hystoblog

Home » gastschrijvers

Categorie archief: gastschrijvers

Advertenties

Zonder NV Holpatex geen Kollum Chemie

Januari 2018. Op http://www.foestrumerarchief.nl werd bericht nummer 1150 geplaatst. Henk F. Hansma had zijn herinneringen aan N.V. Holpatex in zijn moederstaal aan het papier toevertrouwd. Met de opmerking dat hij nog in het bezit is van een lijst werknemers van dit bedrijf.

Hansma:
Ik was 17 jaar toen ik de MULO verliet. En via mijn vader werk kreeg bij de Kruidencoöperatie in Westergeest. Niet bij de ‘Bûnte Hûn’, dat was de grasdrogerij die meer richting brug stond. Nee, dit was de drogerij van aromatische kruiden, waar ook geneesmiddelen van werden gemaakt. Eén van de vier fabrieken die direct na de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten werd geïnitieerd. Door middel van het Marshallplan. Opgericht te Buitenpost op 06 februari 1947. Geopend op 22 september 1948.

Het drogen en verwerken van een paar van de 40 – 50 kruidensoorten was nog rendabel. Als ik mij goed herinner waren dat Digitalis Lanata en Purpurea, Lobelia inflata en het alom bekende Viola. Het zaad van dit laatste plantje moet zeer sterk zijn geweest – het driekleurig viooltje komt na 42 jaar nog steeds tot bloei in mijn tuin. Van de lobiline [uit de Lobelia inflata] werd beweerd dat het hielp bij het stoppen van roken.

Maar goed. Terug naar de dag dat ik begon. Ik kwam die 17e september 1962 bij niemand minder dan bij Max Gosschalk, directielid van Holpatex Westergeest NV op de kamer te zitten. Ik had toen het geluk dat hij er die dag niet was. Ik begreep dat de grote baas nog niet in Fryslân woonde. Hij had boven wel een slaapkamertje, maar daar mochten wij niet komen.
Gosschalk was een op en top directeur, kalend bruin, korte vingers en een flesje “rûkersguod” op zijn bureau. Hij kwam begin jaren zestig van de vorige eeuw in beeld nadat zijn bedrijf in het westen van ons land door brand was verwoest. Hij begon in Westergeest de Holland Papier en Textiel NV beginnen, de N.V. Holpatex. Deze herstart ging gepaard met de nodige verhalen en geruchten ….

De andere, sigaar rokende directeur, B. A. Dijkstra had een kamer in het fabriekscomplex van de drogerij. Hij was bovendien directeur van de Kruidencoöperatie Westergeest. Daar was ik eigenlijk in dienst.

De werkzaamheden van en in Holpatex waren zeer uiteenlopend. Maar rond 1962 werd er veel vismeel gedroogd en verwerkt. Te veel, want het bedrijf kon het niet aan. Vismeel lag stinkend en rottend naast de fabriek, want ook de andere werkzaamheden moesten door gaan. De medewerkers kwamen stinkend thuis …
De drie ton vismeel kwam uit het Griekse zeeschip MS PATHOS dat in de haven van Rotterdam in brand was geraakt. Door het bluswater was het product nat geworden en moest het worden gedroogd. In Westergeest.

YST: de Friese Koerier schreef op 19 juli 1962: “Onder de bewoners van het gehucht Schuilenburg […] is grote roering ontstaan nadat dezer dagen een viertal 50-tons schepen, geladen met vismeel, ligplaats heeft gekozen aan de kade, in afwachting van de lossing. Volgens de bewoners verspreidt het in de schepen aanwezige vismeel een niet te verdragen stank, die doordringt in de huizen en het leven vrijwel ondraaglijk maakt. Vlees, dat ’s morgens in de etalage van de slager wordt gelegd, zou ’s avonds zwart zijn geworden en de ter plaatse wonende bakker zou grote moeite hebben om zijn brood kwijt te worden”.

N.V. Holpatex schonk heel wat flesjes parfum en de medewerkers op kantoor kregen een extra toeslag van zes gulden per week.

Fabrieksarbeiders verdienden gemiddeld 45 gulden, kantoorpersoneel 30 gulden en de directie 252 gulden per week. Elke week weer werd het geld op kantoor geteld en in bruine loonzakjes gedaan. En als er uiteindelijk een verschil was, moest alles opnieuw geteld worden. En toch was er wel eens iemand die zei te kort te hebben ontvangen – nooit te veel …
Regelmatig werd het vismeel volgens contract bemonsterd. Door broei “spatten de maden tegen het plafond, je moest er niet met open mond boven hangen”. De monsters werden via het postkantoor te Kollumerzwaag ingezonden. Beambte Pieter Geertsma snoof al als de monsters bij hem werden gebracht.

Vijf tot zes mensen vonden werk op het kantoor. In de keuken was de telefooncentrale gevestigd. Max Gosschalk was veel op pad. Om nieuwe orders. Hij had de wind er onder, maast moest zeker ook rekening houden met de andere directeur.
Soms mocht ik op vrijdag eerder naar huis. Dan kwam er rond vijf uur een dame voor een bespreking. Boven op zijn kamertje. Maar ik had toen al het idee dat er niet gesproken werd over de maden in het vismeel ….
Uiteindelijk kreeg hij een woning in Burgum. En kwam ook zijn dochter Edith op het kantoor werken. Maar Gosschalk behandelde haar niet anders dan anderen. Ze reed niet met vader mee naar de fabriek, maar kwam op een solex. Toen haar verkering met een jongen uit Leeuwarden uit raakte, kreeg ze medewerkers uit de fabriek op het oog. En werd ze wel eens zoenend aangetroffen ..

N.V. Holpatex gebruikte een zogenoemde gogo Mobil. Voorman Wiltsje Wiersma nam dat ding meestal mee naar huis. De gogomobiel reed maar 45 km., maar toen ik voor een boodschap naar Kollum moest was het wel even wennen. Zeker omdat het de eerste keer was en ik pas na enkele kilometers in de gaten kreeg waarom de motor zo’n lawaai maakte. Er moest geschakeld worden naar de tweede versnelling – de hogere versnellingen waren dichtgelast. Het was een hele ervaring en in Kollum stond het zweet op mijn voorhoofd: remmen, schakelen, goed uitkijken en dan die fietsers om de auto heen fietsend! Het is gelukt, maar ik durfde niet achteruit te rijden. Dus na een rondje door Kollum werd de terugreis aanvaard en kwam ik terug in Westergeest. Zonder wat te zeggen, want de gogomobiel en ik, wij waren heelhuids terug.

De buurvrouw naast het kantoor had een pick-up gekregen. Door de dunne muren konden wij meegenieten, maar uiteindelijk ging het vervelen. Ze had maar één liedje: Lesson One van Russ Conway. Was het een vaag teken? Voor de fabriek en de directie?
Feit is dat het liedje na zoveel jaren is blijven hangen.

En dat N.V. Holpatex langzaam werd meegezogen in een drama dat begon toen Gosschalk een klein, behendig mannetje aan ons voorstelde: “Schets” zei hij. “Anton W.M. Schets”. Schets werd één van de drie directeuren en het personeel werd uitgeleend aan Kollum Chemie.

Voor die tijd was N.V. Holpatex al bezig met het verpakken en verwerken van insecticiden zoals Dimecron en Maneb. Zeer giftige insecticiden welke geleverd werd door Ciba A.G., Zwitserland. N.V. Holpatex was daar niet op voorbereid. De insecticide verstoof tijdens het verwerken, er waren geen douches en er was grote tijdsdruk. Omdat de concentraties te hoog werden, werd buiten aan lange tafels gewerkt ..
Dokter Roosdorp van Kollum onderzocht regelmatig het bloed van de medewerkers. En als er te veel gif in het bloed werd aangetroffen, dan mocht je even niet meer werken. Het is mij ook overkomen. Minse Sipma werd op een zaterdagmiddag met grote spoed naar het ziekenhuis in Leeuwarden gebracht. De directie heeft daarvan een verslag gemaakt en afgedrukt in het bedrijfskrantje. Conclusie: er was een productieverlies van zesduizend gulden.

Toen directeur Anne Dijkstra door ziekte stopte, ging het snel bergafwaarts met het bedrijf. N.V. Holpatex ging uiteindelijk in 1964 failliet. Ik was toen al vertrokken want ik kon mijn draai er niet meer vinden: “Jij bent net een ambtenaar, jij hebt voor elke oplossing een probleem” kreeg ik te horen.

Dat directeur Anne Dijkstra in 1970 alleen voor de rechter stond inzake de Kruidencoöperatie is volgens mij niet helemaal terecht. Gosschalk had naast hem moeten staan.

Advertenties

zes jonge mannen komen om

vergelijkbaar toestel: Wellington Mk Ic, P9249 [collectie www.strijdbewijs.nl]

vergelijkbaar toestel: Wellington Mk Ic, P9249 [collectie http://www.strijdbewijs.nl]

Op 13 oktober 1941 stortte een Engelse bommenwerper van de Royal Air Force neer, de Wellington MK 1c, X 9822 BL-J

De Wellington stijgt op 12 oktober 1941, om 19.26 uur, samen met twee andere toestellen, op in Alconbury in Groot-Brittannië, met als bestemming Bremen. Het zicht is beperkt en daarom maakt het toestel snel hoogte om boven de bewolking uit te komen. Aan boord zijn acht zware bommen met een totaalgewicht van zo’n 1800 kilo. Aan boord bevinden zich zes bemanningsleden:

  • George Frederick Bateman, uit Blackpool – Lancashire, 21 jaar oud, sergeant, eerste piloot.
  • Peter Alan Milton, uit Bath – Somerset, 20 jaar oud, sergeant, tweede piloot.
  • Harold Frederick Eyre, uit Balham – London, 19 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige schutter.
  • Frederick Jenkins, uit Ramsgate – Kent, 25 jaar oud, pilot officer, verkenner en navigator.
  • Harry Richard Legg, uit Ditchling – Sussex, 23 jaar oud, sergeant, schutter.
  • Ernest Robert Butson Magrath, uit Maidenhead – Berkshire, 28 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige en schutter

Helmut LENT

Nazi autographed postcart of Helmut LENT [collectie http://www.icollector.com]

Om 22.20 uur ontvangt de basis in Engeland bericht dat de missie is afgebroken. Het toestel heeft Bremen niet bereikt en keert terug naar huis. De bommen worden onderweg afgeworpen. Het toestel vliegt alleen en wordt opgemerkt door een Duitse radarpost, waarschijnlijk Schlei van Schiermonnikoog. Er gaat een bericht naar de luchtbasis van Leeuwarden en Oberst Leutnant Helmut Lent, een jagerpiloot, wordt naar de Wellington gedirigeerd.

Op het moment dat Lent de Wellington ziet, vliegt deze boven de Lauwerszee, ter hoogte van Zoutkamp. Lent komt met grote snelheid aanvliegen en positioneert zich onder de Wellington, waar hij niet gezien kan worden. Dan neemt hij gas terug en trekt zijn toestel omhoog. Met de salvo’s die hij daarna afvuurt, raakt hij de motoren, waarna het toestel in brand vliegt. Het is net na middernacht als het toestel brandend neerstort in een weiland bij Westergeest.

Een en ander gaat zo snel dat de bemanning geen tijd heeft het toestel te verlaten. Alle zes inzittenden komen om het leven. Zij worden met militaire eer, onder grote publieke belangstelling van de lokale bevolking, begraven op de begraafplaats bij de kerk in Westergeest, waar hun graven nog steeds zijn te vinden. Ieder jaar, op 5 mei, wordt herdacht dat deze jongen mannen hun leven gaven voor de vrede en worden er bloemen en kransen gelegd.

Op 4 mei 2018 waren zoon en dochter van sergeant Magrath in Westergeest aanwezig bij de dodenherdenking – klik hier voor enkele foto’s.

weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Of hebt u foto’s. Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

gerooide boom bij Landlust

grafsteen Jacob Jacobs en Antje Teernstra [collectie http://www.graftombe.nl]

Akke Pieters Teernstra was een dochter van Pieter Aedsges Teernstra (landbouwer en lid van de gemeenteraad van de gemeente Oudwoude) en Janke Klazes Monsma. Akke is op 17 mei 1818 voor de kerk getrouwd met Jakob Jakobs Dijkstra, zoon van Jakob Jakobs Dijkstra en Aaltje Jeltes Bouma.
Na het overlijden van zijn schoonvader gaat Jakob op de Weerdeburen aan de Wouddijk onder Westergeest wonen. Ze huurden de plaats eerst ook van Bote Eskes en na diens overlijden van zijn dochter Martjen Eskes, getrouwd met Hermannus Klugkist Hesse te Kollum. Ze kochten geregeld land aan. In 1857 kochten ze het z.g. eiland, ontstaan door de doorsnijding van het Dokkumer Groot Diep, waardoor 7,40 Ha van Oostdongeradeel werd afgesneden.
Na het overlijden van Jakob Dijkstra in 1859 houdt Akke Pieters de plaats, eigendom van Martjen Eskes, aan met behulp van haar zoon Pieter en na diens overlijden in 1860 met haar zoon Jakob. Bij zijn huwelijk met Jantje van Kleffens werd de nieuwe plaats, “Veldzicht” genaamd, door Jakob aanvaard en hij ging er wonen. Akke had deze voor hem laten bouwen voor fl. 11.000,-. Akke vertrok naar het dorp Westergeest, naar een stelpwoning, die het echtpaar al in 1845 had gekocht. Bij de nieuwe plaats werden de landerijen gevoegd, die Akke en haar man in de loop der tijden hadden gekocht. Waaronder ook het eiland en het land dat ze van haar vader had geërfd. Akke woonde nog vier jaar te Westergeest, waar ze ook is begraven.

ca. 1910, Douwe Kornelis Beintema, Akke Jacobs Dijkstra en zonen Kees en Jacob [collectie Erik Dijkstra]

Door het oprichten van het waterschap “Weerdeburen”en het plaatsen van een watermolen heeft Jacob Dijkstra zijn laag gelegen weilanden in sterk verbeterde toestand gebracht. Maar het gaat het echtpaar niet voor de wind. Zowel financieel als persoonlijk. Na het overlijden van zijn vrouw Jantje en dochter Janke in 1887, komt Jakob twee jaar later te overlijden. De boerderij wordt gekocht door Akke Jacobs Dijkstra, die gehuwd is met Douwe Kornelis Beintema (overleden in 1929). Het eiland wordt gekocht door Douwe Alberts Beintema. De landerijen worden verdeeld over meerdere kopers.
In 1930 wordt de boerderij gehuurd door Jan Harm Witzenburg. Akke en haar man gingen wonen in Engwierum. Akke Beintema was een flinke vrouw. Gek op schaatsen. Als ze iets in haar hoofd had gebeurde dat ook. Ze probeerde ieder jaar boer Witzenburg te bezoeken.

Nog een leuke anekdote; in 1947 wilde ze een bezoek brengen aan Friesland vanuit haar woonplaats Bussum. Ze wilde logeren op Landlust bij boer Witzenburg. Tot zijn grote ontsteltenis, want hij had niet gedacht Akke nog in Westergeest te zien. Ze hadden zonder haar toestemming een boom geveld. Daar hadden ze in de koude oorlogswinters warmte van gehad. Met man en macht hebben ze een boom verplaatst en tijdelijk op de oude plek gezet. Bladeren waren er nog niet aan de bomen. of ze het gemerkt heeft weten we niet. Ze heeft niets gezegd!

Na haar overlijden in 1951 is de boerderij naar haar zoon Jakob Beintema gegaan.
Bron: Kineke Beintema

Deze ‘post’ is geschreven door Erik Dijkstra. Erik schrijft en publiceert [ook] op zijn website www.ferline.nl.

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

 

Thymen Teakes Damstra en Pietje Hoekstra

Oranjefeest in Driesum [collectie facebook Âld Driezum / WÂlterswâld]

Oranjefeest in Driesum [collectie facebook Âld Driezum / WÂlterswâld]

Op de Facebookpagina van Âld Driezum – Wâlterswâld kwam ik deze ‘update’ tegen, die ik hier met toestemming plaats.  

Oranjefeesten in Driezum – Wâlterswâld rond 1935. Van Wieger Jacobs [fan Mark en Akke] kregen we deze bijzondere foto met muziekvereniging Excelsior als onderdeel van de optocht.

De foto is genomen op de bakkershoek in Wâlterswâld met op de achtergrond het huis van Wybren van der Veer [1892-1941] die in 1916 getrouwd was met Merkje [Murkje] de Vries [1892-1989] van Ikkerwâld. Zoon Bearend [Bean kapper] woonde er zijn leven lang [1919-1979]. Nu woont de familie Teade en Marieke Lijzenga in dit huis. Zij konden ons vertellen dat het huis in 1932 is gebouwd.

Van de muzikanten herkennen we de tromslager [naast de man met het vaandel]. Het is Thymen Teakes Damstra [1886-1952] uit Driezum die in 1911 was getrouwd met Pietje Hoekstra [1888 -1972] uit Westergeest.

[collectie Âld Driezum - Wâlterswâld]

[collectie Âld Driezum – Wâlterswâld]

Tot zover de ‘update’ op de facebookpagina.


Pietje Hoekstra werd geboren in het gezin van Hart Hoekstra en Minke Loonstra.

Ik heb nog niet een heel helder beeld kunnen krijgen van het gezin Thymen en Pietje. Nadat ze op 03 juni 1911 in het huwelijk traden kregen ze op 14 augustus 1912 een meisje: Minke. In het najaar van 1918 staat het gezinsleven werkelijk helemaal op de kop:

  • op 24 oktober 1918 kwam Minke op 6-jarige leeftijd te overlijden.
  • in de week daarna [exacte datum heb ik nog niet] werd zoon Harry geboren.
  • enkele weken later werd kwam hun 21-maanden jonge zoontje Teake te overlijden

En dan stuurt Auke Postma een reactie. Met foto’s.

Pietje Damstra - Hoekstra [collectie Auke Postma]

Pietje Damstra – Hoekstra [collectie Auke Postma]

thymen-damstra

Thymen Damstra [collectie Auke Postma]

De beide kinderen die zo jong zijn gestorven bezweken aan de Spaanse Griep.

Nog niet alle geboortedata van de andere kinderen zijn bekend:

  • 26 augustus 1920 – Teake. Trouwde met Anne van de Wiel. Hij is de grondlegger van de Koninklijke Damstra. Hij overleed op 01 februari 1997.
  • Harry – trouwde met Janke. Hij kon alles repareren “waar een stekker aan zat
  • 12 mei 1922 – Minke, trouwde met Kramer. Minke overleed op 12 juli 2006.

Auke sluit zijn reactie af met een mooie opmerking: “Ik ha heart dat in oerpakesizzer fan Thymen Damstra de Fokkema’s Pleats kocht hat. Dan is de cirkel van rûn“.

bronnen:

Nu u? Weet u meer over Thymen Teakes Damstra en Pietje Hoekstra? Wilt u dan reageren en helpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken?

Johannes van der Wiel

Johannes van der Wiel met zijn tweede vrouw Martje Korf op 31 maart 1937. [Collectie Tjerk Karsijns, Roden]

Johannes van der Wiel met zijn tweede vrouw Martje Korf op 31 maart 1937. [Collectie Tjerk Karsijns, Roden]

Eervol ontslag als politieman

Johannes van der Wiel werd in 1918 in Amsterdam eervol als politieman ontslagen als gevolg van een opgelopen verwonding, mogelijk tijdens de aardappeloproer in juli 1917. In Amsterdam was hij in 1917 ook weduwnaar geworden van zijn eerste vrouw Eelje Bergman [1883 – 1917]. Zij hadden vier zoons gekregen, waarvan alleen Sijtze [1914 – 1991] was blijven leven.

Hij werd na zijn ontslag in Friesland verzekeringsagent en huwde in 1921 met de vier jaar oudere weduwe Martje Korf [1879 – 1955]. Zij bracht uit haar eerste huwelijk een zoon Douwe mee. Samen kregen ze nog een levenloos kind in april 1922.

YST: Martje Korf was eerder getrouwd geweest met Jan de JONG [1874 – 1915]. In 1922 schreef de Leeuwarder Courant dat tegen Anna vd W.  25 gulden of 25 dagen hechtenis werd geëist inzake “eenvoudige beleediging” van Martje Korf. 

Bode en conciërge op het gemeentehuis in Roden

In 1928 werd Johannes benoemd tot bode en conciërge op het gemeentehuis in Roden. Hij kreeg een onderkomen op de begane grond van de secretarie met een slaapkamer op de eerste verdieping.

Dodelijk gewond bij het bombardement op Roden in 1941

Op vrijdagavond 24 oktober 1941 vond een bombardement door de Engelsen plaats van Roden. Bij dat bombardement op onder andere het gemeentehuis werd Johannes zwaar gewond. Hij was een nieuwsgierig man en die karaktertrek is hem vermoedelijk noodlottig geworden. Toen laat de vliegtuigen overkwamen, ging Johannes zijn bed uit om te zien wat er gaande was. Hij is door de openslaande ramen direct op het platte dak van de secretarie gestapt. Het hoge dak van het gemeentehuis belette hem het uitzicht in horizontale richting, waardoor hij de bom die het woongedeelte zou treffen niet gezien heeft. Johannes werd door een bomscherf vol in buik getroffen.

Zijn vrouw Martje was al uit bed, maar nog in de slaapkamer, die volledig verwoest werd. Zij liep door rondvliegend glas wonder boven wonder slechts verwondingen aan haar knie op. Zij was echter zo overstuur, dat bewoners van de Westeinderweg (nu: Heerestraat) haar hoorden gillen. Dokter Weggemans, die naast het gemeentehuis woonde, verleende eerste hulp en gelaste een snel vervoer naar het ziekenhuis in Groningen. Toen Jan Karsijns met de ambulance ter plaatse kwam, was hij behoorlijk van streek omdat het de vader van zijn vroegere compagnon Sijtze van der Wiel betrof. Daarom nam hij deze keer een goede bekende, Riemer de Vries -de zoon van bakker De Vries- mee om Johannes naar Groningen te brengen, maar die bestemming heeft hij niet meer levend bereikt.

Deze ‘post’ is geschreven door Tjerk Karsijns, Roden. Het werd eerder gepubliceerd op “geschiedenis.umcgambulancezorg.nl

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

 

Kippenoorlog in de Dôlle

Heine van Assen en Geertje Postma [eigen collectie]

Heine van Assen en Geertje Postma [eigen collectie]

De Rijdende Rechter heeft vaak zijn handen vol aan burenruzies.

Dat dit van alle tijden is, bewijst het waar gebeurde verhaal van 85 jaar geleden (1929) aan de Dôlle bij De Trieme onder Westergeest. Hoofdrolspelers zijn veehouder Jacob Steringa en zijn buurmannen arbeider Auke van Assen en ‘gernierke‘  Heine van Assen.

Jacob Steringa was geboren op 1 februari 1868 onder Westergeest en overleed later op 2 mei 1946 in Triemen; hij was op 16 mei 1903 gehuwd met Jitske van den Berg, afkomstig uit Akkerwoude, en grootvader van in de 2009 overleden Wim Steringa, die vele Triemsters nog wel gekend hebben.

1929-05-23, Leeuwarder Courant

1929-05-23, Leeuwarder Courant

Auke van Assen was geboren op 16 november 1904 in Triemen en overleed op Koninginnedag 1982 in Westergeest. ‘Lytse Auke‘ zoals hij ook wel werd genoemd trouwde in 1932 met Stien Boon uit Oudwoude.

Heine van Assen was geboren op 28 december 1872 in Triemen en overleed later op 20 augustus 1956 aldaar; hij was op 7 november 1896 getrouwd met Geertje Postma van Akkerwoude; hij was een oom van Auke van Assen en de pake van de thans nog op de Dôlle wonende Heine en Haije van Assen.

Het verhaal speelde zich af in het buurtje achterin de Dôlle, waar thans de families Eelke van der Bei, Piet Reitsma en de afgebrande boerderij van de Poelstra`s stond.

Jacob Steringa hield er veel kippen op na, die telkens als ze los waren, op het erf van de buurman Auke van Assen kwamen. De talloze waarschuwingen, om de kippen vast te houden, bleken vruchteloos. Op 27 maart liepen de hennen eens weer op het erf van Auke, die met een grote stok de kippen wilde verjagen. Hij gooide met de stok naar de kippen en eentje werd geraakt en bleef liggen. Later is het dier aan deze mishandeling gestorven.

Buurvrouw Fokje van der Veen was een der getuigen van het voorval. Op de bewuste avond stond ze op de uitkijk, omdat er voor de zoveelste maal ruzie was. Ze zag hoe Auke een stok naar de kippen wierp, en dat er één bleef liggen. Zij verklaarde dat de buren slecht met elkaar overweg konden; dat er altijd ruzie was over de kippen en over het hek, dat de Steringa`s al in 1867 wederrechtelijk aan de weg hadden geplaatst; en dat van Assen het leven van Steringa zo zuur mogelijk maakte.

De volgende getuige was Gerrit van Assen, een broertje van Auke. Hij werd er eerst fijntjes op attent gemaakt, dat een dooie kip geen meineed waard was. Maar hij verklaarde plechtig dat zijn broer geen kip had aangeraakt, maar dat het juist Steringa was die zich op de kip liet vallen en toen met het dode dier z`n huis is ingegaan.

Goaitzen van Assen uit Westergeest, kaasmaker op Hûsternoard, een oudere broer van Auke, die toevallig op bezoek was, verklaarde ook dat Steringa zelf de kip had gedood.

Uit alle verhoren bleek dat er een voortdurende burentwist was en dat men elkaar het leven zo lastig mogelijk probeerde te maken. De Officier van Justitie vond dat er veel plagerij in het spel was door de familie van Assen en dat de hele “kippenquestie” te wijten was aan Auke. Hij eiste 25 gulden boete of 25 dagen gevangenisstraf.  Auke werd uiteindelijk veroordeeld tot 10 dagen op water en brood.

Heine van Assen woonde aan de andere kant van Jacob Steringa. Op 1 april een paar dagen na het vorige voorval, liepen de ongeveer 80 kippen van Steringa weer los en bij hem op het erf. Hij wilde met een knuppel de beesten van zijn ‘hiem’  verjagen en wierp de knuppel naar de hoenders. Een der vogels werd aan de poten geraakt en moest daarna al hinkelende haar weg naar het hoenderhok vervolgen.

Jacob Steringa beschouwde het echter niet als een aprilgrap, en “maakte gewag van” de mishandeling van de kip, zodat dat ook hier de veldwachter werd ingeschakeld. Heine van Assen verklaarde echter, dat hij geen kip geraakt had. “Deze beesten zijn zo wild dat, als ze een der van Assens zien aankomen, ze er al snel vandoor gaan”; en “het gebeurt wel meer, dat die kippen van Steringa kreupel zijn, omdat Steringa veel ruimte om huis heeft, en ze ook bij de buren vrij rondlopen, zodat sommige van die dieren wel kramp in de poten moeten krijgen, dus van mishandeling is hier echt geen sprake”.

De Officier van Justitie achtte echter de kippenmishandeling wel voldoende bewezen. Hij eiste hier 15 gulden boete of 15 dagen hechtenis. Het vonnis werd 10 dagen naar het tuchthuis. Vermoedelijk hebben beiden in 1930 tegelijk hun detentie uitgezeten in de Blokhuispoort te Leeuwarden.

De kippen uit de Dôlle konden nadien weer in alle veiligheid op stok.

Deze ‘post’ is geschreven door Jack Boersma, Triemen. Het werd eerder gepubliceerd in de dorpskrant van De Triemen, Tremyn. Eveneens eerder gepubliceerd in De Sneuper.

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.