hystoblog

Home » Posts tagged 'atze bijker'

Tagarchief: atze bijker

Ulbe Hettinga

Ulbe Hettinga [collectie Heleen Meijer]

Ulbe Hettinga [collectie Heleen Meijer]

Het begon met de oude foto van mijn betovergrootvader Luitzen Bijlsma». En de opmerking van Menno Kempenaar dat men er nog niet zeker van is of zijn [en mijn] betovergrootvader Luitzen ook boer was aan de Brongersmaweg 4. Toen nog Lageweg genoemd. Tijdens mijn zoektocht kwam ik hun buurman veehouder Ulbe Hettinga tegen. Met deze foto van de veehouder.

Ulbe Hettinga werd geboren op 22 december 1870 te Miedum in het gezin van landbouwer Klaas Uiltjes Hettinga [1843] en Aaltje Ulbes Terpstra [1843 – 1916]. Twee jaar later verhuisde het gezin en werden ze op 10 mei 1872 ingeschreven in het bevolkingsregister van Kollumerland c.a., huizinge A157. In deze woning overleed Klaas U. Hettinga op 06 november 1911, 68 jaar oud.

De zus van Ulbe, Anna [Antje] Hettinga [1878], was van 1902 tot 1912 onderwijzeres aan de Christelijke lagere school Triemen/Westergeest. Zijn broer Uiltje Hettinga [1869] ‘boerde’ op de Triemen.

Ulbe Hettinga was 38 jaar toen hij op 16 oktober 1909 in het huwelijk trad met de 21-jarige Akke Hettinga, op 12 februari 1888 geboren te Doniaga. Zij werd na haar huwelijk bijgeschreven op de gezinskaart van Ulbe Hettinga, wonende in huizinge A154. Op de gezinskaart 1910-1920 is het huizingenummer enkele malen doorgehaald en gewijzigd met blauwe potlood. Van A154 en 170 naar 166.

Van huisnummering zoals tegenwoordig was nog geen sprake. De nummering van de woningen werd in de loop van de jaren ook vaak aangepast», vandaar de doorhalingen op de diverse aktes. Die doorhalingen betekenen niet dat de bewoners verhuisden, maar dat de woning [huizinge] anders geregistreerd stond.

Alles duidt er op dat Ulbe en Akke Hettinga – Hettinga buren waren van Luitzen en Janke Bijlsma – Boersma. Als buren van elkaar ‘verstonden’ ze de zogenoemde burenplicht». Ze namen dat serieus. Want toen Janke op 01 mei 1907, ’s avonds rond negen uur in “huizinge Wijk A nummer eenhonderdvijfenvijftig” overleed, deed o.a. de 35-jarige buurman Ulbe Hettinga daar aangifte van op het gemeentehuis van Kollumerland c.a. Samen met de 52-jarige arbeider Meindert van der Bij. En toen jaren later veehouder Ulbe Hettinga op 21 januari 1922 kwam te overlijden, werd daarvan aangifte gedaan door o.a. Rindert Kempenaar, veehouder te Kollum.

Deze Rindert Kempenaar was gehuwd met Aagtje Bijlsma, dochter van Luitzen en Janke Bijlsma – Boersma. Zij stonden uiteindelijk [met vader Luitzen] ingeschreven als wonende in woning A155.

Rindert was geboren op 31 maart 1884. In het gezin van Sytse en Wytske Kempenaar – Triemstra te Kollumerzwaag. Zijn zus Grietje werd geboren op 17 januari 1880. Grietje ‘kieke’ Kempenaar trouwde op 23 mei 1903 met de 24-jarige Sieds Bijker uit Westergeest. Zij zijn de ouders van Atze Bijker [1904 – 2003] die vertelt dat hij op een gegeven moment bij boer Ulbe Hettinga wam onderhandelen over werk en loon. Hij schreef dat Ulbe een gezellige prater was, waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat Atze op de Christelijke school Triemen/Westergeest les had gehad van juf Anna Hettinga, de zus van Ulbe.

Leeuwarder courant, 24 januari 1922

Leeuwarder courant, 24 januari 1922

Onder het drinken van een kop thee werden Atze en veehouder Ulbe het eens over het jaarloon. Als 18-jarige zou Atze grote knecht worden voor 325 gulden per jaar. Maar alles liep anders dan voorzien, zo bleek bij een bezoek aan Rindert en Aagtje kempenaar – Bijlsma. Atze kwam daar geregeld over de vloer. Het waren zijn oom en tante en bovendien de naaste buren van zijn aanstaande werkgever. En daar hoorde hij van de ernstige ziekte en het snelle overlijden van boer Ulbe Hettinga.

Atze kwam per mei wel op de boerderij werken, waar de zwangere Akke Hettinga was blijven wonen. Met jonge kinderen, waarvan de oudste rond de 12 jaar. En een ongeboren kind dat bij de geboorte op 1 februari 1922 de naam van zijn vader zou krijgen – enkele weken na het overlijden van vader Ulbe…

Er kwam een contra-boer, Heerke Douma uit Hardegarijp die de dagelijkse leiding over de werkzaamheden kreeg.

Per 15 mei 1923 vertrok “landbouwersche” Akke met haar inwonende kinderen naar Oldehove, provincie Groningen. Daar trad ze tien jaar later in het huwelijk met landbouwer Evert Venema en begon ze een nieuw bestaan.

Na haar overlijden op 19 mei 1978 werd ze begraven te Kollum. In het graf waar haar eerste man Ulbe begraven ligt én ook haar tweede man Evert na zijn overlijden op 07 maart 1969 was begraven. En haar dochter Fimmigje [1914 – 1973].

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Want heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’?  Plaats dan a.u.b. onderaan een reactie of stuur een mail».

Bronnen

tsjerkepraatsjes [1]

Louw Hopperus [fotodetail][collectie Jouke Dantuma]

Louw Hopperus [fotodetail][collectie Jouke Dantuma]

Louw Hopperus.

Eén van de meest kleurrijke kerkgangers was Louw Hopperus [1862 – 1937] misschien wel, de vader van Gertje ‘kekke’ de Jong – Hopperus [1900 – 1997]. Het gezin woonde aan de Trekwei, vanaf Keatlingwier gezien richting Dokkum.

Louw had gediend in Indië. Hij was een Indiëvaarder, maar had de zogenaamde tropenkolder opgelopen. ’s Zondags zat hij vooraan in de kerk van Westergeest. In uniform, met al zijn medailles pontificaal en trots op zijn borst. Maar de man raakte na zijn scheiding helemaal de koers kwijt en begon zich vreemd te gedragen.

Jan Hanenburg.

Jan Hanenburg [ik vermoed de Jan Hanenburg die geboren werd op 09 april 1901 te Rinsumageest] werd al jong wees. Jan was een gangmaker, ook in de kerk. Toen Jan op een zondagmiddag eens vroeg in de kerk zat, ging zijn gedrag koster ‘Jan Siebes’ te ver [was dit misschien de in 1868 geboren Jan Sybes Lap?]. Nog voordat de dienst begon kreeg Jan straf van de koster met de woorden “Ik heb vanmorgen al meer dan genoeg last van jou gehad!”.

ds. Joh. Politiek

ds. Joh. Politiek

Dat deed één van de andere kerkgangers verdriet, waarschijnlijk was dat Sijtze Kempenaar [1882 – 1961]. Kempenaar rees overeind en sprak de koster aan op zijn gedrag: “Je moet ophouden, want denk er aan het is een wees!”. Maar de koster was niet te vermurwen en stuurde Jan Hanenburg de kerk uit waar Jan huilend dominee Politiek tegenkwam. Ds. Politiek [1846 – 1926] nam Jan mee naar binnen en Jan mocht straks met hem mee de kerk in!

En zo gebeurde het. Toen de ds. Politiek met de kerkenraad naar binnen kwam, volgde Jan hen op de voet. Jan heeft die middagdienst glunderend en lachend gevolgd vanaf een ouderlingenbankje. Met zijn pet in de hand.

’s zondags niet fietsen.

Het was in de tijd dat boer Willem Wielsma [1850 – 1931] en zijn vrouw Maaike Kuipers [1864 – 1931] met een ‘deftige’ tilbury naar de kerk van Oudwoude gingen. Willem en Maaike woonden tot 1929 Bréwei 2 en zijn de overgrootouders van Jan Hania.

Het was ook in de tijd dat de meeste mensen lopend naar de kerk kwamen, ook al hadden veel jongeren al een fiets. Maar het werd van huis uit niet goed gevonden om op zondag de fiets te gebruiken. Ook Atze Bijker [1904 – 2003] moest van zijn ouders Sieds Bijker en Grietje ‘kieke’ Kempenaar te voet naar de kerk. Boer Willem Wielsma zou daarover gezegd gezegd hebben “Ik geef jullie ouders gelijk”.

Un dominee uut Westergeest.

In mijn archief heb ik een gedicht van een onbekende schrijver:

Voor un dominee uut Westergeest
was domineren un heel groot feest.
Hij speulde met ’n diaken op ’n loude kerkbank,
soms dubbel zes, of dubbel blank.
Mar de Westergeestenaren,
dat moets de predikant ervaren,
hadden ‘gjin nocht’ an dat domineren,
dat sudden se hem wel anders leren.
Se seiden: Dit is niet jo werk,
hou jo je mar an’t kerkewerk.
En luuster, dominee fan Westergeest,
doen as de skoenmaker ‘Houw je bij de leest’.
En kin jo fan oons nog lere,
Dominee’s die magge nooit dominere.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Want heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’?  Plaats dan a.u.b. onderaan een reactie of stuur een mail».

Bronnen