hystoblog

Home » Posts tagged 'reinder dijkstra'

Tagarchief: reinder dijkstra

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Barbierspaal aan de Kalkhúswei ?

Kalkhuisbuurt – een prachtige foto uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Links, op het paard, zit Renze van Wieren. Vervolgens [van links naar rechts] Dirk van der Veen, Trijntje van Wieren, Maaike Turkstra, Minne van Wieren, Thomas Turkstra, melkboer Reinder Dijkstra, Jelle van Wieren en tenslotte Wiebe Veenstra.

Maar er valt mij nog wat op. Op de achtergrond, tussen de wagen en Wiebe Veenstra door gezien, lijkt een bijzondere paal te staan. Inschattend stond die paal tegenover bijgaande woning, waarvan wij denken dat het Kalkhúswei 32a was.

Op die plek woonde destijds koopman / skearbaes / bokkenhouder Christiaan Harmens Sandman, in de volksmond Chris Sandman [1857 – 1940]. Chris trouwde in 1882 met Geertje Dauwee of Dauwe [1857 – 1933]. In 1890 werd hun dochter Johanna Christina geboren.

Eén van zijn klanten was de Westergeastmer Dirk [of Durk] Hedman Annema [1885 – 1978]. De blauwe kiel van boer Dirk moest, na zijn wekelijkse scheerbeurt bij Chris, buiten luchten vanwege de penetrante bokkenlucht die in de kleding bleef hangen.

Dirk Annema had ook een brik. Daarmee reed hij ‘s zondags vaak de Kollumer familie Heeger [bekend van de kledingzaak] naar de Katholieke kerk in Dokkum. En passant nam hij dan zijn katholieke dorpsgenoten Chris en Geartsje Sandman ‘gratis’ mee. De Heegers konden het beter betalen dan de skearbaes van het Kalkhús, wiens woning dus naast garage Kuipers stond en in 1934 afgebroken is.

En als Chris en Geartsje op eigen gelegenheid naar de kerk moesten, dan gingen ze met de fiets. En een kar daarachter. Voor Geartsje, die zelf niet kon fietsen.

Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Kalkhúswei 32 a – Folkert Niewijk en zijn zus Klaaske en moeder Jitske Boersma

Wietske de Boer – Wiersma dicht:

Sneintomoarns ried Crist nei tsjerke
Op hurde bânnen nei Dokkum ta
De frou der efter op in karke
Wol 160 poun, hy moast er moed foar ha

Later kwam er de familie Niewijk wonen. Op de foto, voor de woning, staan Klaaske Niewijk 1896 – 1976], haar broer Folkert Niewijk [1897 – 1967] en moeder Jitske Niewijk – Boersma [1872 – 1951] met een kalf. Jitske was in 1895 getrouwd met melkrijder Hedde Niewijk [1873 – 1935]. Het gezin was Gereformeerd, maar Klaaske ging toch naar de openbare school in Westergeest. Klaaske was kreupel en de school in Westergeest lag voor haar op betere loopafstand.

Tijdens een laatst gehouden foto-avond werd de foto ook getoond. En hoewel er meerdere mensen zijn die na onderzoek denken dat dit de in 1934 afgebroken woning is die aan de Kalkhúswei stond, zijn er anderen die wijzen op de woningen op de achtergrond.

Ik blijf toch denken dat dit de woning wel is. En dat skearbaes Chris Sandman hier ook in heeft gewoond. Tegenover de nieuwsgierig makende paal.

Is de paal misschien daarom wel een zogenoemde barbiersstok? Rond 1905 zou de barbierspaal of barbiersstok in Fryslân nauwelijks meer voorkomen, maar heeft Chris Sandman die paal daar neergezet? Aan de overkant van de weg, zichtbaarder voor voorbijvarende schippers om ook hen te wijzen op zijn ‘zaak’?

Ik zou het graag willen weten …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

noodlottig ongeval

1934-07-19, Leeuwarder Nieuwsblad

Op 18 juli 1934 schrijft de Leeuwarder Courant over een “doodelijk verkeersongeval” bij de Kalkhúsbrêge. Het artikel zet ons wat op een verkeerd been als er geschreven wordt over een “zesjarig zoontje”. Want uiteindelijk blijkt het om een vijfjarig dochtertje te gaan. Die bevestiging kreeg ik van mijn moeder, Lieske Steenstra – van Assen.

Trekwei 2 [collectie Foestrumer Archief]

Op deze bewuste dag reed Jacob Hansma [1897 – 1980] met paard en wagen bij de Kalkhúsbrêge. Zijn vijf jaar oude dochter Reina zat naast hem op de bok. Het paard schrok van “een hondenwagentje uit Kollum” en sloeg op hol. Reina werd van de bok geslingerd en kwam voor de wielen van de wagen terecht. Ze werd overreden en overleed aan de gevolgen daarvan.

Jacob Hansma werd op 18 november 1897 te Driesum geboren en trouwde op 06 mei 1922 met de 18-jarige Janke Dijkstra. Janke werd op 20 mei 1903 te Westergeest geboren in het gezin van Reinder Dijkstra en Getje Blom. Zij woonden aan de Trekweg 2 waar tot voor kort Aldert en Nynke de Vries woonden.
De woning was destijds [ook] te bereiken was via een klein paadje langs de Trekvaart, voor de “boerderij bij de vaart” langs.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Jacob Hansma te vertellen of hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen: