hystoblog

Home » Posts tagged 'Driesum'

Tagarchief: Driesum

“Godskes, de hûnekarre”.

Voorbije situaties en omstandigheden “út ús ferline”. Nog te zien op foto’s. Foto’s van karriders, bijvoorbeeld. Ze zijn eigenlijk heel bijzonder. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was het maken van foto’s een dure bezigheid. Voor veel mensen was het poseren in een straatbeeld de enige mogelijkheid om op de foto te komen. Daarom staan er op oude straatfoto’s zo vaak veel mensen op een rijtje afgebeeld. Want alledaagse dingen werden niet vaak op de foto gezet. Alledaagse dingen – zoals de karriders met hun kar en hond.

Libbe Meijer◥, bijvoorbeeld. Van hem een wazige afbeelding. Van de man met een glimmende pet op zijn hoofd. De mouwen van zijn jasje lijken nét iets te kort. Zijn knoestig ogende hand rusten op een hondenkar vol petroleum. Onder de kar is de hond te zien. Zij ‘sútelden’ voor De Automaat.

Libbe werd in 1864 te Westergeest geboren. In 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen, geboren in 1870. Samen kregen ze acht kinderen, waarvan enkele op erg jonge leeftijd al overleden. En ze maakten in hun huis vol tieners ruimte voor twee pleegkinderen.

Op 11 december 1944 overleed Libbe te Oudwoude.

Sikke Fokkes de Haan◥, ook een karrider. Bloeddoorlopen, tranende ogen kenmerkten de man die ook met de hondenkar petroleum verkocht.  Met voor de kar een “gemuilkorfde krachtpatser”. Sikke was ook in dienst van de petroleummaatschappij De Automaat.

Sikke kwam uit Surhuizum. Daar was hij in 1872 geboren. Zijn band met Westergeest loopt via Zandbulten, waar hij in 1950 overleed. Antje Veenstra, de vrouw met wie hij in 1897 trouwde, kwam van Drogeham. Met haar kreeg hij negen kinderen van wie de laatste twee volgens de geboorteakte in Westergeest zijn geboren.

Als Sikke in 1934 zijn 25-jarig jubileum viert als venter bij De Automaat, komen velen hem en zijn vrouw gelukwensen. “De man was nooit wegens ziekte verhinderd geweest z’n taak te verrichten” schreef de redacteur destijds in de krant.

Pietje Klimstra◥ [1881 – 1985] reed als vrouw ook met de hondenkar. Haar band met ons dorp loopt via haar man. De Westergeastmer Douwe Zijlstra, met wie zij in 1905 trouwde. Twee kinderen werden hen gegeven, tot Douwe al in 1913 overleed.

Pietje hertrouwde. Met de 19 jaar oudere Sikke Dijkstra. En met hem kreeg zij nog twee kinderen. Sikke was precies in zijn doen en laten, Pietje was ‘fleurich en de rûge kant it neist”. Het lijkt een bijzonder huwelijk te zijn geweest waarbij Pietje vaak van huis was en bakkerswaren uitventte.

Op haar grafsteen staat geschreven “Haar leven was dienen”.

Geert Postma◥. In de wijde omgeving bekend als “Geart hûnekarre”. Of “Geart Hûntsje”. Of “Geart Woartel”. Of als “Geart Baaske”. Hij werd op 26 juli 1880 geboren in het gezin van Wiebe Postma en Tjitske Postma. In Westergeest. Zijn datum van overlijden heb ik nog niet kunnen achterhalen. Op 29 mei 1915 trouwde de 35-jarige Geert Postma met de 42-jarige Antje Bosgraaf [1873 – 1962].

Geert Postma kwam iedere zomer met zijn hondenkar langs de deuren. In de omliggende dorpen, want ook in Buitenpost kende men hem. Hij ventte groenten, waaronder ook rabarber uit eigen tuin. En als de hond niet gehoorzaamde. En niet deed wat Geert wilde, dan beet Geert de hond in het oor. “Heel Zandbulten kon dan de hond horen”.

Als hem werd gevraagd of hij kinderen had, antwoordde hij: “Nee vrouw, jo moatte sa mar rekkenje, Doe ‘k noch bakke koe hie’k gjin oven en doe’k in oven hie koe ik net meer bakke”. Maar die opmerking werd misschien wel gebruikt om zijn verdriet te verbergen. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen; hun enige kind werd op 22 maart 1916 levenloos geboren.

Douwe Posthuma◥, de karrider uit Wouterswoude. Zijn moeder, Sepkje Posthuma, was ongehuwd waardoor hij de achternaam van zijn moeder kreeg. In 1917, toen hij 24 jaar was trouwde hij met de twee jaar jongere Durkje of Dirkje van der Meulen. Een meisje uit Westergeest, geboren op 23 november 1895.

Douwe Posthuma was een vrij algemene naam in de omgeving en het was daarom niet ongebruikelijk dat Douwe een bijnaam had. Douwe ‘mûs’. Een bijnaam, geen scheldnaam!

Een bijnaam om mensen met dezelfde namen uit elkaar te kunnen houden. En wat Douwe betreft altijd met prikkelende humor. Als hij Teake ‘jut’ Raap zag werken op de ‘bouwikkers’ riep hij Teake toe: “Juttet it nog wat, Teake?”, waarop Teake reageerde: “It giet wol aardig Douwe – ik mûsje mar wat troch!”. Of zijn ontmoeting met Piet ‘verver’ Smits: “Wol it wat wetterlakje, Piet?”. Ook Piet reageerde met een kwinkslag: “Tink d’r mar om dat dyn sturt net tusken de speaken fan it tsjel komt!”.

Deze laatste anekdote stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Douwe ventte met zijn fiets. Daarvoor reed hij met een hondenkar. Met een grote zwarte hond ervoor. Een gevaarlijk dier “en omtrint like sterk as in kedde”.

Oebele Vries reageerde: Piet Smits fan Driezum, mei as bynamme; Pietje waterlak. Dan litte dy wurden “Wol it wat wetterlakje, Piet?” neat mear te rieden oer! In hiel bysûnder man, dy’t ik aardich goed kend ha.

Jarig Klazes Vries◥ werd geboren in Westergeest. In 1846. Toen de arbeider Jarig Klazes de Vries 25 jaar was, trouwde hij op 11 mei 1871 met de 25-jarige Jeltje Everts de Vries [geboren op 04 maart 1848]. Wat ik tot nu toe heb gevonden is dat ze samen vijf kinderen kregen. En een foto waarbij Jarig met zijn hondenkar staat afgebeeld.

Simon de Vries◥ [1882 – 1952] spande zijn hond áchter de wagen. Hij had een garage in Buitenpost en getrouwd was in 1906 met Feikje Harders. In 1907 zou hij in Westergeest wonen.

Ze krijgen volgens mij vijf kinderen. Dat blijkt uit de rouwadvertentie die het gezin op 21 september 1943 plaatste in de Friesche Courant omdat hun zoon Sytze op jonge leeftijd kwam te overlijden – nota bene op zijn eigen verjaardag en kennelijk na een zwaar ziekbed. Zoon Sytze was monteur.

 

Het zijn een aantal karriders die op de één of andere manier een band met ons dorp hebben.

Ik ben op zoek naar veel meer namen, anekdotes, herinneringen en verhalen van karriders, ‘strúnend’ door de noordoosthoek van Fryslân. Om vast te leggen. Als een eerbetoon, een ode aan de ‘strúnders’ en ‘swalkers’ uit dit deel van onze provincie.

Kent u nog karriders of verhalen? Hebt u misschien nog foto’s van karriders? Ik wil daar graag meer over horen.

bron: eigen blog Hondenkarren◥

Wiebe Damstra

  • Geboren op 23 november 1872 1872 te Wouterswoude
  • Overleden op 24 september 1911 te Driesum

karrijder‘ Wiebe Damstra [collectie Auke Postma].

Auke Postma [Holwerd] stuurde mij deze prachtige foto – met een diep triest verhaal.  Op de foto staat ‘karrijder‘ Wiebe Damstra met zoon Sipke.

Wiebe werd geboren in het gezin van “daglooner” Taeke Wybes Damstra en Geeske Thijmens van der Woude. Hij trouwde in 1899 met de dan 23 jarige Jitske Posthuma, geboren op 31 juli 1875 te Driesum. Samen met haar kreeg hij drie kinderen:

  1. 08-03-1900, Pietje
  2. 30-04-1902, Geeske
  3. 19-09-1907, Sipke

Het lijkt een mooi, harmonieus gezin als ik naar de foto kijk. Verscholen, achter het paard, kijkt moeder Jitske toe hoe hun zoon Sipke op de bok mag zitten. Mogelijk, zo schrijft Auke Postma, op de dag dat Sipke jarig was. Op de dag dat hij vier jaar werd.

Als dat werkelijk zo is, dan is daar bij te bedenken dat Wiebe daarom zijn zoon Sipke op de bok van de wagen meenam. Als trotse vader van zijn jongste kind. En als dat werkelijk zo is, dan wordt ik stil van de wetenschap dat vader Wiebe vijf dagen later kwam te overlijden. Slechts 38 jaar oud.

Moeder Jitske bleef op 36-jarige leeftijd achter met drie kleine kinderen, een zware taak. Zeker in die tijd. Op 07 maart 1918 hertrouwde Jitske met de 43-jarige Driesumer Evert de Vries.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

 

“.. ik scil dy smoare …”

Leeuwarder Courant, 26 april 1917

Het zijn woorden die honderd jaar geleden werden uitgesproken. Tijdens een heftige ruzie. Op 19 februari 1917. Het Nieuwsblad van Friesland geeft een inkijkje in de gebeurtenis: “’t Kwam door de woning. Die was den 32-jarigen Thijmen de V. door zijn huisbaas, Hendrik Leistra, opgezegd. Woede bij Thijmen, […]”.

Hendrik Leistra was veehouder en woonde op de Wâlddyk onder Westergeest. Hij werd in Niawier geboren op 12 juli 1885 en zal met zijn ouders Klaas Douwes Leistra en Rinske Spar van der Hoek meeverhuist zijn naar de Wâlddyk.
Daar trof het noodlot toen “tijdens een kort, maar hevig onweder” de boerderij in april 1910 door de bliksem werd getroffen. En totaal afbrandde. “Door den fellen wind kon zoo goed als niets gered worden en kwamen o.m. negen koeien in de vlammen om”. Enkele weken later kwam vader Klaas Douwes Leistra te overlijden. Op 4 juli 1910 in “huizinge A86”. Uit de rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant blijkt dat zijn oudere broer en zus dan al het huis uit zijn. Hendrik bleef alleen achter bij zijn moeder Rinske Spar van der Hoek.

Tot Hendrik in november 1911 trouwde met de 26-jarige Janke Hulshoff [1885 – 1961] uit Surhuisterveen. En het ziet er naar uit dat zij zich ook vestigden aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Hendrik lijkt een bemiddeld man te zijn geweest. In 1915 was hij mede koper van een stuk bouwland te Niawier, zijn geboortedorp. Daarnaast lijkt hij in Westergeest een woning te hebben gehad. Die hij verhuurde. Ik weet [nog] niet welke woning dat is geweest. Duidelijk is wel dat hij als huisbaas genoemd werd toen hij in februari 1917 polshoogte kwam nemen bij het snoeien van de bomen. Bij dit huis.
De Leeuwarder Courant schreef op 26 april 1917 dat “hij zijn orders uitdeelde aan één der bewoners”. Toen verscheen Thijmen de V. “eensklaps voor hem en mishandelde hem zoo pijnlijk, dat Leistra het niet gemakkelijk vergeten zal”.
Mogelijk woonde Thijmen toen nog in de woning, want het Nieuwsblad van Friesland schrijft: “Leistra beschouwde het werk van ’n snoeier bij de woning van beklaagde Thijmen, toen deze plots op Leistra aankwam”.

De paar gegevens die in de krant werden geschreven duiden op Thijmen de Vries. Thijmen die Vries werd geboren op 29 januari 1884 te Driesum in het gezin van Jarig Klazes de Vries en Jeltje Everts van der Wiel.

Vier jaar voor de mishandeling was hij getrouwd met de 27-jarige Korneliske van der Meer [1887 – 1975].
Samen kregen zij volgens mij vier kinderen:
 01-01-1914, Jarig
 20-04-1916, Ybele
 13-10-1917, Klaas
 12-12-1918, Grietje

Uit deze jaartallen blijkt dat zijn vrouw Korneliske ten tijde van de ruzie zwanger was. En ze hadden twee kleine kinderen.
Streed Thijmen voor zijn gezinnetje?

Hoe dan ook, er ontstond een woordenwisseling, die 19de februari 1917. Tussen boer Leistra en arbeider de Vries. Een woordenwisseling om 30 gulden. Een heftige woordenwisseling die uitliep op geweld – “Thijmen moet Leistra hebben aangegrepen. Met alle kracht. Later zaten de afdrukken van Thijmens nagels in Leistra’s vleesch. Om van blauwe plekken maar te zwijgen. Leistra kreeg ook nog een slag tegen z’n kinnebak”.

“… Ik lit dy net los … ik scil dy smoare … Ik kin dy wol yn’e kop bite … as ik dy by dei ef by nacht tsjin kom … oeral is wetter … !”.

Het zijn deze en dergelijke “verschrikkelijkheden” die Thijmen deels ontkende. Bovendien zou Leistra ook niet “werkeloos” zijn gebleven. De hele ruzie komt voor de rechter. En Thijmen krijgt straf.

  • Thijmen de Vries overleed op 22 mei 1965. Hij en zijn vrouw liggen te Kollum begraven.
  • Henrik Leistra overleed op 10 mei 1961. Drie maanden later stierf ook zijn vrouw Janke, op 23 augustus 1961.

Weet u meer te vertellen over deze gebeurtenissen of heeft u foto’s van de familie Leistra of de Vries? Ik hoor het graag en plaats een reactie onder deze ‘post’

bronnen: