hystoblog

Home » vroegste geschiedenis (Pagina 2)

Categorie archief: vroegste geschiedenis

3 veenlijken gevonden.

Een schat aan informatie ligt verborgen in de archieven van kranten. Zo ook in “Het Nieuws van den Dag” van maandag 20 juni 1870. Verscholen in deveenlijken rubriek ‘Gemengd Nieuws’ wordt melding gemaakt van de vondst van “skeletten van drie volwassen menschen” in de “toel”aarde – een Noord-Friese benaming voor het veen onder de zeeklei.

Meer bronnen zijn niet bekend en we moeten het doen met de informatie uit het korte krantenartikeltje.

Toch geeft dat wel enkele aanwijzingen. Het gaat hier om zogenoemde veenlijken; een bijzonder gegeven dat er op kan duiden dat deze drie mensen zijn geofferd. Een aanwijzing daarvoor is de vermelding dat de vinders het idee hebben gehad dat twee van deze personen “aan elkander gebonden hun dood moeten hebben gevonden”. Maar ook de opmerking dat het hoofd van de romp gescheiden was, duidt op een mensenoffer.

Bij het offeren werd grof geweld gebruikt; de mensen die werden geofferd werden vastgebonden, gewurgd, doodgestoken of onthoofd.

De datering van de veenlijken is volgens de “Archeologische verwachtingskaart gemeente Kollumerland en Nieuw Kruisland” vermoedelijk Midden/Late IJzertijd. Met IJzertijd wordt hier bedoeld te periode tussen ongeveer 800 voor Christus tot ongeveer het begin van onze jaartelling.

De skeletten zijn gevonden in wat nu de Âldswemmer heet omdat de Nieuwe Zwemmer enkele jaren later pas werd uitgegraven. De naam Âldswemmer is sinds 15 maart 2007 de officiële naam en heeft de eerdere [officiële] naam Oude Zwemmer vervangen. De Âldswemmer [Âlde Swemmer] loopt van de Nieuwe Zwemmer noordwaarts, buigt ten zuiden van de Anjen tot voorbij het Mâlegraafsgat naar het Dokkumer Diep.

Aldswemmer

Foestrum – een echo uit voorchristelijke tijden.

Als een echo uit voorchristelijke tijden, zo klinkt de oude bijnaam van Westergeest ons in de oren: Foestrum.

Een echo uit de tijd dat, op de plaats waar nu de kerk van Westergeest staat, de Fries-Germaanse godheid Fostera werd vereerd. Maar door de schemering die over deze lang vervlogen tijd hangt wordt het niet helemaal duidelijk om welke godheid het dan precies gaat. Er zijn verschillende goden-namen uit die tijd in omloop, goden van verschillende geslachten en vereerd om verschillende redenen.

Naast Fostera, worden Forseti, Forsite, Fosite, Fosete en Foste genoemd. Willibrord zou geschreven hebben over een god Fosite of een godin Fosta die in Fryslân werd vereerd.

In bronnen uit de 16e, 17e en 18e eeuw worden ook nog de namen van de god Fosta, Phoseta en de godin Phoseta, Fosta, Vosta genoemd. Volgens W. Krogmann  zijn al deze namen terug te voeren op de god Fosite die in de Vita Sancti Willibrordi genoemd wordt.Forseti_zu_Gericht_sitzend

Ik neig er steeds meer naar om in deze Fosite of Forseti de godheid te zien die eertijds in het huidige Westergeest werd vereerd.

In de germaanse mythologie zou deze vrij onbekende [opper]god gewijd zijn aan de rechtspraak. Het lijkt er op dat deze verering op gelijke voet stond met de soortgelijke verering van de god Fosite of Foseti door de Friezen. De naam houdt mogelijk verband met het Fries Germaanse woord voor ‘voorzitter’.

En de kerk van Westergeest wordt al eeuwenlang in verband gebracht met de rechtspraak [het is zelfs terug te vinden in ons dorpswapen]. Zo werd er bijvoorbeeld al op 27 april 1556 werd in de kerk van Westergeest een vergadering gehouden om een twistpunt te slechten – aanwezig waren de substituut-grietman van Dokkum [Dirck Dircksz.], Cop Harkema namens Kollum en Sye Buma namens de gemeente Westergeest, Oltwoldt en Colmerswage.

De plek van verering, het ‘hiem’ van deze godheid Forseti of Fostera, wordt nog steeds Fostera-hiem, Fosteraheem, Foestrum genoemd.

Dat past ook helemaal in de lijn van wat we op school al leerden, dat oude goden-namen terug te vinden zijn in ons huidige taalgebruik.

Zo zijn een aantal dagen van de week genoemd zijn naar Germaanse goden: Wodans-dag is woensdag, Donars-dag is donderdag. Het ’hiem’ of de ’wierde’ van de godheid Hollur of Hodur is terug te vinden in namen als Hallum, Hollum en Holwerd. Balder of Bolder in Ballum en Balloo. Balder of Bolder was de zoon van Wodan en de god van de stormen en het donderende geraas van de golven. Daarom spreken we nog van een bulderende [bolderende] storm.

 

Een hele andere, veel minder tot de verbeelding sprekende verklaring voor de naam Foestrum wordt gegeven door drs. W. T. Beetstra [Fryske Akademy]. Volgens hem zou het zo kunnen zijn dat Westergeesters snel “op ‘e fûst” gingen en zij de [scheld]naam Foestrumers hebben gekregen vanuit één van de nabijgelegen dorpen.


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

dorpswapen

Officieel geregistreerd in 1976.04 - dorpswapen

Het dorpswapen: “Schuin gevierendeeld van zwart en groen, met over alles heen en gouden St. Andrieskruis, beladen met een rode uitgerukte boomstronk in de kruising”.

 Een gouden Andreaskruis deelt het wapenschild in vier delen. Het is hier als met het dorp zelf. Nu misschien niet helemaal meer zichtbaar, maar vroeger kwamen bij de kerk in het dorp vier wegen en paden samen, die het dorpsgebied op dezelfde wijze als in het schild in vieren deelden. De vroegere rechtspraak in dit gebied benutte deze geografische deling als volgt: Elk jaar werd een rechter uit het volgende kwartier aangewezen om recht te spreken. De kleuren goud, groen en zwart wijzen hier respectievelijk op de zandgrond, de klei en het veen, die elkaar bij Westergeest ontmoeten. De boomstronk in de kruising is een zgn. ‘kienstobbe’, die hier in het veen beneden het maaiveld in groten getale voorkomen. Eén zo’n kienstobbe is in de Âldswemmer gevonden en deze ongeveer 7000 jaar oude, praktisch versteende stronk, heeft een plaatsje als monument in het dorp gekregen.

De bodem rondom Westergeest is bezaaid met zogenaamd kienhout; de kienstobbe komt als de rode boomstronk terug in het dorpswapen.

Tot in de Middeleeuwen [1] was onze omgeving een bebost gebied. De houtrestanten van deze bomen zonken steeds dieper weg in het natte zure veen, waardoor het hout door zuurstofgebrek goed werd geconserveerd.

Dat wijst er al op dat er naast klei en zand ook veengronden kienstobbe
aangetroffen worden. Een rijke diversiteit aan drie grondsoorten die elkaar bij Westergeest ontmoeten en waaraan de kleuren van het dorpswapen zijn ontleend.

Het gouden St. Andrieskruis vinden we terug in de verkaveling rondom Westergeest. De vier wegen en paden die samenkomen bij de kerk van Westergeest zijn nog – hoewel minder duidelijk – in het landschap te zien. Het zou een zogenaamd ‘kerken-kruis’ genoemd kunnen worden, omdat de kerk precies op het kruispunt staat. Daar zijn meer voorbeelden van, zoals de Dom te Utrecht en kerken in Bamberg en Paderborn, beiden in Duitsland.

U kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer? Hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’.


[1] veelal wordt de 4e en 5e eeuw na Christus gezien als de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen.

Deze post maakt deel uit van de QR-kuier