hystoblog

Home » 2019

Jaarlijks archief: 2019

Barbierspaal aan de Kalkhúswei ?

Kalkhuisbuurt – een prachtige foto uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Links, op het paard, zit Renze van Wieren. Vervolgens [van links naar rechts] Dirk van der Veen, Trijntje van Wieren, Maaike Turkstra, Minne van Wieren, Thomas Turkstra, melkboer Reinder Dijkstra, Jelle van Wieren en tenslotte Wiebe Veenstra.

Maar er valt mij nog wat op. Op de achtergrond, tussen de wagen en Wiebe Veenstra door gezien, lijkt een bijzondere paal te staan. Inschattend stond die paal tegenover bijgaande woning, waarvan wij denken dat het Kalkhúswei 32a was.

Op die plek woonde destijds koopman / skearbaes / bokkenhouder Christiaan Harmens Sandman, in de volksmond Chris Sandman [1857 – 1940]. Chris trouwde in 1882 met Geertje Dauwee of Dauwe [1857 – 1933]. In 1890 werd hun dochter Johanna Christina geboren.

Eén van zijn klanten was de Westergeastmer Dirk [of Durk] Hedman Annema [1885 – 1978]. De blauwe kiel van boer Dirk moest, na zijn wekelijkse scheerbeurt bij Chris, buiten luchten vanwege de penetrante bokkenlucht die in de kleding bleef hangen.

Dirk Annema had ook een brik. Daarmee reed hij ‘s zondags vaak de Kollumer familie Heeger [bekend van de kledingzaak] naar de Katholieke kerk in Dokkum. En passant nam hij dan zijn katholieke dorpsgenoten Chris en Geartsje Sandman ‘gratis’ mee. De Heegers konden het beter betalen dan de skearbaes van het Kalkhús, wiens woning dus naast garage Kuipers stond en in 1934 afgebroken is.

En als Chris en Geartsje op eigen gelegenheid naar de kerk moesten, dan gingen ze met de fiets. En een kar daarachter. Voor Geartsje, die zelf niet kon fietsen.

Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Kalkhúswei 32 a – Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Wietske de Boer – Wiersma dicht:

Sneintomoarns ried Crist nei tsjerke
Op hurde bânnen nei Dokkum ta
De frou der efter op in karke
Wol 160 poun, hy moast er moed foar ha

Later kwam er de familie Niewijk wonen. Op de foto, voor de woning, staan Klaaske Niewijk 1896 – 1976], haar broer Folkert Niewijk [1897 – 1967] en moeder Jitske Niewijk – Boersma [1872 – 1951] met een kalf. Jitske was in 1895 getrouwd met melkrijder Hedde Niewijk [1873 – 1935]. Het gezin was Gereformeerd, maar Klaaske ging toch naar de openbare school in Westergeest. Klaaske was kreupel en de school in Westergeest lag voor haar op betere loopafstand.

Tijdens een laatst gehouden foto-avond werd de foto ook getoond. En hoewel er meerdere mensen zijn die na onderzoek denken dat dit de in 1934 afgebroken woning is die aan de Kalkhúswei stond, zijn er anderen die wijzen op de woningen op de achtergrond.

Ik blijf toch denken dat dit de woning wel is. En dat skearbaes Chris Sandman hier ook in heeft gewoond. Tegenover de nieuwsgierig makende paal.

Is de paal misschien daarom wel een zogenoemde barbiersstok? Rond 1905 zou de barbierspaal of barbiersstok in Fryslân nauwelijks meer voorkomen, maar heeft Chris Sandman die paal daar neergezet? Aan de overkant van de weg, zichtbaarder voor voorbijvarende schippers om ook hen te wijzen op zijn ‘zaak’?

Ik zou het graag willen weten …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

Wiebe Damstra

  • Geboren op 23 november 1872 1872 te Wouterswoude
  • Overleden op 24 september 1911 te Driesum

karrijder‘ Wiebe Damstra [collectie Auke Postma].

Auke Postma [Holwerd] stuurde mij deze prachtige foto – met een diep triest verhaal.  Op de foto staat ‘karrijder‘ Wiebe Damstra met zoon Sipke.

Wiebe werd geboren in het gezin van “daglooner” Taeke Wybes Damstra en Geeske Thijmens van der Woude. Hij trouwde in 1899 met de dan 23 jarige Jitske Posthuma, geboren op 31 juli 1875 te Driesum. Samen met haar kreeg hij drie kinderen:

  1. 08-03-1900, Pietje
  2. 30-04-1902, Geeske
  3. 19-09-1907, Sipke

Het lijkt een mooi, harmonieus gezin als ik naar de foto kijk. Verscholen, achter het paard, kijkt moeder Jitske toe hoe hun zoon Sipke op de bok mag zitten. Mogelijk, zo schrijft Auke Postma, op de dag dat Sipke jarig was. Op de dag dat hij vier jaar werd.

Als dat werkelijk zo is, dan is daar bij te bedenken dat Wiebe daarom zijn zoon Sipke op de bok van de wagen meenam. Als trotse vader van zijn jongste kind. En als dat werkelijk zo is, dan wordt ik stil van de wetenschap dat vader Wiebe vijf dagen later kwam te overlijden. Slechts 38 jaar oud.

Moeder Jitske bleef op 36-jarige leeftijd achter met drie kleine kinderen, een zware taak. Zeker in die tijd. Op 07 maart 1918 hertrouwde Jitske met de 43-jarige Driesumer Evert de Vries.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

 

Wiebe Veenstra verongelukt

15 januari 1918, Nieuwsblad van Friesland [Hepkema’s courant]

Het is een kort berichtje. Geen namen in het artikel, maar het drama is er niet minder om.
In een zoektocht naar mogelijke slachtoffers kom ik uit bij de 63-jarige arbeider Wiebe Veenstra. Het lijkt er op dat hij de man is die overleed aan de gevolgen.

Wiebe [of Wybe] werd op 15 augustus 1854 te Driesum geboren. In het gezin van landbouwer Wessel Wybes Veenstra en Doetje Sytses de Boer. Hij was 22 jaar toen hij in op 17 mei 1877 het huwelijk trad met de 20-jarige Westergeastmer Janke Ritskes Kiersma. Een dochter van koopman Ritske Jans Kiersma en Grietje Jans Toekstra.

Voor zover ik kan nagaan kregen zij 10 kinderen:
1. Doetje, 20-03-1878
2. Grietje, 01-01-1880
3. Trijntje, 23-05-1882
4. Wessel, 19-01-1885, overleden op 2-jarige leeftijd op 11-01-1887
5. Wessel, 12-02-1887
6. Ritske, 19-10-1889, overleden op 26-03-1891, 17 maanden jong
7. Ritske, 15-10-1891
8. Jan, 04-01-1894
9. Aaltje, 08-07-1896
10. Jan, 24-03-1900

Wiebe overleed op 12 januari 1910. In Westergeest.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Eelke Meinertswei 16

± 1924 – in het midden Eelke Meinertswei 16 [collectie Foestrumer Archief]

Met een vraag van Froukje Agema start de zoektocht naar de geschiedenis van deze woning. Zij was eigenaar/bewoner van deze woning en is in het bezit van koopaktes. En die koopaktes zijn bij deze zoektocht van geweldige waarde.


Over de woning Eelke Meinertswei 16 schrijft drs. Karstkarel [1]De vrij donkere rode metselsteen geeft aan dat het pand van omstreeks 1870 dateert[2].

Maar de vraag is hoe juist die inschatting exact is. Er zijn mij een paar foto’s bekend van voor 1930 waarop de woning Eelke Meinertswei 16 staat afgebeeld. De oudste foto daarvan zou rond 1924 zijn gemaakt en is hierboven afgebeeld.

Bote Fokkes Eskes

1832 [HISGIS]

Op de kadasterkaarten van 1832 staat nog geen woning ingetekend op deze locatie. De eigenaar van de grond is dan Bote Fokkes Eskes [1755 – 1844]. De kadastrale aanduiding is B822. En die aanduiding is van belang om te weten – maar daarover straks meer.

Bote leefde in de tijd van de Franse overheersing. De tijd dat de burgerlijke stand werd opgezet en een familienaam formeel moest worden geregistreerd – de familie gebruikte overigens al langere tijd de familienaam Eskes. Duidelijk is ook dat vóór de formele registratie namen veel vaker dan daarna niet éénduidig werden geschreven of vermeld.  Zodoende is Bote Fokkes Eskes ook op schrift bekend als Bote Folkerts Eskes, geboren in 1775.

De onduidelijkheid over zijn juiste tweede naam ontstond al bij zijn vader: Folkert of Focke Hylkes Eskes.

Bote F. Eskes was op 21 juli 1805  in Drogeham getrouwd met Gezina Geertruida Groenman [1782 – 1859], een dochter van dominee Hendrikus Groenman, Groningen. De huwelijksplechtigheid was groots van opzet. “Zij werden door een aantal rijtuigen van Drogeham naar Kollum ingehaald, waarna er vele bruiloftsfeesten plaats hadden. Zij werden op den trouwdag door den preikant van Kollum, Ds. J. P. B. Riedel in de kerk getrouwd, terwijl zij zich nederzetteden onder een gehemelte door 4 Jonge lieden aangebracht, waarin geschenken van zilver hingen. Daarna werden zij naar hun huis geleid, waar voor de deur eene poort was aangebragt met groen en vlaggen versierd, waarin een chassignet was gehangen, voorstellende twee harten, die door koorden, vastgehouden door twee duiven, werden zaamgetrokken. Een schoon bruiloft besloot deze feesten”.

Opregte Haarlemse Courant, 21 september 1844

In 1811 was Bote één van de meest vermogende mensen in Fryslân [3].

Bote en Gezina kregen drie kinderen:

  1. Martjen Botes Eskes [1807 – 1873]
  2. Hendrikus Botes Eskes [1813 – 1894]
  3. Petronella Maria Eskes [1820 – 1885]

Bote was [ook] assessor van de grietenij Kollumerland.

Om duiding te geven aan die rol, is het goed om te weten dat een grietenij het bestuursgebied van een grietman was. Grietman betekent letterlijk “hij die daagt”, van het Oudfries ‘greta’ [dagvaarden, aanklagen]. De Grietman koos/benoemde vier assessoren, uit elk kwartier van de gemeente één. Assessoren werden ook wel ‘bysitter’ of ‘mederechter’ genoemd.

In 1851 werd de benaming ‘grietenij’ vervangen door ‘gemeente’. De ‘grietman’ werd ‘burgemeester’. En de assessor werd wethouder.

Een vermogende en vooraanstaande familie, dus. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij ook in Westergeest bekend waren O.a. vanwege het  feit dat zij de eigenaar zijn geweest van wat nu de FOKKEMA’S PLEATS is. Deze boerderij kwam volgens mij al in 1700 in de familie, toen Bote Rinses, de schoonvader van Bote F. Eskes, deze kocht.

Maar goed, terug naar wat nu Eelke Meinertswei 16 is.

Deze grond bleef in de familie tot in 1879, zo’n 35 jaar na het overlijden van Bote F. Eskes. Zijn bijna zestig jarige dochter “Vrouwe Petronella Maria Eskes echtgenoote van den Weled Heer Daniël Hermannus Andreae te Kollum” is dan “verkoopersche” van een “plek tuingrond te Westergeest, Sectie B no 822 [enz]”. Koper is Fokke Tjibbes Fokkema.

Hier zien we de kadastrale aanduiding B822 weer terugkomen – als onbebouwde grond.

Fokke Tjibbes Fokkema

Toen Fokke Tjibbes Fokkema het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1879 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

 Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891] was een leeftijdsgenoot van “Vrouwe Petronella Maria Eskes”. Hij trouwde in 1846 met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878].

Eén van zijn zusters was Baukje Tjibbes Fokkema [1825] die was getrouwd met Andries Keuning, bewoner van Cleyn Buma [Bumawei 23] en naar wie de Keuningsbrêge over de Nieuwe Zwemmer is genoemd.

Eén van de kinderen van Fokke T. Fokkema en Maaike J. Minnema was Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916]. Het lijkt er op dat deze Jan F. Fokkema in 1901 de FOKKEMA’S PLEATS kocht van Petronella Maria Eskes en Daniël Hermannus Andreae.

Op 11 september 1901 verklaarde Jan Fokkes Fokkema, landbouwer wonende te Westergeest “verkocht te hebben en te zullen leveren aan Renger Geerts van der Meulen, timmerman, wonende te Westergeest” […] “de onroerende goederen kadastraal bekend Gemeente Westergeest Sectie B nummers 1285 huis en erf […], 1286 […] en 1287 bouwland […]”.

Op het kadastrale kaartje 1887 is dit het rood omlijnde gebied.

We zien hier een hele andere kadastrale nummering opduiken en om die te kunnen duiden zoeken we recentere kadastrale kaarten op. We vinden deze nieuwe kadastrale aanduiding op een kaart uit 1887 [4].

Het blijkt, en dat is interessant, dat perceel B822 [kadastrale aanduiding in 1832] in 1887 is opgesplitst in drie kadastraal nieuwe percelen grond. In de tussenliggende jaren is de woning op B1285 [Harmen van Teijenswei 1, op het kadastrale kaartje 1887 met een blauwe pijl aangeduid] kennelijk wel gebouwd, mogelijk de reden voor de nieuwe kadastrale nummering ?

Renger Geerts van der Meulen

Toen Renger of Ringer van der Meulen het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1901 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

Renger werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra. Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske [of Sijtske] Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870.

Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf. En het lijkt er op dat Sietske handwerkonderwijzeres was aan de openbare lagere school in Westergeest.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

Sietske Dijkstra overleed op 17 oktober 1960 en had in haar testament “benoemd tot enige erfgename van haar nalatenschap de Hervormde Gemeente te Westergeest”. In het rubriekje “40 jaar geleden[5] staat dat haar eigendommen bestaan uit “woningen en landerijen”.

Rudmer Kloosterman

Toen Rudmer Kloosterman het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1961 kocht, was het bebouwd.

Op 2 februari 1961 verklaren Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kollumerland c.a. dat het “huis met hokken, bergplaats, erf en grond […] kadastraal bekend, gemeente Westergeest, Sectie B nummer 1716, groot 8.10 aren met uitzondering van ongeveer 60 centiaren, thans nummer 2028 groot 7 aren 48 centiaren geen land is in de zin van de Wet op de vervreemding landbouwgronden”.

Kennelijk was een dergelijke verklaring nodig toen de Hervormde Gemeente de woning verkocht aan koopman Rudmer Kloosterman [geboren 08-06-1898], wonende te Westergeest. In woning Eelke Meinertswei 16 – Rudmer kocht de woning waar hij al jaren in woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerkklok door de Duitse bezetter uit de kerktoren gehaald mee meegenomen. In 1949 werd een nieuwe klok geplaatst, nadat daarvoor in het dorp geld was ingezameld. De intekenlijst is bewaard gebleven en de route van de ‘collectant’ is daaruit af te leiden.

eigen foto

Het blijkt dat R. Kloosterman ook op die lijst staat vermeld. Tussen namen die toen rondom Eelke Meinertswei 16 woonden. Lieske Steenstra – van Assen, geboren in 1937 te Westergeest, weet niet anders dan dat Rudmer Kloosterman in Eelke Meinertswei woonde.

Eind 1979 verkoopt notaris Fokkema de woning Eelke Meinertswei 16 op verzoek van de familie Rudmer Kloosterman. In café de Jager, aan de overkant van de straat. Het werd omschreven als “op gunstige stand staande woonhuis met schuur, 3 houten hokken en open grond […] kadastraal bekend gemeente Westergeest, sectie B, nummer 2028, groot 7.48 are”.

tenslotte

  • De rij eigenaren is aan de hand van de aktes goed op een rij te zetten.
  • Het blijkt ook dat de woning ergens tussen 1901 en ± 1945 gebouwd zal zijn.
  • En het lijkt zeer aannemelijk dat de eigenaar van de grond, timmerman Renger of Ringer van der Meulen, de woning heeft gebouwd.
  • [Maar] Renger of Ringer van der Meulen overleed op 11 mei 1931, 70 jaar oud.
  • Op foestrumerarchief.nl staat dat Renger en Sietske van der Meulen rond de jaren ‘20/’30 van de vorige eeuw in woning Kalkhúswei 10 woonden.
  • Volgens open bronnen [6] zou Eelke Meinertswei 16 gebouwd zijn in 1935 [maar de betrouwbaarheid van een bouwjaar uit deze enige bron trek ik nog wat in twijfel [7]].

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

  • [1] Drs. Peter Karstkarel, kunsthistoricus, gespecialiseerd in de Nederlandse bouwkunst.
  • [2] BOUWKUNST IN KOLLUMERLAND, drs. Peter Karstkarel, 1984, Stichting Oud Kollumerland.
  • [3] Genealogysk Jierboekje 1990, Reid van der Ley
  • [4] Tresoar, kaartnummer 16532a, Westergeest Sectie B4
  • [5] Kollumer Courant 20 november 2000
  • [6] http://www.planviewer.nl
  • [7] Woning Bumawei 21 zou bijvoorbeeld gebouwd zijn in 1995, maar bestaat al veel langer. Daarnaast zijn er meerdere foto’s bekend van de jaren ’20 van de vorige eeuw.

Sierk Jacobs van der Veen

Wat is bekend over Sierk Jacobs van der Veen [1787 – 1838] ?


Een korte vraag. Met een paar aanknopingspunten.

Het is op 11 mei 1787 nog vóór de officiële aanname van een familienaam rond 1811, dat in Westergeest bij Jacob Sierks en Antje Andries een zoon werd geboren: Sierk.
Nog geen familienaam dus, maar als tweede naam die van zijn vader: Sierk Jacobs.

Op 15 mei 1812 trad Sierk Jacobs op als 25-jarige in het huwelijk met de 23-jarige Trijntje Jans. Trijntje Jans in een dochter van Jan Binnes van Oudwoude. Trijntje Jans was geboren op 12 oktober 1788. In Oudwoude. Haar vader is bekend geworden vanwege het Kollumer Oproer.
Enkele maanden daarvoor hadden ze ook een familienaam gekregen. Sierk Jacobs van der Veen en Trijntje Jans Wadman.

Vader Jacob Sierks had de familienaam “van der Veen” aangenomen. Het zou zo maar zo kunnen zijn dat hij voor die naam koos omdat hij te Zwagerveen woonde. Ik kwam ergens de opmerking tegen: “wonende op het Veen te Westergeest”. Jacob Sierks stierf als weduwnaar op 04 januari 1829, in “huizinge 17”. Dit ‘huizinge-nummer’ is even goed om te onthouden!

Sierk Jacobs en Trijntje Jans kregen zes kinderen:

  • Antje, 24-02-1813
  • Jacob, 27-09-1815
  • Jan, 30-03-1818
  • Sytse, 03-02-1822
  • Jitske, 24-07-1826
  • Binne, 21-07-1830

De oudste dochter werd geboren in de toenmalige gemeente Oudwoude. Het lijkt er op dat het jonge gezin dus niet ‘onder de klokslag’ van Westergeest woonde. Uit notariële aktes blijkt dat Sierk Jacobs [en zijn gezin] in 1820 wel in Westergeest woonden. Hij koopt in de jaren daarna grasland of greidland, bouwland en woningen. Waar het gezin toen exact woonde weet ik [nog] niet.

Een gegeven is dat landbouwer Sierk Jacobs kwam te overlijden op 27 mei 1838, ’s morgens om vijf uur. Hij was toen 51 jaar. Hij stierf in “huizinge 17”.
Het lijkt er dus op dat het gezin uiteindelijk is gaan wonen in het ouderlijk huis van Sierk Jacobs te [naar mijn mening] Zwagerveen.

Zijn weduwe Trijntje Jans bleef daar wonen. Als boerin. Tot zij op 03 mei 1848 kwam te overlijden. Ook in “huizinge 17“.

mogelijke lokatie "Huizinge 17"

mogelijke lokatie “Huizinge 17”

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen: