hystoblog

Home » Westergeest

Categorie archief: Westergeest

Advertenties

loopgraven bij Westergeest

Waren de loopgraven van de Tweede Wereldoorlog bij It Ljeppershiem bij de sluis van het land van Jan van Assen.


Klaasje Vries, Eelkje Reinders, Adela en Maaike Vries, spelend in één van de loopgraven of schuttersputten [collectie Foestrumer Archief]

Klaasje Vries, Eelkje Reinders, Adela en Maaike Vries, spelend in één van de loopgraven of schuttersputten [collectie Foestrumer Archief]

Een vraag die ik via Messenger kreeg toegezonden. Over de loopgraven in Westergeest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het beeld dat er bij loopgraven ontstaat is vaak het beeld uit de Eerste Wereldoorlog. Toen de Duitse troepen zich ingroeven tegenover ingegraven troepen van de geallieerden.

De loopgraven bij Westergeest zijn van een andere orde geweest. Het waren eigenlijk grote schuttersputten – gegraven gaten waar een militair in ligt om vanuit te schieten. Langs de weg. Niet alleen werden die bij Westergeest gegraven, maar op veel meer plaatsen maakte de Duitse bezetter daar gebruik van.

foto google earth

foto google earth

Westergeastmers als Willem Reinders, Bauke Hamstra en Minkes Sloot moesten onder het toeziend oog van twee Duitse soldaten de gaten graven. Moesten, want ze werden gedwongen. Vanaf de flauwe bocht in de Weardebuorsterwei vlak na de ingang naar het gemaaltje, tot de hoek naar Keatlingwier in de linkerberm. Er werden meerdere gaten gegraven van waaruit de Duitsers [als het nodig was] het langskomende verkeer onder schot kon houden.

De Duitse soldaten moesten op de dagen dat er gegraven werd, van warm eten worden voorzien. Voor de familie Merkus was dat spannend omdat de thuis wonende jongens Jan en Gratis ‘de gevaarlijke leeftijd’ hadden. Zij konden meegenomen worden voor dwangarbeid in Duitsland.

Later werden Klaasje Vries, Eelkje Reinders, Adela en Maaike Vries op bijgaande foto gezet. Spelend in één van de loopgraven of schuttersputten. Eelkje weet zich nog te herinneren dat haar ouders op spelen met de kinderen van Vries aandrongen.

Met haar scherpe geheugen herinnert Eelkje Sipkema – Reinders zich ook nog steeds de keer dat ze met de Duitsers boerenkool kreeg te eten. En dat één van de soldaten begon te huilen. Deze soldaat moest de dag daarop naar het front.

Hij kreeg geen mogelijkheid om zijn familie nog te ontmoeten …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Advertenties

Harmen van Teijens

Our great-great-great grandfather was Teije van Teijens, the onderwijzer in Augsbuurt from 1818 until 1880, and the street “vanTeijenswei” is apparently named after his father, Harmen van Teijens, who was the “Dorpwachter” te Westergeest from 1796-1859. We are particularly interested to know if any of their school buildings are still standing, as well as the houses where Harmen died in 1872 (“house no. 265 in Westergeest”).


Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.
En dat maakt de vraag spannend. Spannend, omdat het heel lastig is om de gebruikte, oude huisnummering te vertalen naar een hedendaags adres. 

Tije Durks en Sjeuke Abels op De Triemen kregen op 8 april 1777 een zoon die zij Harmen noemden – Harmen Teijes.
Rond 1796, toen Harmen Teijes 19 jaar, was volgde hij zijn broer op als onderwijzer aan de winterschool te Westergeest. Die stond aan het Tsjerkepaad, een prachtig voetgangerspad langs de noordkant van het kerkhof [rode stippellijn op bovenstaande kaarten].

Hij woonde daar al met zijn broer in het schoolhuis. En door zich te laten dopen in de Nederlands Hervormde kerk kon hij daar vrij blijven wonen: het onderwijs was destijds verbonden aan de kerkelijke gemeente. Tot de onderwijswet van 1857 daar een einde aan maakte.

Toen de school verhuisde naar de Eelke Meinertswei, kocht de kerkvoogdij de school en schoolwoning weer terug. De school werd afgebroken – onbekend wanneer precies.

Tot ongeveer 1825 was de school een ‘winterschool’. Er werd alleen ’s winters les gegeven omdat de schoolkinderen in de zomerperiode moesten meehelpen in land- en tuinbouw. In 1843 werd er een nieuw schoolhuis gebouwd aan het Tsjerkepaad – deze woning staat daar nog steeds [blauwe driehoek].

Op 26 november 1797 trouwde Harmen te Westergeest met de oudere Tietje Jeens Postma, geboren in 1768. Samen kregen zij 7 kinderen:

1. 07-07-1798, Teije Harmens
2. 18-04-1800, Jeen Harmens [overleden op 27 februari 1880]
3. 01-02-1802, Zwaantje Harmens [overleden op 16 mei 1887]
4. 27-01-1804, Akke Harmens
5. 02-02-1807, Dirk Harmens [overleden op 11 mei 1879]
6. 29-01-1811, Baukjen Harmens
7. 31-07-1815, Romkje [overleden op 06 mei 1896]

In 1811 namen zijn broer, zus en hij zelf met gezin de familienaam Van Teijens aan.

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Om rond te kunnen komen nam hij ook andere werkzaamheden op zich, zoals ontvanger van diverse belastingen in Westergeest en dorpsrechter. In 1810 vervielen dit soort bijbaantjes door de Franse overheersing. Gelukkig kreeg hij van de nieuw benoemde Maire Willem Hendrik van Heemstra de nieuwe rol als veldwachter [dorpwachter] te Westergeest, Oudwoude en Kollumerzwaag aangeboden, náást zijn functie als onderwijzer !

In 1832 staat schoolmeester Harmen Teijens van Teijens vermeld bij de woning die in het rode vierkant is weergegeven: Kalhúswei 6. Deze woning wordt op dit moment afgebroken. Dit huis werd rond 1810 gebouwd met stenen die vrij waren gekomen bij het inkorten van de kerktoren.

Op 2 juli 1846 stierf zijn vrouw na een huwelijk van bijna 49 jaar. In huis 99. Ik heb nog geen idee welke woning dit is geweest.
Zes jaar later ontving Harmen de zilveren medaille van de Maatschappij tot ‘t nut van het Algemeen voor zijn langdurige en trouwe werk als onderwijzer.

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Op 18 januari 1856 werd in de Leeuwarder Courant een advertentie geplaatst: er werd een huis verkocht door de eigenaar Harke Gerbens Hoekstra. De kinderen van Harmen reageren en op 26 januari 1856 werd de provisionele en finale toewijzing middels een notariele akte opgesteld door notaris Daniël Hermannus Andreae. Voor ƒ 1046 werden Dirk, Jeen, Swaantje en Romkje eigenaar van de woning.
Zij bleven daar wellicht tot hun dood wonen en in hun overlijdensakte staat als adres ‘huizinge A 45’.

Het is dus lastig om de exacte locatie van deze gekochte woning te achterhalen. Maar ik dénk [de zoektocht is nog niet helemaal klaar] aan de rood omcirkelde boerderij op de hoek Bumawei – Harmen van Teijenswei. Dat doe ik, uitgaande van het kadastrale nummer in de verkoopadvertentie [sectie B, 853].

In zijn levensverhaal schrijft Harmen van Teijens in 1852: “[…] uit welk echt zeven kinderen zijn geboren, die allen nog in leven zijn en in wier middelen hij op zijn ouden dag een sterke steun vindt en oprechte genoegens smaakt” . Ik lees daarin dat er een zeer hechte gezinsband is geweest en dat vader op handen werd gedragen.

Is het dan raar om dan te denken dat vader Harmen bij zijn niet-getrouwde kinderen inwoonde in huis A45?

Per 1 januari 1859 kreeg Harmen van Teijens na een dienstverband van ruim 62 jaar, eervol ontslag. Hij kreeg ƒ 194 pensioen en leefde daarna nog ettelijke jaren in Westergeest.

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Op 25 november 1863 stelde burgemeester van Kollumerland c.a. bijgaande advertentie op. Sollicitanten “ter vervulling van de betrekking van Hoofdonderwijzer, in de Openbare Lagere School te Westergeest” werden opgeroepen te reageren. “Aan deze betrekking is verbonden eene vaste jaarwedde van vierhonderd gulden, benevens vrije Woning en Tuin”.
Door die laatste opmerking kunnen we volgens mij uitsluiten dat Harmen van Teijens zijn laatste levensjaren in het schoolhuis [blauwe driehoek] doorbracht.

Harmen van Teijens overleed in Westergeest op 8 november 1872, 95 jaar oud. Hij overleed in huisnummer 265 – misschien is dit het ‘oude’ nummer voor huis A 45?

Weet u ook wat te vertellen ? Of hebt u foto’s. Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

bronnen:

Trekwei 13 – paard te water

1914, Trekwei 13 - v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

1914, Trekwei 13 – v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

Negen september 1958. Het is nog vroeg. Zeer vroeg, als zwaar onweer over Westergeest trekt. Maar Sake van der Werff, boer op Trekweg 13, moet toch naar buiten. Zijn zevental koeien loopt ergens onder Oostrum en die moeten gemolken worden. Er is geen tijd te verliezen, want rond zeven uur komt melkrijder Bokke Visser [de Dôlle 5] de melk ophalen. Bokke kwam dan met paard en wagen. Hij had een hekel aan wachten.

Sake van der Werff kwam van Broeksterwoude. Daar werd hij op 10 mei 1900 geboren in het gezin van Pieter en Geertje van der Werff – Bits. Een schipper die luisterde naar zijn vrouw, die op de vaste wal wilde wonen. Daarom had Pieter de boerderij Trekwei 13 gekocht.

De boerderij is bekend als ‘De Kelders’ omdat er grote kelders onder de grote gelagkamer waren. Aan huis hadden ze, zoals in die tijd veel vaker voorkwam, een kroegje. Een trochreed, met B-vergunning. In de muur waren ringen bevestigd waaraan de paarden vastgezet konden worden. Paarden van bezoekers die een versnapering kochten. Geen sterke drank – hoewel, bij “Kelders Geartsje” was wel wat te regelen …

Zodoende kwam Sake dus in Westergeest terecht, [ook] als boer aan de Trekwei en werd hij “Sake fan de Kelders”. Op 25-jarige leeftijd trouwde hij met Dieuke Broersma, geboren op 07 november 1899 te Ee. Ze hadden het goed. Rond de zeven koeien, 4 hokkelingen, een honderdtal kippen en tien varkens voor de slacht. In het spekhok hingen worsten en spek.

Sake had in de wijde omgeving landerijen; van ruilverkaveling was nog geen sprake. Daarom liepen zijn koeien in september 1958 ook niet dicht bij huis. En moest hij rond vier uur ‘s ochtends naar buiten. Om zijn koeien te melken. Met paard en wagen, tijdens donder en bliksem langs de Trekvaart. Waar de wegeigenaar op dat moment witte paaltjes klaar had liggen om in de berm geplaatst te worden.

Het paard kon het werk goed aan. Het was een “dikke, zware Bovenlander”. Een Groninger paard met een sterk karakter: “Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange, sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaargespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met korte platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig“.

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Prachtige eigenschappen. Maar het paard van Sake was bovendien schichtig. En had de gewoonte om bij schrik achteruit te komen. Voor de boer is leiden dan in last, want hij heeft dan geen enkele controle meer over het dier. En deze beide laatste eigenschappen werden noodlottig.

Sake was nog maar net vertrokken. Hij reed ter hoogte van de Lange Brug, toen de bliksem uit de hemel sloeg. De witte paaltjes langs de Trekwei lichtten flitsend op. Het paard schrok en kwam terug. Langs de kant van de Trekvaart. Sake kon zijn vege lijf redden, maar paard en wagen raakten in de Trekvaart. Het paard kwam los van de wagen en kon naar de overkant zwemmen. Maar de benen raakten verstrikt in de leidsels. Het hoofd werd onder water getrokken. Het paard kon het hoofd niet boven water houden en verdronk.

Tijdens een fotoavond in De Tredder vertelde Jappie van der Werff: “Heit kaam te gean wer thús”.
Op 20 februari 1972 overleed Sake, Dieuke overleed op 16 juni 1990. Ze hadden twee kinderen.

Misschien weet u meer te vertellen? Schroom dan niet om dan contact op te nemen. En help op die manier mee onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen

Het raadsel van Hansma’s huis ..

Trekwei 2

Trekwei 2. De afgebeelde woning, waarin ook de familie Jacob Hansma heeft gewoond, staat er niet meer. Het heeft plaats gemaakt voor een mooie nieuwe woning. Wat nog aan de oude woning herinnert is deze foto. Een mooie, duidelijke foto. En toch was deze woning even onderwerp van een onderzoekje.
Dat zat zo.

Tijdens de fotoavond van maart 2018 in De Tredder, werd bijgaande foto 1 getoond van dorpsgenoten in een bootje. In de Trekvaart. En lange tijd werd gedacht dat de woning op de achtergrond de woning was van Pomstra, destijds [garage] Tjibbe Kuipers. Vlak tegen de Kalkhúsbrêge aan. Tot er tijdens de fotoavond werd opgemerkt dat het de woning van de familie Jacob Hansma moet zijn geweest.

Als we foto 2 van de woning van Tjibbe Kuipers er bij pakken, zijn er duidelijk verschillen te zien. De woning van Kuipers is een totaal andere bouw dan die van Hansma. In die zin lijkt de opmerking terecht.
Maar als beide foto’s [waar de woning van Hansma op staat] naast elkaar worden gezet [foto 3], vallen er toch wel wat verschillen op: wel of geen dakgoot boven de ramen langs. Ramen die verschillend zijn. Was de opmerking tijdens de fotoavond wel terecht? Is hier wel sprake van dezelfde woning?

april 1960 [collectie Foestrumer Archief]

Jantsje Wiersma schreef mij in maart 2018: “Minsken bliuwe mei fotos kommen”. Zo kregen we ook ook een foto uit het album van de muzikale familie Sijbren en Aaltje Slagter – Hansma. Aaltje was een dochter van de al eerder genoemde Jacob en Janke Hansma. Een feestelijke foto uit april 1960, op de trouwdag van Jabik en Janke Hansma aan de Trekweg naast Tjibbe Kuipers.
Zodoende zijn er drie foto’s van de woning van Hansma om met elkaar te vergelijken.
En met deze foto blijkt dat de woning van Hansma kennelijk verbouwd is geweest. Details naast elkaar gezet op foto 4 vertonen duidelijke gelijkenis: de raampjes hebben roeden en de dakgoot maakt aan de rechterkant een ‘knik’ naar beneden. Het lijkt duidelijk: de opmerking tijdens de fotoavond was terecht.

Maar dan toch nog even terug naar de eerste foto. De foto van de woning zónder dakgoot. Waarvan wordt gezegd dat ook dat de woning van Hansma was. Hoe zit dat dan?

Gelukkig zijn het  duidelijke foto’s op Foestrumer Archief om te vergelijken. De laatste samenvoeging van foto’s in foto 5 tonen enkele bijzondere details. Ook al zijn er afwijkingen, deze bijzondere details verraden dat het dezelfde woning moet zijn: het gelijke metselwerk tot op de steen hetzelfde, de afwijkende muurhoogtes links en rechts en de [herstelde] mestelwerkzaamheden aan de voorkant.

Het raadsel is opgelost en de opmerkzame bezoeker van de fotoavond in maart 2018 had gelijk.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

peilpunten Normaal Amsterdams Peil [NAP]

Een detail van de hoogtekaart Nederland. Van de omgeving van ons dorp, dat op een verhoging ligt, net boven het midden van deze afbeelding te zien. Een ‘diluviale zandkop’, zoals dat officieel wordt genoemd. Vlak boven deze ‘diluviale zandkop’ is de Nieuwe Zwemmer te zien als een streep die naar de rechterbovenkant van de afbeelding loopt.

De ‘hoogte’ van ons land is voor Nederlanders altijd van belang geweest. Al in 1683 werd het destijds bestaande stadspeil van Amsterdam (AP) vastgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Ingemetselde marmeren stenen gaven met een groef een hoogte aan. Destijds de bovenzijde van de dijk.
In 1818 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat het Amsterdams Peil (AP) voortaan zou gelden als referentiehoogte voor heel Nederland. Het Normaal Amsterdams Peil [NAP] werd geboren.

Ook in Westergeest kennen we enkele peilpunten. Merktekens in een bruggenhoofd van de Keuningsbrug en in de achtermuur van ‘Cleyn Buma’, Bumawei 23.

In 1683 wordt in de proclamatieboeken een ‘Cleyn Buma’ genoemd, niet ver van de kerk af. Het was een stemdragende plaats, waaraan ook het recht van zwanejacht verbonden was. Dit laatste blijkt uit een proklamatie uit 1748: “Heine Meynderts en Boukje Doedes egtel onder Wouterswoude doen proclameren zekere zathe en landen etc. gelegen aan den dorp Westergeest, Buma State, bij Anna Claeses tegenwoordige wordende bewoont en gebruikt, groot 93 pdt, samt. O.a. gerechtigheden, so van Zwanejagt, als van oudts. Aldus bekomen van idem als boven. Possessie sal ingaan op 12 may 1748 data als boven”.

In de achtermuur van ‘Cleyn Buma’ is een bout geslagen. Het geeft het officiële Normaal Amsterdams Peil [NAP] aan. Eén van de ongeveer 35.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP. Ze zijn te vinden in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 400 ondergrondse peilmerken.

De Keuningsbrug is genoemd naar Andries Keuning [1827 – 1899] die op ‘Cleyn Buma’ heeft gewoond. De brug over de Nieuwe Zwemmer wordt daarom ook wel de Keuningsbrug genoemd.

Die Nieuwe Zwemmer nam vanaf de Trekvaart in noordoostelijke richting de route van de Âldswemmer over: 5 kilometer lang en ongeveer 40 meter breed. In het voorjaar van 1880 zetten werknemers van Andreas van der Werff de spade in de grond. Want met schep en spade, pipegaal en kruiwagens werd de Nieuwe Zwemmer gegraven. Zeer zwaar werk en het verhaal gaat dan ook dat er twee mannen voor nodig waren om de kruiwagen uit de gegraven vaart naar boven te kruien.

foto Jantsje Wiersma

De Nieuwe Zwemmer kruiste twee wegen waarvan één werd behouden door de aanleg van de Keuningsbrug. De andere weg boog vóór het nieuwe kanaal naar het oosten af en is de tegenwoordige Prellewei.
Het daarvan afgesneden gedeelte werd opnieuw bereikbaar gemaakt door direct over de Keuningsbrug rechts, langs het kanaal, een verbindingsweg aan te leggen. Tegenwoordig is dat de Brewei.

Aan beide zijden van de Nieuwe Zwemmer leunt de Keuningbrug als het ware op stevige, gemetselde bruggenhoofden. De voorlaatste brug werd aangelegd in 1939 en verving de eerste brug die in 1881 was aangelegd. Karakterestieke bouwwerken die instand zijn gehouden na de laatste vernieuwing in – volgens mij – 2006.
In het bruggenhoofd aan de kant van It Ljeppershiem zit ook een peilmerk, een zwarte knop. Ook op officiële hoogte ingeslagen.

It Ljeppershiem  – de naam heeft te maken met het fierljeppen. Al in 1969 werd een eerste wedstrijf gehouden in Westergeest. Toen nog over de Âldswemmer, bij waar nu het gemaal is. Algemeen Belang Westergeest had de wedstrijd georganiseerd.
Enkele jaren later, rond 1971, kon er gesprongen worden op het nieuwe Ljeppershiem. De bekende Gerard Vlieger sprong daar al snel een nieuw Fries record!

“boerderij bij de vaart”

eigen collage van foto’s

Nieuwsgierige foto’s van een “boerderij bij de vaart” die, als we ze goed bekijken, foto’s van Kalkhúswei 32 blijken te zijn. Op bijgaande collage heb ik verschillende overeenkomsten aangegeven.
Zou in het pand Kalkhúswei 32 een boerderij zijn geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage had?

Om die vraag te beantwoorden is het even goed opletten !

  1. Tjibbe Kuipers werd op 03 mei 1912 in het schippersgezin Jille Kuipers en Hiltje Bouma. Hiltje Bouma werd geboren in Westergeest. Ze was een dochter van Tjibbe Bouma en Jantje Zijlstra.
  2. Jille Kuipers werd in Doezum geboren in 1877. Hij kwam op 01 april 1913 te Groningen te overlijden. Zesendertig jaar oud. Mogelijk lag het gezin met hun schip in Groningen?
  3. Op 17 mei 1926 werden Tjibbe Kuipers en zijn moeder Hiltje Bouma [“wed. J. Kuipers”] bijgeschreven op de gezinskaart van Tjibbe Bouma. De vader van Hiltje. De grootvader van Tjibbe. Met z’n drieën woonden ze toen in woning A9. Want beppe Jantje Zijlstra was 15 jaar eerder al overleden. In 1917 in “huizinge wijk A, nummer 9”. In de overlijdensakte van Jantje Zijlstra staat vermeld dat ze gehuwd was met “Tjibbe Bouma, veehouder aldaar”.
  4. Nu is het lastig om “huizingenummers” één op één om te zetten naar het huidige adres. Toch heb ik een aanknopingspunt. In 1880 overleed Yke van der Schaaf “in huizinge nummer 8, wijk A” – qua nummering naast de woning van Tjibbe Bouma. In december van dat jaar verscheen een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin “eene huizinge met hok […] staande en gelegen bij het Kalkhuis onder Westergeest” te koop werd aangeboden. De woning was “bij de weduwe en erven Yke Jeens van der Schaaf in eigen gebruik”.

Al met al is het dus zeker dat er een boerenbedrijf is geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage begon.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

Kalkhúswei 12

Het karakteristieke boerderijtje werd begin jaren ’70 van de vorige eeuw afgebroken toen de Woarven werd aangelegd. De bejaardenwoningen stonden er toen al. De gemeente heeft toen het huis met land gekocht en er vrijstaande woningen op laten bouwen.
Voor zover bekend hebben de volgende families op dit adres gewoond:

  • Rond 1920 / 1930: Ringer en Sietske van der Meulen – Dijkstra.

Antje Jelkes Boonstra [collectie Foestrumer Archief]

Ringer werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra.
Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870. Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf.

Antje Jelkes Boonstra, de moeder van Ringer heeft ook in deze woning gewoond. De woning werd als winkeltje gebruikt maar ook als kroegje – Antje zou daar kastelein zijn geweest. Overigens was het aantal kroegjes groot. Op Foestrumer Archief wordt Minnema geciteeerd: “Zeer groot was het aantal kroegen of kroegjes, soms huis aan huis.”
Antje overleed op de hoge leeftijd van 94 jaar. Op 11 mei 1923.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

  • Rond 1930 – 1946: Johannes en Doutzen Adema – Meijer.

Doutzen Meijer was een Westergeastmer, geboren op 30 september 1871 in het gezin van Kornelis Libbes Meijer en Antje Roozendaal. Op 24-jarige leeftijd trouwde ze als dienstmeid met de evenoude arbeider Johannes Adema. Johannes werd geboren op 17 maart 1872. Opo de trouwakte staat vermeld dat Johannes werd geboren in Augsbuurt.
Ze kregen voor zover ik kan nagaan zeven kinderen; toen moeder Doutzen op 14 november 1930 te Westergeest overleed, was de oudste 32 jaar. De jongste was negentien.

  • Rond 1946 – 1949: fam. Popke Heidema.

meester Popke Heidema [detail uit collectiefoto Foestrumer Archief]

Meester Heidema was van 01 juli 1946 tot 31 juli 1949 onderwijzer aan de Chr. Lagere School te Triemen. Popke Heidema werd geboren op 09 november 1912 te Wanswerd en slaagde in 1931 aan de kweekschool te Dokkum.
Tot 1939 had hij meerdere tijdelijke betrekkingen in het onderwijs en maakte hij een carrier switch. Hij kreeg een vast contract als Agent van Politie te Amsterdam. Tot 1946, toen hij een vast dienstverband kreeg aan de school te Triemen. De secretaris van de schoolvereniging schreef in de notulen: ”Meester Heidema zal wel gedacht hebben: men kan nog zo waakzaam zijn dat de ene volksgenoot de andere niet verontrust, de opvoeding tot goed staatsburger begint bij het kind … “.
Popke Heidema overleed op 18 februari 1989 te Drachten.

  • Van 1949 tot 1950 hebben Ybele en Janke Steenstra – Kempenaar er gewoond.

Ybele [1909 – 1989] was op 20 mei 1933 getrouwd met Janke [1911 – 1981]. In 1950 verhuisden ze naar “Cleyn Buma”, Bumawei 23. Lees meer over pake Ybele en beppe Janke in “Verborgen romantiek van pake Ybele“.

  • 1950 – begin jaren ’70: Ate en Tetje van der Meulen – Nicolai.

Ate en Tetje van der Meulen [collectie Foestrumer Archief]

Op 09 april 1918 werd Ate Dirks van der Meulen geboren. Tetje zag op 23 maart 1915 het eerste levenslicht.
Ate en Tetje waren de laatste bewoners. Ate heeft jarenlang een rol gehad bij de Bescherming Bevolking Westergeest-Triemen.
Ate kwam als bode van de begrafenisvereniging te overlijden op 13 augustus 1985. Hij stierf tijdens zijn ronde langs de dragers om deze te vragen of zij dienst konden doen tijdens de begrafenis van Martje Bosgraaf – de Jong [geboren in 1930]. Martje was getrouwd met Durk Bosgraaf [1917 – 1999] en was een dag eerder, op 12 augustus, overleden.
Tetje overleed op 16 april 2004 in Dronten.

U kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over Kalkhúswei 12 of over de bewoners? Hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’.

Bronnen:

De mysterieuze melkbus

collectie Foestrumer Archief, met eigen accent.

Eelke Meinertswei 19 – Een foto. Getoond tijdens een fotoavond in De Tredder. Het onderwerp was ‘de boeren in Westergeest’. Deze avond de veehouders aan o.a. de Eelke Meinertswei. En toen viel het op. Die ene melkbus. Aan de kant van de weg. Ergens rond 1905 / 1907. Want toen is deze foto gemaakt. Langs de Eelke Meinertswei. Op een plek waar toch geen boerderij stond!? Wel een wagenmakerij – de Âlde Weinmakkerij.

Het is een uitdaging om dit mysterie te ontrafelen. Van wie was deze melkbus. Wie was daar boer? Of ….

bron HisGIS met eigen accent: de pijl wijst richting de Âlde Weinmakkerij.

De eerste stap is een zoektocht op HisGIS. Op de kaarten die daarin staan, wordt de bebouwing in Westergeest weergegeven. Bijgaande foto is een mix. Een mix van een kadastrale kaart uit 1832 plus een topografische kaart uit de jaren 1870-1935. Maar daarop geen bebouwing áchter de Âlde Weinmakkerij.
De zoektocht op HisGIS levert dus niets op.

Volgens Foestrumer Archief zou er mogelijk een Zwaagstra hebben gewoond? Mogelijk geeft dat meer duidelijkheid?

Op het kerkhof van Westergeest kan ik één Zwaagstra vinden. Boukje Zwaagstra [26 december 1875 – 20 mei 1959]. Zij trouwde op 28 mei 1904 met arbeider Klaas Zijlstra [05 maart 1869 – 30 juli 1952]. Haar ouders Durk Zwaagstra en Willemke Postma woonden op Kollumerzwaag, waardoor dit spoor naar de Zwaagstra’s in Westergeest spaak loopt.

1929, Kertiersreed – Het echtpaar links zijn Klaas en Baaije Zijlstra waren 25 jaar getrouwd. De man met sigaar is Klaas Kooistra, gehuwd met Willemke Zijlstra, die zoontje “Lytse Wierd”op schoot heeft. De overigen zijn van links naar rechts:Jitske, Ytsje en Ynskje Zijlstra. De oude baas rechts op de foto is Durk (vader van Baaije, dus de pake van de dames en de oerpake van lytse Wierd). De foto is genomen voor de woning van de familie Zijlstra. Zoon Dirk van Klaas en Baaije [Boukje] wilde niet op de foto [collectie Foestrumer Archief].

Haar man Klaas Zijlstra was een Westergeastmer. Hij werd geboren in het gezin van Dirk Bouwes Zijlstra en Ytje Marks Noordman. Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra blijven ook in Westergeest wonen. Van hen is bekend dat ze wat vee hadden aan de Kertiersreed 5 [later woonden dochter Willemke en haar man Klaas Kooistra daar].
Het was bovendien niet ongebruikelijk dat melkbussen, na het melken, niet mee werden genomen naar huis. Maar dicht bij het vee aan de kant van de weg werd gezet. De melkrijder pikte de melkbus daar op en bracht die vervolgens naar de melkfabriek. In dit geval mogelijk Huisternoord te Oudwoude. Daar werd sinds 1899 melk verwerkt.

Zou het mogelijk zijn dat de mysterieuze melkbus van Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra is geweest? Dat Klaas achter de Âlde Weinmakkerij vee had lopen? En daar had gemolken waarna de melkbus daar klaar werd gezet om opgehaald te worden?

Het is slechts gissen. Het mysterie van de melkbus is nog niet écht opgelost.

Maar u kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over een familie Zwaagstra in Westergeest te vertellen of hebt u foto’s? Weet u meer over een boerenbedrijf achter de Âlde Weinmakkerij? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

laatste melkrit

laatste-melkrit

Op de wagen Titus van Wieren, midden Klaas Bergsma en links naast de wagen Michiel Nieuwenhuis [collectie Foestrumer Archief]

Twee maal per dag. Zeven dagen per week werden de melkbussen opgehaald. In ‘mijn tijd’ door Titus van Wieren [1931 – 1990] en Klaas Bergsma. Busnummer 201 werd bij mijn vader Jan Steenstra opgehaald en leeg teruggebracht. Ik kan mij vaag herinneren dat er soms een bruin envelopje tussen de melkbus en het deksel uitstak – met ‘it molkejild’, de inkomsten.

Titus van Wieren nam de rit in 1957 over van Kees Zuidema, destijds uit De Dôlle. Kees Zuidema emigreerde naar Amerika en daardoor kon Titus ook de trekker van Zuidema overnemen. Daarmee was hij één van de eersten in Westergeest met een trekker.

Destijds kwam het vaak voor dat hij zomers per rit ruim 170 bussen melk had staan op twee wagens.

Rond 1973 stapte Klaas Bergsma naast Titus in dit werk tot ze in mei 1976 samen stopten. Andries van Kammen nam toen de ritten over.

Tot het op zaterdag 27 december 1986 helemaal voorbij was. Toen haalde Andries van Kammen voor de allerlaatste keer de volle melkbussen op. En bracht hij die naar Frieslands kleinste zuivelcoöperatie ‘Huisternoord’ [Oudwoude]. Zijn route was eigenlijk al behoorlijk ingekort. Veel boeren waren al overgeschakeld naar een melktank. Of waren gestopt.

Op de laatste rit werden nog maar 30 melkbussen opgehaald. In Westergeest was dat o.a. bij Berend Dantuma aan de Eelke Meinertswei.

vogelwacht, afdeling Westergeest

durk-van-der-veen

Durk van der Veen [foto collectie Foestrumer Archief]

Zeventig jaar geleden werd de Vogelwacht afdeling Westergeest opgericht. Het was in april 1946 een initiatief van visser Jan Brouwer [1903 – 1990] en Durk van der Ploeg [De Dôlle]. Heel snel daarna sloot Durk van der Veen [1890 – 1989] zich bij hen aan.

kievitseiToen in 1986 het 40 jarig bestaan werd gevierd in café de Jager, was Roel Nicolai [1933 – 2014] voorzitter. Die avond werd de eerste prijs [een wisselbeker, beschikbaar gesteld door Sierd Boersma] uitgereikt aan Anco Nicolai, een zoon van Roel. Hij had het eerste kievitsei van de Vogelwacht gevonden.

Toen al voorspelde de Vogelwacht donkere wolken boven het eieren zoeken en rapen: “Wij zijn trouwens van mening dat men daar in den Haag toch hoe dan ook bezig is ons uit het veld te krijgen. Het eieren zoeken zal op den duur alsnog worden verboden denken wij”.
Tijdens het 50-jarig jubileum bleek dat Roel Nicolai meer dan 25 jaar voorzitter is geweest. Hij kreeg daarvoor van de Bond een onderscheiding in de vorm van een “Sulveren Ljip”. Derk van der Kloet trad af toen de Vogelwacht 60 jaar bestond – hij was 33 jaar als bestuurslid actief geweest.

Durk van der Veen, mede oprichter en toen oudste lid, heeft het 60-jarig jubileum net niet mogen meemaken. Hij stierf op 29 maart 1986 op 99 jarige leeftijd.

nicolai-roel-2

Roel Nicolai [foto eigen collectie]

Glimlachend vertelde Roel Nicolai een verslaggever van de Kollumer Courant ooit: “Heel vroeger, nog voordat ik voorzitter was, gingen we met de hele club op de laatste dag te ‘aaisykjen’. De eieren, zowel van kievit als de grutto, kwamen dan bij ‘Grutte Frans’ in een handketel, waarna ze met een stukje ‘brea’ opgegeten werden. Hier kwam dan ook een slokje bij. Och, we hadden dan een complete route op de laatste dag. Onderweg koffiedrinken, ergens wat eten en drinken. Het is wel gebeurd dat er nadien iemand met zijn auto in een heg reed. Dit was nog onder voorzitterschap van Frans Huisman”.

 

Nu U? Hebt u aanvullingen, anekdotes of ander materiaal, schroom dan niet om op deze post te reageren. U helpt daarmee onze dorpshistorie completer te maken.

bronnen:

  • Foestrumer Archief
  • Kollumer Courant