hystoblog

Home » 2021 » maart

Maandelijks archief: maart 2021

Dranksmokkel in Westergeest

zoekfotoHet staat daar echt. In het Nieuwsblad van Friesland, 01 november 1935. Het is in dit geval niet zo lastig om de ‘smokkelaar’ te identificeren. Kruidenier Folkert A. kan in mijn beleving alleen maar Folkert Attema zijn. Kruidenier in ons dorp.

Folkert Attema werd geboren op 13 augustus 1888 te Heeg en begon zijn werkzame leven als knecht bij zijn vader, boer Auke Folkerts Attema.

Hij was op 02 mei 1914 getrouwd met boerendochter Lazina Jouwsma, geboren op 29 april 1888 te Winsum. Vanaf zijn huwelijk was hij lid van het Friesch Dagblad.

Samen kregen ze 8 kinderen; twee meisjes en zes jongens – 5 van hen zijn vertrokken naar het buitenland.

Nadat Attema zelf ook boer was geweest, begon hij in mei 1926 te Westergeest een kruidenierszaak. Aan de Bumawei 2.

Westergeastmer ‘jongbazen’ probeerden Attema wel uit de tent te lokken. Zij vingen in de donkere uren spreeuwen bij wat later de Fokkema’s Pleats zou worden. Deze gevangen spreeuwen lieten ze los in de winkel van Attema. Als Attema dan het licht aanknipte moet Leiden in last zijn geweest. Folkert en zijn vrouw hebben met een open winkeldeur, handdoeken in de hand en met moeite de spreeuwen naar buiten kunnen jagen.

Tussen de bedrijven door was de Gereformeerde Attema actief in het kerkelijke en maatschappelijk leven als diaken, ouderling, lid van het schoolbestuur, penningmeester van het Groene Kruis en lid van de Woningcommissie Kollumerland. Maar ook als voorzitter van de AR-kiesraad heeft hij meer dan 20 jaar veel werk verzet. Allemaal “in het belang van de gemeenschap, met liefde”.

Het was de tijd van de verzuiling. De samenleving was op basis van overtuiging in groepen verdeeld. En de Gereformeerde Attema had dus ook Gereformeerde klanten, zoals Jan en Saakje Steringa – Poortinga van Keatlingwier. Tweewekelijks bracht Folkert Attema een bezoek om de boodschap-wensen op te nemen. Maar tussendoor werden de kinderen wel eens om een boodschap naar Westergeest gestuurd, en die hadden dan een heel eigen reden om uit hun Gereformeerde zuil te komen.

Want, wat was het geval.

De Nederlands Hervormde herbergier Folkert Boonstra [1856 – 1942] had met zijn vrouw Johanna Hibma [1859 – 1941] ook een kruidenierszaak. In wat nu Herberg Foestrum is. Folkert Boonstra zal een Nederlands hervormde klantenkring hebben gehad en bracht de boodschappen rond met paard en wagen. Ook bij hem kwamen kinderen wel een tussentijds een boodschapje halen. En Folkert Boonstra had dan de gewoonte om de kinderen op een snoepje te trakteren. Folkert Attema had die gewoonte niet. Verzuilde principes werden daarom door de kinderen aan de kant gezet voor dat snoepje … zal moeder Steringa ooit geweten hebben waar haar tussendoor gekochte boodschappen vandaan kwamen?

zoekfotoEven terug naar Folkert Attema en zijn vrouw Lazina Jouwsma. Vierendertig jaar stonden hij en Lazina achter de toonbank in Westergeest – tot zijn 72e jaar. Toen vetrokken ze rond 1960 naar Dokkum – de Dokkumer familie De Beer trok in de winkel.

Het waren moeilijke jaren, maar ook gezegende jaren” zullen Folkert en Lazina later een journalist vertellen. Het was een periode waar ze jaren later, in Dokkum, met heimwee naar terug keken. Tot hun dood klopte “hun beider hart voor Westergeest. Der is en bliuwt in bân”. Die dood kwam voor Folkert Attema op 11 mei 1984. Zijn vrouw Lazina stierf op 12 april 1990.

Ze liggen begraven in hun geliefde Westergeest.

Bronnen:

Is Westergeest altijd Westergeest ?

Zo nu en dan krijg ik de vraag naar een adres. Een adres in Westergeest, waar [bet]overgrootouders van de vragensteller hebben gewoond. Ik ben blij met dit soort vragen, die op het eerste gezicht gemakkelijk lijken. Maar het vinden van een antwoord vraagt vaak om puzzelen.

Een mooi voorbeeld daarvan ondervond ik tijdens mijn zoektocht naar de vraag of voorouders van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] in Westergeest hebben gewoond.

In meerdere geboorte- en overlijdensaktes van de [bet]overgrootouders staat Westergeest op de een of andere manier genoemd: de geboorteakte van Sijtze van der Wal bijvoorbeeld lijkt heel duidelijk. Zijn vader Rudmer van der Wal, “oud tweeëndertig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van geboorte. En ook de op 16 juni 1903 opgestelde geboorteakte van Maria Postma lijkt duidelijk. Haar vader “Geert Postma, oud tweeëntwintig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van haar geboorte.

Toch is het niet zo gemakkelijk!

Want tot rond 1941 werden de inwoners van de Triemen, Zwagerveen, Hanenburg en Zandbulten tot Westergeastmers gerekend. Een vermelding over “wonende in Westergeest” voor die datum kan dus ook betekenen ‘wonende te Zwagerveen’. Of Triemen, Hanenburg of Zandbulten ..

Een aanknopingspunt ka dan gevonden worden in overlijdensaktes. Want overlijdensaktes van rond 1900 vermelden ook de woning waarin de overledene stierf. 

De grootouders van Maria Postma bijvoorbeeld waren Hendrik Postma [1880 – 1887] en Trijntje Postma [1853]. De 37-jarige Hendrik Postma overleed op 29 december 1887. De afmelders waren de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra. Zij verklaarden dat Hendrik was overleden “op den negenentwintigsten dezer maand, des morgens ten twee ure te Westergeest in huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B”.

Het één op één ‘vertalen’ van “huizingenummers” naar een huidig adres is heel lastig. Want er is in de loop van de jaren meerdere malen werd ‘omgenummerd’. Met alleen het gegeven dat Hendrik Postma overleed in “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” weten we dus eigenlijk nog niets. En moeten we verder puzzelen.

Daarvoor gaan we bekijken wie de ‘afmelders’ waren. Want als er rond 1900 iemand stierf waren de zes naaste buren verplicht om alles rondom het overlijden en begrafenis te regelen. Dit heette de zogenaamde ‘burenplicht’. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’. En moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. Afmelden◥ werd dat ook wel genoemd. Dat ‘afmelden’ ging natuurlijk met het grootst mogelijke respect waarvoor [zelfs] het zondagse pak werd aangetrokken.

Van de overgrootvader van Maria Postma weten we dus door de overlijdensakte wie zijn [naaste] buren waren: de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra.

Want inderdaad, ook hier lijkt de burenplicht op te gaan. Want toen [buurman] Rinze Hanenburg enkele jaren later in 1891 overleed, staat in zijn overlijdensakte dat hij stierf “te Westergeest in de huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig”. In de buurt van de woning waar Hendrik Postma overleed. Zijn ‘afmelders’ waren de 50-jarige schoenmaker Halbe Bouwes Zijlstra en de 25-jarige voerman Wietze Komrij.

Maar via de ‘afmelders’ weten we nog steeds niet precies waar “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” of “huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig” gezocht moeten worden – de puzzeltocht is nog niet klaar ! En we moeten verder kijken. En zoeken.

Een jaar eerder, in 1890, kwam Nanne Folkerts Klazinga te overlijden. Schoenmaker Halbe Zijlstra was toen als buurman ook ‘afmelder’ van het overlijden van Nanne Folkerts Klazinga, die overleed “in de huizinge Wijk B nummer honderdtweeendertig”. Schoenmaker Halbe Zijlstra kenden we al als ‘afmelder’ van Hendrik Postma ..

Leeuwarder courant van 26-03-1890

En dan, eindelijk, krijgen wij via deze omweg zicht op een exacter woonadres. Want in de Leeuwarder courant van 26-03-1890 staat een overlijdensadvertentie van Nanne Folkerts Klazinga.

Nanne Folkerts Klazinga woonde te Zwagerveen !

En met hem natuurlijk ook zijn buren Hendrik Postma en Trijntje Postma, de grootouders van Maria Postma …

Het is mooi puzzelwerk, en via omwegen weten we uiteindelijk dat voorouders van van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] niet in het huidige Westergeest hebben gewoond. Maar in Zwagerveen, nu Kollumerzwaag.

Heeft u ook zo’n soort vraag?

Beitske Gerbens Bosma

  • Geboren op 14 juli 1830 te Optwijzel
  • Overleden op 06 december 1879 te Zwaagwesteinde

overlijdensakte Beitske Gerbens Bosma

Beitske Gerbens Bosma viel mij op. Toen ik bezig was met het schrijven van ‘posts’ over karrijders uit Zwaagwesteinde. En daar kennelijk [stief]broers in het overzicht voorkomen – kinderen van Beitske Gerbens Bosma: karrijder Gerben Bosma [*1869] en karrijder Hendrik Bosma [*1876].

Er is tot nu toe niet veel over haar leven bekend, maar ik veronderstel dat haar leven niet gemakkelijk was. In 1871, toen ze rond de 40 jaar was en moeder van enkele kinderen, stond ze voor de rechter vanwege bedelarij.

Beitske Gerbens Bosma werd geboren in het gezin van Gerben Hendriks Bosma en Jantje Korporaal. De in Kooten geboren Gerben Hendriks was 22 jaar toen hij op 26 september 1824 in het huwelijk trad met de 29-jarige Jantje Jans Korporaal. Moeder Jantje Korporaal was geboren in Westergeest en dochter van Jan Louws Korporaal en Beitske Jans Ley.

Terug naar Beitske zelf – op 01 juni 1858 kreeg zij voor zover ik kan nagaan haar eerstgeboren zoon, maar dat kindje was levenloos. Iets meer dan een jaar later werd vlak na Kerst Jantje Bosma geboren op 27 december 1859. Dan kom ik ook ene Jan Femmes Dijkstra tegen. In  de geboorteakte van Jantje Bosma staat hij vermeld als degene die aangifte van geboorte deed. Jan Femmes was een 25-jarige koopman en woonde te Twijzel. Jantje werd geboren “ten huize en in tegenwoordigheid van hem aangever”.

Vanuit die gegevens geredeneerd werd Jan Femmes rond 1834 geboren en is hij het die op 16 juni 1862 stierf. Achtentwintig jaren jong en – let wel! – ongehuwd.

En volgens het bevolkingsregister blijkt hij rond die tijd inderdaad ongehuwd te zijn. Sterker nog, als Jantje Bosma op 22 april 1882 in het huwelijk treed met de 25-jarige Douwe Eelkes Zuidema, staat in haar huwelijksakte dat zij een niet erkende dochter is van Beitske Gerbens Bosma. Haar voogd is arbeider Hendrik Gerbens Bosma te Twijzel. Toeziend voogd is Johannes Johannes van der Bij, eveneens arbeider te Twijzel.

Niet erkend wil dan volgens mij zeggen dat het kind buitenechtelijk werd geboren – en een trend ontstond.

  • Op 18 december 1862 werd Jan geboren. Jan werd stoelenmatter, woonde toen hij met Antje Westra trouwde te Zwaagwesteinde en was volgens de huwelijksakte een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma”.
  • Op 06 februari 1869 werd Gerben geboren. In de geboorteakte staat vermeld dat Beitske dan “weduwe van Jan Femmes Dijkstra” was. Gerben werd eveneens stoelenmatter. En net als zijn [stief]broer woonde hij te Zwaagwesteinde. Ook in zijn huwelijksakte met Baukje Smid staat bijna zakelijk vermeld dat hij een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma” was.
  • Tenslotte werd het 19 april 1876 en Hendrik werd geboren. Toen Hendrik in 1907 in het huwelijk trad met Haebeltje Dijkstra, heeft de ambtenaar ook bij hem dezelfde zinsnede in de huwelijksakte geschreven: “meerderjarige niet erkende natuurlijke zoon van Beitske Gerben Bosma”.

Nog geen vier jaar na de geboorte van haar jongste zoon Hendrik, kwam Beitske op 43-jarige leeftijd te overlijden. Op de zesde december 1879 kwam ’s middags om 16.00 uur een einde aan haar misschien wel bewogen leven.

In haar overlijdensakte staat dat ze geen beroep had en te Zwaagwesteinde woonde. Maar ze was, aldus de akte, wel weduwe van Jan Femmes Dijkstra …

Heb jij aanvullingen in welke vorm dan ook bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen: