hystoblog

Home » bijvangst

Categorie archief: bijvangst

Wiebe Damstra

  • Geboren op 23 november 1872 1872 te Wouterswoude
  • Overleden op 24 september 1911 te Driesum

karrijder‘ Wiebe Damstra [collectie Auke Postma].

Auke Postma [Holwerd] stuurde mij deze prachtige foto – met een diep triest verhaal.  Op de foto staat ‘karrijder‘ Wiebe Damstra met zoon Sipke.

Wiebe werd geboren in het gezin van “daglooner” Taeke Wybes Damstra en Geeske Thijmens van der Woude. Hij trouwde in 1899 met de dan 23 jarige Jitske Posthuma, geboren op 31 juli 1875 te Driesum. Samen met haar kreeg hij drie kinderen:

  1. 08-03-1900, Pietje
  2. 30-04-1902, Geeske
  3. 19-09-1907, Sipke

Het lijkt een mooi, harmonieus gezin als ik naar de foto kijk. Verscholen, achter het paard, kijkt moeder Jitske toe hoe hun zoon Sipke op de bok mag zitten. Mogelijk, zo schrijft Auke Postma, op de dag dat Sipke jarig was. Op de dag dat hij vier jaar werd.

Als dat werkelijk zo is, dan is daar bij te bedenken dat Wiebe daarom zijn zoon Sipke op de bok van de wagen meenam. Als trotse vader van zijn jongste kind. En als dat werkelijk zo is, dan wordt ik stil van de wetenschap dat vader Wiebe vijf dagen later kwam te overlijden. Slechts 38 jaar oud.

Moeder Jitske bleef op 36-jarige leeftijd achter met drie kleine kinderen, een zware taak. Zeker in die tijd. Op 07 maart 1918 hertrouwde Jitske met de 43-jarige Driesumer Evert de Vries.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

 

Eeltsje-baes begraven in Westergeest?

'Eeltsje-baes' [collectie Wikipedia]

‘Eeltsje-baes’ [collectie Wikipedia]

Op www.foestrumerarchief.nl is een krantenartikel geplaatst: De beroemdste boeier ooit op de foto. In het water gegleden vanaf de werf van Eeltje Holtrop van der Zee.

Eeltsje-baes‘, zoals Eeltje in de volksmond werd genoemd, werd op 12 september 1823 geboren in het gezin van Sytze Tjeerds van der Zee en Klaaske Eeltjes. Een geslacht van scheepsbouwers dat wordt gezien als de eerste grote Friese boeierbouwers.

grafsteen Eeltje Holtrop van der Zee [collectie graftombe]

grafsteen Eeltje Holtrop van der Zee [collectie graftombe]

In 1848 nam Eeltje de werf van zijn grootvader in IJlst over. Tien jaar later nam hij een bestaande werf over in Joure. ‘Eeltsje-baes’ werd langzaam maar zeker een begrip. Als vakman die in zijn werkbare jaren honderden pramen, snikken, tjalken, sloepen en punters heeft gebouwd.
Op 12 januari 1901 overleed Eeltje. In Joure.

Het artikel “De beroemdste boeier ooit op de foto” sluit af met de opmerking dat er in 1956 [toch] nog een grafsteen geplaatst werd op het graf van Eeltje Holtrop, “vlakbij de toren van de begraafplaats Westergeest”. Maar Eeltje werd begraven in Joure. Op begraafplaats Westermeer werd zijn grafsteen gefotografeerd.

Een “slip of the pen” of een ‘auto-correctie’ bij de tekstverwerking …

Weet u ook wat te vertellen ? Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

bronnen:

onbekende rijkdom

Deze foto is afkomstig van de familie Harm en Gooitske Merkus, maar het is niet bekend waar het is. Wie herkent deze boerderij?


Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Het is een prachtige foto. Fier en trots staat de boer voor zijn Kop-hals-rompboerderij. Misschien staat zijn vrouw er wel naast met een nog fermere houding.

Er kwamen verschillende reacties op de vraag. Via Facebook en via Messenger. Nynke van der Veen wees als eerste op de boerderij van Anco en Karin Starkenburg [Dellenswei, Oudwoude]. Tjisse Peterson vertelde er bij wie er op de foto voor de boerderij staan:

  • Pieter Oostenbrug [1861 – 1928]
  • Antje Oostenbrug – Postma [1862 – 1936]
  • De derde persoon is [nog] onbekend.
bron: GOOGLE earth

bron: GOOGLE earth

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

De boerderij staat ten noorden van de Nieuwe Zwemmer. In een gebied waar volgens een kaart van Halbertsma maar liefst zeven terpen te vinden waren; vijf ten zuiden van de oude Zwemmer en twee ten noorden daarvan. ‘Waren’, want de terpen zijn [deels] afgegraven toen Pieter Oostenbrug deze in eigendom had. En die afgravingen maken het interessant genoeg om daar een ‘post’ over te schrijven.

Want in het najaar van 1901 werd een bijna lugubere vondst gedaan. In één van de terpen werd “een volledig geraamte” gevonden. Vooralsnog heb ik nog niet meer over deze vondst kunnen terugvinden dan enkele vermeldingen in kranten.

Een krantenartikel in mijn boek FOESTRUM verhaalt van het opgraven van “drie ouderwetsche heidensche potten. Twee van dezen waren geheel, de derde was aan stukken, de kleur van de heele potten was, de eene blauw, en de andere zoowat rood met blauw”. Van de vondst werd ook melding gedaan in de Leeuwarder Courant van 15 september 1902. Volgens één van de artikelen werd er een “nieuw eind vaart in de terp gegraven” – mogelijk in een van de vijf zuidelijke terpen.

Al met al een korte up-date n.a.v. een mooie foto. Een boerenechtpaar dat vol in het leven stond [Pieter bekleedde meerdere openbare ambten]. Een echtpaar dat zich liet fotograferen met hun rijkdom achter zich. Maar ook met een rijkdom in de bodem ónder hen …

Kunt u nu? Kunt u nog meer aanvullen? Hebt u meer informatie n.a.v. deze post, wilt u dan reageren? U helpt zo onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen o.a.:

tante voorbíj familie

 

Rechts Griet GORTER - STEENSTRA [foto collectie Jan DEELSTRA]

Rechts Griet GORTER – STEENSTRA [foto collectie Jan DEELSTRA]

Mijn tante Griet. Griet GORTER – STEENSTRA. Zij werd ook door andere families ‘tante Griet’ genoemd. Daar werd lang gedacht dat ze echt familie was. Maar een directe link kon niet gelegd worden. Een sterke [emotionele] band des te meer.

Griet STEENSTRA werd op 2 januari 1906 geboren in het gezin van Jan en Antje STEENSTRA – van der MEER. Zij was hun tweede kind. Maar de eerste dochter. En fysiek ook de oudste. Want haar oudste broer was toen al overleden – slechts enkele maanden oud. Zij was de zuster van mijn grootvader Ybele STEENSTRA.

Griet leerde in Engwierum Marten GORTER [geboren in 1901] kennen. En op 1 juni 1929 trouwden ze. Ze kregen vier kinderen. Maar toen keerde zich het geluk. Twee maanden na de geboorte van hun 4e kind overleed Marten. In Leeuwarden. Op 25 januari 1936. Slechts 34 jaar oud. Griet stond er als alleenstaande, jonge moeder alleen voor. Maar ze kenmerkt zich daarna als een fiere, ferme vrouw. Ze worstelde zich door deze moeilijke jaren heen. Ook toen vier jaar later de Duitsers ons land innamen. Toen het oorlog werd. En Griet zich ontfermde over een onderduiker.

Het verzet in Kollum verborg regelmatig onderduikers. In de kelder van het Oude Rechthuis. En er waren goede contacten met boeren uit de buurt. Wellicht ook met die in Engwierum. Waar onderduikers onderdak vonden. Zo kwam Gerben DEELSTRA [1926 – 1999] bij Griet.  Griet werd daardoor ook buiten haar directe familie ‘tante Griet’.

Een waardige eretitel! Ondanks nare praatjes over een onderlinge relatie.

Gerben kwam uit Alphen a/d Rijn. Zijn ouders Pieter DEELSTRA en Ytje SPOELSTRA waren daar in 1916 naar toe verhuisd. Vanuit Noordoost Fryslân. Tot 1909 had Pieter in Kollum gewoond.

Terug naar Engwierum. Regelmatig was er onraad. En bracht Gerben nachten door in het open veld en slootkanten. Eénmaal ging het bijna mis.  Gerben liep op straat en de Duitsers kwamen hem tegemoet. Hij deed zich toen voor als een verstandelijk gehandicapte. En bleef uit handen van de bezetter.

In 1945 verdween de bezetter. En verdween Gerben ook uit Engwierum. Uiteindelijk verdween hij naar Australië, waar hij overleed. Maar de onderlinge band bleef. Griet was voor altijd tante geworden voorbij haar eigen familie; Griet was ‘tante Griet’ voor de hele familie DEELSTRA.

En nu u – wilt en kunt u helpen deze geschiedenis completer te maken? plaats dan uw a.u.b. reactie op deze post


Bronnen

“wees getrouw”

Jan STEENSTRA [1880 - 1965] [foto eigen collectie]

Jan STEENSTRA [1880 – 1965] [foto eigen collectie]

Oude woorden op een nieuw medium. Woorden van een stamvader. Want dat was hij. Stamvader Jan STEENSTRA. Hij werd op 24 januari 1880 geboren. Als tweede kind van Jan Roelofs STEENSTRA [1852 – 1918] en Wemeltje DIJKSTRA [1852 – 1942].

Op 17 mei 1902 trouwde Jan met Antje van der MEER [1878 – 1943]. Ze kregen zes kinderen. Werden pake en beppe van 23 kleinkinderen. En deze kleinkinderen zijn op hun beurt al weer pake en beppe …

De laatste woorden die hij zijn kleinkinderen nog kon zeggen waren “wees getrouw”. Woorden vanaf zijn sterfbed. Fluisterend gesproken.

Jan groeide op zoals zovele Christelijke pubers. Hij was wel enigszins kerkelijk maar “de warmte van de liefde en de beslistheid van het geloof waren er zeker niet”. Dat veranderde toen Wemeltje en hij in 1904 hun eerste, 5 maanden oude, zoontje Jan verloren. Hij zou later aan zijn andere kinderen hebben gezegd: “Toen de Here dit lam heeft genomen, heeft hij dit schaap van Zijn kudde goed geleerd om op de Here te zien”.

Jan bereikte een hoge ouderdom en bezat een heldere geest. Tot vlak voor zijn overlijden ging hij nog twee keer per zondag naar de kerk. Maar voor Kerst 1965 ging het snel achteruit. Hij was “soms afwezig” en onbereikbaar. Vlak na die kerstdagen overleed hij, 85 jaar oud.

Jan STEENSTRA op latere leeftijd [foto eigen collectie]

Jan STEENSTRA op latere leeftijd [foto eigen collectie]

Zijn lievelingslied was

Vaste rots van mijn behoud

Als de zonde mij benauwd,

Laat mij steunen op Uw trouw;

Laat mij rusten in Uw schauw

Waar het bloed, door U gestort

Mij de bron des levens wordt.

Dát was bij hem waarheid en werkelijkheid. Dát wilde deze stamvader zijn nageslacht meegeven. Met een stem waarin de kracht al ontbrak. In dat fluisterend “wees getrouw”.

En toen stierf hij. Op 27 december 1965.

En nu u – als u meer weet te vertellen over Jan STEENSTRA, schroom dan niet om te reageren op deze ‘post’. Help het verhaal completer te maken.


Bron o.a. preek gehouden tijdens de afscheidsdienst van Jan STEENSTRA.

verborgen romantiek van pake Ybele?

POSTZEGELTAALZorgvuldig bewaard. Met potloodkrassen, dat wel. Maar nooit verzonden. Een prachtige kaart met een gedeeltelijk ingekleurde zwart-witfoto. Daaromheen allemaal afbeeldingen van postzegels. In verschillende standen afgebeeld. Iedere stand drukt een gevoel uit. Een ‘geheime’ boodschap. Overgebracht door de manier waarop de postzegel op een prentbriefkaart werd geplakt.

Het was een nieuwe rage. Eind 19e eeuw overgewaaid uit Duitsland. De postzegeltaal. De manier waarop de postzegel op een prentbriefkaart werd geplakt, betekende een ‘geheime’ boodschap.

Uitgevers van prentbriefkaarten speelden hier op in. Vandaar dat o.a. de briefkaart uit de portefeuille van pake werd uitgegeven.

Er mocht geen boodschap op een ansichtkaart worden geschreven. Daarvoor moest de duurdere briefkaart voor gebruikt worden. Werd er wel een boodschap op een prentbriefkaart geschreven dan moesten er postzegels bij geplakt worden.

Bijgaande kaart kwam tevoorschijn uit een portefeuille van pake Ybele STEENSTRA [1909 – 1989]. Bij o.a. een foto van hemzelf en zijn broer Jan STEENSTRA [1908 – 1990].

Pake Ybele werd geboren op 09  oktober 1909. De postzegels die op de kaart staan afgebeeld zijn tussen 1924 – 1926 uitgegeven. De kaart zelf is “Fabriqué en France”. Waarschijnlijk dus na 1926, toen Ybele 17 jaar was.

Hij kreeg verkering met Janke KEMPENAAR [1911 – 1981]. Wanneer precies weet ik niet. Feit is wel dat zij trouwden op 20 mei 1933.

Tijdens hun huwelijk hebben ze o.a. op ‘Cleyn Buma’ gewoond.

Zal Ybele in de jaren voor zijn huwelijk gebruik hebben gemaakt van verborgen romantische boodschappen? En de prentbriefkaart met afbeeldingen hebben gebruikt als hulp?

En nu u – als u meer weet te vertellen over bijvoorbeeld postzegeltaal, reageer dan. Maak de verhalen en de dorpsgeschiedenis completer.


bronnen

 

 

Het was behelpen

Topografische kaart 1870-1935

Topografische kaart 1870-1935

Op een oude kaart uit 1927 staan ze ingetekend. Ten oosten van It Mounehiem. Ten oosten van de oude hemrikgrens. Aan de kant van Oudwoude.

klik hier voor de woningen ten westen van It Mounehiem

In 2008 zat ik aan tafel bij Jacob Steringa. En Jan Dijkstra. Beiden inwoners van Oudwoude. Van hen kreeg ik informatie over de bewoners.

De eerste woning [kadastraal bekend in gemeente Westergeest Sectie B nommer 1282] werd op 1 december 1913 gekocht door Bokke Klazes Visser [1882 – 1944] en Antje Stoker [1882 – 1976]. De familie Visser is één van de oudste families in Oudwoude.

Bokke overleed op jonge leeftijd op 1 oktober 1944. Hij liet zijn vrouw achter met vier jonge kinderen [Metje, Geale, Wietze en Lolke]. De andere kinderen waren de deur al uit:

  • Klaas was arbeider, woonde in Oudwoude en werd voogd over de jongste kinderen;
  • Jantje was getrouwd met Rinze Bosma. Een arbeider aan de Wâlddyk;
  • Sijberen woonde in Westergeest;
  • Lieuwe was meubelmaker aan de Wâlddyk onder Westergeest.

Bokke bracht de mest met een boot naar het land. Na zijn overlijden hield zijn vrouw het boerenbedrijfje draaiende. Acht koeien om te melken – best een prestatie! Ze was gewend aan hard werken. Ze had gediend op Allemastate.

Op 1 juli 1947 verkocht Antje de woning met land aan Marten Martens Poelman, arbeider te Oudwoude. Marten was getrouwd met Hennie. Marten Poelman verkocht het op zijn beurt op 22 november 1948 aan Gerk Geerts van der Veen, “landarbeider” te Oudwoude.

In de verkoopakte staat: “Een huis met hok erf en tuingrond en een perceel weiland, staande en gelegen onder Oudwoude, kadastraal bekend in gemeente Westergeest Sectie B nommers 1282 en 531 samen groot een hectare zeven aren dertig centiaren. De percelen zijn bevoorrecht en belast met reed en drift als vanouds”.

Op 9 april 1947 werd het andere huis door Sietze Knoop [zonder beroep te Driesum] verkocht. Ook aan Gerk Geerts van der Veen. In deze verkoopakte staat: “Een huis met hok erf, tuingrond en een perceel weiland, staande en gelegen achter Wijgeest onder Oudwoude, kadastraal bekend in gemeente Westergeest, Sectie B. nommers 1283 huis erf en tuingrond groot zeventien are twee en zestig centiare en 951 weiland groot vier en dertig are acht en veertig centiare”.

Sietze Knoop had dit huis in 1906 gekocht. Hij was toen getrouwd met Jitske Groenewoud. Jitske overleed op 9 april 1946. Ze waren kinderloos.

Het lijkt er op dat Gerke en Anne van der Veen zodoende twee woningen op hun naam kregen. Ongeveer 15 jaar lang hebben ze daar gewoon. Toen vond Anne het genoeg. Ze wilde “út’e modder wei“. Want modder was er! Zoveel dat er voorzorgsmaatregelen getroffen moesten worden. De schoenen stonden altijd klaar bij kennissen aan de Swartewei. Om daar klompen of laarzen om te ruilen. Om zo met schone schoenen in de Gereformeerde kerk te Kollum te zitten. Als er bij hun woning een tekort aan regenwater [lees drinkwater] was, werd dat met melkbussen vers aangevoerd.

Kortom, het was er afzien; “it wie d’r behelpen!“.

En nu u als u aanvullende informatie hebt, foto’s of ander illustratiemateriaal. Reageer dan op deze post en help onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Familia encontrada

vlag_nederland_rechtformaat_4Una especie de ‘ fiebre del oro’. Una abrumadora sensación que se apoderó de mí cuando un muchacho argentino dijo ‘me gusta’ en el grupo de Facebook llamado Foestrum. Lo que me llamó la atención fue su nombre: Sergio Woudwyk. El apellido Woudwijk me llamó la atención porque yo ya había publicado un artículo sobre Dirkje Woudwijk.

Con aquel mismo apellido, me parecía tan curioso que me decidí a mirar su perfil de Facebook. ¿Por qué ese total desconocido estaba interesado en Frisia y había dicho ‘me gusta’ en Foestrum?

Lo que alimentó esta ‘fiebre del oro’ era una fotografía de la infancia de mi suegra Barbera Boorsma en su página de Facebook. Fotografías con su nombre entre las imágenes de ese hombre desconocido, a 11.697 kilómetros de distancia.

Boorsma, Barbera [1]Lo que ocurrió

Sergio Woudwyk nació el 28 de noviembre 1969 y en 2003 recibió la Biblia de su abuelo Antonio Woudwyk, fallecido en 1965. En esa Biblia había una foto de Barbera Boorsma y Sergio inmediatamente se decidió a averiguar quién era Barbera Boorsma y qué había sucedido con ella. Él estaba convencido de que estaban emparentados.

Para recopilar empezaré con Pieter Woudwijk [1846] y Berber Visser [1851 -> 1889]. Se casaron el 15 de mayo de 1875. Y juntos tuvieron nueve hijos nacidos en los Países Bajos.

  • 11|11|1878, Johannes [fallecido muy joven]
  • 20|01|1881, Eelkje [fallecido el 14|06|1947 en Junín, Argentina]
  • 16|03|1882, Johanna
  • 05|05|1883, Wytze
  • 29|03|1885, Johannes [fallecido muy joven]
  • 17|08|1886, Johannes [fallecido muy joven]
  • 17|08|1886, Durk [fallecido muy joven]
  • 19|02|1888, Johannes [fallecido a bordo el 23|05|1889]
  • 23|03|1889, Durkje [fallecido a bordo el 25|05|1889]

No conozco las fechas del fallecimiento de muchos de estos niños pero creo que cuatro de estos ellos fallecieron siendo muy jóvenes. Lo deduzco por el hecho que los padres eligieron cuatro veces el nombre de Johannes y porque en el año 1889 emigraron a Argentina con cinco hijos.

woudwijk, Eelkje PietersPero, como ya se ha escrito en la entrada anterior, Johannes y Durkje fallecieron a bordo durante el trayecto y la familia llegó con sólo tres niños a Argentina: Eelkje, Johanna y Wytze.

Tres años después, en Argentina, nació su décimo hijo:

  • 29|12|1892, Dirkje [fallecida el 17|03|1947]

En noviembre del 1889 otros familiares también emigraron a Argentina: Theunis Johannes Wouwijk [1847] y Gretel Kornelis van der Ploeg [1843]. La pareja se casó el 13 de julio 1876 y tuvo dos hijos en común:

  • 14 | 01 | 1877 Kornelis Teunis [fallecido el 18 de septiembre de 1939, Junín]
  • 23 | 04 | 1882 Sytske [Sytske su hermano gemelo o hermana nació muerto]
  • 18 | 04 | 1884 Engbert [posiblemente fallecido muy joven, porque no está en la lista de los emigrados a Argentina? ]

Además otras personas emigraron con esta familia:

  • Trijntje Dijker [1873] una niña del primer matrimonio de Gretel.
  • Douwe [1879], un niño que todavía no he podido ubicar
  • Leentje, la hermana de Theunis.

Leentje se casó en Argentina pero después de la muerte de su marido regresó a los Países Bajos, concretamente a Westergeest, y se volvió a casar con Hart Hoekstra en 1899.

Una vez en Argentina las familias se encontraron y finalmente Kornelis Teunis Woudwijk [1877] en Eelkje Pieters Woudwijk [1881] se casaron. Kornelis se ganaba la vida como granjero y mecánico de maquinaria agrícola. Él no era un hombre analfabeto ya que hablaba siete idiomas: Frisio, Holandés, Francés, Alemán, Esperanto, Castellano-Español y Danés. Nunca olvidó su tierra natal y cantaba regularmente canciones en frisio.

Por cierto, en Argentina Eelkje Pieters Woudwijk se llamaba Nicacia Pedra Woudwyk.

Juntos Kornelis y Eelkje/Nicacia se establecieron en Argentina y tuvieron hijos. Dos de esos hijos eran Antonio Woudwyk [1903 – 1965] y Margarita Woudwyk “brigadiera” en el Ejército de Salvación.

Lo que hasta ahora sé de Antonio es que tuvo una hija [Hilda] y un hijo [Rubén Osvaldo]. Este hijo, Rubén Osvaldo, es el padre de Sergio, de aquella pequeña familia Woudwyk donde todos murieron jóvenes.

Se da la circunstancia que Dirkje Woudwijk era la hermana menor de la bisabuela de Sergio Woudwyk!

Después del fallecimiento de la tía Hilda en el 2003, Sergio encontró la foto de Barbera Boorsma en el vieja Biblia del abuelo Antonio. Ellos son primos entre sí. Según Sergio, la fotografía fue enviada a Argentina en 1944 junto con una invitación para ir a un bautizo en Frisia. Sergio sospecha que la invitación fue enviada por Dirkje Woudwijk a su hermana e hijo Eelkje/Nicacia Woudwyk y Antonio Woudwyk. Barbera Boorsma es de hecho la hija de Dirkje.

Con la aparición de la foto, Sergio empezó la búsqueda de Barbera. Una búsqueda que terminó a 11.697 kilometros de distancia en el groupo de Facebook Foestrum.

Gracias por la traducción de Laura Villanueva

Een trieste gebeurtenis

1897-06-17, Het nieuws van den dag

Het slachtoffer was Sjoerd van Maasen.

Sjoerd [06|01|1856 – 11|07|1897] woonde in Oudwoude. Hij was op 23 mei 1885 getrouwd met Jitske Westra [10|10|1863 – 21|04|1932].

Maassen, Sjoerd van

Een paradijs dat niet bestond.

Ze zocht geluk, ze zocht een paradijs dat niet bestond: Leentje Woudwijk.

Leentje Woudwijk werd op 11 maart 1853 geboren in het gezin van Johannes Theunis Woudwijk en Froukje Engberts Kuipers. Zij trouwde op 29 juni 1882 met Auke Postma en samen kregen ze al snel vier kinderen:

  • 26|04|1883 – Johannes
  • 09|12|1884 – Willem
  • 08|09|1886 – Gertje
  • 28|01|1888 – Theunis

Verdere gegevens over deze kinderen heb ik nog niet kunnen vinden, mede ook vanwege emigratie naar Argentinië. Want Leentje zijn wij al eerder tegengekomen in de post “familie gevonden”. De Braziliaanse regering subsidieerde toen voor de volle 100 % de overtocht naar het nieuwe land [Wet van 3 november 1887].

De namen van de kinderen heb ik niet op de emigratie-overzichten teruggevonden; hoe het hen is vergaan weet ik niet. Wat Willem betreft lijkt het er op dat hij jong is overleden. Want na de emigratie krijgen Leentje en Auke in Argentinië hun vijfde kind met dezelfde naam:

  • 11|04|1891 – Willem, overleden op 19|03|1982

Argentijnse ambtenaren “hielpen” de nieuwkomers door hen te laten tekenen voor arbeidscontracten bij grootgrondbezitters […]. Het arbeidsbureau, het “Oficina de Trabajo” verstrekte gratis treinkaartjes. Landeigenaren gaven voedsel en andere levensbehoeften op krediet en verrekenden dit tijdens de oogsttijd. Nederlandse immigranten tekenden dergelijke kontrakten zonder de kleine Spaanse lettertjes te kunnen lezen. Menigeen werd hierdoor slachtoffer, in het bijzonder wanneer de landeigenaren zich niet aan hun deel van de overeenkomst hielden.

Nederlandse landarbeiders bewerkten in het binnenland het ruwe land aldaar “als slaven”, van zonsopgang tot ondergang onder het regime van nietsontziende voormannen en met ontoereikend voedsel. Vlees, mais en suiker ging nog wel maar melk, kaas, groenten en fruit was beneden peil. De grote lappen vlees en iets dat in de verte wat weg had van scheepsbeschuit maakten geen deel uit van het gangbare Nederlandse menu en dit leidde tot darmstoornissen, in het bijzonder bij de kinderen.

De mensen woonden in armzalige hutten gemaakt van modder tot het moment dat ze een eigen huis konden bouwen. Een kerkleider van de Gereformeerde gemeente in Buenos Aires merkte over de gevolgen op: “Vanwege ziekte, honger en armoede stierf een derde van de kolonisten”. In een bepaalde kerkelijke gemeente overleden ongeveer 100 personen, met name jongelui, binnen enkele maanden na hun aankomst. Deze gemeente claimde dat sommige families slechts overleefden door hun dochters tegen betaling aan te bieden aan de voormannen op de ranches ..” [http://www.erfskipterpdoarpen.nl/histories/Nederlands/Argentinie/RobertPSchwierenga.htm]

1899-12-03, Nieuwsblad van het Noorden [1]Het waren ongetwijfeld ook zware jaren voor Auke en Leentje. Het waren misschien wel de redenen dat Leentje uiteindelijk weer in Kollumerland opduikt, evenals haar jongste zoon Willem die op 15 april 1916 in Kollum trouwde met Riemkje Bouwstra [1884 – 1974].

Toen Leentje te Westergeest haar intrek nam bij Hart Hoekstra, bloeide in eerste instantie de liefde tussen hen op en een huwelijk werd overwogen.

Uit de omstandigheden blijkt dan dat Auke Postma in Argentinië is overleden. Het wachten op de officiële papieren duurde lang – kennelijk te lang voor Hart Hoekstra, die Leentje aan de kant wilde schuiven. Een huwelijk leek er even niet meer in te zitten maar Westergeest kwam voor Leentje op. Hart werd onthaald met ‘ketelmuziek’ en ging overstag; ze maakten de gang naar het gemeentehuis en op 16 december 1899 trouwde Leentje met Hart Hoekstra.

Hart Hoekstra overleed in Westergeest op 9 september 1925. Leentje Woudwijk overleed op 29 september 1943 in Burum, 90 jaar oud.

 

Bronnen: