hystoblog

Home » 2020

Jaarlijks archief: 2020

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Pieter Loonstra

  • geboren op 02 februari 1912 te Westergeest
  • overleden op 05 mei 1944 te Saigon

Pieter werd geboren in het gezin van arbeider Sipke Wybes Loonstra [1874 – 1942] en Trijntje Bosgraaf [1880 – 1976]. Hij was de zesde in een rij  van twaalf kinderen.

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger [KNIL] “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar [ongehuwd]” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt. En uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange spoorlijn door Thailand en Birma. Onder zeer zware omstandigheden. Vele jonge mannen stierven.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal. In Saigon. Daar kwam hij te overlijden en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân brak een onzekere tijd aan. Want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene genoemd in meerdere dagbladen. Daarin publiceerde het Nederlandse Rode Kruis toen een lange lijst namen:

diverse kranten, januari 1944

Pas in 1946 kregen zij bericht van overlijden van hun zoon!

bronnen:

“Godskes, de hûnekarre”.

Voorbije situaties en omstandigheden “út ús ferline”. Nog te zien op foto’s. Foto’s van karriders, bijvoorbeeld. Ze zijn eigenlijk heel bijzonder. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was het maken van foto’s een dure bezigheid. Voor veel mensen was het poseren in een straatbeeld de enige mogelijkheid om op de foto te komen. Daarom staan er op oude straatfoto’s zo vaak veel mensen op een rijtje afgebeeld. Want alledaagse dingen werden niet vaak op de foto gezet. Alledaagse dingen – zoals de karriders met hun kar en hond.

Libbe Meijer◥, bijvoorbeeld. Van hem een wazige afbeelding. Van de man met een glimmende pet op zijn hoofd. De mouwen van zijn jasje lijken nét iets te kort. Zijn knoestig ogende hand rusten op een hondenkar vol petroleum. Onder de kar is de hond te zien. Zij ‘sútelden’ voor De Automaat.

Libbe werd in 1864 te Westergeest geboren. In 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen, geboren in 1870. Samen kregen ze acht kinderen, waarvan enkele op erg jonge leeftijd al overleden. En ze maakten in hun huis vol tieners ruimte voor twee pleegkinderen.

Op 11 december 1944 overleed Libbe te Oudwoude.

Sikke Fokkes de Haan◥, ook een karrider. Bloeddoorlopen, tranende ogen kenmerkten de man die ook met de hondenkar petroleum verkocht.  Met voor de kar een “gemuilkorfde krachtpatser”. Sikke was ook in dienst van de petroleummaatschappij De Automaat.

Sikke kwam uit Surhuizum. Daar was hij in 1872 geboren. Zijn band met Westergeest loopt via Zandbulten, waar hij in 1950 overleed. Antje Veenstra, de vrouw met wie hij in 1897 trouwde, kwam van Drogeham. Met haar kreeg hij negen kinderen van wie de laatste twee volgens de geboorteakte in Westergeest zijn geboren.

Als Sikke in 1934 zijn 25-jarig jubileum viert als venter bij De Automaat, komen velen hem en zijn vrouw gelukwensen. “De man was nooit wegens ziekte verhinderd geweest z’n taak te verrichten” schreef de redacteur destijds in de krant.

Pietje Klimstra◥ [1881 – 1985] reed als vrouw ook met de hondenkar. Haar band met ons dorp loopt via haar man. De Westergeastmer Douwe Zijlstra, met wie zij in 1905 trouwde. Twee kinderen werden hen gegeven, tot Douwe al in 1913 overleed.

Pietje hertrouwde. Met de 19 jaar oudere Sikke Dijkstra. En met hem kreeg zij nog twee kinderen. Sikke was precies in zijn doen en laten, Pietje was ‘fleurich en de rûge kant it neist”. Het lijkt een bijzonder huwelijk te zijn geweest waarbij Pietje vaak van huis was en bakkerswaren uitventte.

Op haar grafsteen staat geschreven “Haar leven was dienen”.

Geert Postma◥. In de wijde omgeving bekend als “Geart hûnekarre”. Of “Geart Hûntsje”. Of “Geart Woartel”. Of als “Geart Baaske”. Hij werd op 26 juli 1880 geboren in het gezin van Wiebe Postma en Tjitske Postma. In Westergeest. Zijn datum van overlijden heb ik nog niet kunnen achterhalen. Op 29 mei 1915 trouwde de 35-jarige Geert Postma met de 42-jarige Antje Bosgraaf [1873 – 1962].

Geert Postma kwam iedere zomer met zijn hondenkar langs de deuren. In de omliggende dorpen, want ook in Buitenpost kende men hem. Hij ventte groenten, waaronder ook rabarber uit eigen tuin. En als de hond niet gehoorzaamde. En niet deed wat Geert wilde, dan beet Geert de hond in het oor. “Heel Zandbulten kon dan de hond horen”.

Als hem werd gevraagd of hij kinderen had, antwoordde hij: “Nee vrouw, jo moatte sa mar rekkenje, Doe ‘k noch bakke koe hie’k gjin oven en doe’k in oven hie koe ik net meer bakke”. Maar die opmerking werd misschien wel gebruikt om zijn verdriet te verbergen. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen; hun enige kind werd op 22 maart 1916 levenloos geboren.

Douwe Posthuma◥, de karrider uit Wouterswoude. Zijn moeder, Sepkje Posthuma, was ongehuwd waardoor hij de achternaam van zijn moeder kreeg. In 1917, toen hij 24 jaar was trouwde hij met de twee jaar jongere Durkje of Dirkje van der Meulen. Een meisje uit Westergeest, geboren op 23 november 1895.

Douwe Posthuma was een vrij algemene naam in de omgeving en het was daarom niet ongebruikelijk dat Douwe een bijnaam had. Douwe ‘mûs’. Een bijnaam, geen scheldnaam!

Een bijnaam om mensen met dezelfde namen uit elkaar te kunnen houden. En wat Douwe betreft altijd met prikkelende humor. Als hij Teake ‘jut’ Raap zag werken op de ‘bouwikkers’ riep hij Teake toe: “Juttet it nog wat, Teake?”, waarop Teake reageerde: “It giet wol aardig Douwe – ik mûsje mar wat troch!”. Of zijn ontmoeting met Piet ‘verver’ Smits: “Wol it wat wetterlakje, Piet?”. Ook Piet reageerde met een kwinkslag: “Tink d’r mar om dat dyn sturt net tusken de speaken fan it tsjel komt!”.

Deze laatste anekdote stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Douwe ventte met zijn fiets. Daarvoor reed hij met een hondenkar. Met een grote zwarte hond ervoor. Een gevaarlijk dier “en omtrint like sterk as in kedde”.

Oebele Vries reageerde: Piet Smits fan Driezum, mei as bynamme; Pietje waterlak. Dan litte dy wurden “Wol it wat wetterlakje, Piet?” neat mear te rieden oer! In hiel bysûnder man, dy’t ik aardich goed kend ha.

Jarig Klazes Vries◥ werd geboren in Westergeest. In 1846. Toen de arbeider Jarig Klazes de Vries 25 jaar was, trouwde hij op 11 mei 1871 met de 25-jarige Jeltje Everts de Vries [geboren op 04 maart 1848]. Wat ik tot nu toe heb gevonden is dat ze samen vijf kinderen kregen. En een foto waarbij Jarig met zijn hondenkar staat afgebeeld.

Simon de Vries◥ [1882 – 1952] spande zijn hond áchter de wagen. Hij had een garage in Buitenpost en getrouwd was in 1906 met Feikje Harders. In 1907 zou hij in Westergeest wonen.

Ze krijgen volgens mij vijf kinderen. Dat blijkt uit de rouwadvertentie die het gezin op 21 september 1943 plaatste in de Friesche Courant omdat hun zoon Sytze op jonge leeftijd kwam te overlijden – nota bene op zijn eigen verjaardag en kennelijk na een zwaar ziekbed. Zoon Sytze was monteur.

 

Het zijn een aantal karriders die op de één of andere manier een band met ons dorp hebben.

Ik ben op zoek naar veel meer namen, anekdotes, herinneringen en verhalen van karriders, ‘strúnend’ door de noordoosthoek van Fryslân. Om vast te leggen. Als een eerbetoon, een ode aan de ‘strúnders’ en ‘swalkers’ uit dit deel van onze provincie.

Kent u nog karriders of verhalen? Hebt u misschien nog foto’s van karriders? Ik wil daar graag meer over horen.

bron: eigen blog Hondenkarren◥

Een markante figuur

dr. F. J. Fokkema [1878-1963], B. Fokkema-van Bruggen [1878-1948] en Anneke Fokkema [1914-1989] [collectie Foestrumer Archief]

dr. F. J. Fokkema [1878-1963], B. Fokkema-van Bruggen [1878-1948] en Anneke Fokkema [1914-1989] [collectie Foestrumer Archief]

In Zoeklicht kwam ik dit door Joop [Jasper] Schotanus◥  [1932 – 1911] geschreven artikel tegen over dr. F. J. Fokkema. Met toestemming overgenomen.

Dr. F. Fokkema is in 1878 in Westergeest, een dorpje in Friesland, geboren. Zijn ouders waren in staat hem op het gymnasium van de Doetinchemse Stichtingen (voortgekomen uit het Réveil) te laten studeren. Na deze opleiding volgde Fokke Fokkema de theologieopleiding in Groningen, waarvoor hij in 1902 zijn kandidaatsexamen deed. Voor zijn doctorale studies en voor zijn promotie is hij daar verder gegaan. Begeleid door de bekende Prof. Dr. Isaäc van Dijk promoveerde hij in 1907 cum laude op het proefschrift: “De godsdienstig wijsgerige beginselen van Mr. Groen van Prinsterer“.

Na zijn promotie was dr. Fokkema enige maanden hulpprediker bij de bekende ds. J. van Dijk (Mzn) te Doetinchem, waar hij dus ook zijn middelbare studie had gedaan. Op 12 april 1908 werd hij door ds. Politiek van Oudwoude/Westergeest bevestigd in de Hervormde Kerk van Westeremden (even ten noorden van het toenmalige spoorlijntje naar Stedum/Loppersum)

Op 10 mei 1914 kreeg dr. Fokkema, in verband met zijn benoeming tot mede-zendingsdirecteur van het samenwerkingsverband van de Rotterdams/Utrechtse zendingsgenootschappen, eervol ontslag van zijn taak als dominee in Westeremden. Op 1 augustus 1921 volgt hij dr. A.M. Brouwer op als rector van de Zen-dingsschool te Oegstgeest. Deze functie vervulde hij precies 25 jaar. Op 1 augustus 1946 werd dit rectorschap tijdelijk overgenomen door de bekende zendingsman prof. dr. H. Kreamer, terwijl dr. Fokkema aanbleef als docent. Uit alles blijkt een zeer grote waardering voor zijn werk.

In de periode van de zendingsschool in Oegstgeest is de overigens strikte rector, zeer geliefd bij zijn studenten. Studenten die zich heel intensief voorbereiden op het zendingswerk, vaak voor het toenmalige Nederlands Oost of West Indië. “Het geloof was een zaak van zijn hart. Hij heeft op de zendingsschool een geslacht van zendelingen gevormd en hij heeft hun als theoloog een Schild voor het leven meegegeven” zoals later op zijn begrafenis gememoreerd zou worden. Enkele indrukwekkende toespraken van dr. Fokkema van de zendingsconferenties, behoren ook tot het archief, dat in de oudheidkamer van Kollum bewaard wordt. Hieruit blijkt o.a. dat hij in 1930 het gevaar van het nationaal-socialisme al ziet aankomen en er al voor waarschuwt. Hij was een markante persoonlijkheid, die geen eer zocht voor zichzelf, maar in eenvoud en bescheidenheid zijn taak verrichtte. In 1937 kreeg hij een benoeming tot kerkelijk hoogleraar te Groningen. Hij nam deze eervolle positie echter niet aan. Als verklaring voor het niet-aanvaarden schrijf hij aan vrienden “het Hart heeft vaak zijn redenen, waar de Rede geen weet van heeft” (aanhaling van de filosoof Pascal).

In juni 1953 was dr. Fokkema 75 jaar geworden en op 6 september van dat jaar wordt hij opnieuw predikant. Hij wordt samen met zijn dochter Anneke, die ook theologie studeerde, verbonden aan de Nederlands Hervormde Zendingsgemeente te Doetinchem, om pastor te zijn voor de weinige overgeblevenen in Doetinchem, de plaats van zijn eerste theologische opleiding in Ruimzicht en de plaats waar hij als hulpprediker was begonnen. Nog bijna tien jaar mocht hij dit werk doen. Hij is op 16 augustus 1963, tijdens een vakantie in Duitsland, op 85-jarige leeftijd overleden.

Nog een paar persoonlijke herinneringen. Wie zou ooit gedacht hebben dat ik zoveel jaren later bij deze vroegere dorpsgenoot in Doetinchem uitgenodigd zou worden op de koffie? Zelf was ik, met mijn vrouw, in afwachting om naar Afrika te gaan als leraar aan een school van de zending en in de wachttijd aan een conferentiecentrum in Hummelo verbonden. We hadden net ook zelf een opleiding aan een zendingsschool in Frankrijk achter de rug en zo kwamen we als pasgetrouwd stel vlak bij Doetinchem terecht. De beste manier om met Dr. Fokkema in contact te komen was om op zondagmorgen naar de kerkdienst te gaan aan de Van Nispenstraat, waar hij zou voorgaan. Met de groeten op zak van de burgemeester van Hummelo, Jhr. Van Panhuis, slaagden we erin, om na de dienst uitgenodigd te worden voor de koffie. De laatste nieuwtjes over ons dorp en ook verhalen van vroeger, zelfs over de trekschuit van Dokkum naar Leeuwarden, als tegenstelling tot het ‘hedendaagse’ gejaagde leven,
kwamen ter sprake.

Joop Schotanus◥