hystoblog

Home » personen (Pagina 2)

Categorie archief: personen

‘karriders’

Noem Wietske de Boer – Wiersma en menig Westergeastmer weet dan dat het over een vrouw gaat die, veelal in dichtvorm, een schat aan verhalen en anecdotes over hun dorp heeft achtergelaten.

Wietske werd op 19 januari 1894 geboren in het gezin Jabik Wierds Wiersma [1851 – 1936] en Antsje Wibbes Hoekstra [1855 – 1943]. Haar vader was van 1894 tot 1917 de laatste kastelein van ´De Trije Romers´.

Libbe Meijer [collectie Foestrumer Archief]

Wietske stond in haar anecdotes zo nu en dan ook heel kort even stil bij ‘karriders’. Veelal mannen die er op uit waren met de hondenkar. En die bij haar ouders in de herberg langskwamen. Op bijgaande foto Libbe Meijer met zijn hondenkar [de hond liep ónder de kar]. Libbe werd in Westergeest geboren op 01 juli 1864. Hij overleed op 11 december 1944 te Oudwoude.

Veehandelaren zoals David Kloosterman en ‘greate’ Gerke Kamminga kwamen ’s ochtend rond elf uur in ‘De Trije Romers’ voor een “lyts slokje”. Zo’n “lyts slokje” kostte destijds één stuiver.
In het voorjaar kwamen daar de handelaren in kalveren uit Driesum bij. Zij gingen met de hondenkar langs de boeren. Wietske noemt “Germ Uilkes [Dijkstra] soannen, Hedzer en Hindrik Raap”. Ze kwamen even bij elkaar in ‘De Trije Romers’ om vervolgens naar Dokkum te gaan om de gekochte kalveren te verkopen.
Of Pieter Ruwersma en Westra. Zij “sutelen mei in hûnekarre boadskippen út”.

Het was in die tijd heel gewoon dat er handelaren langs de deuren gingen. Niet alleen weduwen en mannen die om de één of andere “krupsje” niet konde werken. Ook Westereenders. Die hadden koopmansbloed! Zo herinnert Wietske zich een jongen met een touw vol knijpers over zijn schouder. Een kind nog. Wietskes’ moeder Antsje vroeg de knaap of er met zijn handel nog wat werd verdiend. Zijn antwoord was klip en klaar: “Jo moatte sa mar tinke, frou; in lytse handel is altyd better dan in grutte lep!”.

Moeder Antsje Wiersma had een groot meelevend vermogen en heeft menig bezoeker aangehoord. En terechtgewezen.
Een Westergeastmer die vanaf de Buitenposter markt nog even ‘De Trije Romers’ binnenkwam vóór hij naar huis liep, werd door haar aangesproken. “Better dronken dan gek, Antsje” was zijn antwoord. Maar moeder Antsje Wiersma liet het daar niet bij en nodigde hem uit aan “de greate tafel” en gaf hem koffie en broodjes. “Ziezo, nu merken ze er daar in Westergeest niets meer van”.

Wietske verwoorde het voorval in één van haar gedichten:

En kaem dr ris in persoan
Dy djip yn it gleske sjoen hie
Krige wl kofje en in flaubyt
Ta hy wer by syn sûp en stút wie

Mar woe er net nei har hearre
Dan wie har koart beskie
– Fan my gjin sterke drank
‘k soe my skamje dat ik ’t die

Heeft u ook ‘karriders’ met een hondenkar gekend? Weet u verhalen of anekdotes over ‘karriders’? Ik hoor het graag voor mijn onderzoek naar ‘karriders’ in noordoost Fryslân.

Meer over de ‘karriders’ op mijn blog over deze “swalkers“.

‘Case’ Zuidema

‘Case’ [Kees] Zuidema [collectie Foestrumer Archief]

De start van dit stukje begint op Facebook. Er staat op de facebookpagina van Oud Kollumerzwaag en Veenklooster een oproepje. Van Annie Meijer – Zuidema. Zij was op haart beurt door Savannah Zuidema vanuit Amerika gevraagd of zij misschien familie was van Kornelis Zuidema. Savannah wil graag wat meer over haar grootouders weten.
Het blijkt te gaan om Kees Zuidema uit De Dôle, zoon van Cornelis Zuidema en Hiltje Kempenaar. Broer van de “eeuwige vrijgezellen” Willem en Gerrit [“Gjet”] Zuidema.
Vader Kornelis Zuidema was schipper en op geboren 10 december 1874 te Eestrum. Hij was getrouwd met Hiltje Kempenaar, geboren 5 januari 1892 te Westergeest.

Samen kregen ze negen kinderen:

  • Ibeltje geboren 16 februari 1912 te Westergeest
  • Willem geboren 24 september 1913 te Westergeest
  • Jantje geboren 22 december 1914 te Westergeest
  • Wietske geboren 25 Januari 1917 te Westergeest
  • Heine geboren 12 maart 1918 te Westergeest
  • Hendrikje geboren 29 februari 1920 te Westergeest
  • Gerrit geboren 7mei 1923 te Westergeest
  • Martje geboren 19 mei 1926 te Westergeest
  • Kornelis [Kees] geboren 21 november 1933 te Kollumerzwaag

De familie heeft gewoond aan de Sweagerfeart in De Dôle. Broer Gerrit Zuidema was een bekende man in ons dorp. Zijn rustige manier van praten staat mij nog in het geheugen gegrift. Hij had land in Westergeest en kwam zodoende vaak door Westergeest fietsen. Broer Willem Zuidema was aardappelboer.
En Cornelis [Kees] Zuidema haalde tot 1957 de melkbussen op. Twee maal per dag, zeven dagen per week werden die van en naar Huisternoord gebracht. Tot Titus van Wieren de rit in 1957 overnam. Cornelis [Kees] Zuidema emigreerde toen naar Amerika en werd ‘Case’ Zuidema. Zijn trekker liet hij achter. Die nam Titus over, waardoor Titus één van de eersten in Westergeest werd met een trekker.

In Amerika ging hij op boerderijen werken en verhuisde uiteindelijk in 1973 naar Tillamook. Daar kwam zijn droom uit en werd hij zelf boer. Mogelijk is hij de Sweagerfeart nooit vergeten want zijn passie voor het vissen werd speciaal genoemd na zijn overlijden op 31 maart 2017.
Case Zuidema was een familieman. En Nederlander in een ver land. Op de bumper van zijn auto had hij een stikker geplakt: “You can tell a Dutchman, but you can’t tell him much.”

Door zijn overlijden werd bij zijn kleindochter de nieuwsgierigheid gewekt. En startte haar zoektocht naar familie in Fryslân.

Weet u meer te vertellen over ‘Case’ Zuidema? Of foto’s die bij deze ‘post’ geplaatst kunnen worden? Help dan mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken en reageer.

bronnen:

“.. ik scil dy smoare …”

Leeuwarder Courant, 26 april 1917

Het zijn woorden die honderd jaar geleden werden uitgesproken. Tijdens een heftige ruzie. Op 19 februari 1917. Het Nieuwsblad van Friesland geeft een inkijkje in de gebeurtenis: “’t Kwam door de woning. Die was den 32-jarigen Thijmen de V. door zijn huisbaas, Hendrik Leistra, opgezegd. Woede bij Thijmen, […]”.

Hendrik Leistra was veehouder en woonde op de Wâlddyk onder Westergeest. Hij werd in Niawier geboren op 12 juli 1885 en zal met zijn ouders Klaas Douwes Leistra en Rinske Spar van der Hoek meeverhuist zijn naar de Wâlddyk.
Daar trof het noodlot toen “tijdens een kort, maar hevig onweder” de boerderij in april 1910 door de bliksem werd getroffen. En totaal afbrandde. “Door den fellen wind kon zoo goed als niets gered worden en kwamen o.m. negen koeien in de vlammen om”. Enkele weken later kwam vader Klaas Douwes Leistra te overlijden. Op 4 juli 1910 in “huizinge A86”. Uit de rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant blijkt dat zijn oudere broer en zus dan al het huis uit zijn. Hendrik bleef alleen achter bij zijn moeder Rinske Spar van der Hoek.

Tot Hendrik in november 1911 trouwde met de 26-jarige Janke Hulshoff [1885 – 1961] uit Surhuisterveen. En het ziet er naar uit dat zij zich ook vestigden aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Hendrik lijkt een bemiddeld man te zijn geweest. In 1915 was hij mede koper van een stuk bouwland te Niawier, zijn geboortedorp. Daarnaast lijkt hij in Westergeest een woning te hebben gehad. Die hij verhuurde. Ik weet [nog] niet welke woning dat is geweest. Duidelijk is wel dat hij als huisbaas genoemd werd toen hij in februari 1917 polshoogte kwam nemen bij het snoeien van de bomen. Bij dit huis.
De Leeuwarder Courant schreef op 26 april 1917 dat “hij zijn orders uitdeelde aan één der bewoners”. Toen verscheen Thijmen de V. “eensklaps voor hem en mishandelde hem zoo pijnlijk, dat Leistra het niet gemakkelijk vergeten zal”.
Mogelijk woonde Thijmen toen nog in de woning, want het Nieuwsblad van Friesland schrijft: “Leistra beschouwde het werk van ’n snoeier bij de woning van beklaagde Thijmen, toen deze plots op Leistra aankwam”.

De paar gegevens die in de krant werden geschreven duiden op Thijmen de Vries. Thijmen die Vries werd geboren op 29 januari 1884 te Driesum in het gezin van Jarig Klazes de Vries en Jeltje Everts van der Wiel.

Vier jaar voor de mishandeling was hij getrouwd met de 27-jarige Korneliske van der Meer [1887 – 1975].
Samen kregen zij volgens mij vier kinderen:
 01-01-1914, Jarig
 20-04-1916, Ybele
 13-10-1917, Klaas
 12-12-1918, Grietje

Uit deze jaartallen blijkt dat zijn vrouw Korneliske ten tijde van de ruzie zwanger was. En ze hadden twee kleine kinderen.
Streed Thijmen voor zijn gezinnetje?

Hoe dan ook, er ontstond een woordenwisseling, die 19de februari 1917. Tussen boer Leistra en arbeider de Vries. Een woordenwisseling om 30 gulden. Een heftige woordenwisseling die uitliep op geweld – “Thijmen moet Leistra hebben aangegrepen. Met alle kracht. Later zaten de afdrukken van Thijmens nagels in Leistra’s vleesch. Om van blauwe plekken maar te zwijgen. Leistra kreeg ook nog een slag tegen z’n kinnebak”.

“… Ik lit dy net los … ik scil dy smoare … Ik kin dy wol yn’e kop bite … as ik dy by dei ef by nacht tsjin kom … oeral is wetter … !”.

Het zijn deze en dergelijke “verschrikkelijkheden” die Thijmen deels ontkende. Bovendien zou Leistra ook niet “werkeloos” zijn gebleven. De hele ruzie komt voor de rechter. En Thijmen krijgt straf.

  • Thijmen de Vries overleed op 22 mei 1965. Hij en zijn vrouw liggen te Kollum begraven.
  • Henrik Leistra overleed op 10 mei 1961. Drie maanden later stierf ook zijn vrouw Janke, op 23 augustus 1961.

Weet u meer te vertellen over deze gebeurtenissen of heeft u foto’s van de familie Leistra of de Vries? Ik hoor het graag en plaats een reactie onder deze ‘post’

bronnen:

Libbe Meijer

  • Geboren op 01 juli 1864 te Westergeest
  • Overleden op 11 december 1944 te Oudwoude

Libbe Meijer [collectie Foestrumer Archief]

Een wazige foto van een eenvoudige man. Een petroleumverkoper. Een glimmende pet op zijn hoofd, passend bij zijn vak. De mouwen van zijn jas nét iets te kort. Zijn petroleumhandel staat op zijn kar. Een hondenkar. Onder de kar is de hond te zien.

Over de kar heen is een bord bevestigd. Ik denk daarop te lezen dat de man in dienst is van de petroleummaatschappij “De Automaat”. Het [verplichte] bord aan de zijkant verraad wie hij is: L. Meijer – Libbe Meijer.

De foto komt van het Foestrumer Archief. Onder de foto staat: “Libbe Meijer met zijn hondenkar. Niet zeker is of hij ook in Westergeest kwam. Een zoon van hem, Douwe Meijer had later ook de petroleumhandel”. Dat geeft een aanknopingspunt om te achterhalen wie deze Libbe Meijer is. Want op 19 maart 1910 krijgt ene Libbe Meijer in Twijzel, Achtkarspelen een zoon Douwe. Met die gegevens kon ik verder zoeken.

Libbe Meijer werd te Westergeest geboren in het gezin van arbeider Kornelis Libbes Meyer en Antje Durks Rozendaal. Op 22 mei 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen. Trijntje was te Driesum geboren op 08 februari 1870. Bijna één jaar later krijgen ze samen een zoon:

  • 18-05-1898, Kornelis [† 22-08-1987]

Maar dat slaat het noodlot toe. Wat er precies is gebeurd is niet meer te achterhalen, maar Trijntje kwam te overlijden. Op 02 augustus 1898. Nog geen anderhalf jaar na hun huwelijksdag. Achtentwintig jaar jong.

Libbe bleef achter met een klein kind. Een baby nog. Het kind zal ook de warme zorg van naaste familie hebben gekregen. Want Libbe zal hebben moeten werken en een klein kind kon dan niet met hem mee.

 

Het duurde nog bijna zes jaar voordat arbeider Libbe weer in het huwelijk trad. Hij trouwde op 26 maart 1904 met de 28-jarige Janke Riemersma [1875 – 1950]. Op twee na werden hun kinderen allemaal in Westergeest geboren:

  • 10-01-1905, Willem [† 1994]
  • 02-07-1906, Durk [† 1993]
  • 16-06-1908, Romke [† 1989]
  • 19-03-1910 Twijzel, Douwe [† 1910, nog geen tien dagen oud]
  • 30-07-1911, Vokeltje [† 1986]
  • 12-05-1913 Triemen, Antje [† 2013]
  • 05-04-1915, Douwe [† 1986]

Renze Petersohn komt met een interessant gegeven. Waaruit blijkt dat Libbe en Janke volop in het leven stonden: in hun huis vol tieners en pubers werd ruimte gemaakt voor twee pleegkinderen. Per 25 februari 1925 kwamen:

  • Koendert Groen [geboren op 06-03-1916 te Vinkega, † 1993]. Koendert vertrok per 24 april 1931 naar Leeuwarden. Hij kwam daar waarschijnlijk in een kindertehuis terecht.
  • Harm Groen [geboren op 29-03-1920 te Noordwolde, † 2000]. Harm werd per 03 april 1934 geplaatst in een kindertehuis van de Martha Stichting te Alphen aan de Rijn.

Zo ontvouwde zich langzaam het levensverhaal van Libbe Meijer. Op hoofdlijnen, maar voldoende om respect te krijgen voor de man die – denk ik – op deze wazige foto staat afgebeeld.

Weet u meer te vertellen over Libbe Meijer? Hebt u foto’s die bij deze ‘post’ geplaatst kunnen worden? Help dan mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken en reageer.

Bronnen:

Deze ‘post’ is ook geplaatst op mijn blog over hondenkarren.

Klaas Kooistra, de schillenboer

Klaas en Willemke Kooistra [collectie Foestrumer Archief]

Klaas en Willemke Kooistra [collectie Foestrumer Archief]

Johannes Schotanus heeft tijdens Foestrumers Fertelle een opsomming gegeven van de boeren in Westergeest. Hij kwam bij de meeste boeren aan huis met het “jildpûdsje” en herinnert zich de namen van de boeren binnen de bebouwde kom. Soms met slechts één koe. Soms met [wat] meer.

Samen met Minke Adema, Froukje Bijlstra – van der Haak, Derk Kloet en Geert Postma werden eind 2016 herinneringen daaraan opgehaald.

Na een opsomming van veehouders in onze bebouwde kom, stokt de opsomming even bij Klaas en Willemke. Klaas Kooistra. Klaas en Willemke

schillenboer Klaas Kooistra [collectie Foestrumer Archief]

schillenboer Klaas Kooistra [collectie Foestrumer Archief]

woonden destijds aan de Kertiersreed 5. Hun boerderijtje is al lang afgebroken.

Klaas Kooistra werd geboren te Harkema – Opeinde op 05 juni 1900. Hij had geen gemakkelijke jeugd. Zijn moeder stierf op 28-jarige leeftijd en vader overleed op 39-jarige leeftijd: Klaas werd wees toen hij 14 jaar was.

Hij trouwde op 28 mei 1927 met de 22-jarige Willemke Zijlstra [20|03|1905 – 15|10|1994], geboren en getogen in Westergeest. Ze gingen niet direct in Westergeest wonen, maar vonden eerst woning te Lutjepost en Buitenpost. Samen krijgen ze 7 kinderen. Klaas was vast en los arbeider, werkte bij de dorsmachine van Niehuis in Ulrum en was ook slikwerker. Velen in ons dorp zullen hem echter nog kennen als schillenboer. Hij haalde op de fiets de schillen op voor zijn vee.

Hij had twee koeien. Twee goeie, mooie koeien – zo gaat het verhaal. En hij was ‘wiis’ met de beesten.

Klaas overleed op 02 december 1990. Twee jaar later overleed Willemke. Ze liggen begraven op het kerkhof te Westergeest.

Nu u? Weet u meer te vertellen over “Klaas en Willemke”? Wilt u dan reageren en onze dorpsgeschiedenis helpen completer te maken?

De dienstmeid die ook boerin werd …

overlijdensakte Eelkje Kloosterman

overlijdensakte Eelkje Kloosterman

Eelkje Ebbes werd op 6 april 1838 in Westergeest geboren. En ze was nog jong. Voor de wet nog minderjarig. Ze kreeg omgang met een man en werd zwanger. Op 28 januari 1857 kreeg zij “buiten huwelijk” een zoon. De vader van dit kind bleef buiten beeld. De vader is niet meer te achterhalen. En het kind kreeg de achternaam van moeder: Sieds Kloosterman.

Ergens rond de jaarwisseling van 1859 / 1860 zal ze als minderjarige nogmaals moeten opgebiechten dat ze zwanger was. Deze keer was de vader wel in beeld. En op 1 februari 1860 ‘moest’ ze op 21 jarige leeftijd trouwen. Met de 38 jarige landbouwer en weduwnaar Jentje Sierks van der Land. In de huwelijksakte staat dat zij “dienstmeid te Kollumerzwaag, wonende te Westergeest” was. Was ze dienstmeid bij Jentje Sierks?

Samen kregen ze kinderen:

  • 17-04-1860, Engeltje
  • 23-08-1861, Ebbe

03-11-1861 – Engeltje stierf anderhalf jaar oud. In haar overlijdensakte staat vermeld dat ze overleed in “huizingenummer vijfenzestig te Kollumerzwaag“.

  • 07-07-1863, Hendrik

01-10-1863 – Sieds Kloosterman kwam op zes-jarige leeftijd te overlijden. Een dag later deden naar goed gebruik de “geburen” Wijtze Pieters Smedinga en Bartel Iebeles Vaatstra aangifte van overlijden. Sieds stierf ’s avonds om negen uur in “huizinge nummer zevenenzestig te Westergeest“. Een saillant detail, want woonde Sieds niet bij zijn moeder? Onduidelijk is van wie die “huizinge” toen was. Maar naar alle waarschijnlijkheid dus niet de “huizinge” van Jentje Sierks van der Land. Want Engeltje  stierf twee jaar eerder in Kollumerzwaag …

Leeuwarder Courant, 14 maart 1873.

Leeuwarder Courant, 14 maart 1873.

  • 28-11-1865, Akke
  • 15-04-1867, Wietske
  • 06-06-1870, Jetske
  • 04-01-1872, Harm

Dan volgt een emotioneel zware winterperiode. Op 24 september 1872 overleed hun jongste zoontje Harm. Acht maanden werd hij. Ze kon het intense verdriet nog delen en vond troost en intimiteit bij haar man. Maar toen haar man Jentje Sierks op 10 februari 1873 overleed stond ze er alleen voor. In de Leeuwarder Courant verschijnen onder elkaar drie advertenties. Eelkje bleef achter met nog zeer jonge kinderen. En ze is zwanger:

  • 31-08-1873, Jentje, ongetwijfeld genoemd naar vader …..

 

In een notariële akte van 09 oktober 1873 staat Eelkje Ebbes vermeld als woonachtig te Buitenpost. Ze verkoopt dan vastgoed te Kollumerzwaag en elders. Bedrag: koopsom fl. 18.844 in totaal enige onroerende goederen. In december 1873 kocht ze van Taede Jitzes Jagersma te Kollumerzwaag een huis met erf, boomgaard en een stuk bouwland voor 930 gulden. Een jaar later staat ze in een notariële akte nog vermeld als woonachtig te Buitenpost. Ze kocht voor 800 gulden een stuk bouwland te Kollumerzwaag van Theodorus Hilboes.

 

Toen werd het december 1875. Eelkje Ebbes is ondertussen 37 jaar. En trouwde ze met 43-jarige arbeider en weduwnaar Jan Ringers van der Meulen [1832 – 1912]. In de huwelijksakte staat dat ze toen te Kollumerzwaag woonde.

Op 17 januari 1923 overleed Eelkje Ebbes Kloosterman te Twijzelerheide. Vierentachtig jaar oud.

Nu U? Kunt u hier meer over vertellen. Hebt u foto’s die bij deze ‘post’ passen? Wilt u dan reageren en helpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Dat kan door een reactie onderaan deze pagina. Mailen kan ook naar ysteenstra[at]versatel.nl  –  [at] = @

bronnen

 

“ongedurig” en rusteloos

Uiterst rechts Getje Postma en Fokke Veenstra [collectie Foestrumer Archief]

Uiterst rechts Getje Postma en Fokke Veenstra [collectie Foestrumer Archief]

Een rustig moment. In een ogenschijnlijk rusteloos leven van enkelen van hen. Een mooie foto van drie jonge stellen. Op twee na nog onbekend voor ons. Onduidelijk ook waar de foto is gemaakt. Of door wie. Ook de reden is onbekend. Het jaar waarin de foto is gemaakt weten we ook niet – alleen dat het vóór 1935 moet zijn geweest. Het is waarschijnlijk een vriendenkring. Vrienden van Fokke Veenstra [1900 – 1965] en Getje Postma [1894 – 1935] – beiden rechts op de foto.

Vertoont de gezichtsuitdrukking van beiden trekken van onderdrukte emoties of lijkt dat zo ?

Getje werd in Westergeest geboren. Op 26 mei 1894. Getje was een dochter van Wiebe Postma en Tjitkse Postma. Op de een of andere manier kwam ze op jonge, formeel nog minderjarige leeftijd in Murmerwoude terecht. Tot ze op 18 december 1915 als “koopvrouw in gemaakte kleederen” vertrok naar ’s Gravenhage waar we haar terugvinden als ingeschrevene op 20 december 1915. Op een adres aan de Schenkstraat. Voor korte duur want enkele maanden later vertrok ze weer naar een ander adres. Ook in 1917 verhuisde ze nog een keer. En het lijkt er zelfs op dat ze een ruimte of kamer betrok in een hotel.

Op 20 juli 1918 overleed haar vader Wiebe Postma, oud 64 jaar, koopman, geboren en getogen in Westergeest. Haar moeder Tjitske Postma bleef achter. Zonder beroep, staat in de overlijdensakte van Wiebe. Misschien was dat de reden dat dochter Getje weer naar Westergeest terugkwam? In ieder geval woonde ze enkele jaren later weer in haar geboortedorp. Althans volgens haar huwelijksakte van 10 april 1920. De 25 jarige Getje Postma trouwde toen met de 20 jarige [en toen nog minderjarige] koopman Fokke Veenstra. Getje toen “zonder beroep”.

Fokke was een zoon van koopman Egbert Veenstra en Japke Lourens. Met Fokke maakten we al eerder kennis. In mijn boek Foestrum: Illegaal slachten was één van de manieren om aan [voldoende] vlees c.q. eten te komen, maar het was riskant. Fokke Veenstra werd tijdens het slachten van een schaap op 15 augustus 1941 opgepakt.

Mogelijk was het huwelijk een “moetje” want zeven maanden later werd hun zoon Egbert Wiebe Veenstra geboren. Op 26 november 1920 in Heerlen [Bertus, zoals hij in Drachten werd genoemd, overleed te Drachten  in september 2002]. “Vluchtte” het jonge paar toen naar Limburg? Hoe dan ook, hun verblijf buiten Fryslân was van korte duur. Op 25 april 1921 kwam het gezin vanuit Hoensbroek weer terug. Terug naar het geboortedorp van Getje,

Nieuwsblad van het Noorden, 3 augustus 1965.

Nieuwsblad van het Noorden, 3 augustus 1965.

Westergeest. Op hun gezinskaart Kollumerland staat vermeld dat Fokke tijdens de inschrijving in de gemeente mijnwerker was. In Kollumerland werd hij veehouder.

In Westergeest werd dochter Elizabeth Henderika Veenstra geboren. Op 24 september 1922. Van haar weten we dat ze dienstbode is geworden. Want zo overleed zij. Slechts 21 jaar jong op 2 maart 1944 te Reutlingen, Alteburgstrasse 8 Duitsland. Was zij gedwongen om in Duitsland te werken?

Jaren later verdween veekoopman Fokke Veenstra. Letterlijk; vermist per 24 juli 1965. Hij was op de fiets uit Groningen vertrokken met “een behoorlijke som gelds bij zich”. Een misdrijf werd niet uitgesloten. Tot zijn stoffelijk overschot op 2 augustus 1965 werd gevonden in het Winschoterdiep. Hij was verdronkenen al zijn geld nog bij zich. Een misdrijf werd toen uitgesloten.

Getje heeft het allemaal niet meegemaakt. Zij was al lang overleden. Op 16 oktober 1935, nog geen 40 jaar oud. Getje heeft ogenschijnlijk een “ongedurig”, rusteloos bestaan gehad. Ze zwierf van het ene adres naar het andere adres. Maar uiteindelijk ligt zij begraven bij de eeuwenoude kerk van haar geboortedorp Westergeest.

U nu? Weet u meer over Fokke en Getje? Wilt u dat dan met ons delen en onze dorpsgeschiedenis completer helpen maken? Dat kan door hieronder een reactie op deze ‘post’ te plaatsen.

bronnen:

verbaasd, tevreden, blij en dankbaar

Het gebeurde ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Enkele mannen, keurig in pak, arriveerden in Westergeest. Ze klopten aan bij de familie Gerrit ‘Kei’ en Aaltje Kloosterman. Het waren bestuursleden van melkfabriek De Ommelanden te Groningen. Ze kwamen met een vraag. Of eigenlijk een uitnodiging. Voor de twee dochters Tsjallie en Geertje. Om te komen zingen. Toen deze mannen aan de deur klopten, hadden de twee zussen al naam gekregen. De zingende zusjes Kloosterman waren al een fenomeen in de noordelijke provincies, maar ook daarbuiten.

Het begon allemaal in Drogeham. Oudste zus Trijntje zat in het bestuur van de kleuterschool. En ‘ter opluistering’ van een gezellige avond werden de beide zusjes gevraagd om wat te zingen. Geertje was rond de 15 jaar en Tsjallie rond de 21. “Dat foldie hiel goed” en langzaam maar zeker kwam er meer vraag. Ze hoefden zelf niet veel te regelen. Ja, de afspraken bijhouden in een schriftje, dat wel. De zussen werden thuis opgehaald en weer thuis gebracht. Vrijwel altijd met een auto. Soms gingen ze met de trein. Een enkele keer vanwege de afstand met overnachtingen er bij. Allemaal zonder ouders. Maar die voelden zich zeker wel betrokken. Want als ik bij Geertje thuis kom praten over haar zangcarrière, ligt de tafel letterlijk vol met krantenknipsels. Allemaal zorgvuldig verzameld en bewaard door haar moeder.

De twee zussen traden op tijdens bruiloften en bijeenkomsten van de Christelijk Nationale Vakvereniging. In kerken, tijdens muziekavonden of propagandavergaderingen van de Anti-Revolutionaire Partij [samen met Hendrik Algra] en Christelijk-Historische Unie. In ziekenhuizen, kleuterscholen en bejaardenhuizen waar ze ook wel langs de kamers van de bewoners gingen. Maar ook in het Protestants Militair Tehuis voor ‘onze jongens’. Daar bleven ze slapen. In een pas geverfde kamer waardoor ze wakker werden met hoofdpijn … Het waren lange avonden. Soms [inclusief te terugreis] tot twee of drie uur ’s nachts. Een enkele keer werd het vijf uur ’s ochtends. In een tijd dat Geertje ook nog haar werk had bij dokter Roosdorp in Kollum.

Het kon niet anders of de vermoeidheid sloeg vaak toe. Toen ze 21 jaar was stopte ze met het werk. “It wie net mear te hâlden”.

Het zingen was vrijwel altijd pro-deo, soms ook met een boerenkapel. Want de Zingende Zusjes zijn bekend geworden met hun Christelijke muziek, maar daarnaast stonden ook wel [zoals Geertje het noemt] “luimige ferskes” op het repertoire. Bovendien werd steevast het lied “ús Westergeast” gezongen. Een ode aan ons eigen dorp. En speciaal voor de zussen geschreven door Sibbele Hietkamp van Kollumerzwaag.

Geertje herinnert zich avonden waarbij ze optraden naast toen bekende zangers – Kees Deenik en Johan Bodegraven. “En wy wiene mar hiele gewoane famkes”. Spannend, maar als de zussen optraden werd het muisstil in de zalen. “De ferskes út de Bundel sloegen yn, sprutsen oan …” en ze kregen veel complimenten.

Tien jaar lang bleven ze zingen. Tot haar huwelijk met Wieger Hoekstra. Toen was de tijd rijp om te stoppen.

Tot op de dag van vandaag zijn ze te beluisteren via de radio. En ontvangt Geertje reacties omdat mensen wat aan de liederen hebben gehad. Dát vind ze het allermooiste; dat daar wat van overgebleven is. Ze heeft hele mooie herinneringen aan die tijd, maar Geertje kan het moeilijk in één woord vangen. Ze is vooral verbaasd, tevreden, blij en dankbaar dat ze het heeft mogen meemaken.

Haar blik dwaalt af als ze terugdenkt aan het dieptepunt in haar leven. Geertje verloor haar jongste zoon Gerrie aan de dood. Toen kwam één van haar liederen als een boemerang bij haar terug. Alsof de hemel rechtstreeks even open ging om haar te steunen. Een onbekende vrouw uit Minnertsga las van het ongeluk van Gerrie. En  toen ze luisterde naar het lied “Zouden wij ook eenmaal komen” schreef ze een brief – “de Heer legt in m’n hart om nu een brief te schrijven”. Ze deed er een gedicht bij.

God is getrouw” besluit Geertje.

Gezin Kloosterman Achter v.l.n.r.: Trijntje, Lieuwe, Tsjallie met strik, David, Wietse, Martha Voor: Vader Gerrit (Kei), Geertje met strik, Betje, moeder Aaltje en Jeltje

Gezin Kloosterman
Achter v.l.n.r.: Trijntje, Lieuwe, Tsjallie met strik, David, Wietse, Martha
Voor: Vader Gerrit (Kei), Geertje met strik, Betje, moeder Aaltje en Jeltje

Kunt u helpen met aanvullingen of foto’s? Reageer dan op deze ‘post’ en help onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen:

  • Geertje Hoekstra – Kloosterman
  • Foestrumer Archief

Tortelduif voorkwam erger.

Bouwe Riemersma [1844-1931], bakker in Westergeest en zijn vrouw Sietske van der Zwaag [1845-1921]

Bouwe Riemersma en zijn vrouw Sietske van der Zaag [collectie Foestrumer Archief]

Bouwe Riemersma werd in Kollum geboren. Op 24 december 1844, in het gezin van de geboren en getogen Kollumer landbouwer Taeke Meinderts Riemersma [1823 – 1891] en Tetje Jacobs van der Bijl [1821 – 1847]. In 1846 kreeg hij een zusje, Trijntje Riemersma. Daarna sloeg het noodlot toe. Moeder Tetje stierf. In februari 1847. Vader bleef achter met twee hele jonge kinderen – Bouwe was net twee jaar.

Op 4 maart 1851 hertrouwde zijn vader Taeke met Aaltje Ids Dijkstra [1825 – 1899 ?].

Toen Bouwe op 21 juni 1877 met de 33-jarige timmermansdochter Sytske van der Zaag [ 1844 – 1922] uit Burum trouwde was hij ook nog landbouwer.  Trad hij nog in de voetsporen van zijn vader. Maar dat veranderde na zijn trouwen. En zij gingen wonen in Westergeest. Want toen op 14 augustus 1878 hun zoon Teake Meindert werd geboren, was Bouwe bakker. Zijn knoestige handen kneedden vanaf toen deeg. In de bakkerij op de hoek Eelke Meinerstwei / Van Teijenswei.

bakkerij Riemersma

Bakkerij van Bouwe Riemersma. Bouwe staat rechts. Naast hem staan de feint en de faam [collectie Foestrumer Archief]

Daar, idyllisch verscholen achter prachtige bomen, werd op 28 november 1880 hun tweede zoon Enne geboren. Maar ook hier vertekent het vreedzame plaatje de werkelijkheid. Er moest hard gewerkt worden. Om de zaak draaiende te houden. Dat lukte toen niet iedere bakker. In 1891 ging op de Triemen bijvoorbeeld zijn collega-bakker Sjoerd Annes Starkenburg [1848 – 1917] failliet.

Rond die tijd kreeg ook Bouwe te maken met tegenslagen.

Op 26 april 1891 stierf zijn vader op 68-jarige leeftijd. Bouwe was kind-af en moest de zakelijke belangen van zijn vader afhandelen. We zien hem in die tijd ook veel verschijnen bij de notaris om landerijen rondom o.a. Kollum te verkopen. Het zal een drukke, vermoeiende en verdrietige tijd zijn geweest.

Tot overmaat van ramp voltrok zich ook nog een zakelijke ramp. Ergens in oktober 1891 lag over het dorp Westergeest een diepe rust. Vrijwel iedereen sliep. Ook in de bakkerij van bakker Bouwe Riemersma bleef het die nacht lang rustig. Maar de rust werd snel en ruw verstoord. De [kennelijk] inwonende feint [knecht] werd wakker door geluid. De tortelduif ging tekeer. Toen hij polshoogte ging nemen, ontdekte hij brand. In de bakkerij. Iedereen werd gewekt, de brandweer werd gealarmeerd. Ondanks het ferme optreden kon de brandweer de bakkerij niet meer redden. De duif evenmin. Die stikte door de rook.

webmail-versatel

collectie Graftombe

Bouwe bleef niet bij de pakken neerzitten. Hij bleef in Westergeest – als bakker. Bouwe staat in 1893 nog op de foto met een aantal vrienden uit het dorp. En toen in 1913 hun oudste zoon en bakker Taeke Meindert [de schrijfwijze van Teake / Taeke verschilt soms] in het huwelijk trad met Detje Jilderda woonden Bouwe en “Sijtske” nog in Westergeest. Heeft zoon Taeke de bakkerij toen overgenomen en zijn ze toen vertrokken?

Want ze bleven niet in Westergeest wonen. Samen met zijn vrouw Sytske of Sietske vertrok hij naar Visvliet. Daar stierf Sietske op 5 mei 1922. Bouwe kwam te overlijden op 25 januari 1932, 87 jaar oud. Hij ligt in Visvliet begraven. Daar markeert een eenvoudige plaat zijn graf.

 

Nu U? Kunt u deze post aanvullen met gegevens? Of foto’s? Schroom dan niet om te reageren en help mee onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen:

 

Een welgestelde voorouder.

bron afbeelding: Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster.

bron afbeelding: Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster.

Een trouwboekje. Bewaard als een kostbaar bezit. Door Grietje de Vries [1897 – 1964] en Gerben Brink [1892 – 1964]. En hun [klein]kinderen. Een document van liefde. Van een relatie in een lange traditie. In deze post een kennismaking. Met één van haar welgestelde voorouders. Via de lijn van haar vaders.

  • De vader van Grietje, Berend de Vries [1854 – 1932]
  • Haar grootvader was Klaas Egberts de Vries [1811 – 1881]
  • Haar overgrootvader was Egbert Berend de Vries [1777 – 1850]. Deze Egbert Berend nam in 1811 de achternaam De Vries aan.

Dan volgen in de lijn:

  • Berent Egberts [1742 – 1827]. Hij nam ook de achternaam De Vries aan.
  • Egbert Jarigs [1710 – 1735]
  • Jarig Egberts

Deze Jarig Egberts was een welgestelde boer uit Westergeest. Hij werd in maart 1671 te Westergeest geboren als zoon van Egbert Jarigs en Ankie Egberts [geboren in 1649 als dochter van Engbert Jans en Bon Uilckes]. Zijn vader Egbert Jarigs was geboren in 1636 en was al boer in Westergeest. Hij stierf in 1671, het geboortejaar van Jarig. Vóór zijn huwelijk met Ankie Egberts zou Egbert Jarigs op 28 januari 1666 ook al getrouwd zijn geweest met Jelck Sybes.

Jarig huwde in 1703 Jetske Wytzes [1675 – 1769, dochter van Wijtse Femmes en Wijtske Folkerts]. Uit hun huwelijk werden 5 kinderen geboren:

  1. Bontje Jarigs, rond 1700
  2. Antje Jarigs, rond 1710
  3. Egbert Jarigs, rond 1710
  4. Wybe Jarigs, rond 1725
  5. Wijtze Jarigs, rond 1725.

Op 1 juli 1748 krijgt Jarig een erfenis van 3.000 Caroli Guldens van zijn zuster Jelkjen Egberts [1708 – 1748], die in Westergeest komt te overlijden [naar huidige maatstaven ongeveer  € 25.000,00]. Jelkjen was zijn volle zus, dochter van Egbert Jarigs en Ankie Egberts. Zij was getrouwd met Jeen Pieters, geboren in augustus 1708.

Ondanks de grote weerstand tegen belastinghervormingen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd ook in Fryslân het berekenen van belastingen gewijzigd. Vanaf toen werd belasting geheven naar draagkracht [quotisatie]  en werden van alle families inventarislijsten opgemaakt: de Quotisatiekohieren. In de Quotisatiekohieren 1749 staat Jarig Egberts vermeld als een “welgestelde boer”  aan te slaan voor 65 Caroli guldens [± € 1285,86].

Ter vergelijking: Albert Willems, een “sobere arbeider” uit het dorp, met vier kinderen, werd aangeslagen voor 6 Caroli guldens [± € 53,86].

Jarig Egberts overleed te Westergeest in 1749.

En nu u? Hebt u aanvullingen op deze post. Of opmerkingen? Schroom dan niet om een reactie te plaatsen. En zo onze dorpsgeschiedenis completer te maken.