hystoblog

Home » personen (Pagina 3)

Categorie archief: personen

Een welgestelde voorouder.

bron afbeelding: Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster.

bron afbeelding: Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster.

Een trouwboekje. Bewaard als een kostbaar bezit. Door Grietje de Vries [1897 – 1964] en Gerben Brink [1892 – 1964]. En hun [klein]kinderen. Een document van liefde. Van een relatie in een lange traditie. In deze post een kennismaking. Met één van haar welgestelde voorouders. Via de lijn van haar vaders.

  • De vader van Grietje, Berend de Vries [1854 – 1932]
  • Haar grootvader was Klaas Egberts de Vries [1811 – 1881]
  • Haar overgrootvader was Egbert Berend de Vries [1777 – 1850]. Deze Egbert Berend nam in 1811 de achternaam De Vries aan.

Dan volgen in de lijn:

  • Berent Egberts [1742 – 1827]. Hij nam ook de achternaam De Vries aan.
  • Egbert Jarigs [1710 – 1735]
  • Jarig Egberts

Deze Jarig Egberts was een welgestelde boer uit Westergeest. Hij werd in maart 1671 te Westergeest geboren als zoon van Egbert Jarigs en Ankie Egberts [geboren in 1649 als dochter van Engbert Jans en Bon Uilckes]. Zijn vader Egbert Jarigs was geboren in 1636 en was al boer in Westergeest. Hij stierf in 1671, het geboortejaar van Jarig. Vóór zijn huwelijk met Ankie Egberts zou Egbert Jarigs op 28 januari 1666 ook al getrouwd zijn geweest met Jelck Sybes.

Jarig huwde in 1703 Jetske Wytzes [1675 – 1769, dochter van Wijtse Femmes en Wijtske Folkerts]. Uit hun huwelijk werden 5 kinderen geboren:

  1. Bontje Jarigs, rond 1700
  2. Antje Jarigs, rond 1710
  3. Egbert Jarigs, rond 1710
  4. Wybe Jarigs, rond 1725
  5. Wijtze Jarigs, rond 1725.

Op 1 juli 1748 krijgt Jarig een erfenis van 3.000 Caroli Guldens van zijn zuster Jelkjen Egberts [1708 – 1748], die in Westergeest komt te overlijden [naar huidige maatstaven ongeveer  € 25.000,00]. Jelkjen was zijn volle zus, dochter van Egbert Jarigs en Ankie Egberts. Zij was getrouwd met Jeen Pieters, geboren in augustus 1708.

Ondanks de grote weerstand tegen belastinghervormingen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd ook in Fryslân het berekenen van belastingen gewijzigd. Vanaf toen werd belasting geheven naar draagkracht [quotisatie]  en werden van alle families inventarislijsten opgemaakt: de Quotisatiekohieren. In de Quotisatiekohieren 1749 staat Jarig Egberts vermeld als een “welgestelde boer”  aan te slaan voor 65 Caroli guldens [± € 1285,86].

Ter vergelijking: Albert Willems, een “sobere arbeider” uit het dorp, met vier kinderen, werd aangeslagen voor 6 Caroli guldens [± € 53,86].

Jarig Egberts overleed te Westergeest in 1749.

En nu u? Hebt u aanvullingen op deze post. Of opmerkingen? Schroom dan niet om een reactie te plaatsen. En zo onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Pieter van Lingen

Pieter van Lingen [collectie Marrumonline]

Pieter van Lingen [collectie Marrumonline]

22 jaar. Zijn leven begon pas. De Tweede Wereldoorlog ook. Nog geen acht weken nadat de Duitsers op 11 mei 1940 zijn geboortedorp Westergeest innamen, stierf hij. Op zijn verjaardag. Door een Duitse torpedo. Ver weg van huis. Ver weg van de vaste wal. Jarenlang was hij officieel ‘vermist’. Tot de Minister van Justitie hem in 1950 dood verklaarde. En hij in het overlijdensregister van dat jaar werd bijgeschreven. Tien jaar later. Zijn naam staat vermeld op een oorlogsmonument van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij [KNSM].

Pieter van Lingen. Hij werd in Westergeest geboren. Op 21 juni 1918 in het gezin van Sijbren van Lingen [1888 – 1930] en Romkje Westerhof [1888 – 1987]. Hij was hun vierde kind. Hun tweede zoon. Hun vijfde kind werd in november 1919 geboren. In Westergeest. In september 1922 moesten ze een levenloos kind inschrijven. Dat deden ze in de gemeente Ferwerderadeel. Het Gereformeerde arbeiders gezin was dus uit Westergeest vertrokken. Pieter was toen een peute

berenice

SS Berenice

Op 19 juni 1940 vertrok het Nederlandse stoomvrachtschip SS Berenice uit Bordeaux. Met 22 Belgische en Nederlandse vluchtelingen aan boord. Vluchtend naar Engeland vanwege het recente oorlogsgeweld. Eén van hen was de Nederlandse kunstschilder Tjerk Bottema.

Op de bemanningslijst staat steward [bediende] Pieter van Lingen.

Twee dagen later kreeg de Duitse onderzeeër U-65 SS Berenice in het vizier. Op 40 mijl van de Franse kust. Aan boord maakte Pieter zich misschien wel klaar voor zijn verjaardag. Maar in het Engelse Kanaal gaf kapitein Hans-Gerrit von Stockhausen [1907 – 1943] bevel om een torpedo af te vuren. SS Berenice werd midscheeps geraakt. Ze zonk binnen drie minuten.

Die ochtend verdronken 47 opvarenden. Acht opvarenden overleefden de ramp. Zevenenveertig mensen verdronken. Ook Pieter van Lingen bleef op zee.

Hij werd op de kop af slechts 22 jaar.

Help ook – hebt u meer informatie of fotomateriaal? Reageer dan op deze post en help ook onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

Bronnen o.a.:

  • FOESTRUM [Ybele Steenstra, 2012]
  • org
  • allefriezen.nl
  • graftombe.nl
  • marrumonline.nl
  • wrecksite.eu

‘een warber leven’.

Durk Annema [1949][collectie Foestrumer Archief]

Durk Annema [1949][collectie Foestrumer Archief]

Een man die midden in het sociale leven stond. Een westergeastmer wiens naam regelmatig opduikt. In de verhalen en anecdotes die beschreven staan in  mijn boek FOESTRUM. Hij zat in de oudercommissie van de school,  in het commissie(bestuur) voor Volksonderswijs, voorzitter van ijsclub “Nooit gedacht” en hij was voorzitter van de begrafenisvereniging “Burenplicht“.

Dirk of Durk Annema werd geboren op 29 oktober 1885 in het gezin Hedman Annes Annema [1832 – 1925] en diens tweede vrouw Marijke Gosses Hellinga [1844 – 1913]. Op 18 mei 1911 trouwde hij in de gemeente Dantumadeel met Lijsbert [Lies] Hoekstra, geboren in Westergeest op 2 december 1881 en daar ook overleden op 19 december 1954. Haar vader was slager Pieter Hoekstra [1857 – 1950], Pieter was vroeger slager aan de Foarwei [latere Eelke Meindertswei].

Durk en Lies woonden aan de Achterwei op het perceel Bumawei  1. Deze boerderij is afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Ze waren buren van Anne en Jantsje Huisman. De boerderij Bumawei 1 had Durk gekocht van Haaije en Griet (Haaije van der Zwaag). Daarvoor woonden ze in het huis van Keizer aan de Achterwei. Dit huis stond tussen de bouwverenigingshuizen en de slagerij van Anne Fennema [Bumawei 21] in.

Uit hun huwelijk werden twee zonen geboren, Herman en Pieter.

Durk was boer maar we komen hem ook tegen als voerman bij de begrafenisvereniging en ‘brandweer’.

Met de brik reed hij ‘s zondags vaak de Kollumer familie Heeger [bekend van de kledingzaak] naar de Katholieke kerk in Dokkum. En passant nam hij dan zijn katholieke dorpsgenoten Chris en Geartsje Zantman ‘gratis’ mee. De Heegers konden het beter betalen dan de skearbaes van het Kalkhús, wiens woning naast garage Kuipers stond en in 1934 afgebroken is. Chris Zantman was ook bokkenhouder wat duidelijk te ruiken was.  De blauwe kiel van Durk moest, na de wekelijkse scheerbeurt van Durk op zaterdag, buiten luchten.

Als voerman reed Durk de ‘sûkerijwoartels’ naar de Coöp. Sûkerij Fabriek op de “Bonte Hond” of verrichtte hij hand en spandiensten voor kleine boeren die geen paard en wagen hadden.

Na ‘een warber leven’ overleed Dirk H. Annema in 1978.

En nu u? Kunt u met meer informatie reageren op deze ‘post’ en mij helpen onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Al vast bedankt!

Acht rijksdaalders en zes gulden

1909-03-24, Hepkema's Courant

1909-03-24, Hepkema’s Courant

Het begint als een spannend boek. Met een huishoudster, een arbeider, twee overvallers en een revolver. De buit acht rijksdaalders en zes gulden. Plaats delict Wouddijk. Datum zestien maart 1909.

Het gebeurde in de vroege morgen van die 16e maart 1909. S. K. was nog in dienst bij Bouwe Ringnalda. Bouwe was al bezig op het land, toen S. K. naar hem toe kwam. Er waren twee mannen geweest die met een valse sleutel een kast hadden geopend. En daaruit geld hadden meegenomen.

Als ik op zoek ga naar de identiteit van S. K., tekent zich langzaam een vollediger beeld af van de werkelijke gebeurtenis. Maar er blijven ook geheimen bestaan. Weggegleden in de tijd.

Op 21 april 1909 dient de rechtszaak. In Leeuwarden. S. K. blijkt dan de 21-jarige Saeske K. te zijn. Boerenarbeidster te Sijbrandahuis. Uit de zogenoemde ‘rolboeken’ haal ik haar volledige identiteit: Saeske Korporaal.

Seeske Korporaal

Saeske Korporaal werd op 13 mei 1887 geboren in het gezin van Berend Korporaal en Klaaske Kamminga. In het dienstbodenregister staat Kollumerzwaag als haar geboorteplaats. In 1909 was ze nog niet getrouwd. Ze had al wel een zoon. Deze Berend werd geboren op 11 maart 1908. De vader van het kind wordt niet vermeld. Eén van de geheimen die in de nevelen van het verleden verscholen ligt – had ze intimiteit gezocht bij een vorige baas? Hoe dan ook, in mei 1911 trouwde ze met de 22-jarige Jelle Dijkstra. En in 1912 kregen ze een dochter, Klaaske.

Bouwe Ringnalda [11|02|1861 – 12|02|1942] werd geboren te Opeinde. Zijn ouders waren Jetze Bouwes Ringnalda en Grietje Ates Spoelstra. Hij trad op 19 mei 1888 in het huwelijk met Grietje Hooghiem [24|12|1863 – 18|06|1908]. Ik heb [nog] geen kinderen gevonden die in dit Gereformeerde gezin werden geboren.

Het lijkt er op dat Bouwe na het overlijden van Grietje hulp in de huishouding zocht. En op die manier kwam Saeske bij hem over de vloer. Onderzoek naar de diefstal bracht aan het licht dat Saeske het geld zélf had gestolen. Toen Bouwe nog sliep was zij naar zijn slaapkamer geslopen. Daar had ze de sleutel uit zijn broekzak gehaald. De kast in haar kamer geopend en twee portemonnees weggenomen. Daarna had ze de sleutel weer in de broekzak van haar baas terug gestoken. En ging ze weer naar bed. Acht rijksdaalders en zes gulden ‘rijker’.

1909-04-29, Leeuwarder Courant

1909-04-29, Leeuwarder Courant

Voor deze diefstal werd Saeske veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf.

Nu u? Kunt u dit verhaal aanvullen. Hebt u foto’s die bij deze gebeurtenis passen? Helpt u onze [dorps]geschiedenis completer te maken? Dan kunt u een reactie achterlaten.

Bronnen o.a.:

Pieter Jans Beintema …

foto collectie Graftombe

foto collectie Graftombe

Hij was rond de twintig. Nog minderjarig in die tijd. Telg uit een boerengeslacht. Het buurtschap waar hij woonde droeg en draagt de naam van zijn familie: Beintema. Schaatsen was kennelijk zijn lust en zijn leven. Want zijn naam prijkt hoog en vaak als het om prijzen of premies gaat.

Pieter Jans Beintema. Hij werd geboren op 23 maart 1849. Zijn ouders waren Jan Douwes Beintema [1807 – 1856] en Jantje Wouda [1814 – 1879]. Pieter was een geboren en getogen Westergeastmer. Hij trouwde in mei 1875 met Grietje Jans Banga uit Oostrum. Op 05 mei 1875 stelde notaris Lambert Willem van Kleffens te Metslawier in een notariële akte de huwelijksvoorwaarden vast.

Maar even terug naar zijn schaatsen. Want Pieter Jans nam deel aan meerdere wedstrijden. Via een eenvoudig afvalsysteem streed hij telkens tegen één schaatser. Tot de finale waarin ‘om prijs en premie’ werd geschaatst.

Op 14 januari 1868 organiseerde de Kollumer ijsclub Concordia een “rijderij”. “Vijftig, waaronder bekende hardrijders, dongen naar den prijs”. Pieter Jans Beintema ging met de zogenoemde premie naar huis.

Een jaar later startten in Kollum 64 “flinke rijders”. Op die 2e februari 1869 haalde Pieter Jans de prijs. Op een zeer fraai versierde baan. En onder toeziend oog van “een zeer groot aantal toeschouwers van heinde en verre”.

Dan schrijven we februari 1870. Het was extreem koud. Vanuit Holwerd werd gemeld dat “de correspondentie tusschen hier en Ameland eenige dagen door het ijs gestremd is” [noot 1]. De zeesluizen werden gesloten [noot 2]. In Leeuwarden vond “eene buitengewone uitdeeling van levensmiddelen aan de armen” plaats [noot 3]. Pieter Jans Beintema maakte zich weer op voor een wedstrijd. Zijn naam prijkt op een [nu ingelijst] overzicht. Als één van de deelnemers aan een hardrijderij. Op 21 februari 1870 te Leeuwarden.

In 1871 leverde Pieter Jans een “vinnigen strijd” te Veenwouden. De dooi was al ingetreden toen meer dan 50 mannen van start gingen. De premie van tien gulden viel hem ten deel.

Jaar op jaar kom ik zo zijn naam tegen in kranten. Fier vermeld. Vanwege zijn schaatsen.

1878-04-14, Leeuwarder Courant

1878-04-14, Leeuwarder Courant

Dan wordt het april 1878. En plaatst hijzelf een advertentie. Prijkt zijn naam weer in de kolommen van de Leeuwarder Courant. Hij is vader geworden. Maar in deze “eenigste kennisgeving” ontbreekt de naam van zijn dochter Jantje.

Één laatste gebeurtenis brengt zijn naam terug in de krant. Nadat hij stierf. Op 71-jarige leeftijd op 10 oktober 1920. De rouwadvertentie die op 12 oktober 1920 in de Leeuwarder Courant werd geplaatst, werd op de 13e oktober nog een keer herhaald. In diezelfde krant. Met exact dezelfde korte tekst. Een week later plaatst de weduwe weer een rouwadvertentie. Uitgebreider. “Deze strekt tot kennisgeving aan familie, vrienden en bekenden”. Én toch nog fijntjes “Na een genoegelijke echtvereeniging van ruim 45 jaren”.

Wie was Pieter Jans Beintema wérkelijk?

noten:

  1. – Leeuwarder Courant 13 februari 1870
  2. – Leeuwarder Courant 13 februari 1870
  3. – Leeuwarder Courant 27 februari 1870 

En nu u – weet u meer te vertellen over Pieter Jans Beintema? Of zijn gezin? Hebt u illustratiemateriaal [foto’s]? Reageer dan op deze ‘post’. Help mee en maak onze dorpsgeschiedenis completer.

Bronnen o.a.

Bewogen bestaan

 

1874-02-17, Leeuwarders Courant

1874-02-17, Leeuwarders Courant

De advertentie viel op. Zijn jonge vrouw was overleden. Slechts 23 jaar. Hij bleef achter met drie kleine kinderen. Net nadat ze mogelijk een nieuwe start wilden maken te Zwagerveen …

Heerke Nicolaas Plantenga, geboren op 30 maart 1842 te Metslawier, was op 07 mei 1870 getrouwd met Baukje Lucas Nauta. In Menaldumadeel. Hij was toen meerderjarig. Zij was nog minderjarig. Maar dat had kennelijk een reden. Zeker in die tijd. Baukje was zwanger. En op 01 november 1870 hield de grofsmid van Engelum nieuw leven in zijn handen. Zoon Nicolaas was geboren. De toekomst lag open, hun geluk kon niet op. Zeker niet toen op 26 mei 1872 een tweeling werd geboren; Aebe en Lucas.

Maar een half jaar later keerde het tij. Hun zoon Lucas stierf op 26 november 1872.

Zijn naam werd twee jaar later weer gegeven. Aan de op 15 januari 1874 geboren zoon. Deze Lucas werd twee dagen later aangegeven op het gemeentehuis. Waarom twee dagen later is niet te achterhalen. Mogelijk was het een zeer zware bevalling geweest en werd gevreesd voor levens. Maar dat is een aanname. Feit is wel dat moeder Baukje een maand later kwam te overlijden! In huisnummer 12. De hoefsmid van Zwagerveen stond er alleen voor. Met drie kleine kinderen.

Tot enkele weken later, op 06 april 1874, ook de baby overleed.

Heerke kon niet alleen verder. Hij vond aandacht en genegenheid bij zijn buurvrouw [? – noot 1] Hiske Zijlstra. Ze trouwden op 29 oktober 1874. Hun Sjoukje werd al heel snel geboren op 13 maart 1875. Johannes volgde op 02 mei 1876. Maar ook dit nieuwe geluk stierf in de kiem. Hiske overleed op 07 februari 1878 in huisnummer 11, 34 jaar jong.

Een jaar later vond hij troost, liefde en geluk bij de 41-jarige weduwe Saakje Klijnstra [1838 – 1905]. Ze trouwden op 11 september 1879. Met haar kreeg hij op 02 mei 1880 dochter Minke en op 26 maart 1883 dochter Geertje. Het gezin maakte rond 1890 aanstalten om te verhuizen. Naar Achtkarspelen. Maar daar trof hem het noodlot weer. Zijn vijftien jarige dochter Sjoukje stierf. Op 24 september 1890.

Weer stond hij bij een open graf.

Uiteindelijk verdween Heerke met zijn gezin uit Fryslân. Hij vertrok naar de provincie Groningen. Naar Grootegast. Daar stierf ook zijn vrouw Saakje. Voor de derde maal droeg hij een vrouw ten grave.

Heerke Nicolaas Plantenga. Of Heerke Nicolaas Plantinga. Op 16 februari 1928 overleed hij zelf. Als man wiens naam niet eens éénduidig door de burgerlijke stand werd gespeld. Als een man die werd getekend door het leven. Zoekend naar geluk, liefde en warmte. Een smid met een zeer bewogen bestaan.

  • noot 1 – let op de huisnummering bij overlijden van zijn vrouwen.

En nu u – weet u meer te vertellen over Heerke Plantinga / Plantenga. Of over zijn gezinnen? Dan kunt u reageren op deze post. Om deze geschiedenis ook completer te maken.

Bronnen o.a.:

 

“Het voorrecht ons gegeven”

 

IMG_0982Gelukkig Nieuwjaar”. Of “Folle lok en seine”. Nieuwjaarswensen die we elkaar mondeling of schriftelijk toewensen. Meestal voorzien van mooie [winterse] plaatjes.

In 1886 was dat anders. Eenvoudiger maar toch ‘dieper’. De wens was bijna een zegenbede:

"Het voorrecht ons gegeven"

“Het voorrecht ons gegeven”

Zien wij door den Alzegenaar

Het voorrecht ons gegeven,

In welstand te beleven,

’s Behage Hem, naar onzen wensch,

U en Uw huis te sparen,

En, kan het zijn, voor tegenheên

U samen te bewaren.

Hij moge U, om Christus wil,

Ook naar de ziel gedenken,

En aan den invloed van Zijn Geest

U steeds behoefte schenken.

Als dat uw deel is, dan behoeft

Gij hier voor niets te vreezen,

En zal, wat storm er soms ook loei,

Uw einde zalig wezen.

Deze nieuwjaarswens was gezonden aan Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891]. Wij zijn deze Fokke Tjibbes al eerder tegengekomen toen zijn boerderij Eelke Meinertswei 5 in 1860 afbrandde. En toen de Nieuwe Zwemmer gegraven zou gaan worden en hij terugkwam op zijn ‘minnelijke schikking’ om afstand te doen van 3 ha, waardoor de provincie de rechter moest inschakelen.

Hij was getrouwd met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878]. Toen hij de nieuwjaarswens ontving was hij weduwnaar. En dan lijkt de zinsnede  “U samen te bewaren” toch wel bijzonder. Het zal een voorgedrukte kaart zijn geweest. Voorzien van een postzegel linksonder. Aan de kanteling te zien is die postzegel er op geplakt. Maar dat kan ik lastig beoordelen. Ik moet het doen met een afdruk uit de Kollumer Courant van jaren geleden.

Tsja, en dan de afzender. De kaart is “afgezonden”, zoals dat destijds genoemd werd. De afzender heeft alleen initialen gebruikt. En hij woonde te W. De kaart is in Kollum gestempeld, wat erop kán wijzen dat de kaart “afgezonden” is uit Westergeest. Zelf schreef ik in de jaren ’70 nog wel eens “post Kollum” op een kaart die ik naar familie zond.

Wiepkje Fokkema - de Bruin

Wiepkje Fokkema – de Bruin

Door de focus op Westergeest te leggen lijkt de zoektocht naar de afzender makkelijker te worden. Toch is dat schijn. Met de initialen “d B” kunnen we een paar kanten op. Er valt te denken aan de familie de Bruin. Maar ook de familie de Boer is mogelijk. De Gereformeerde arbeidersfamilie Johannes van der Bij laat ik even buiten beschouwing. De letter van de voornaam lijkt de letter F te zijn. Gevolgd door een onbekende krabbel.

Een F. de Bruin heb ik nog niet kunnen vinden. Een F. de Bruin evenmin.

Er is echter wel een familieband met een familie de Bruin. Uit het huwelijk tussen Wijbe Sijbrens de Bruin [1835 – 1912] en Teatske Klaver [1838 – 1905] werd Wiepkje de Bruin [1858 – 1953] geboren. Zij trouwde in 1877 met Jan Fokkema [1852 – 1916]. In 1901 kocht hij de huidige Fokkema’s Pleats.

Jan Fokkema was een zoon van Fokke Tjibbes Fokkema en Maaike Jans Minnema. De kans is dus groot dat de nieuwjaarsbede is “afgezonden” door familie. Familie de Bruin.

bronnen o.a. :

En nu u? Als u aanvullende informatie of foto’s hebt dan kunt u reageren op deze post. Samen maken wij dan onze dorpsgeschiedenis completer.

Kampeerkaart

aanvraag kampeerkaart

aanvraag kampeerkaart

Het was 26 juni 1950. Een vriendengroep uit Westergeest en Triemen schreef een brief. Gericht aan de Nederlandse Kampeercentrale te ’s Gravenhage. Hun doel was kamperen. In Appelscha. Maar in die tijd kon dat niet zomaar. Daar was een kampeerkaart voor nodig. Elk jaar weer opnieuw. Met een zegel van 50 cent was de kaart geldig.

Boerenknecht Lieuwe Kloosterman [1924 – 2005], fabrieksarbeider Lieuwe Huisman [1925 – 1998], timmerman Arjen Veenstra [1927 – 1993], landarbeider Roelof Schotanus [1930 – 2011], chauffeur-monteur Wieger Bosgraaf [1927], landarbeider Jan Annema [1929 – 1994] en expeditieknecht Jan van Assen [1928 – 1988] verzoeken “onder overlegging van een bewijs van goed gedrag, beleefd toezending van een kampeerkaart”.

De kaart moest bij aankomst worden ingeleverd bij de kampbeheerder. Bij vertrek werd de kaart teruggegeven. Achterop de kaart stonden zeven regels waar de kampeerders zich aan moesten houden. Regels van die tijd. Regels die tegenwoordig betuttelend en onrealistisch ervaren zullen worden.

Zo mochten personen van verschillend geslacht, die niet met elkaar waren getrouwd, “zich van één uur na zonsondergang tot zonsopkomst niet gelijktijdig in één tent bevinden, mits zij tot één gezin behoorden en niet ouder dan tien jaren waren, dat mocht overdag wel mits de tent geopend bleef en de betamelijkheid niet uit het oog werd verloren”.

Het waren andere tijden.

En nu u ? Kunt u meer vertellen over de kampeerkaart? Of over de Westergeastmers die in deze post genoemd worden? Reageer dan op deze post en help onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Op facebookpagina ‘De Westereen toen’ werd een kampeerkaart [juni 1951] van Djoerd Elzinga geplaatst [collectie Minke Olijnsma].

bron:

voor haar verloofde ?

Vier dames op de foto uit 1912. Akke heeft een boek op haar schoot [krantenknipsel eigen collectie]

Vier dames op de foto uit 1912. Akke heeft een boek op haar schoot [krantenknipsel eigen collectie]

Akke Merkus [collectie Foestrumer Archief]

Akke Merkus [collectie Foestrumer Archief]

Het was 1912. In Leeuwarden liepen een paar jonge vrouwen door de Nieuwesteeg. Op ‘z’n zondags’ gekleed. Bij van der PEYL gaan ze naar binnen. Één van hen is een jonge vrouw uit Westergeest. Akke MERKUS. Wie met haar naar de fotograaf zijn geweest is [nog] niet bekend. In de Kollumer Courant van 16 juni 1995 werd al een oproep gedaan. Reacties zijn mij niet bekend.

Akke MERKUS. Een mooie vrouw. Het haar achterover gestoken. Met een zekere glinstering over een krul boven haar rechteroog. Die prachtige krul komt nog meer tot z’n recht op haar portretfoto. Ongetwijfeld ook ban van der PEYL gemaakt. Ze draagt immers exact dezelfde kleding ! Zou ze zichzelf mooi gemaakt hebben? Voor haar vriend of verloofde?

Ik stel mij zeker voor dat zij verliefd was. Want een jaar later zou Akke trouwen. Op 19 juli 1913 met de 3 jaar oudere Renze de JAGER [1890].

Ze werd geboren op 14-03-1893 in het gezin van Jan MERKUS [1861 – 1949] en Wietske van der LAND [1867 – 1956]. Akke overleed op 23 mei 1974. Haar man Renze overleed 4 maanden later. Op

Pieter ZUIDEMA [collectie Foestrumer Archief]

Pieter ZUIDEMA [collectie Foestrumer Archief]

28 september 1974.

 

Akke ‘tsjinne’ bij Pieter ZUIDEMA [1880 – 1949]. Pieter woonde aan de Weerdebuorsterwei 7/9, in de boerderij waar nu de familie Hoeksma woont. Pieter trouwde op 20 mei 1911 met Froodtje KROL [1889 – 1976]. Een jaar later werd Maaike geboren.

En nu u, als u kan helpen om onze [dorps]historie completer te maken. Schroom niet en reageer dan op deze ‘post’.

 

graag geziene blinde

Het gebeurde in juli 1906. Een jonge vrouw kwam te overlijden. Een bijzondere vrouw. Een vrouw die zich absoluut niet door haar handicap uit het veld liet slaan. Een vrouw die grote indruk achterliet in Westergeest en omgeving.

‘Bline Janke’ Kloosterman werd op 19 januari 1872 geboren in het gezin van snikschipper Tjalling Geales Kloosterman [1847 – 1915] en Tjitske Toutenburg [1844 – 1927]. Het gezin woonde bij de Bûnte Hûn in herberg “Veldzicht”. Janke had een handicap. Zij was blind. Evenals haar broer Geale, maar die werd vroeg aan zijn ogen geopereerd.

Het korte leven van Janke kenmerkte zich door een zeer sterke wil en doorzettingsvermogen plus een ijzersterk geheugen. Zij herkende voorbijgangers aan de manier van lopen of zelfs aan kleine geluidjes.

Janke ging op 12-jarige leeftijd naar het blindeninstituut te Amsterdam, waar ze tot rond 1900 zou blijven. Daar schreef ze de afgebeelde brief. Daar leerde zij orgelspelen. En lezen plus schrijven in braille. Zij was goed ontwikkeld. Haar vaste jonge begeleider was Tjalling Sipma [18|03|1894 – 30|03|1984], een zoon van Jan Sipma en Antje Kloosterman. Janke was een zus van Antje. Dus zijn tante. Samen met Tjalling heeft zij de Psalmen en Gezangen omgezet naar een brailleschrift. Haar zuster Jantje hielp haar om op diezelfde manier de Bijbel op grote stukken papier te ‘schrijven’, te prikken.

Op zondag bespeelde zij tijdens de kerkdiensten het orgel in de kerk van Westergeest maar ook in de kerk te Kollumerzwaag! In dat laatste geval werd zij door één van de ouderlingen lopend opgehaald. Zij speelde op gevoel. Zondag ’s middags leidde zij met Kornelis Stelma [schoenmaker, voorlezer en klokluider] de zondagsschool.

Janke was een fijne, gelovige vrouw die de kost verdiende met haken en breien. Voor de schippersfamilies die de ouderlijke herberg bezochten. En ze gaf orgelles bij mensen thuis of bij haarzelf thuis. In dat geval op een orgeltje dat zij van ds. Johannes Politiek had gekregen. Daarnaast bezocht zij, mét haar jonge begeleider Tjalling, oudere en zieke vrouwen, waardoor ze ds. Poltiek zeker tot een waardevolle hulp is geweest.

Toen zij [net in de dertig] zware bronchitis kreeg, werd het orgelspelen steeds moeizamer. De laatste zondagen dat zij speelde was zij niet meer in staat om de registers te openen en werd zij daarbij bijgestaan door meester Bernard Migchelbrink [1863 – 1953]. 
Janke overleed op 12 juli 1906, 34 jaar jong. Toen ze werd begraven was er een “talrijke schare opgekomen om de zo algemeen beminde dode de laatste eer te bewijzen”.

En nu u – ik nodig graag uit om op deze ‘post’ te reageren. Met aanvullende informatie. Met foto-materiaal. Het is allemaal welkom om onze dorpshistorie completer te maken.

periode 1894 t/m 1900 - Blinde meisjes poseren in de gymnastiekzaal van het Instituut tot Onderwijs van Blinden, Vossiusstraat [collectie beeldbank Amsterdam]

periode 1894 t/m 1900 – Blinde meisjes poseren in de gymnastiekzaal van het Instituut tot Onderwijs van Blinden, Vossiusstraat [collectie beeldbank Amsterdam]