hystoblog

Home » Posts tagged 'westergeast'

Tagarchief: westergeast

Dranksmokkel in Westergeest

zoekfotoHet staat daar echt. In het Nieuwsblad van Friesland, 01 november 1935. Het is in dit geval niet zo lastig om de ‘smokkelaar’ te identificeren. Kruidenier Folkert A. kan in mijn beleving alleen maar Folkert Attema zijn. Kruidenier in ons dorp.

Folkert Attema werd geboren op 13 augustus 1888 te Heeg en begon zijn werkzame leven als knecht bij zijn vader, boer Auke Folkerts Attema.

Hij was op 02 mei 1914 getrouwd met boerendochter Lazina Jouwsma, geboren op 29 april 1888 te Winsum. Vanaf zijn huwelijk was hij lid van het Friesch Dagblad.

Samen kregen ze 8 kinderen; twee meisjes en zes jongens – 5 van hen zijn vertrokken naar het buitenland.

Nadat Attema zelf ook boer was geweest, begon hij in mei 1926 te Westergeest een kruidenierszaak. Aan de Bumawei 2.

Westergeastmer ‘jongbazen’ probeerden Attema wel uit de tent te lokken. Zij vingen in de donkere uren spreeuwen bij wat later de Fokkema’s Pleats zou worden. Deze gevangen spreeuwen lieten ze los in de winkel van Attema. Als Attema dan het licht aanknipte moet Leiden in last zijn geweest. Folkert en zijn vrouw hebben met een open winkeldeur, handdoeken in de hand en met moeite de spreeuwen naar buiten kunnen jagen.

Tussen de bedrijven door was de Gereformeerde Attema actief in het kerkelijke en maatschappelijk leven als diaken, ouderling, lid van het schoolbestuur, penningmeester van het Groene Kruis en lid van de Woningcommissie Kollumerland. Maar ook als voorzitter van de AR-kiesraad heeft hij meer dan 20 jaar veel werk verzet. Allemaal “in het belang van de gemeenschap, met liefde”.

Het was de tijd van de verzuiling. De samenleving was op basis van overtuiging in groepen verdeeld. En de Gereformeerde Attema had dus ook Gereformeerde klanten, zoals Jan en Saakje Steringa – Poortinga van Keatlingwier. Tweewekelijks bracht Folkert Attema een bezoek om de boodschap-wensen op te nemen. Maar tussendoor werden de kinderen wel eens om een boodschap naar Westergeest gestuurd, en die hadden dan een heel eigen reden om uit hun Gereformeerde zuil te komen.

Want, wat was het geval.

De Nederlands Hervormde herbergier Folkert Boonstra [1856 – 1942] had met zijn vrouw Johanna Hibma [1859 – 1941] ook een kruidenierszaak. In wat nu Herberg Foestrum is. Folkert Boonstra zal een Nederlands hervormde klantenkring hebben gehad en bracht de boodschappen rond met paard en wagen. Ook bij hem kwamen kinderen wel een tussentijds een boodschapje halen. En Folkert Boonstra had dan de gewoonte om de kinderen op een snoepje te trakteren. Folkert Attema had die gewoonte niet. Verzuilde principes werden daarom door de kinderen aan de kant gezet voor dat snoepje … zal moeder Steringa ooit geweten hebben waar haar tussendoor gekochte boodschappen vandaan kwamen?

zoekfotoEven terug naar Folkert Attema en zijn vrouw Lazina Jouwsma. Vierendertig jaar stonden hij en Lazina achter de toonbank in Westergeest – tot zijn 72e jaar. Toen vetrokken ze rond 1960 naar Dokkum – de Dokkumer familie De Beer trok in de winkel.

Het waren moeilijke jaren, maar ook gezegende jaren” zullen Folkert en Lazina later een journalist vertellen. Het was een periode waar ze jaren later, in Dokkum, met heimwee naar terug keken. Tot hun dood klopte “hun beider hart voor Westergeest. Der is en bliuwt in bân”. Die dood kwam voor Folkert Attema op 11 mei 1984. Zijn vrouw Lazina stierf op 12 april 1990.

Ze liggen begraven in hun geliefde Westergeest.

Bronnen:

Is Westergeest altijd Westergeest ?

Zo nu en dan krijg ik de vraag naar een adres. Een adres in Westergeest, waar [bet]overgrootouders van de vragensteller hebben gewoond. Ik ben blij met dit soort vragen, die op het eerste gezicht gemakkelijk lijken. Maar het vinden van een antwoord vraagt vaak om puzzelen.

Een mooi voorbeeld daarvan ondervond ik tijdens mijn zoektocht naar de vraag of voorouders van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] in Westergeest hebben gewoond.

In meerdere geboorte- en overlijdensaktes van de [bet]overgrootouders staat Westergeest op de een of andere manier genoemd: de geboorteakte van Sijtze van der Wal bijvoorbeeld lijkt heel duidelijk. Zijn vader Rudmer van der Wal, “oud tweeëndertig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van geboorte. En ook de op 16 juni 1903 opgestelde geboorteakte van Maria Postma lijkt duidelijk. Haar vader “Geert Postma, oud tweeëntwintig jaren, arbeider wonende te Westergeest” deed aangifte van haar geboorte.

Toch is het niet zo gemakkelijk!

Want tot rond 1941 werden de inwoners van de Triemen, Zwagerveen, Hanenburg en Zandbulten tot Westergeastmers gerekend. Een vermelding over “wonende in Westergeest” voor die datum kan dus ook betekenen ‘wonende te Zwagerveen’. Of Triemen, Hanenburg of Zandbulten ..

Een aanknopingspunt ka dan gevonden worden in overlijdensaktes. Want overlijdensaktes van rond 1900 vermelden ook de woning waarin de overledene stierf. 

De grootouders van Maria Postma bijvoorbeeld waren Hendrik Postma [1880 – 1887] en Trijntje Postma [1853]. De 37-jarige Hendrik Postma overleed op 29 december 1887. De afmelders waren de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra. Zij verklaarden dat Hendrik was overleden “op den negenentwintigsten dezer maand, des morgens ten twee ure te Westergeest in huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B”.

Het één op één ‘vertalen’ van “huizingenummers” naar een huidig adres is heel lastig. Want er is in de loop van de jaren meerdere malen werd ‘omgenummerd’. Met alleen het gegeven dat Hendrik Postma overleed in “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” weten we dus eigenlijk nog niets. En moeten we verder puzzelen.

Daarvoor gaan we bekijken wie de ‘afmelders’ waren. Want als er rond 1900 iemand stierf waren de zes naaste buren verplicht om alles rondom het overlijden en begrafenis te regelen. Dit heette de zogenaamde ‘burenplicht’. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’. En moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. Afmelden◥ werd dat ook wel genoemd. Dat ‘afmelden’ ging natuurlijk met het grootst mogelijke respect waarvoor [zelfs] het zondagse pak werd aangetrokken.

Van de overgrootvader van Maria Postma weten we dus door de overlijdensakte wie zijn [naaste] buren waren: de 42-jarige Renze Hanenburg en de 37-jarige Harm Zijlstra.

Want inderdaad, ook hier lijkt de burenplicht op te gaan. Want toen [buurman] Rinze Hanenburg enkele jaren later in 1891 overleed, staat in zijn overlijdensakte dat hij stierf “te Westergeest in de huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig”. In de buurt van de woning waar Hendrik Postma overleed. Zijn ‘afmelders’ waren de 50-jarige schoenmaker Halbe Bouwes Zijlstra en de 25-jarige voerman Wietze Komrij.

Maar via de ‘afmelders’ weten we nog steeds niet precies waar “huizinge nummer honderdzesendertig Wijk B” of “huizinge Wijk B nummer Eenhonderddertig” gezocht moeten worden – de puzzeltocht is nog niet klaar ! En we moeten verder kijken. En zoeken.

Een jaar eerder, in 1890, kwam Nanne Folkerts Klazinga te overlijden. Schoenmaker Halbe Zijlstra was toen als buurman ook ‘afmelder’ van het overlijden van Nanne Folkerts Klazinga, die overleed “in de huizinge Wijk B nummer honderdtweeendertig”. Schoenmaker Halbe Zijlstra kenden we al als ‘afmelder’ van Hendrik Postma ..

Leeuwarder courant van 26-03-1890

En dan, eindelijk, krijgen wij via deze omweg zicht op een exacter woonadres. Want in de Leeuwarder courant van 26-03-1890 staat een overlijdensadvertentie van Nanne Folkerts Klazinga.

Nanne Folkerts Klazinga woonde te Zwagerveen !

En met hem natuurlijk ook zijn buren Hendrik Postma en Trijntje Postma, de grootouders van Maria Postma …

Het is mooi puzzelwerk, en via omwegen weten we uiteindelijk dat voorouders van van Sijtze van der Wal [1900 – 1974] en Maria Postma [1903 – 1989] niet in het huidige Westergeest hebben gewoond. Maar in Zwagerveen, nu Kollumerzwaag.

Heeft u ook zo’n soort vraag?

Beitske Gerbens Bosma

  • Geboren op 14 juli 1830 te Optwijzel
  • Overleden op 06 december 1879 te Zwaagwesteinde

overlijdensakte Beitske Gerbens Bosma

Beitske Gerbens Bosma viel mij op. Toen ik bezig was met het schrijven van ‘posts’ over karrijders uit Zwaagwesteinde. En daar kennelijk [stief]broers in het overzicht voorkomen – kinderen van Beitske Gerbens Bosma: karrijder Gerben Bosma [*1869] en karrijder Hendrik Bosma [*1876].

Er is tot nu toe niet veel over haar leven bekend, maar ik veronderstel dat haar leven niet gemakkelijk was. In 1871, toen ze rond de 40 jaar was en moeder van enkele kinderen, stond ze voor de rechter vanwege bedelarij.

Beitske Gerbens Bosma werd geboren in het gezin van Gerben Hendriks Bosma en Jantje Korporaal. De in Kooten geboren Gerben Hendriks was 22 jaar toen hij op 26 september 1824 in het huwelijk trad met de 29-jarige Jantje Jans Korporaal. Moeder Jantje Korporaal was geboren in Westergeest en dochter van Jan Louws Korporaal en Beitske Jans Ley.

Terug naar Beitske zelf – op 01 juni 1858 kreeg zij voor zover ik kan nagaan haar eerstgeboren zoon, maar dat kindje was levenloos. Iets meer dan een jaar later werd vlak na Kerst Jantje Bosma geboren op 27 december 1859. Dan kom ik ook ene Jan Femmes Dijkstra tegen. In  de geboorteakte van Jantje Bosma staat hij vermeld als degene die aangifte van geboorte deed. Jan Femmes was een 25-jarige koopman en woonde te Twijzel. Jantje werd geboren “ten huize en in tegenwoordigheid van hem aangever”.

Vanuit die gegevens geredeneerd werd Jan Femmes rond 1834 geboren en is hij het die op 16 juni 1862 stierf. Achtentwintig jaren jong en – let wel! – ongehuwd.

En volgens het bevolkingsregister blijkt hij rond die tijd inderdaad ongehuwd te zijn. Sterker nog, als Jantje Bosma op 22 april 1882 in het huwelijk treed met de 25-jarige Douwe Eelkes Zuidema, staat in haar huwelijksakte dat zij een niet erkende dochter is van Beitske Gerbens Bosma. Haar voogd is arbeider Hendrik Gerbens Bosma te Twijzel. Toeziend voogd is Johannes Johannes van der Bij, eveneens arbeider te Twijzel.

Niet erkend wil dan volgens mij zeggen dat het kind buitenechtelijk werd geboren – en een trend ontstond.

  • Op 18 december 1862 werd Jan geboren. Jan werd stoelenmatter, woonde toen hij met Antje Westra trouwde te Zwaagwesteinde en was volgens de huwelijksakte een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma”.
  • Op 06 februari 1869 werd Gerben geboren. In de geboorteakte staat vermeld dat Beitske dan “weduwe van Jan Femmes Dijkstra” was. Gerben werd eveneens stoelenmatter. En net als zijn [stief]broer woonde hij te Zwaagwesteinde. Ook in zijn huwelijksakte met Baukje Smid staat bijna zakelijk vermeld dat hij een “natuurlijke niet erkende meerderjarige zoon van Beitske Gerbens Bosma” was.
  • Tenslotte werd het 19 april 1876 en Hendrik werd geboren. Toen Hendrik in 1907 in het huwelijk trad met Haebeltje Dijkstra, heeft de ambtenaar ook bij hem dezelfde zinsnede in de huwelijksakte geschreven: “meerderjarige niet erkende natuurlijke zoon van Beitske Gerben Bosma”.

Nog geen vier jaar na de geboorte van haar jongste zoon Hendrik, kwam Beitske op 43-jarige leeftijd te overlijden. Op de zesde december 1879 kwam ’s middags om 16.00 uur een einde aan haar misschien wel bewogen leven.

In haar overlijdensakte staat dat ze geen beroep had en te Zwaagwesteinde woonde. Maar ze was, aldus de akte, wel weduwe van Jan Femmes Dijkstra …

Heb jij aanvullingen in welke vorm dan ook bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

de Kalverschetser geschetst

‘Onze’ Pietje 28, geschetst door [als ik het goed lees] W. Hofstra. In 1979. Hofstra was kalverschetser, een soort ambtenaar van de burgerlijke runderstand. Een bijzonder, maar ondertussen verdwenen beroep. De kalverschetser schetste al het rundvee omdat het dier anders gewoon niet bestond voor het Friese Rundvee Syndicaat.

Mogelijk werden al in 1874 de eerste schetsen gemaakt, maar toen in 1933 de landbouwcrisiswet werd aangenomen werd het een verplichting. Elke boer kreeg een quotum toegewezen voor het fokken van kalveren en de kalveren moesten binnen drie dagen verplicht geschetst worden. De schets was er eveneens om ziektes onder controle te houden en werden soms ook wel TBC-bewijzen genoemd. Zo stond op de schets al “G.D.-schets” voorgedrukt: “Gezondheidsdienst voor dieren [in Friesland]”.

In 1940 schreef het Algemeen Handelsblad: Veehouders “mochten, omdat ondeskundige autoriteiten op die wijze de melkproductie dachten te kunnen beperken, slechts een per boerderij vastgesteld aantal kalveren in leven laten, welke bevoorrechte dieren dan in duplo werden geportretteerd door volwassen Nederlanders met den titel en het inkomen van “kalverschetser”. Het resultaat […] is geweest, dat […] de structuur van den veestapel werd bedorven, maar de melkproductie stéég, in plaats van te dalen”.

Zonder de schets mocht het dier niet worden verhandeld of vervoerd. Een veehouder vertelde in 1985: “Ik heb eens een koe naar de markt laten brengen en per ongeluk de verkeerde schets meegegeven. Nog dezelfde dag kreeg ik te horen dat ik de juiste schets moest geven en bovendien kreeg ik een boete van 40 gulden”. Bij verkoop van het rund ging de schets als een paspoort met het dier mee naar de nieuwe eigenaar.

Het schetsen van een kalf was in enkele minuten geklaard en daarmee was met enkele snelle maar nauwkeurige halen het vlekkenpatroon van beide zijden van het kalf vastgelegd. Daarnaast werden ras, naam van het dier, de geboortedatum en meer gegevens om het document vermeld. Zo stond ook het melkbusnummer van de boer zelfs vermeld op de schets. In dit geval melkbusnummer 201.

Sinds 1992 worden de gele oormerken gebruikt.

Foto’s waren destijds te tijdrovend en te duur. Daarnaast moest de fotograaf het dier ook maar goed voor de lens zien te krijgen, want beide kanten van het kalf moest worden afgebeeld.

Bennie Katsma, die van 1974 – 1989 bij Huisternoord werkte, schreef: “Alle (kopie)TBC-bewijzen van onze veehouders hadden wij in een grote, grijze ladekast zitten. Vooral op donderdag was het altijd bijzonder druk i.v.m. met de veemarkt op vrijdag in Leeuwarden”. Naast Hofstra waren er meer kalverschetsers die vanuit de zuivelfabriek Huisternoord letterlijk de boer op gingen. Reitsma [?] schetste ‘onze’ Pietje 26 en Klaas Visser [1932 – 2019] kwam Murdock schetsen.

De wettelijke schetsplicht duurde tot en met 1991 en werd in 1992 vervangen door de gele oormerken.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Of weet je meer over de kalverschetsers van Huisternoord? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • Friesland Post, juli 1985
  • Wikipedia
  • Facebookpagina Foestrum
  • Bennie Katsma
  • Algemeen Handelsblad, 25 juni 1940

Water bij de melk

De Telegraaf, 07 oktober 1897

De Telegraaf, 07 oktober 1897

Het was landelijk nieuws. Een Westergeastmer had aangelengde melk geleverd aan de zuivelfabriek te Ee. Het blijkt dat de schuldige Adriaantje Kuipers was, getrouwd met Pieter Delfstra.

Adriaantje werd geboren in Buitenpost. Op 27 februari 1843, in het gezin van Kristiaan Lammers en Saakje Romkes Kuipers – Doedema. Zij was 25 jaar toen ze op 14 mei 1868 in het huwelijk trad met de even oude Pieter Delfstra. Een arbeider van Driesum.

Pieter Delfstra was een zoon van Egbert Wiegers en Antje Jans Delfstra – Triemstra. Hij werd geboren op 19 maart 1843.

Het gezin bleef kinderloos.

1977-Eelke Meinertswei 1 [eigen foto]

In 1885 kochten ze de kleine gardenierswoning aan de oever van de net gegraven Nieuwe Zwemmer◥, vlak bij de Keuningsbrug. Ze betaalden verkoper Polle Jacobs de Haan daar f 497,- voor. Pieter en Adriaantje bleven er wonen tot de dood van Pieter op 21 mei 1904. Afmelders◥ van zijn overlijden waren de arbeiders Abraham de Vries [53 jaren] en Sipke Bouma [44 jaren]. Adriaantje verkocht de woning een jaar later aan Tjalling Durks Bosgraaf◥ en zijzelf vertrok naar Kollum. Daar kwam zij op 02 augustus 1911 te overlijden.

Uit de stukken van het bevolkingsregister én uit de overlijdensakte van Pieter Delfstra blijkt dat deze woning destijds “huizinge A61” was. Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥ en werd het uiteindelijk Eelke Meinertswei 1.

Het was in de tijd dat Pieter en Adriaantje hier woonden, dat ze een contract afsloten met de zuivelfabriek van Ee. Tenminste dat zei directeur J v/d Burg in 1897. Een contract dat Pieter melk zou gaan leveren “zooals die van de koe kwam”. Maar in de loop van 1897 werd met behulp van een zogeheten lactometer vastgesteld dat de melk was aangelengd met 30 – 40% water. Een “aanzienlijke vervalsching” die volgens melkrijder E. v/d Wiel niet gedurende het vervoer heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek ging niet over één nacht ijs. Op 05 augustus had brigadier-marechaussee A. van Geel te Dokkum vier flesjes monster getrokken uit de vier melkbussen die aan de weg waren gezet. Deze flesjes werden verzegeld naar de kazerne gebracht. Marechaussee P. Farla had de flesjes meegebracht naar de rechtzitting. De Rechter Commissaris had de vier flesjes ter handgestald aan apotheker H. W. Sonnega en arts W. F. J. Uffelie die vervolgens de melk deskundig hebben onderzocht.

Beklaagde bekende de feiten, zij deed wat spoelwater in de bussen, haar man is onschuldig, zij heeft het gedaan”. De reden was dat de fabriek nooit betaalde wat ze toekwamen. Maar de gevangenisstraf én bekendmaking in de Leeuwarder Courant vond ze “toch wat veel”.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

Cornelis [Cees] van der Meer

  • Geboren op 12 februari 1921 in Westergeest
  • Overleden op 29 december 2006 in De Westereen

Cornelis van der Meer [collectie Wilma Helsper]

“Plaatselijk Belang Westergeest” verwees Wilma Helsper naar mij door met de vraag of ik meer zou kunnen achterhalen over Cornelis van der Meer [geboren op 12-2-1921 te Westergeest] en zijn familie. Zijn ouders zouden een kruidenierswinkel gehad hebben in Friesland. Mogelijk dus ook in Westergeest.


Zo begon mijn zoektocht naar informatie waarbij Wilma Helsper zelf en Geert Hoekstra uit Westergeest uiteindelijk ook een behoorlijke duit in de zak deden.

Cornelis werd geboren in het gezin van Libbe en Aaltje van der Meer – Meijer. Hij was hun derde zoon in de rij die uiteindelijk acht kinderen zou gaan tellen:

  1.  Dirk, 31 mei 1918
  2.  Berend, 09 november 1919
  3.  Cornelis, 12 februari 1921
  4.  Pieter, 13 mei 1923
  5.  Hille, 11 september 1925
  6.  Siebe Jan, 08 januari 1928
  7.  Hiltje, 13 augustus 1931
  8.  Siebriggje, 03 maart 1934

Zijn vader Libbe [of ook wel Liebe en Ljibbe] van der Meer werd geboren 17 juni 1892 te Twijzel. Hij was arbeider en veehouder. Libbe van der Meer overleed op 20 juni 1979. Zijn moeder Aaltje Meijer werd geboren te Westergeest op 15 juni 1896, zij stierf op 21 februari 1982.

In het bevolkingsregister Kollumerland [1910 – 1920] staat het gezin [dan nog met drie zonen] ingeschreven als woonachtig in huizinge B78. Het gezin staat als Nederlands Hervormd te boek en vader Libbe is arbeider.

Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥.

Om te onderzoeken waar huizinge B78 stond, is het van belang om te weten dat Westergeest destijds veel meer was dan het huidige, gelijknamige dorp. De woningen die werden aangeduid met de letter B waren te vinden in het zuidelijke deel van kadastraal Westergeest – het huidige oosten van Kollumerzwaag.

Per 11 juni 1917 was vader Libbe vanuit Twijzel daar komen wonen.

Dat was dus vlak na hun huwelijk dat plaats vond op 05 mei 1917.

Libbe was toen arbeider, 24 jaar oud en woonachtig te Twijzel. Waarschijnlijk bij zijn moeder Siebrigje Meijer – van zijn vader Binne van der Meer wordt in de huwelijksakte geschreven dat diens “beroep en woonplaats onbekend is en alzoo  in de onmoogelijkheid verkeert om zijn wil te verklaren”.

Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891

Binne van der Meer en Siebrigje Meijer◥, de grootouders van Cornelis van der Meer, waren in 1900 gescheiden. Uit een krantenartikel uit 1891 blijkt dat hij mogelijk naar Amerika was vertrokken met een andere vrouw.

Toen Libbe van der Meer trouwde met de toen 23-jarige Westergeastmer bruid Aaltje Meijer, had zij geen werk. Zij was een minderjarige dochter van Durk Meijer [1862 – 1946] en Hiltje van der Meer [1865 – 1941], “echtelieden, arbeiders, wonende te Westergeest”.

Slaan wij in het bevolkingsregister Kollumerland c.a. de Gezinskaarten over de periode 1920-1937 open, dan komen we het volgende te weten. Alle kinderen staan op de gezinskaart bijgeschreven en zijn geboren in Westergeest. Vader Libbe was in die jaren nog steeds arbeider. De adressering was ondertussen gewijzigd – Huizinge B78 is doorgehaald en is Zwagerveen 109 geworden.

Dat wil niet zeggen dat het gezin binnen Kollumerland ook feitelijk verhuisde: mogelijk is toen alleen de adressering verandert en is het gezin verhuist zonder te verhuizen◥.

Op deze gezinskaart staat verder vermeld  dat het hele Nederlands Hervormde gezin uit de gemeente is vertrokken. Op 19 april 1934 zijn ze vanuit Zwagerveen verhuist naar Huizum, Kerkstraat 20 [gemeente Leeuwarderadeel].

In de gemeente Leeuwarderadeel werd het hele gezin weer ingeschreven. Op de gezinskaart staan ze allemaal vermeld – als Vrij Evangelisch, die wijziging valt wel op. De aantekening NH [Nederlands Hervormd] is doorgehaald.

Vader Libbe was toen koopman, zoon Dirk staat vermeld als fabrieksarbeider en Cornelis was boerenknecht.

Een jaar later, 13 mei 1935 werd het hele gezin weer uitgeschreven. En vertrokken ze naar de gemeente Leeuwarden – of toch niet ! Op het laatste moment, met dezelfde pen en in hetzelfde handschrift werd er achter de naam van Cornelis aangetekend dat hij op 21 mei 1935 vertrok naar Tietjerk.

En dan lijkt het wat mij betreft wat onduidelijk te worden. Cornelis verhuist meerdere malen in of rondom Leeuwarden.

Uiteindelijk vertrok Cornelis naar buiten Fryslân. Hij werd een Fries-om-útens en veel van zijn handel en wandel gaat vooralsnog verloren in de nevelen van het verleden.

Bekend is dat hij in 1940 vanwege de Arbeidseinzatz werd ingezet in Duitsland. Daar heeft hij de Poolse Renna ontmoet met wie hij later in het huwelijk trad. Van Renna heb ik nog geen achternaam.

Na de oorlog vertrokken ze naar Nijmegen. Daar heeft Cornelis tussen 1946 en 1971 bij Honig gewerkt. De foto boven deze post is van zijn personeelskaart uit die tijd.

Uiteindelijk keerde Cornelis terug naar zijn geboorteprovincie. Alleen. Zijn [veronderstelde] huwelijk met de Poolse Renna was op een scheiding uitgelopen. Cornelis vestigde zich in Zwaagwesteinde, het latere De Westereen. Daar trok hij in 1976 bij Nienke [Trijntje] van der Meer-Zuidema [1922 – 2006] die op de Bjirken woonde. Via de facebookpagina De Westereen Toen kwam een reactie: “Ik heb nog wel bij hun gewerkt –  schatten van mensen“.

Zelf overleed Cornelis in De Westereen. Op 29 december 2006, vijf maanden na het overlijden van zijn huisgenote.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • allefriezen.nl
  • graftombe.nl
  • Wilma Helsper
  • Geert Hoekstra, Westergeest
  • Renze Petersohn
  • Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1891
  • Grietje Veenstra de Vries
  • Gerda Bosch Vanger

“smeerlap, deugniet”

Leeuwarder Courant, 28 mei 1900

Bijvangst. Want ik kwam dit artikel bij toeval tegen. Maar veel te interessant om verloren te laten gaan. Wie waren deze Harm Visser en Jantje Z.?

Jantje Z.

Jantje Z. lijkt Jantje Jozefs Zwarts te zijn, geboren op 23 oktober 1849 te Driesum en daar ook overleden op 07 februari 1927.

Jantje werd geboren in het gezin van Jozeph Franzes Zwarts en Grietje Pieters van Zuilen. Ze was 26 jaar toen ze op 04 maart 1875 in het huwelijk trad met de 22-jarige “daglooner” Klaas Folkerts Delfstra [1852 – 1929]. Klaas was een zoon van Folkert Klazes Delfstra en Hinke Willems Postma.

Op 13 maart 1883 komt moeder Grietje Pieters van Zuilen op 67-jarige leeftijd te overlijden. In “huizinge nummer één Wijk A” te Westergeest. In de akte staat dat zij gehuwd was “met Jozef Zwart, van beroep vischer”. Een koopakte d.d. 20 juni 1883 lijkt er op te duiden dat vader Jozeph Franzes Zwarts zijn woning toen ook heeft verkocht. Want hij trad op als verkoper van “een huis met erf, gelegen aan de Nieuwe Zwemmer”. Medeverkoper is dan o.a. Klaas Folkerts Delfstra te Driesum. Koper van deze woning is Anne Baukes Visser te Heeg.

Harm Visser

Harm Visser blijkt Harmen Tjallings Visser te zijn, geboren op 10 juli 1819 te Wartena en overleden te Leeuwarden op 06 februari 1915. Harm Visser was ook visser en gehuwd met Reintje Brugts Jellema [1829 – 1916].

Het Bevolkingsregister van Kollumerland [1880 – 1900] geeft uitsluitsel, maar roept ook vragen op. Want in dat register staan ze sinds 6 juli 1883 ingeschreven als woonachtig in Westergeest, Huizing ‘A no 1” – dat lijkt dezelfde woning te zijn als waarin Grietje Pieters van Zuilen stierf.

Harmen Tjallings Visser werd geboren in het gezin van Tjalling Boukes en Grietje Theunis. Was Anne Baukes Visser misschien familie van Harmen en heeft hij de woning in 1883 gekocht voor Harmen Tjallings Visser?


Leeuwarder Courant, 23 juni 1881

Een artikel in de Leeuwarder Courant van 23 juni 1881 roept hele andere vragen op. Want twee jaar voor de verkoop in 1883 brandde de woning van “den ouden vischerman Jozef Zwarts, aan de Langebrug” onder Westergeest af. Met moeite konden “de beide oudjes en hunne dochter” hun leven redden. Wat overbleef van de inboedel was slechts de klok.

Jozef Zwarts was verzekerd – werd zijn woning herbouwd? En werd deze woning twee jaar later verkocht? Was dit “huizinge A 1


Het lijkt er in ieder geval op dat Jantje Zwarts en Harm Visser met elkaar te linken zijn via de woning waar Jantje haar moeder overleed. En die misschien niet door maar voor Harm Visser werd gekocht. Zat daarom de emotie hoog bij Jantje Zwart ?

Het is gissen en zal nooit meer te achterhalen zijn …

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Pieter Loonstra

  • geboren op 02 februari 1912 te Westergeest
  • overleden op 05 mei 1944 te Saigon

Pieter werd geboren in het gezin van arbeider Sipke Wybes Loonstra [1874 – 1942] en Trijntje Bosgraaf [1880 – 1976]. Hij was de zesde in een rij  van twaalf kinderen.

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger [KNIL] “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar [ongehuwd]” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt. En uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange spoorlijn door Thailand en Birma. Onder zeer zware omstandigheden. Vele jonge mannen stierven.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal. In Saigon. Daar kwam hij te overlijden en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân brak een onzekere tijd aan. Want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene genoemd in meerdere dagbladen. Daarin publiceerde het Nederlandse Rode Kruis toen een lange lijst namen:

diverse kranten, januari 1944

Pas in 1946 kregen zij bericht van overlijden van hun zoon!

bronnen: