hystoblog

Home » Uncategorized

Categorie archief: Uncategorized

Advertenties

Aaltje D., “de Friesche taalkampioene”

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

Aaltje D. Zo staat ze omschreven in de krantenberichten van die tijd. Aaltje D. van Zandbulten. Ze werd op 14 maart 1936 “in ’t bulterige zandland” bekeurd. Ze had geen licht op de fiets. De Rijksveldwachter van Kollumerzwaag die de bekeuring uitschreef zal nog geen idee hebben van wat hij in gang zette.

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

Was de rijksveldwachter misschien J. Hovinga, die in mei 1935 van Drachten naar Kollumerzwaag was gekomen?

Tijdens de zogenoemde Woudzitting op 29 april van dat jaar moest Aaltje zich in Leeuwarden verantwoorden voor de kantonrechter. Aaltje verzekerde de rechter: “Mar hy barnde wol!” en zo volhardde ze in zowel haar standpunt als ook in haar Fries taalgebruik.
Op de opmerking van de rechter “Je moet hier Nederlands spreken”, antwoordde Aaltje in de trant van “Dat is ús taal net – wy binne Friezen!”. En “Mijnheer kin tinke wat er wol, mar ik liig net”.

Het is mij nog niet echt duidelijk wie deze Aaltje D. was.

Wel kom ik op een andere manier een Aaltje Douma van Zandbulten tegen. Aaltje Douma werd geboren op 4 juli 1914 en overleed op 15 juli 1993. In 1945 kreeg zij met Epke de Roos een dochter. Deze Lykelina de Roos overleed toen ze drie maanden oud was op 21 juli 1945. Epke de Roos werd geboren op 16 juli 1908 en overleed op 10 augustus 1996. Beiden liggen begraven op het kerkhof te Kollumerzwaag.

Omdat Aaltje volhield wilde de rechter de “veldwachter” laten komen en verdaagde hij de zitting naar 7 mei 1936. De verslaggever van de Leeuwarder Courant, die de zitting in de krant van 30 april 1936 beschreef, sloot zijn artikel af met de woorden van Aaltje: “Dei mei elkoar”.

Een week later werd een redactioneel artikel geplaats in enkele kranten onder de titel “De Friesche taalkampioene”. En verscheen een huldebetuiging van een onbekend gebleven Fries.

Uiteindelijk kreeg Aaltje “die hier de fakkel voor ‘ús tael’ zoo glorieus omhoog hield en in de avond van 14 maart heeft gereden met een onverlicht rijwiel” een verstekvonnis van vijf gulden boete of vijf dagen hechtenis opgelegd. Hoger beroep was niet mogelijk.

Weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Weet u wie Aaltje D., “de Friesche taalkampioene” was? Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

Advertenties

Westergeest en de 80-jarige oorlog

Slag bij Heiligerlee [collectie Museum Slag bij Heiligerlee]

In 1568 begon de 80-jarige oorlog toen een bevrijdingsleger onder leiding van Lodewijk en Adolf van Nassau Groningen binnenviel. Tijdens de Slag bij Heiligerlee op 23 mei haalden de opstandelingen hun eerste overwinning. Hotse of Horatius Buma, in 1590 eigenaar van “Buma saete oppe Triemen”, nam deel aan deze slag en stond daarbij aan de zijde van de Nassaus. Daarom werd hij in 1569 verbannen.
Na de slag bij Jemgum [Oost Friesland] kwam een deel van de soldaten via ons gebied richting Leeuwarden. Met hen kwamen ook hun vrouwen en kinderen en de bewoners van onze omgeving moesten hen van voedsel, geld en paard & wagens voorzien.

‘Steatske soldaten’ haalden in onze omgeving het kerkzilver, misboeken en kleding uit de kerken om daarmee de strijd tegen de Spanjaarden te kunnen betalen. Ongetwijfeld zijn zij ook in de kerk van Westergeest geweest.
S. J. Van der Molen 43 schrijft in zijn boek “achtkarspelen” [1962] over een schoolmeester die mogelijk door de Spaansgezinden werd vermoord vanwege zijn verzet tegen de Spanjaarden. Het tekent de zeer roerige tijd, gevaarlijk voor de Hervormden en vijanden van Spanje, waarbij onze omgeving zich in de frontlinie bevond.

Rond 1580 koos stadhouder Rennenberg [George van Lalaign, stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel] partij voor de Spaanse koning. Deze stap is de geschiedenis ingegaan als het Verraad van Rennenberg. Fryslân bleef achter in het “kamp van de Opstand”, wat concreet inhield dat er in onze omgeving oorlog uitbrak.

Harmen Arends Idema [collectie dr. Oebele Vries]

Op 9 juli 1580 vielen de Spanjaarden en Spaansgezinden vanuit Kollum Dokkum aan, wat overigens niets opleverde. In de zomer van 1581 werd er zo hard gevochten dat “de gestaltenisse van Vrieslandt ellendich ende desolaet geweest is”.

Een jaar later was er vrijwel geen boer meer te vinden in de driehoek tussen Groningen, Leeuwarden en Dokkum – veel protestanten vluchtten naar Leeuwarden, Rooms Katholieken vluchtten naar Groningen.
Harmen Arends Idema werd ergens tussen 1580 / 1590 te Dokkum geboren. Verondersteld wordt dat boer Arend Bauckes en Jantsje Harmens [boer en boerin op de terp Westerburen] naar Dokkum zijn gevlucht, waar hun zoon Harmen Arends Idema werd geboren.

Ane Sapesz. en zijn vrouw Jents Jansendr. uit Westergeest kregen in de herfst van 1581 de pest en stierven. Zij waren naar Leeuwarden gevlucht ‘vermits de crijghsloepen ende beroerten’.

In 1594 viel Groningen in handen van de broers Maurits en Willem Lodewijk; de oorlog was voorbij en het normale leven kon weer worden opgepakt.

dodenherdenking 2018

foto Renske Smit – Dijkstra

Op 4 mei 2018 werd in Westergeest de traditionele dodenherdenking gehouden. Kinderen en volwassenen legden bloemen op de graven van omgekomen piloten. Jonge mannen die op 13 oktober 1941 en op 5 mei 1943 hun leven gaven voor onze vrijheid.

Onder de aanwezigen waren een zoon en dochter van één van hen: Ernest Robert Butson Magrath, uit Maidenhead – Berkshire, 28 jaar oud, sergeant, boordwerktuigkundige en schutter.

Zij kregen uit handen van Heine Steenstra een foto van het herdenkingsbord zoals dat bij de ‘Gerkesbrêge‘ geplaatst gaat worden.

‘Case’ Zuidema

‘Case’ [Kees] Zuidema [collectie Foestrumer Archief]

De start van dit stukje begint op Facebook. Er staat op de facebookpagina van Oud Kollumerzwaag en Veenklooster een oproepje. Van Annie Meijer – Zuidema. Zij was op haart beurt door Savannah Zuidema vanuit Amerika gevraagd of zij misschien familie was van Kornelis Zuidema. Savannah wil graag wat meer over haar grootouders weten.
Het blijkt te gaan om Kees Zuidema uit De Dôle, zoon van Cornelis Zuidema en Hiltje Kempenaar. Broer van de “eeuwige vrijgezellen” Willem en Gerrit [“Gjet”] Zuidema.
Vader Kornelis Zuidema was schipper en op geboren 10 december 1874 te Eestrum. Hij was getrouwd met Hiltje Kempenaar, geboren 5 januari 1892 te Westergeest.

Samen kregen ze negen kinderen:

  • Ibeltje geboren 16 februari 1912 te Westergeest
  • Willem geboren 24 september 1913 te Westergeest
  • Jantje geboren 22 december 1914 te Westergeest
  • Wietske geboren 25 Januari 1917 te Westergeest
  • Heine geboren 12 maart 1918 te Westergeest
  • Hendrikje geboren 29 februari 1920 te Westergeest
  • Gerrit geboren 7mei 1923 te Westergeest
  • Martje geboren 19 mei 1926 te Westergeest
  • Kornelis [Kees] geboren 21 november 1933 te Kollumerzwaag

De familie heeft gewoond aan de Sweagerfeart in De Dôle. Broer Gerrit Zuidema was een bekende man in ons dorp. Zijn rustige manier van praten staat mij nog in het geheugen gegrift. Hij had land in Westergeest en kwam zodoende vaak door Westergeest fietsen. Broer Willem Zuidema was aardappelboer.
En Cornelis [Kees] Zuidema haalde tot 1957 de melkbussen op. Twee maal per dag, zeven dagen per week werden die van en naar Huisternoord gebracht. Tot Titus van Wieren de rit in 1957 overnam. Cornelis [Kees] Zuidema emigreerde toen naar Amerika en werd ‘Case’ Zuidema. Zijn trekker liet hij achter. Die nam Titus over, waardoor Titus één van de eersten in Westergeest werd met een trekker.

In Amerika ging hij op boerderijen werken en verhuisde uiteindelijk in 1973 naar Tillamook. Daar kwam zijn droom uit en werd hij zelf boer. Mogelijk is hij de Sweagerfeart nooit vergeten want zijn passie voor het vissen werd speciaal genoemd na zijn overlijden op 31 maart 2017.
Case Zuidema was een familieman. En Nederlander in een ver land. Op de bumper van zijn auto had hij een stikker geplakt: “You can tell a Dutchman, but you can’t tell him much.”

Door zijn overlijden werd bij zijn kleindochter de nieuwsgierigheid gewekt. En startte haar zoektocht naar familie in Fryslân.

Weet u meer te vertellen over ‘Case’ Zuidema? Of foto’s die bij deze ‘post’ geplaatst kunnen worden? Help dan mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken en reageer.

bronnen:

initialen in kerktoren

inscriptie kerktoren Westergeest [collectie Heine Steenstra]

inscriptie kerktoren Westergeest [collectie Heine Steenstra]

In de kerktoren staat een “handtekening” in de balken gekerfd. Duidelijke letters en een duidelijke boodschap. Het kost moeite om te achterhalen wie dit heeft gedaan. De inscriptie gooit  hindernissen op maar mogelijk ben ik dicht bij de ‘schrijver’ gekomen. Zonder daar voor 100% zeker over te zijn, trouwens.

Het was zoeken is naar timmerlieden van wie de achternaam met de letter -M- begint. Al eerder kwamen we zo iemand tegen: timmerman Hermanus van der Meulen. Bij hem start ik want zijn initialen HM staan mógelijk in de balk gekerfd. En al snel kom ik bij de man wiens initialen IM zijn: Jan van der Meulen.

De beide mannen die “deese maakelaar en zouder” hebben gemaakt zijn dus mógelijk Hermannus Ringer van der Meulen [1835 – 1919] en Jan Ringers van der Meulen [1832 – 1912]. Mannen die in 1870 nog geen 40 jaar oud zijn. Hun levensverhalen beginnen in één gezin. Het zijn twee broers van elkaar. Geboren in het gezin van Ringer Geerts van der Meulen [1805 – 1854] en Trijntje Jans de Wit [1809 – 1903].

 

Hermannus van der Meulen trouwde op 15 mei 1863 met Aaltje Annes de Boer. Hij was toen nog boerenknecht. Maar toen in 1865 zijn dochter Trientje werd geboren, staat ‘timmerman’ als zijn beroep in de geboorteakte.

 

Zijn oudste broer Jan Ringers van der Meulen heeft kennelijk een bewogener leven gekend. Op 08 maart 1856 “moest” hij op 23 jarige leeftijd trouwen met de dan 27-jarige Kollumer Wytske Jacobs Pomstra. Samen krijgen ze 6 kinderen:

  • 23-04-1856, Baukje
  • 15-03-1858, Ringer
  • 07-05-1859, Ringer
  • 20-06-1862 een levenloos kind
  • 25-02-1864, Trientje
  • 03-10-1865, Jacob

Na het overlijden van Wytske hertrouwde hij op 23 december 1875 met Eelkje Kloosterman [1838 – 1923]. Met Eelkje hebben we ook al eens kennis gemaakt. Met haar kreeg hij nog drie kinderen:

  • 11-09-1876, Geert
  • 08-05-1880 een levenloos kind
  • 09-03-1882, Trijntje

In 1903 geeft de dan 71 jarige timmerman Jan Ringers van der Meulen een op 20 november 1903 geboren meisje Eelke Haagsma aan. Eelkje is een buitenechtelijk kind van zijn dochter Tijntje van der Meulen. Het kind werd erkend bij huwelijk ouders d.d. 12 oktober 1907, gemeente Achtkarspelen; voornaam van de moeder wordt ook wel vermeld als “Trientje”.

Op 19 april 1912 stierf Jan Ringers van der Meulen.

Nu U? Kunt u hier meer over vertellen. Hebt u foto’s die bij deze ‘post’ passen? Wilt u dan reageren en helpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Dat kan door een reactie onderaan deze pagina. 

bronnen

Het geheim van de sleutel

topografische kaart 1870 -1935De piepende toon uit de koptelefoon was de eerste aanwijzing. De metaaldetector was over metaal gezwaaid. Het bleek de plek te zijn waar jarenlang een sleutel verborgen lag [sterretje rood omcirkelde gebied]. Een sleutel, ooit gebruikt om te ontsluiten omsluit nu het geheim van wie ooit de eigenaar is geweest.

Ik wilde een poging doen die eigenaar te achterhalen en begin die zoektocht op de plek waar ik de sleutel vond: ‘op it Langlân’. Bij de bewoners van de al lang afgebroken woningen.

Op bovenafgebeelde oude topografische kaart 1870 – 1935 staan ‘op it Langlân’ rond het Mounehiem een aantal woningen ingetekend: enkele aan de kant van Westergeest en enkele aan de kant van Oudwoude. De woningen stonden bij een eeuwenoud kruispunt. Een eeuwenoude route welke eertijds door monniken werd gebruikt kruistte het eeuwenoude veenriviertje.

Over dat veenriviertje – dat vroeger de grens vormde tussen Westergeest en Oudwoude – lag tot in de vorige eeuw een overbrugging: ‘DE LANGE BALKE’.

Daarnaast, op de plek waar nu nog het ‘mounehiem’ het landschap bepaald, stond een poldermolen. In 1870 gebouwd met een stenen onder- en bovenbouw maar met riet gedekt. De molen had een grote watercapaciteit en moest de hele Warren tot aan de Zomerweg en langs Oudwoude op peil houden.

Het oude pad dat destijds vanaf Westergeest toegang gaf tot de woningen, begon na het graven van de Nieuwe Zwemmer iets verder dan ‘Ten Dele’. Vandaar liep het  richting ‘mounehiem’.

  • 1e woningLanglân, 1940

De eerste woning die ingetekend staat was die van de familie Arend [1913 – 1956] en Saakje Galema [1914 – 1993]. Bijgaande foto dateert van 1940. De woning diende toen enkele malen als onderduikadres van Pieter van der Kloet. Ook postbode Anne Huisman heeft ondergedoken gezeten bij Arend en Saakje Galema op het Langlân. “De ratten rûnen ús oer de kop. Mar it wiene hiele bêste minsken”. Arend is een keer door de Duitsers opgepakt geweest toen hij de melk naar de weg bracht.

  • 2e woning

De tweede ingetekende woning is al langer verdwenen. De mensen die ik tot nu toe sprak konden zich alleen nog de fundamenten herinneren. Mogelijk was dit, zo werd mij verteld, de woning van de molenaar van de al genoemde poldermolen. Deze molenaars waren achtereenvolgens:

  1. Moune, Langland, (mounehiem)Dirk Johannes Vlint [1833 – 1914], een klein mannetje. Hij trouwde in 1872 met Regina Bok [1845 – 1925], een grote vrouw. Hij was rond 1890 de molenaar.
  2. Jan Jonker [1875 – 1918]. Jan was op 23 mei 1903 getrouwd met de 27-jarige Detje Hoekstra [1873]. Jan was 42 jaar toen hij kwam te overlijden. Het heeft er alle schijn van dat hij slachtoffer is geworden van de gevreesde Spaanse Griep.
  3. Yke de Jong [1890]. Yke trouwde op 24 mei 1913 met Pietje Kootstra [1887] en vertrok na de afbraak van de molen naar de Triemen. Hij werd veehouder.

De molen was nogal onderhoudsgevoelig, de bemaling arbeidsintensief en duur. Dus werd gezocht naar een oplossing. Die werd gevonden in elektriciteit, maar aan het Langlân was dat niet voorhanden. Daarom werd er rond 1927 een elektrisch gemaal gebouwd op een nog lagere plek, aan de Zomerweg/Trekvaart bij de Bonte Houn. Door het nieuwe gemaal werd de molen overbodig en afgebroken.

  • 3e woning ?

De derde woning roept nog meer vragen op. Wie woonden daar dan? Hendrik Epema die volgens Foestrumer Archief in de eerste woning zou hebben gewoond, wordt ook bij de derde woning genoemd als bewoner.

En Tsjisse en Brechtje van Dijk die op Foestrumer Archief staan afgebeeld voor een woning op het Langlân. Wie was dit gezin en voor welke woning staan ze afgebeeld?

Door de gevonden sleutel is een stukje uit de dorpsgeschiedenis beschreven, maar heb ik veel vragen gehouden. En ik heb nog steeds niet de échte eigenaar van de sleutel gevonden.

Misschien blijft die informatie wel voor altijd omsloten in het geheim van die sleutel.

Nu is het jouw beurt. Deel wat jij weet over deze mensen, over dit onderwerp. Geef hieronder een reactie en help ook deze geschiedenis compleet te maken.

 


Bronnen:

Een paradijs dat niet bestond.

Ze zocht geluk, ze zocht een paradijs dat niet bestond: Leentje Woudwijk.

Leentje Woudwijk werd op 11 maart 1853 geboren in het gezin van Johannes Theunis Woudwijk en Froukje Engberts Kuipers. Zij trouwde op 29 juni 1882 met Auke Postma en samen kregen ze al snel vier kinderen:

  • 26|04|1883 – Johannes
  • 09|12|1884 – Willem
  • 08|09|1886 – Gertje
  • 28|01|1888 – Theunis

Verdere gegevens over deze kinderen heb ik nog niet kunnen vinden, mede ook vanwege emigratie naar Argentinië. Want Leentje zijn wij al eerder tegengekomen in de post “familie gevonden”. De Braziliaanse regering subsidieerde toen voor de volle 100 % de overtocht naar het nieuwe land [Wet van 3 november 1887].

De namen van de kinderen heb ik niet op de emigratie-overzichten teruggevonden; hoe het hen is vergaan weet ik niet. Wat Willem betreft lijkt het er op dat hij jong is overleden. Want na de emigratie krijgen Leentje en Auke in Argentinië hun vijfde kind met dezelfde naam:

  • 11|04|1891 – Willem, overleden op 19|03|1982

Argentijnse ambtenaren “hielpen” de nieuwkomers door hen te laten tekenen voor arbeidscontracten bij grootgrondbezitters […]. Het arbeidsbureau, het “Oficina de Trabajo” verstrekte gratis treinkaartjes. Landeigenaren gaven voedsel en andere levensbehoeften op krediet en verrekenden dit tijdens de oogsttijd. Nederlandse immigranten tekenden dergelijke kontrakten zonder de kleine Spaanse lettertjes te kunnen lezen. Menigeen werd hierdoor slachtoffer, in het bijzonder wanneer de landeigenaren zich niet aan hun deel van de overeenkomst hielden.

Nederlandse landarbeiders bewerkten in het binnenland het ruwe land aldaar “als slaven”, van zonsopgang tot ondergang onder het regime van nietsontziende voormannen en met ontoereikend voedsel. Vlees, mais en suiker ging nog wel maar melk, kaas, groenten en fruit was beneden peil. De grote lappen vlees en iets dat in de verte wat weg had van scheepsbeschuit maakten geen deel uit van het gangbare Nederlandse menu en dit leidde tot darmstoornissen, in het bijzonder bij de kinderen.

De mensen woonden in armzalige hutten gemaakt van modder tot het moment dat ze een eigen huis konden bouwen. Een kerkleider van de Gereformeerde gemeente in Buenos Aires merkte over de gevolgen op: “Vanwege ziekte, honger en armoede stierf een derde van de kolonisten”. In een bepaalde kerkelijke gemeente overleden ongeveer 100 personen, met name jongelui, binnen enkele maanden na hun aankomst. Deze gemeente claimde dat sommige families slechts overleefden door hun dochters tegen betaling aan te bieden aan de voormannen op de ranches ..” [http://www.erfskipterpdoarpen.nl/histories/Nederlands/Argentinie/RobertPSchwierenga.htm]

1899-12-03, Nieuwsblad van het Noorden [1]Het waren ongetwijfeld ook zware jaren voor Auke en Leentje. Het waren misschien wel de redenen dat Leentje uiteindelijk weer in Kollumerland opduikt, evenals haar jongste zoon Willem die op 15 april 1916 in Kollum trouwde met Riemkje Bouwstra [1884 – 1974].

Toen Leentje te Westergeest haar intrek nam bij Hart Hoekstra, bloeide in eerste instantie de liefde tussen hen op en een huwelijk werd overwogen.

Uit de omstandigheden blijkt dan dat Auke Postma in Argentinië is overleden. Het wachten op de officiële papieren duurde lang – kennelijk te lang voor Hart Hoekstra, die Leentje aan de kant wilde schuiven. Een huwelijk leek er even niet meer in te zitten maar Westergeest kwam voor Leentje op. Hart werd onthaald met ‘ketelmuziek’ en ging overstag; ze maakten de gang naar het gemeentehuis en op 16 december 1899 trouwde Leentje met Hart Hoekstra.

Hart Hoekstra overleed in Westergeest op 9 september 1925. Leentje Woudwijk overleed op 29 september 1943 in Burum, 90 jaar oud.

 

Bronnen: