hystoblog

Home » Posts tagged 'Wâlddyk'

Tagarchief: Wâlddyk

“.. ik scil dy smoare …”

Leeuwarder Courant, 26 april 1917

Het zijn woorden die honderd jaar geleden werden uitgesproken. Tijdens een heftige ruzie. Op 19 februari 1917. Het Nieuwsblad van Friesland geeft een inkijkje in de gebeurtenis: “’t Kwam door de woning. Die was den 32-jarigen Thijmen de V. door zijn huisbaas, Hendrik Leistra, opgezegd. Woede bij Thijmen, […]”.

Hendrik Leistra was veehouder en woonde op de Wâlddyk onder Westergeest. Hij werd in Niawier geboren op 12 juli 1885 en zal met zijn ouders Klaas Douwes Leistra en Rinske Spar van der Hoek meeverhuist zijn naar de Wâlddyk.
Daar trof het noodlot toen “tijdens een kort, maar hevig onweder” de boerderij in april 1910 door de bliksem werd getroffen. En totaal afbrandde. “Door den fellen wind kon zoo goed als niets gered worden en kwamen o.m. negen koeien in de vlammen om”. Enkele weken later kwam vader Klaas Douwes Leistra te overlijden. Op 4 juli 1910 in “huizinge A86”. Uit de rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant blijkt dat zijn oudere broer en zus dan al het huis uit zijn. Hendrik bleef alleen achter bij zijn moeder Rinske Spar van der Hoek.

Tot Hendrik in november 1911 trouwde met de 26-jarige Janke Hulshoff [1885 – 1961] uit Surhuisterveen. En het ziet er naar uit dat zij zich ook vestigden aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Hendrik lijkt een bemiddeld man te zijn geweest. In 1915 was hij mede koper van een stuk bouwland te Niawier, zijn geboortedorp. Daarnaast lijkt hij in Westergeest een woning te hebben gehad. Die hij verhuurde. Ik weet [nog] niet welke woning dat is geweest. Duidelijk is wel dat hij als huisbaas genoemd werd toen hij in februari 1917 polshoogte kwam nemen bij het snoeien van de bomen. Bij dit huis.
De Leeuwarder Courant schreef op 26 april 1917 dat “hij zijn orders uitdeelde aan één der bewoners”. Toen verscheen Thijmen de V. “eensklaps voor hem en mishandelde hem zoo pijnlijk, dat Leistra het niet gemakkelijk vergeten zal”.
Mogelijk woonde Thijmen toen nog in de woning, want het Nieuwsblad van Friesland schrijft: “Leistra beschouwde het werk van ’n snoeier bij de woning van beklaagde Thijmen, toen deze plots op Leistra aankwam”.

De paar gegevens die in de krant werden geschreven duiden op Thijmen de Vries. Thijmen die Vries werd geboren op 29 januari 1884 te Driesum in het gezin van Jarig Klazes de Vries en Jeltje Everts van der Wiel.

Vier jaar voor de mishandeling was hij getrouwd met de 27-jarige Korneliske van der Meer [1887 – 1975].
Samen kregen zij volgens mij vier kinderen:
 01-01-1914, Jarig
 20-04-1916, Ybele
 13-10-1917, Klaas
 12-12-1918, Grietje

Uit deze jaartallen blijkt dat zijn vrouw Korneliske ten tijde van de ruzie zwanger was. En ze hadden twee kleine kinderen.
Streed Thijmen voor zijn gezinnetje?

Hoe dan ook, er ontstond een woordenwisseling, die 19de februari 1917. Tussen boer Leistra en arbeider de Vries. Een woordenwisseling om 30 gulden. Een heftige woordenwisseling die uitliep op geweld – “Thijmen moet Leistra hebben aangegrepen. Met alle kracht. Later zaten de afdrukken van Thijmens nagels in Leistra’s vleesch. Om van blauwe plekken maar te zwijgen. Leistra kreeg ook nog een slag tegen z’n kinnebak”.

“… Ik lit dy net los … ik scil dy smoare … Ik kin dy wol yn’e kop bite … as ik dy by dei ef by nacht tsjin kom … oeral is wetter … !”.

Het zijn deze en dergelijke “verschrikkelijkheden” die Thijmen deels ontkende. Bovendien zou Leistra ook niet “werkeloos” zijn gebleven. De hele ruzie komt voor de rechter. En Thijmen krijgt straf.

  • Thijmen de Vries overleed op 22 mei 1965. Hij en zijn vrouw liggen te Kollum begraven.
  • Henrik Leistra overleed op 10 mei 1961. Drie maanden later stierf ook zijn vrouw Janke, op 23 augustus 1961.

Weet u meer te vertellen over deze gebeurtenissen of heeft u foto’s van de familie Leistra of de Vries? Ik hoor het graag en plaats een reactie onder deze ‘post’

bronnen:

“Den rooden haan kraaide”.

 

foto Foestrumer Archief

foto Foestrumer Archief

1958/ Bijna zestig jaar geleden. “Den rooden haan kraaide” op Beintemahuis. ‘Kollum’ en ‘Metslawier’ hadden de handen vol. De oplettendheid van één van de aanwezigen redde levens. Want, als “den rooden haan kraait” is het spannend!

Aede van der Beek en Sibbeltje Duinstra [foto Foestrumer Archief]

Aede van der Beek en Sibbeltje Duinstra [foto Foestrumer Archief]

De reade hoanne kraait”. Het is een eeuwenoude uitdrukking. Al in de 15e eeuw in gebruik. Het duidt op brand ! Begin september 1958 brandde de boerderij die bewoond werd door Aede van der Beek [1902 – 1983] af. Aede was in 1929 getrouwd met Sibbeltje Duinstra [1904 – 1982], afkomstig van Wierum. Hij huurde de boerderij van de gebroeders van der Schaaf, Triemen. Als ik het goed heb hadden zij de boerderij net gekocht van S. H. Beintema te Zeist.

Overbuurman Tinus de Boer ontdekte de brand ‘ûnder melkerstiid’. Rond 16:00 uur. In een 16 voer hooi bevattende mijt. Hij ging direct zelf aan de slag met brandblussers, maar dat mocht niet baten. De brandweer van Kollum werd gealarmeerd en kwam met twee ‘spuiten’. De heftige oostenwind wakkerde het vuur aan. Vlammen sloegen over. Grote plukken brandend hooi en stro werden door de felle wind tientallen meters meegevoerd. Richting de woning van G. de Boer. Daarom moest de brandweer ook die woning aandacht geven. Om te voorkomen dat de brand oversloeg. ‘Kollum’ vroeg en kreeg assistentie van de brandweer van Metslawier.

Maar ook de bijschuur van van der Beek vatte vlam. Een oplettende knecht herinnerde zich de vier hokkelingen die daarin stonden. Hij bedacht zich geen moment. Reageerde kordaat en rende naar de deur. Hij kon de vier dieren naar buiten drijven. En redden.

De brandweer bleef de hele nacht nablussen. Het woonhuis werd redelijk behouden. Maar de waterschade zal aanzienlijk zijn geweest. Zwartgeblakerd hout en muren herinnerden aan wat eens een trots en fier bedrijf was.

Een jaar later, op 31 oktober 1959, schrijft de Friese Koerier dat de wederopbouw van de boerderij is gegund aan Kl. De Vos te Veenklooster.

En nu u – weet u meer te vertellen over deze gebeurtenis of over de genoemde mensen? Wilt u dan reageren en ons helpen om onze [dorps]geschiedenis completer te maken?


bronnen o.a.:

Het was behelpen

Topografische kaart 1870-1935

Topografische kaart 1870-1935

Op een oude kaart uit 1927 staan ze ingetekend. Ten oosten van It Mounehiem. Ten oosten van de oude hemrikgrens. Aan de kant van Oudwoude.

klik hier voor de woningen ten westen van It Mounehiem

In 2008 zat ik aan tafel bij Jacob Steringa. En Jan Dijkstra. Beiden inwoners van Oudwoude. Van hen kreeg ik informatie over de bewoners.

De eerste woning [kadastraal bekend in gemeente Westergeest Sectie B nommer 1282] werd op 1 december 1913 gekocht door Bokke Klazes Visser [1882 – 1944] en Antje Stoker [1882 – 1976]. De familie Visser is één van de oudste families in Oudwoude.

Bokke overleed op jonge leeftijd op 1 oktober 1944. Hij liet zijn vrouw achter met vier jonge kinderen [Metje, Geale, Wietze en Lolke]. De andere kinderen waren de deur al uit:

  • Klaas was arbeider, woonde in Oudwoude en werd voogd over de jongste kinderen;
  • Jantje was getrouwd met Rinze Bosma. Een arbeider aan de Wâlddyk;
  • Sijberen woonde in Westergeest;
  • Lieuwe was meubelmaker aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Bokke bracht de mest met een boot naar het land. Na zijn overlijden hield zijn vrouw het boerenbedrijfje draaiende. Acht koeien om te melken – best een prestatie! Ze was gewend aan hard werken. Ze had gediend op Allemastate.

Op 1 juli 1947 verkocht Antje de woning met land aan Marten Martens Poelman, arbeider te Oudwoude. Marten was getrouwd met Hennie. Marten Poelman verkocht het op zijn beurt op 22 november 1948 aan Gerk Geerts van der Veen, “landarbeider” te Oudwoude.

In de verkoopakte staat: “Een huis met hok erf en tuingrond en een perceel weiland, staande en gelegen onder Oudwoude, kadastraal bekend in gemeente Westergeest Sectie B nommers 1282 en 531 samen groot een hectare zeven aren dertig centiaren. De percelen zijn bevoorrecht en belast met reed en drift als vanouds”.

Op 9 april 1947 werd het andere huis door Sietze Knoop [zonder beroep te Driesum] verkocht. Ook aan Gerk Geerts van der Veen. In deze verkoopakte staat: “Een huis met hok erf, tuingrond en een perceel weiland, staande en gelegen achter Wijgeest onder Oudwoude, kadastraal bekend in gemeente Westergeest, Sectie B. nommers 1283 huis erf en tuingrond groot zeventien are twee en zestig centiare en 951 weiland groot vier en dertig are acht en veertig centiare”.

Sietze Knoop had dit huis in 1906 gekocht. Hij was toen getrouwd met Jitske Groenewoud. Jitske overleed op 9 april 1946. Ze waren kinderloos.

Het lijkt er op dat Gerke en Anne van der Veen zodoende twee woningen op hun naam kregen. Ongeveer 15 jaar lang hebben ze daar gewoon. Toen vond Anne het genoeg. Ze wilde “út’e modder wei“. Want modder was er! Zoveel dat er voorzorgsmaatregelen getroffen moesten worden. De schoenen stonden altijd klaar bij kennissen aan de Swartewei. Om daar klompen of laarzen om te ruilen. Om zo met schone schoenen in de Gereformeerde kerk te Kollum te zitten. Als er bij hun woning een tekort aan regenwater [lees drinkwater] was, werd dat met melkbussen vers aangevoerd.

Kortom, het was er afzien; “it wie d’r behelpen!“.

En nu u als u aanvullende informatie hebt, foto’s of ander illustratiemateriaal. Reageer dan op deze post en help onze dorpsgeschiedenis completer te maken.