijk wie deze Aaltje D. was.

Wel kom ik op een andere manier een Aaltje Douma van Zandbulten tegen. Aaltje Douma werd geboren op 4 juli 1914 en overleed op 15 juli 1993. In 1945 kreeg zij met Epke de Roos een dochter. Deze Lykelina de Roos overleed toen ze drie maanden oud was op 21 juli 1945. Epke de Roos werd geboren op 16 juli 1908 en overleed op 10 augustus 1996. Beiden liggen begraven op het kerkhof te Kollumerzwaag.

Omdat Aaltje volhield wilde de rechter de “veldwachter” laten komen en verdaagde hij de zitting naar 7 mei 1936. De verslaggever van de Leeuwarder Courant, die de zitting in de krant van 30 april 1936 beschreef, sloot zijn artikel af met de woorden van Aaltje: “Dei mei elkoar”.

Een week later werd een redactioneel artikel geplaats in enkele kranten onder de titel “De Friesche taalkampioene”. En verscheen een huldebetuiging van een onbekend gebleven Fries.

Uiteindelijk kreeg Aaltje “die hier de fakkel voor ‘ús tael’ zoo glorieus omhoog hield en in de avond van 14 maart heeft gereden met een onverlicht rijwiel” een verstekvonnis van vijf gulden boete of vijf dagen hechtenis opgelegd. Hoger beroep was niet mogelijk.

Weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Weet u wie Aaltje D., “de Friesche taalkampioene” was? Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.