hystoblog

Home » Posts tagged 'Cleyn Buma'

Tagarchief: Cleyn Buma

Eelke Meinertswei 16

± 1924 – in het midden Eelke Meinertswei 16 [collectie Foestrumer Archief]

Met een vraag van Froukje Agema start de zoektocht naar de geschiedenis van deze woning. Zij was eigenaar/bewoner van deze woning en is in het bezit van koopaktes. En die koopaktes zijn bij deze zoektocht van geweldige waarde.


Over de woning Eelke Meinertswei 16 schrijft drs. Karstkarel [1]De vrij donkere rode metselsteen geeft aan dat het pand van omstreeks 1870 dateert[2].

Maar de vraag is hoe juist die inschatting exact is. Er zijn mij een paar foto’s bekend van voor 1930 waarop de woning Eelke Meinertswei 16 staat afgebeeld. De oudste foto daarvan zou rond 1924 zijn gemaakt en is hierboven afgebeeld.

Bote Fokkes Eskes

1832 [HISGIS]

Op de kadasterkaarten van 1832 staat nog geen woning ingetekend op deze locatie. De eigenaar van de grond is dan Bote Fokkes Eskes [1755 – 1844]. De kadastrale aanduiding is B822. En die aanduiding is van belang om te weten – maar daarover straks meer.

Bote leefde in de tijd van de Franse overheersing. De tijd dat de burgerlijke stand werd opgezet en een familienaam formeel moest worden geregistreerd – de familie gebruikte overigens al langere tijd de familienaam Eskes. Duidelijk is ook dat vóór de formele registratie namen veel vaker dan daarna niet éénduidig werden geschreven of vermeld.  Zodoende is Bote Fokkes Eskes ook op schrift bekend als Bote Folkerts Eskes, geboren in 1775.

De onduidelijkheid over zijn juiste tweede naam ontstond al bij zijn vader: Folkert of Focke Hylkes Eskes.

Bote F. Eskes was op 21 juli 1805  in Drogeham getrouwd met Gezina Geertruida Groenman [1782 – 1859], een dochter van dominee Hendrikus Groenman, Groningen. De huwelijksplechtigheid was groots van opzet. “Zij werden door een aantal rijtuigen van Drogeham naar Kollum ingehaald, waarna er vele bruiloftsfeesten plaats hadden. Zij werden op den trouwdag door den preikant van Kollum, Ds. J. P. B. Riedel in de kerk getrouwd, terwijl zij zich nederzetteden onder een gehemelte door 4 Jonge lieden aangebracht, waarin geschenken van zilver hingen. Daarna werden zij naar hun huis geleid, waar voor de deur eene poort was aangebragt met groen en vlaggen versierd, waarin een chassignet was gehangen, voorstellende twee harten, die door koorden, vastgehouden door twee duiven, werden zaamgetrokken. Een schoon bruiloft besloot deze feesten”.

Opregte Haarlemse Courant, 21 september 1844

In 1811 was Bote één van de meest vermogende mensen in Fryslân [3].

Bote en Gezina kregen drie kinderen:

  1. Martjen Botes Eskes [1807 – 1873]
  2. Hendrikus Botes Eskes [1813 – 1894]
  3. Petronella Maria Eskes [1820 – 1885]

Bote was [ook] assessor van de grietenij Kollumerland.

Om duiding te geven aan die rol, is het goed om te weten dat een grietenij het bestuursgebied van een grietman was. Grietman betekent letterlijk “hij die daagt”, van het Oudfries ‘greta’ [dagvaarden, aanklagen]. De Grietman koos/benoemde vier assessoren, uit elk kwartier van de gemeente één. Assessoren werden ook wel ‘bysitter’ of ‘mederechter’ genoemd.

In 1851 werd de benaming ‘grietenij’ vervangen door ‘gemeente’. De ‘grietman’ werd ‘burgemeester’. En de assessor werd wethouder.

Een vermogende en vooraanstaande familie, dus. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij ook in Westergeest bekend waren O.a. vanwege het  feit dat zij de eigenaar zijn geweest van wat nu de FOKKEMA’S PLEATS is. Deze boerderij kwam volgens mij al in 1700 in de familie, toen Bote Rinses, de schoonvader van Bote F. Eskes, deze kocht.

Maar goed, terug naar wat nu Eelke Meinertswei 16 is.

Deze grond bleef in de familie tot in 1879, zo’n 35 jaar na het overlijden van Bote F. Eskes. Zijn bijna zestig jarige dochter “Vrouwe Petronella Maria Eskes echtgenoote van den Weled Heer Daniël Hermannus Andreae te Kollum” is dan “verkoopersche” van een “plek tuingrond te Westergeest, Sectie B no 822 [enz]”. Koper is Fokke Tjibbes Fokkema.

Hier zien we de kadastrale aanduiding B822 weer terugkomen – als onbebouwde grond.

Fokke Tjibbes Fokkema

Toen Fokke Tjibbes Fokkema het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1879 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

 Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891] was een leeftijdsgenoot van “Vrouwe Petronella Maria Eskes”. Hij trouwde in 1846 met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878].

Eén van zijn zusters was Baukje Tjibbes Fokkema [1825] die was getrouwd met Andries Keuning, bewoner van Cleyn Buma [Bumawei 23] en naar wie de Keuningsbrêge over de Nieuwe Zwemmer is genoemd.

Eén van de kinderen van Fokke T. Fokkema en Maaike J. Minnema was Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916]. Het lijkt er op dat deze Jan F. Fokkema in 1901 de FOKKEMA’S PLEATS kocht van Petronella Maria Eskes en Daniël Hermannus Andreae.

Op 11 september 1901 verklaarde Jan Fokkes Fokkema, landbouwer wonende te Westergeest “verkocht te hebben en te zullen leveren aan Renger Geerts van der Meulen, timmerman, wonende te Westergeest” […] “de onroerende goederen kadastraal bekend Gemeente Westergeest Sectie B nummers 1285 huis en erf […], 1286 […] en 1287 bouwland […]”.

Op het kadastrale kaartje 1887 is dit het rood omlijnde gebied.

We zien hier een hele andere kadastrale nummering opduiken en om die te kunnen duiden zoeken we recentere kadastrale kaarten op. We vinden deze nieuwe kadastrale aanduiding op een kaart uit 1887 [4].

Het blijkt, en dat is interessant, dat perceel B822 [kadastrale aanduiding in 1832] in 1887 is opgesplitst in drie kadastraal nieuwe percelen grond. In de tussenliggende jaren is de woning op B1285 [Harmen van Teijenswei 1, op het kadastrale kaartje 1887 met een blauwe pijl aangeduid] kennelijk wel gebouwd, mogelijk de reden voor de nieuwe kadastrale nummering ?

Renger Geerts van der Meulen

Toen Renger of Ringer van der Meulen het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1901 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

Renger werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra. Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske [of Sijtske] Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870.

Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf. En het lijkt er op dat Sietske handwerkonderwijzeres was aan de openbare lagere school in Westergeest.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

Sietske Dijkstra overleed op 17 oktober 1960 en had in haar testament “benoemd tot enige erfgename van haar nalatenschap de Hervormde Gemeente te Westergeest”. In het rubriekje “40 jaar geleden[5] staat dat haar eigendommen bestaan uit “woningen en landerijen”.

Rudmer Kloosterman

Toen Rudmer Kloosterman het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1961 kocht, was het bebouwd.

Op 2 februari 1961 verklaren Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kollumerland c.a. dat het “huis met hokken, bergplaats, erf en grond […] kadastraal bekend, gemeente Westergeest, Sectie B nummer 1716, groot 8.10 aren met uitzondering van ongeveer 60 centiaren, thans nummer 2028 groot 7 aren 48 centiaren geen land is in de zin van de Wet op de vervreemding landbouwgronden”.

Kennelijk was een dergelijke verklaring nodig toen de Hervormde Gemeente de woning verkocht aan koopman Rudmer Kloosterman [geboren 08-06-1898], wonende te Westergeest. In woning Eelke Meinertswei 16 – Rudmer kocht de woning waar hij al jaren in woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerkklok door de Duitse bezetter uit de kerktoren gehaald mee meegenomen. In 1949 werd een nieuwe klok geplaatst, nadat daarvoor in het dorp geld was ingezameld. De intekenlijst is bewaard gebleven en de route van de ‘collectant’ is daaruit af te leiden.

eigen foto

Het blijkt dat R. Kloosterman ook op die lijst staat vermeld. Tussen namen die toen rondom Eelke Meinertswei 16 woonden. Lieske Steenstra – van Assen, geboren in 1937 te Westergeest, weet niet anders dan dat Rudmer Kloosterman in Eelke Meinertswei woonde.

Eind 1979 verkoopt notaris Fokkema de woning Eelke Meinertswei 16 op verzoek van de familie Rudmer Kloosterman. In café de Jager, aan de overkant van de straat. Het werd omschreven als “op gunstige stand staande woonhuis met schuur, 3 houten hokken en open grond […] kadastraal bekend gemeente Westergeest, sectie B, nummer 2028, groot 7.48 are”.

tenslotte

  • De rij eigenaren is aan de hand van de aktes goed op een rij te zetten.
  • Het blijkt ook dat de woning ergens tussen 1901 en ± 1945 gebouwd zal zijn.
  • En het lijkt zeer aannemelijk dat de eigenaar van de grond, timmerman Renger of Ringer van der Meulen, de woning heeft gebouwd.
  • [Maar] Renger of Ringer van der Meulen overleed op 11 mei 1931, 70 jaar oud.
  • Op foestrumerarchief.nl staat dat Renger en Sietske van der Meulen rond de jaren ‘20/’30 van de vorige eeuw in woning Kalkhúswei 10 woonden.
  • Volgens open bronnen [6] zou Eelke Meinertswei 16 gebouwd zijn in 1935 [maar de betrouwbaarheid van een bouwjaar uit deze enige bron trek ik nog wat in twijfel [7]].

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

  • [1] Drs. Peter Karstkarel, kunsthistoricus, gespecialiseerd in de Nederlandse bouwkunst.
  • [2] BOUWKUNST IN KOLLUMERLAND, drs. Peter Karstkarel, 1984, Stichting Oud Kollumerland.
  • [3] Genealogysk Jierboekje 1990, Reid van der Ley
  • [4] Tresoar, kaartnummer 16532a, Westergeest Sectie B4
  • [5] Kollumer Courant 20 november 2000
  • [6] http://www.planviewer.nl
  • [7] Woning Bumawei 21 zou bijvoorbeeld gebouwd zijn in 1995, maar bestaat al veel langer. Daarnaast zijn er meerdere foto’s bekend van de jaren ’20 van de vorige eeuw.

“wees getrouw”

Jan STEENSTRA [1880 - 1965] [foto eigen collectie]

Jan STEENSTRA [1880 – 1965] [foto eigen collectie]

Oude woorden op een nieuw medium. Woorden van een stamvader. Want dat was hij. Stamvader Jan STEENSTRA. Hij werd op 24 januari 1880 geboren. Als tweede kind van Jan Roelofs STEENSTRA [1852 – 1918] en Wemeltje DIJKSTRA [1852 – 1942].

Op 17 mei 1902 trouwde Jan met Antje van der MEER [1878 – 1943]. Ze kregen zes kinderen. Werden pake en beppe van 23 kleinkinderen. En deze kleinkinderen zijn op hun beurt al weer pake en beppe …

De laatste woorden die hij zijn kleinkinderen nog kon zeggen waren “wees getrouw”. Woorden vanaf zijn sterfbed. Fluisterend gesproken.

Jan groeide op zoals zovele Christelijke pubers. Hij was wel enigszins kerkelijk maar “de warmte van de liefde en de beslistheid van het geloof waren er zeker niet”. Dat veranderde toen Wemeltje en hij in 1904 hun eerste, 5 maanden oude, zoontje Jan verloren. Hij zou later aan zijn andere kinderen hebben gezegd: “Toen de Here dit lam heeft genomen, heeft hij dit schaap van Zijn kudde goed geleerd om op de Here te zien”.

Jan bereikte een hoge ouderdom en bezat een heldere geest. Tot vlak voor zijn overlijden ging hij nog twee keer per zondag naar de kerk. Maar voor Kerst 1965 ging het snel achteruit. Hij was “soms afwezig” en onbereikbaar. Vlak na die kerstdagen overleed hij, 85 jaar oud.

Jan STEENSTRA op latere leeftijd [foto eigen collectie]

Jan STEENSTRA op latere leeftijd [foto eigen collectie]

Zijn lievelingslied was

Vaste rots van mijn behoud

Als de zonde mij benauwd,

Laat mij steunen op Uw trouw;

Laat mij rusten in Uw schauw

Waar het bloed, door U gestort

Mij de bron des levens wordt.

Dát was bij hem waarheid en werkelijkheid. Dát wilde deze stamvader zijn nageslacht meegeven. Met een stem waarin de kracht al ontbrak. In dat fluisterend “wees getrouw”.

En toen stierf hij. Op 27 december 1965.

En nu u – als u meer weet te vertellen over Jan STEENSTRA, schroom dan niet om te reageren op deze ‘post’. Help het verhaal completer te maken.


Bron o.a. preek gehouden tijdens de afscheidsdienst van Jan STEENSTRA.

verborgen romantiek van pake Ybele?

POSTZEGELTAALZorgvuldig bewaard. Met potloodkrassen, dat wel. Maar nooit verzonden. Een prachtige kaart met een gedeeltelijk ingekleurde zwart-witfoto. Daaromheen allemaal afbeeldingen van postzegels. In verschillende standen afgebeeld. Iedere stand drukt een gevoel uit. Een ‘geheime’ boodschap. Overgebracht door de manier waarop de postzegel op een prentbriefkaart werd geplakt.

Het was een nieuwe rage. Eind 19e eeuw overgewaaid uit Duitsland. De postzegeltaal. De manier waarop de postzegel op een prentbriefkaart werd geplakt, betekende een ‘geheime’ boodschap.

Uitgevers van prentbriefkaarten speelden hier op in. Vandaar dat o.a. de briefkaart uit de portefeuille van pake werd uitgegeven.

Er mocht geen boodschap op een ansichtkaart worden geschreven. Daarvoor moest de duurdere briefkaart voor gebruikt worden. Werd er wel een boodschap op een prentbriefkaart geschreven dan moesten er postzegels bij geplakt worden.

Bijgaande kaart kwam tevoorschijn uit een portefeuille van pake Ybele STEENSTRA [1909 – 1989]. Bij o.a. een foto van hemzelf en zijn broer Jan STEENSTRA [1908 – 1990].

Pake Ybele werd geboren op 09  oktober 1909. De postzegels die op de kaart staan afgebeeld zijn tussen 1924 – 1926 uitgegeven. De kaart zelf is “Fabriqué en France”. Waarschijnlijk dus na 1926, toen Ybele 17 jaar was.

Hij kreeg verkering met Janke KEMPENAAR [1911 – 1981]. Wanneer precies weet ik niet. Feit is wel dat zij trouwden op 20 mei 1933.

Tijdens hun huwelijk hebben ze o.a. op ‘Cleyn Buma’ gewoond.

Zal Ybele in de jaren voor zijn huwelijk gebruik hebben gemaakt van verborgen romantische boodschappen? En de prentbriefkaart met afbeeldingen hebben gebruikt als hulp?

En nu u – als u meer weet te vertellen over bijvoorbeeld postzegeltaal, reageer dan. Maak de verhalen en de dorpsgeschiedenis completer.


bronnen

 

 

Uit de grup – in de kerk

 

De kerk van Westergeest [foto Anja Postma, Ee]

De kerk van Westergeest [foto Anja Postma, Ee]

Het waren de jaren 1955 – 1957. Ir. J. J. M. Vegter uit Leeuwarden was verantwoordelijk voor de restauratie van onze kerk. Toen de vloer er uit lag, kwam bij de preekstoel een noord – zuid lopend fundament aan het licht. Het kan zijn dat dit de fundering van een koorafscheiding is geweest. De toren werd bij die gelegenheid op een betonbalk vóór de fundering verankerd; in de muren werd een betonnen ringbalk aangebracht.

In diezelfde periode vond een verbouwing plaats van Cleyn Buma [Bumawei 23]. Een modernisering van de grupstal. In dit oud type stal voor rundvee staan de dieren de hele winter vastgebonden naast elkaar. Met de kop tegen de zijmuur. Tussen het looppad en de stal loopt een mestgoot: de grup. Daarin wordt mest en urine opgevangen en afgevoerd.

Bij de verbouwing werden de stallen breder en langer. Door de uitbouw werd de buitenmuur met stalramen ongeveer anderhalve meter verplaatst. Een karakteristiek plat dak aan de zijkant van de boerderij was het gevolg. Door het aanpassen van de grup achter de koeien kwamen zogenoemde estrikken vrij.

Op de één of andere manier kwamen toen de Gereformeerde boer Ybele Steenstra en de restaurateurs van de Nederlands Hervormde kerk met elkaar in contact. Het resultaat was dat de vrijgekomen estrikken gebruikt werden voor de vloer van de huidige kerk.

Zo uit de grup en in de kerk.

U nu – als u aanvullingen of fotomateriaal hebt graag reageren. Help onze dorpshistorie completer te maken.

Bronnen: Jan Steenstra sr., wikipedia

jonge koe gevonden

1798-02-03, Friesche Courant

1798-02-03, Friesche Courant

Een zwart bont GELDRIER. Was ze uitgebroken? Of ontsnapt? Feit is dat Fokke Wiebes een oproep plaatste in de Friesche Courant van 3 februari 1798. Kennelijk heeft hij de zwartbonte GELDRIER ergens aangetroffen. Een loslopende onvruchtbare, jonge koe.

Fokke Wiebes zal de eigenaar actief hebben gezocht. In het dorp zal hij ongetwijfeld hebben rondgevraagd. Vrijwel zeker ook bij Heine Doedes [Klopstra?] met wie hij Cleyn Buma bezat en gebruikte. Daar bovenop voelde hij zich verantwoordelijk genoeg om de oproep in de krant te plaatsen.

In 1798 wordt ene Focke Wybes genoemd als 55-jarige boer te Westergeest. Hij was getrouwd met de toen 45-jarige Ank Tjibbes.

Een jaar eerder was hij betrokken bij het Kollumer Oproer. Zijn naam staat tussen de namen van 163 inwoners van Westergeest die voor die betrokkenheid werden beboet. Met een geldboete van 42 guldens hoort Fokke Wiebes of Focke Wybes bij de dorpsgenoten met de hoogste geldboete.

Fokke Wiebes werd in 1743 te Westergeest geboren en gedoopt op 24 november van dat jaar. Hij was twee keer getrouwd.

1e huwelijk op 13 april 1766 te Dantumawoude met Taetske Heines [1744 te Driesum]. Samen kregen ze vier kinderen:

  1. Wybe Fokkes geboren in 1767
  2. Wybe Fokkes geboren in 1768
  3. Heine Fokkes geboren in 1770
  4. Doede Fokkes geboren in 1773
  5. Taetske Fokkes geboren in 1775

2e huwelijk op 16 juli 1780 te Westergeest met Ank Tjebbes [1753 te Dantumawoude]. Met haar kreeg hij drie kinderen:

  1. Tjibbe Fokkes geboren in 1780
  2. Tjibbe Fokkes geboren in 1787
  3. Wybe Fokkes geboren in 1791

Rond 1803 kwam Fokke Wiebes te overlijden in zijn geboortedorp. Nog voordat hij werd verplicht tot het aannemen van een familienaam. Maar als in januari 1813 zijn 21 jarige zoon Wiebe Fokkes trouwt met de 20-jarige Antje Boeles Keunjes, wordt de familienaam Fokkema gebruikt.

Een bekende naam in Westergeest.

Zijn kleinzoon Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891] trouwde met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878]. Uit dit huwelijk werd op 14 november 1852 Jan Fokkes Fokkema geboren [† 1916].

Jan Fokkes Fokkema was boer en landheer, had zitting in de Staten van Friesland en was hoofdbestuurslid geweest van de Christelijk-Historische Unie. Hij was getrouwd met Wiepkje de Bruin [1858 – 1953] uit Westergeest. Uit hun huwelijk werd in 1878 dr. Fokke Jan Fokkema geboren.

In 1901 kocht hij de boerderij die bijna 80 jaar later zou worden omgebouwd tot het dorpshuis.

Dorpshuis De Fokkema’s Pleats.

En nu u – als er na het lezen van deze post opmerkingen of aanvullingen zijn, reageer dan. Om samen onze dorpsgeschiedenis compleet te maken.