hystoblog

Home » Posts tagged 'Heine van Assen'

Tagarchief: Heine van Assen

Kippenoorlog in de Dôlle

Heine van Assen en Geertje Postma [eigen collectie]

Heine van Assen en Geertje Postma [eigen collectie]

De Rijdende Rechter heeft vaak zijn handen vol aan burenruzies.

Dat dit van alle tijden is, bewijst het waar gebeurde verhaal van 85 jaar geleden (1929) aan de Dôlle bij De Trieme onder Westergeest. Hoofdrolspelers zijn veehouder Jacob Steringa en zijn buurmannen arbeider Auke van Assen en ‘gernierke‘  Heine van Assen.

Jacob Steringa was geboren op 1 februari 1868 onder Westergeest en overleed later op 2 mei 1946 in Triemen; hij was op 16 mei 1903 gehuwd met Jitske van den Berg, afkomstig uit Akkerwoude, en grootvader van in de 2009 overleden Wim Steringa, die vele Triemsters nog wel gekend hebben.

1929-05-23, Leeuwarder Courant

1929-05-23, Leeuwarder Courant

Auke van Assen was geboren op 16 november 1904 in Triemen en overleed op Koninginnedag 1982 in Westergeest. ‘Lytse Auke‘ zoals hij ook wel werd genoemd trouwde in 1932 met Stien Boon uit Oudwoude.

Heine van Assen was geboren op 28 december 1872 in Triemen en overleed later op 20 augustus 1956 aldaar; hij was op 7 november 1896 getrouwd met Geertje Postma van Akkerwoude; hij was een oom van Auke van Assen en de pake van de thans nog op de Dôlle wonende Heine en Haije van Assen.

Het verhaal speelde zich af in het buurtje achterin de Dôlle, waar thans de families Eelke van der Bei, Piet Reitsma en de afgebrande boerderij van de Poelstra`s stond.

Jacob Steringa hield er veel kippen op na, die telkens als ze los waren, op het erf van de buurman Auke van Assen kwamen. De talloze waarschuwingen, om de kippen vast te houden, bleken vruchteloos. Op 27 maart liepen de hennen eens weer op het erf van Auke, die met een grote stok de kippen wilde verjagen. Hij gooide met de stok naar de kippen en eentje werd geraakt en bleef liggen. Later is het dier aan deze mishandeling gestorven.

Buurvrouw Fokje van der Veen was een der getuigen van het voorval. Op de bewuste avond stond ze op de uitkijk, omdat er voor de zoveelste maal ruzie was. Ze zag hoe Auke een stok naar de kippen wierp, en dat er één bleef liggen. Zij verklaarde dat de buren slecht met elkaar overweg konden; dat er altijd ruzie was over de kippen en over het hek, dat de Steringa`s al in 1867 wederrechtelijk aan de weg hadden geplaatst; en dat van Assen het leven van Steringa zo zuur mogelijk maakte.

De volgende getuige was Gerrit van Assen, een broertje van Auke. Hij werd er eerst fijntjes op attent gemaakt, dat een dooie kip geen meineed waard was. Maar hij verklaarde plechtig dat zijn broer geen kip had aangeraakt, maar dat het juist Steringa was die zich op de kip liet vallen en toen met het dode dier z`n huis is ingegaan.

Goaitzen van Assen uit Westergeest, kaasmaker op Hûsternoard, een oudere broer van Auke, die toevallig op bezoek was, verklaarde ook dat Steringa zelf de kip had gedood.

Uit alle verhoren bleek dat er een voortdurende burentwist was en dat men elkaar het leven zo lastig mogelijk probeerde te maken. De Officier van Justitie vond dat er veel plagerij in het spel was door de familie van Assen en dat de hele “kippenquestie” te wijten was aan Auke. Hij eiste 25 gulden boete of 25 dagen gevangenisstraf.  Auke werd uiteindelijk veroordeeld tot 10 dagen op water en brood.

Heine van Assen woonde aan de andere kant van Jacob Steringa. Op 1 april een paar dagen na het vorige voorval, liepen de ongeveer 80 kippen van Steringa weer los en bij hem op het erf. Hij wilde met een knuppel de beesten van zijn ‘hiem’  verjagen en wierp de knuppel naar de hoenders. Een der vogels werd aan de poten geraakt en moest daarna al hinkelende haar weg naar het hoenderhok vervolgen.

Jacob Steringa beschouwde het echter niet als een aprilgrap, en “maakte gewag van” de mishandeling van de kip, zodat dat ook hier de veldwachter werd ingeschakeld. Heine van Assen verklaarde echter, dat hij geen kip geraakt had. “Deze beesten zijn zo wild dat, als ze een der van Assens zien aankomen, ze er al snel vandoor gaan”; en “het gebeurt wel meer, dat die kippen van Steringa kreupel zijn, omdat Steringa veel ruimte om huis heeft, en ze ook bij de buren vrij rondlopen, zodat sommige van die dieren wel kramp in de poten moeten krijgen, dus van mishandeling is hier echt geen sprake”.

De Officier van Justitie achtte echter de kippenmishandeling wel voldoende bewezen. Hij eiste hier 15 gulden boete of 15 dagen hechtenis. Het vonnis werd 10 dagen naar het tuchthuis. Vermoedelijk hebben beiden in 1930 tegelijk hun detentie uitgezeten in de Blokhuispoort te Leeuwarden.

De kippen uit de Dôlle konden nadien weer in alle veiligheid op stok.

Deze ‘post’ is geschreven door Jack Boersma, Triemen. Het werd eerder gepubliceerd in de dorpskrant van De Triemen, Tremyn. Eveneens eerder gepubliceerd in De Sneuper.

Maar ook nu kunt u reageren op deze post. Met aanvullingen of illustraties. Help ons onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

Getekend door oorlog

Heine van Assen

Heine van Assen

Heine van Assen. Hij werd geboren op 24 augustus 1925. Als eerstgeborene. Veertien jaar was hij, toen de Duitsers ons land binnenvielen.

Hoewel de eerste oorlogsjaren als jonge tiener wellicht rustig verliepen, keerde het tij op 04 februari 1943. Vader Gooitzen van Assen overleed onverwachts door een hartinfarct.  Moeder Grietje de Jong bleef achter met 10 kinderen – de jongste net twee jaar ..

Heine was 17 jaar en moest de kost mee verdienen. Als boerenarbeider. Voor even maar. Want al snel moest hij zich als 18-jarige melden voor de arbeidsdienst in Duitsland. Heine ging niet. Daarom zat hij tijdens razzia’s meerder malen ondergedoken in de Zwagermieden of de Dôlle.

Of thuis, onder de vloer. In de vloer onder het aanrecht was een luik gemaakt. Dat gaf toegang tot een kruipruimte wat voor het oog diende als koelruimte voor boter en dergelijke. Op een dikke, oude deken kon Heine zich daar tijdens razzia’s verschuilen. Om het luik weg te werken had moeder Grietje daar oude kranten over heen gelegd, met daar bovenop de ‘vetpan’. Een rooster in de muur zorgde voor voldoende lucht en zuurstof.

Het hield hem uit handen van de Duitse bezetters.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Heine opgeroepen als dienstplichtig militair. Hij werd in Assen opgeleid ‘voor de tropen’. In 1946 vertrok hij naar Indië. Op 10 oktober 1949 kwam hij terug in zijn geboortedorp Westergeest. Zijn diensttijd liep af op 25 november 1949. Heine was toen 24 jaar. Zijn jeugd was voorgoed voorbij. Getekend door oorlog.

klik hier voor zijn fotoalbum over zijn tijd in Indië

Hij probeerde de draad van het ‘gewone leven’ op te pakken. Werd in januari 1950 in dienst genomen door boer Wietze Bosma. Maar het lijkt er op dat hij niet de rust kon vinden.

Al snel daarna begon hij als ‘slijkwerker’ in de Noordoostpolder. Tijdens het weekeind kwam hij even thuis in Westergeest, op de bromfiets.

Hij ging werken bij een meubelfabriek, maar daar moest hij vanwege gezondheidsklachten stoppen.

In 1958 lonkte het Nieuwe Land. Hij vertrok naar de Verenigde Staten. Naar zijn oom Evert en tante Nel de Jong. Maar ook dat was van heel korte duur. Zijn gezondheid bleef hem parten spelen en na een half jaar moest hij terug naar Nederland. Voor een hartoperatie. In de Verenigde Staten was hij daarvoor niet verzekerd. En zou oom Evert voor de kosten opdraaien.

Na zijn operatie bleef Heine in Nederland. Hij kwam terecht bij de zogenoemde regiearbeiders van de gemeente Kollumerland c.a.. Werken in de gemeentelijke plantsoenen, aan de aanleg van fietspaden of in het Veenkloosterbos.

Op 1 oktober 1995 kwam Heine door een hartstilstand te overlijden. Tijdens een vakantie met zijn vrouw Nelly Zijlstra in de Verenigde Staten. Na een huwelijk van zestien jaar. Op bezoek bij ‘de Amerikanen’, zoals de geëmigreerde familie werd genoemd.

Heine werd zeventig jaar oud.

9 mannen vochten in “Indië”

Indië-gangers [020-FA]Tijdens de oorlog na de Tweede Wereldoorlog vochten 9 mannen uit Westergeest in een ver, warm land.

Het was niet hún oorlog. Zij zaten destijds niet op “Indië” te wachten. Ze waren verplicht om ons bevrijde Nederland te verlaten vanwege de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog [1945 – 1949] – in feite een guerrilla van de Indonesische nationalisten tegen de Nederlandse eenheden.

In deze periode werden twee kortdurende Nederlandse offensieven uitgevoerd; de zogenaamde politionele acties. Zo genoemd omdat Nederland Indonesië niet als een onafhankelijke staat erkende maar als een opstandige beweging in de kolonie Nederlands-Indië.

Tjalling Sipma was de eerste dorpsgenoot. Hij moest in het voorjaar 1946 voor zijn dienstplicht opkomen in Kampen. Daar volgde hij enkele maanden een opleiding en kreeg hij te horen dat hij naar “Indië” moest. De vertrekdatum voor zijn groep was 03 september 1946. Vijf andere jongens volgden snel:

  • Tjalling Sipma [* 04|11|1925]
  • Heine van Assen [* 24|08|1925 – † 01|10|1996] [links op de foto]
  • Lieuwe Huisman [* 06|12|1925 – † 22|07|1998][midden op de foto]
  • Jan Kingma [* 26|02|1925 – † 21|10|2000]
  • Sierk Schotanus [* 07|04|1925 – † 23|07|1996]
  • Andries van der Veen [* 25|05|1925 – † 26|08|1972] [rechts op de foto]
  • Abraham de Vries [*11|08|1915 – † 02|07|1987]
  • Jan Veenstra [* 02|10|1925 – † 27|11|1969]
  • Heine de Bruin [* 19|02|1928 – † 03|09|1994]

Voor Liekele van der Veen [* 21|04|1925 – † 22|04|2004] en Heine de Bruin werden uitzonderingen gemaakt. Liekele kon niet gemist worden op de boerderij en bleef thuis. Heine de Bruin wílde niet achterblijven als de ‘andere jongens wel moesten gaan’.

Heine van Assen heeft van zijn Indië-tijd een fotoalbum gemaakt. Foto’s uit dit album zijn / worden geplaatst op mijn blog ‘Indiëganger, Heine van Assen