hystoblog

Home » personen

Categorie archief: personen

Advertenties

Op de valreep

Gerrit Merkus, op 13 januari 1912 in Westergeest geboren, is bijna bij het verlaten van de openbare lagere school in Westergeest nog naar de christelijke school in Triemen gegaan. Wat zou de reden van deze overstap kunnen zijn geweest?


Jan Harms Merkus en Akke Gerrits Lijzinga [collectie Foestrumer Archief]

Jan Harms Merkus en Akke Gerrits Lijzinga [collectie Foestrumer Archief]

Op de valreep. Zo noem ik deze post die ik schreef n.a.v. een vraag via de mail. Omdat Gerrit Merkus op de valreep nog naar de Christelijke school op de Triemen ging.

Gerrit Merkus was de jongere broer van Harmen Merkus. Harmen [1906 – 1977] kennen velen in Westergeest als de vader van Jan Merkus. Harm en Gooitske Dantuma [1912 – 1999]. Veel ‘oud-Westergeastmers’ zullen hen nog als Harms-Goaik kennen. Zij woonden destijds aan de Eelke Meinertswei 22, waar nu Op’e Hichte gevestigd is.

Vader Jan Harmens [30 augustus 1875] was getrouwd met Akke Gerrits Lijzinga [1875 – 1942]. Zij woonden aan de Kalkhúswei. Volgens de gemeentelijke administratie had hij zich opgewerkt van arbeider tot boer. Het gezin was formeel Nederlands Hervormd maar er werd, zoals voor vele kinderen uit Westergeest, gekozen voor de openbare lagere school. En niet voor de Christelijke lagere school die sinds 1885 op de Triemen stond.

Ik weet niet van echte onderlinge onenigheid. Er was wel enige spanning geweest. In het Jaarverslag 1923 van de schoolvereniging werd geschreven dat de onderlinge verhoudingen de laatste jaren niet zo gespannen waren, “waarschijnlijk omdat twee onderwijzers van die school trouwe kerkgangers werden”.

In de notulen van 24 september 1923 werd zelfs geschreven over een actie die gaande was om de openbare lagere school van Westergeest “om te werken” tot een Christelijke lagere school. Niet dat dat een ingeving van het bestuur der vereniging was, maar “in de eerste plaats op de weg van de inwoners van Westergeest” – er was geen bemoeienis van het bestuur.

Algemeen Handelsblad, 27 december 1923

In december 1923 wijdde de gemeenteraad daar een vier uur durende vergadering aan. Het Algemeen Handelsblad schreef daarover een kort redactioneel artikel. En sloot af met de woorden: “Vier leden, waaronder de wethouders, gingen met links mee, zoodat het voorstel om de school niet op te heffen werd aangenomen”.

Per 1 januari 1924, nog geen week na de raadsvergadering, kreeg meester Johannes Westerkamp eervol ontslag, wegens het bereiken van “den pensioensouderdom”. Hij was sinds 1892 “hoofd der school te Westergeest”. Meester werd opgevolgd door J. van Weperen die al op 11 december 1923 was benoemd. Meester van Weperen bleef tot 1930, toen werd hij opgevolgd door meester ter Horst.

Wat er rond die jaarwisseling in het gezin Merkus plaats vond en wat er besproken werd, blijft gissen. Maar het kan zo maar zo zijn dat het Nederlands Hervormde gezin voorstander was van het omzetten van de openbare school naar een Christelijke school.

En dat er na de gemeenteraadsbeslissing in december 1923 voet bij het Christelijke stut werd gehouden. Gerrit Merkus ging naar de Christelijke school op de Triemen.
En dan was het een natuurlijk moment voor verandering.

Op de valreep, dat wel.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Advertenties

Teade ‘núnder’ Steenstra

Teade 'núnder' Steenstra [collectie Foestrumer Archief]

Teade ‘núnder’ Steenstra [collectie Foestrumer Archief]

… en keapmansaerd siet der net yn” schreef Wietske de Boer – Wiersma. Toch heeft Westergeest ondernemende persoonlijkheden gekend. Teade ‘Núnder’ Steenstra was één van hen.

Teade werd te Westergeest geboren op 19 mei 1896. Hij was de tweede zoon van Hermanus Cornelus Steenstra [1857 – 1922] en Trijntje van der Werff [1861 – 1942]. Teade was getrouwd met Egbertje Reitsma [1898 –  1981]. Hij werd Teade ‘Núnder’ genoemd omdat hij in de wijde omgeving van Westergeest/Driesum handelde in schelpen – ‘núnder’ is een Fries woord voor schelp. Hij ontving de schelpen van Age Vanger [en zonen Kees en Jitze] uit Moddergat en leverde deze vervolgens aan o.a. de kalkovens te Gerkesklooster.

Teade was een handige man en ontdekte al snel dat er meer handel zat in het leveren van fijn gemalen schelpen. Zeker ook nadat het fabrieksmatige vermalen van schelpen tot ‘grit’ voor kippenhokken en dergelijke een grotere vlucht nam. Teade kocht toen een Duitse ‘brekker’ in Groningen en liet de smid de machine op persoonlijk gebruik aanpassen. Maar het bleef zwaar werk.

Uiteindelijk kocht Teade een ‘walsbrekker’, maar daar mankeerde altijd wel wat aan. Zeker toen alles een keer was vastgevroren moest hij er een andere motor in kopen. Een financiële tegenvaller, maar het bleek uiteindelijk een goede zet te zijn.
Teade moest ook een oplossing vinden voor het feit dat hij geen stroom had en de benzine schaars werd. Hij kocht een Amerikaanse windmotor maar dat leverde nieuwe problemen op: stond er te weinig wind, dan waren de schelpen maar deels gebroken – stond er te veel wind, dan werden de schelpen té fijn gemalen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het minder met de kippenhouderijen, waardoor Teade ook minder werk kreeg [na de oorlog trok zijn werk wel weer aan waardoor hij tot 1961 in schelpen en grit bleef handelen]. Om toch geld binnen te krijgen pakte hij veel ander werk op.

Teade en Egbertsje woonden bij de Lange Brug over de Nieuwe Zwemmer. Zij stonden voor iedereen klaar en gaven altijd het beste. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog toen door Pieter Smits Joodse onderduikers bij Teade en Egbertsje onderdak vonden. Onderduikers zoals ‘Jopie en Fie’ en later ene ‘Ronny Naarden’. In 1970 uitte Jopie daarvoor zijn dankbaarheid. Teade en Egbertsje kregen vanwege het 25-jarig bevrijdingsfeest een boom op naam in Israël tijdens een boomplantdag van het Joods Nationaal Fonds.

Teade en Egbertje STEENSTRA [Westergeest] werden onderscheiden met de Yad Vashem onderscheiding. Foekje van der Kooi – Brouwers vertelt wat ze dacht toen ze hun namen tegenkwam op het gedenkteken in Jeruzalem [klik hier voor de geluidsopname die werd opgenomen op 12 december 2015].

Teade heeft 43 jaar bij de Lange Brug gewoond. Hij had daar een bordje “Verboden Toegang” aan de muur gehangen omdat de vissers – die speciaal voor het vissen in de Nieuwe Zwemmer met bussen vol uit de provincie Groningen kwamen – in zijn vensterbanken gingen zitten.
Op 19 maart 1990 kwam Teade ‘Núnder’ Steenstra in Veenwouden te overlijden. Negen jaar na zijn vrouw Egbertje Reitsma, die op 8 februari 1981 overleed. Zij lieten drie kinderen na: Hermanus, Hendrikje en Trijntje. Teade werd 93 jaar.

Weet u meer te vertellen over Teade ‘núnder’ Steenstra. Schroom dan niet om contact op te nemen en help onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen:

Trekwei 13 – paard te water

1914, Trekwei 13 - v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

1914, Trekwei 13 – v.l.n.r.: Sake van der Werff, Pieter Sjoerds van der Ploeg, Romkje van der Werff en haar moeder Geertje van de Werff-Bits [collectie Foestrumer Archief].

Negen september 1958. Het is nog vroeg. Zeer vroeg, als zwaar onweer over Westergeest trekt. Maar Sake van der Werff, boer op Trekweg 13, moet toch naar buiten. Zijn zevental koeien loopt ergens onder Oostrum en die moeten gemolken worden. Er is geen tijd te verliezen, want rond zeven uur komt melkrijder Bokke Visser [de Dôlle 5] de melk ophalen. Bokke kwam dan met paard en wagen. Hij had een hekel aan wachten.

Sake van der Werff kwam van Broeksterwoude. Daar werd hij op 10 mei 1900 geboren in het gezin van Pieter en Geertje van der Werff – Bits. Een schipper die luisterde naar zijn vrouw, die op de vaste wal wilde wonen. Daarom had Pieter de boerderij Trekwei 13 gekocht.

De boerderij is bekend als ‘De Kelders’ omdat er grote kelders onder de grote gelagkamer waren. Aan huis hadden ze, zoals in die tijd veel vaker voorkwam, een kroegje. Een trochreed, met B-vergunning. In de muur waren ringen bevestigd waaraan de paarden vastgezet konden worden. Paarden van bezoekers die een versnapering kochten. Geen sterke drank – hoewel, bij “Kelders Geartsje” was wel wat te regelen …

Zodoende kwam Sake dus in Westergeest terecht, [ook] als boer aan de Trekwei en werd hij “Sake fan de Kelders”. Op 25-jarige leeftijd trouwde hij met Dieuke Broersma, geboren op 07 november 1899 te Ee. Ze hadden het goed. Rond de zeven koeien, 4 hokkelingen, een honderdtal kippen en tien varkens voor de slacht. In het spekhok hingen worsten en spek.

Sake had in de wijde omgeving landerijen; van ruilverkaveling was nog geen sprake. Daarom liepen zijn koeien in september 1958 ook niet dicht bij huis. En moest hij rond vier uur ‘s ochtends naar buiten. Om zijn koeien te melken. Met paard en wagen, tijdens donder en bliksem langs de Trekvaart. Waar de wegeigenaar op dat moment witte paaltjes klaar had liggen om in de berm geplaatst te worden.

Het paard kon het werk goed aan. Het was een “dikke, zware Bovenlander”. Een Groninger paard met een sterk karakter: “Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange, sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaargespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met korte platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig“.

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Leeuwader Courant, 10 september 1958

Prachtige eigenschappen. Maar het paard van Sake was bovendien schichtig. En had de gewoonte om bij schrik achteruit te komen. Voor de boer is leiden dan in last, want hij heeft dan geen enkele controle meer over het dier. En deze beide laatste eigenschappen werden noodlottig.

Sake was nog maar net vertrokken. Hij reed ter hoogte van de Lange Brug, toen de bliksem uit de hemel sloeg. De witte paaltjes langs de Trekwei lichtten flitsend op. Het paard schrok en kwam terug. Langs de kant van de Trekvaart. Sake kon zijn vege lijf redden, maar paard en wagen raakten in de Trekvaart. Het paard kwam los van de wagen en kon naar de overkant zwemmen. Maar de benen raakten verstrikt in de leidsels. Het hoofd werd onder water getrokken. Het paard kon het hoofd niet boven water houden en verdronk.

Tijdens een fotoavond in De Tredder vertelde Jappie van der Werff: “Heit kaam te gean wer thús”.
Op 20 februari 1972 overleed Sake, Dieuke overleed op 16 juni 1990. Ze hadden twee kinderen.

Misschien weet u meer te vertellen? Schroom dan niet om dan contact op te nemen. En help op die manier mee onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen

Aaltje D., “de Friesche taalkampioene”

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

bron: Leeuwarder Courant, 5 mei 1936

Aaltje D. Zo staat ze omschreven in de krantenberichten van die tijd. Aaltje D. van Zandbulten. Ze werd op 14 maart 1936 “in ’t bulterige zandland” bekeurd. Ze had geen licht op de fiets. De Rijksveldwachter van Kollumerzwaag die de bekeuring uitschreef zal nog geen idee hebben van wat hij in gang zette.

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

bron: Leeuwarder Courant 24 mei 1935

Was de rijksveldwachter misschien J. Hovinga, die in mei 1935 van Drachten naar Kollumerzwaag was gekomen?

Tijdens de zogenoemde Woudzitting op 29 april van dat jaar moest Aaltje zich in Leeuwarden verantwoorden voor de kantonrechter. Aaltje verzekerde de rechter: “Mar hy barnde wol!” en zo volhardde ze in zowel haar standpunt als ook in haar Fries taalgebruik.
Op de opmerking van de rechter “Je moet hier Nederlands spreken”, antwoordde Aaltje in de trant van “Dat is ús taal net – wy binne Friezen!”. En “Mijnheer kin tinke wat er wol, mar ik liig net”.

Het is mij nog niet echt duidelijk wie deze Aaltje D. was.

Wel kom ik op een andere manier een Aaltje Douma van Zandbulten tegen. Aaltje Douma werd geboren op 4 juli 1914 en overleed op 15 juli 1993. In 1945 kreeg zij met Epke de Roos een dochter. Deze Lykelina de Roos overleed toen ze drie maanden oud was op 21 juli 1945. Epke de Roos werd geboren op 16 juli 1908 en overleed op 10 augustus 1996. Beiden liggen begraven op het kerkhof te Kollumerzwaag.

Omdat Aaltje volhield wilde de rechter de “veldwachter” laten komen en verdaagde hij de zitting naar 7 mei 1936. De verslaggever van de Leeuwarder Courant, die de zitting in de krant van 30 april 1936 beschreef, sloot zijn artikel af met de woorden van Aaltje: “Dei mei elkoar”.

Een week later werd een redactioneel artikel geplaats in enkele kranten onder de titel “De Friesche taalkampioene”. En verscheen een huldebetuiging van een onbekend gebleven Fries.

Uiteindelijk kreeg Aaltje “die hier de fakkel voor ‘ús tael’ zoo glorieus omhoog hield en in de avond van 14 maart heeft gereden met een onverlicht rijwiel” een verstekvonnis van vijf gulden boete of vijf dagen hechtenis opgelegd. Hoger beroep was niet mogelijk.

Weet u ook wat te vertellen over deze gebeurtenis? Weet u wie Aaltje D., “de Friesche taalkampioene” was? Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

“boerderij bij de vaart”

eigen collage van foto’s

Nieuwsgierige foto’s van een “boerderij bij de vaart” die, als we ze goed bekijken, foto’s van Kalkhúswei 32 blijken te zijn. Op bijgaande collage heb ik verschillende overeenkomsten aangegeven.
Zou in het pand Kalkhúswei 32 een boerderij zijn geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage had?

Om die vraag te beantwoorden is het even goed opletten !

  1. Tjibbe Kuipers werd op 03 mei 1912 in het schippersgezin Jille Kuipers en Hiltje Bouma. Hiltje Bouma werd geboren in Westergeest. Ze was een dochter van Tjibbe Bouma en Jantje Zijlstra.
  2. Jille Kuipers werd in Doezum geboren in 1877. Hij kwam op 01 april 1913 te Groningen te overlijden. Zesendertig jaar oud. Mogelijk lag het gezin met hun schip in Groningen?
  3. Op 17 mei 1926 werden Tjibbe Kuipers en zijn moeder Hiltje Bouma [“wed. J. Kuipers”] bijgeschreven op de gezinskaart van Tjibbe Bouma. De vader van Hiltje. De grootvader van Tjibbe. Met z’n drieën woonden ze toen in woning A9. Want beppe Jantje Zijlstra was 15 jaar eerder al overleden. In 1917 in “huizinge wijk A, nummer 9”. In de overlijdensakte van Jantje Zijlstra staat vermeld dat ze gehuwd was met “Tjibbe Bouma, veehouder aldaar”.
  4. Nu is het lastig om “huizingenummers” één op één om te zetten naar het huidige adres. Toch heb ik een aanknopingspunt. In 1880 overleed Yke van der Schaaf “in huizinge nummer 8, wijk A” – qua nummering naast de woning van Tjibbe Bouma. In december van dat jaar verscheen een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin “eene huizinge met hok […] staande en gelegen bij het Kalkhuis onder Westergeest” te koop werd aangeboden. De woning was “bij de weduwe en erven Yke Jeens van der Schaaf in eigen gebruik”.

Al met al is het dus zeker dat er een boerenbedrijf is geweest vóórdat Tjibbe Kuipers er een garage begon.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’, plaats dan onderaan een reactie.

Kalkhúswei 12

Het karakteristieke boerderijtje werd begin jaren ’70 van de vorige eeuw afgebroken toen de Woarven werd aangelegd. De bejaardenwoningen stonden er toen al. De gemeente heeft toen het huis met land gekocht en er vrijstaande woningen op laten bouwen.
Voor zover bekend hebben de volgende families op dit adres gewoond:

  • Rond 1920 / 1930: Ringer en Sietske van der Meulen – Dijkstra.

Antje Jelkes Boonstra [collectie Foestrumer Archief]

Ringer werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra.
Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870. Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf.

Antje Jelkes Boonstra, de moeder van Ringer heeft ook in deze woning gewoond. De woning werd als winkeltje gebruikt maar ook als kroegje – Antje zou daar kastelein zijn geweest. Overigens was het aantal kroegjes groot. Op Foestrumer Archief wordt Minnema geciteeerd: “Zeer groot was het aantal kroegen of kroegjes, soms huis aan huis.”
Antje overleed op de hoge leeftijd van 94 jaar. Op 11 mei 1923.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

  • Rond 1930 – 1946: Johannes en Doutzen Adema – Meijer.

Doutzen Meijer was een Westergeastmer, geboren op 30 september 1871 in het gezin van Kornelis Libbes Meijer en Antje Roozendaal. Op 24-jarige leeftijd trouwde ze als dienstmeid met de evenoude arbeider Johannes Adema. Johannes werd geboren op 17 maart 1872. Opo de trouwakte staat vermeld dat Johannes werd geboren in Augsbuurt.
Ze kregen voor zover ik kan nagaan zeven kinderen; toen moeder Doutzen op 14 november 1930 te Westergeest overleed, was de oudste 32 jaar. De jongste was negentien.

  • Rond 1946 – 1949: fam. Popke Heidema.

meester Popke Heidema [detail uit collectiefoto Foestrumer Archief]

Meester Heidema was van 01 juli 1946 tot 31 juli 1949 onderwijzer aan de Chr. Lagere School te Triemen. Popke Heidema werd geboren op 09 november 1912 te Wanswerd en slaagde in 1931 aan de kweekschool te Dokkum.
Tot 1939 had hij meerdere tijdelijke betrekkingen in het onderwijs en maakte hij een carrier switch. Hij kreeg een vast contract als Agent van Politie te Amsterdam. Tot 1946, toen hij een vast dienstverband kreeg aan de school te Triemen. De secretaris van de schoolvereniging schreef in de notulen: ”Meester Heidema zal wel gedacht hebben: men kan nog zo waakzaam zijn dat de ene volksgenoot de andere niet verontrust, de opvoeding tot goed staatsburger begint bij het kind … “.
Popke Heidema overleed op 18 februari 1989 te Drachten.

  • Van 1949 tot 1950 hebben Ybele en Janke Steenstra – Kempenaar er gewoond.

Ybele [1909 – 1989] was op 20 mei 1933 getrouwd met Janke [1911 – 1981]. In 1950 verhuisden ze naar “Cleyn Buma”, Bumawei 23. Lees meer over pake Ybele en beppe Janke in “Verborgen romantiek van pake Ybele“.

  • 1950 – begin jaren ’70: Ate en Tetje van der Meulen – Nicolai.

Ate en Tetje van der Meulen [collectie Foestrumer Archief]

Op 09 april 1918 werd Ate Dirks van der Meulen geboren. Tetje zag op 23 maart 1915 het eerste levenslicht.
Ate en Tetje waren de laatste bewoners. Ate heeft jarenlang een rol gehad bij de Bescherming Bevolking Westergeest-Triemen.
Ate kwam als bode van de begrafenisvereniging te overlijden op 13 augustus 1985. Hij stierf tijdens zijn ronde langs de dragers om deze te vragen of zij dienst konden doen tijdens de begrafenis van Martje Bosgraaf – de Jong [geboren in 1930]. Martje was getrouwd met Durk Bosgraaf [1917 – 1999] en was een dag eerder, op 12 augustus, overleden.
Tetje overleed op 16 april 2004 in Dronten.

U kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over Kalkhúswei 12 of over de bewoners? Hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’.

Bronnen:

De mysterieuze melkbus

collectie Foestrumer Archief, met eigen accent.

Eelke Meinertswei 19 – Een foto. Getoond tijdens een fotoavond in De Tredder. Het onderwerp was ‘de boeren in Westergeest’. Deze avond de veehouders aan o.a. de Eelke Meinertswei. En toen viel het op. Die ene melkbus. Aan de kant van de weg. Ergens rond 1905 / 1907. Want toen is deze foto gemaakt. Langs de Eelke Meinertswei. Op een plek waar toch geen boerderij stond!? Wel een wagenmakerij – de Âlde Weinmakkerij.

Het is een uitdaging om dit mysterie te ontrafelen. Van wie was deze melkbus. Wie was daar boer? Of ….

bron HisGIS met eigen accent: de pijl wijst richting de Âlde Weinmakkerij.

De eerste stap is een zoektocht op HisGIS. Op de kaarten die daarin staan, wordt de bebouwing in Westergeest weergegeven. Bijgaande foto is een mix. Een mix van een kadastrale kaart uit 1832 plus een topografische kaart uit de jaren 1870-1935. Maar daarop geen bebouwing áchter de Âlde Weinmakkerij.
De zoektocht op HisGIS levert dus niets op.

Volgens Foestrumer Archief zou er mogelijk een Zwaagstra hebben gewoond? Mogelijk geeft dat meer duidelijkheid?

Op het kerkhof van Westergeest kan ik één Zwaagstra vinden. Boukje Zwaagstra [26 december 1875 – 20 mei 1959]. Zij trouwde op 28 mei 1904 met arbeider Klaas Zijlstra [05 maart 1869 – 30 juli 1952]. Haar ouders Durk Zwaagstra en Willemke Postma woonden op Kollumerzwaag, waardoor dit spoor naar de Zwaagstra’s in Westergeest spaak loopt.

1929, Kertiersreed – Het echtpaar links zijn Klaas en Baaije Zijlstra waren 25 jaar getrouwd. De man met sigaar is Klaas Kooistra, gehuwd met Willemke Zijlstra, die zoontje “Lytse Wierd”op schoot heeft. De overigen zijn van links naar rechts:Jitske, Ytsje en Ynskje Zijlstra. De oude baas rechts op de foto is Durk (vader van Baaije, dus de pake van de dames en de oerpake van lytse Wierd). De foto is genomen voor de woning van de familie Zijlstra. Zoon Dirk van Klaas en Baaije [Boukje] wilde niet op de foto [collectie Foestrumer Archief].

Haar man Klaas Zijlstra was een Westergeastmer. Hij werd geboren in het gezin van Dirk Bouwes Zijlstra en Ytje Marks Noordman. Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra blijven ook in Westergeest wonen. Van hen is bekend dat ze wat vee hadden aan de Kertiersreed 5 [later woonden dochter Willemke en haar man Klaas Kooistra daar].
Het was bovendien niet ongebruikelijk dat melkbussen, na het melken, niet mee werden genomen naar huis. Maar dicht bij het vee aan de kant van de weg werd gezet. De melkrijder pikte de melkbus daar op en bracht die vervolgens naar de melkfabriek. In dit geval mogelijk Huisternoord te Oudwoude. Daar werd sinds 1899 melk verwerkt.

Zou het mogelijk zijn dat de mysterieuze melkbus van Klaas en Boukje Zijlstra – Zwaagstra is geweest? Dat Klaas achter de Âlde Weinmakkerij vee had lopen? En daar had gemolken waarna de melkbus daar klaar werd gezet om opgehaald te worden?

Het is slechts gissen. Het mysterie van de melkbus is nog niet écht opgelost.

Maar u kunt meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken! Weet u meer over een familie Zwaagstra in Westergeest te vertellen of hebt u foto’s? Weet u meer over een boerenbedrijf achter de Âlde Weinmakkerij? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

Kastelein Sjoerd van den Berg

Wie weet hier meer van ?
Op de plaats waar nu café Foestrum, Eelke Meinertswei 15 ( vroeger B22?), staat, heeft vroeger waarschijnlijk ook al een café gestaan. De kastelein daarvan was een zekere Sjoerd van den Berg.


Het is een vraag die gesteld wordt in bericht 1660 op Foestrumer Archief. Een vraag om uit te zoeken. Omdat de huisnummering B volgens mij niet binnen de bebouwde kom van Westergeest te vinden is. Ik ga aan de slag met de gegevens uit bericht 1660.

Sjoerd van den Berg werd op 14 oktober 1865 geboren in het gezin van Sytze Wytzes van den Berg en Anskje Sjoerds van der Wal. Het gezin woonde in Veenwouden.

Op 30 april 1888 trad de toen 22 jarige Sjoerd in het huwelijk met de één jaar oudere Jelske Gerbens van der Veen [1864 – 1957] geboren te Bergum. Samen kregen ze drie kinderen:

  • 19-06-1889, Anskje te Hardegarijp
  • 07-09-1893, Antje te Hardegarijp
  • 12-03-1896, Sytze te Bergum.

In de geboorteaktes van de drie kinderen staat vermeld dat vader Sjoerd van den Berg “tolgaarder” was. Maar hij was ook koopman. Tenminste, dat lees ik in een redactioneel artikel van de Leeuwarder Courant d.d. 09 september 1891. Sjoerd van den Berg staat dan voor de rechter vanwege meineed.

Het gezin van Sjoerd van den Berg heeft gewoond op B 22 en was kastelein in de periode 1896 tot 24 mei 1897. Ze zijn toen verhuisd naar Gerkesklooster, Verlaatsterweg 32. Het huis in Gerkesklooster is afgebroken in 1965”. Als ik naar de huisnummering kijk kom ik uit op Zwagerveen. En een aantal advertenties in de Leeuwarder Courant ondersteunen die gedachte.

Uit die advertenties blijkt dat “kastelein” Sjoerd van den Berg een “herberg” te Zwagerveen had.

Zwagerveen behoorde tot 1941 tot het grondgebied van Westergeest, net zoals de Triemen, Zandbulten, Hanenburg, het westelijk gedeelte van Veenklooster, Keatlingwier, Westerburen en Weerdeburen.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Sjoerd van den Berg te vertellen of hebt u foto’s? En over zijn ‘herberg’? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

 

noodlottig ongeval

1934-07-19, Leeuwarder Nieuwsblad

Op 18 juli 1934 schrijft de Leeuwarder Courant over een “doodelijk verkeersongeval” bij de Kalkhúsbrêge. Het artikel zet ons wat op een verkeerd been als er geschreven wordt over een “zesjarig zoontje”. Want uiteindelijk blijkt het om een vijfjarig dochtertje te gaan. Die bevestiging kreeg ik van mijn moeder, Lieske Steenstra – van Assen.

Trekwei 2 [collectie Foestrumer Archief]

Op deze bewuste dag reed Jacob Hansma [1897 – 1980] met paard en wagen bij de Kalkhúsbrêge. Zijn vijf jaar oude dochter Reina zat naast hem op de bok. Het paard schrok van “een hondenwagentje uit Kollum” en sloeg op hol. Reina werd van de bok geslingerd en kwam voor de wielen van de wagen terecht. Ze werd overreden en overleed aan de gevolgen daarvan.

Jacob Hansma werd op 18 november 1897 te Driesum geboren en trouwde op 06 mei 1922 met de 18-jarige Janke Dijkstra. Janke werd op 20 mei 1903 te Westergeest geboren in het gezin van Reinder Dijkstra en Getje Blom. Zij woonden aan de Trekweg 2 waar tot voor kort Aldert en Nynke de Vries woonden.
De woning was destijds [ook] te bereiken was via een klein paadje langs de Trekvaart, voor de “boerderij bij de vaart” langs.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Jacob Hansma te vertellen of hebt u foto’s? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

‘karriders’

Noem Wietske de Boer – Wiersma en menig Westergeastmer weet dan dat het over een vrouw gaat die, veelal in dichtvorm, een schat aan verhalen en anecdotes over hun dorp heeft achtergelaten.

Wietske werd op 19 januari 1894 geboren in het gezin Jabik Wierds Wiersma [1851 – 1936] en Antsje Wibbes Hoekstra [1855 – 1943]. Haar vader was van 1894 tot 1917 de laatste kastelein van ´De Trije Romers´.

Libbe Meijer [collectie Foestrumer Archief]

Wietske stond in haar anecdotes zo nu en dan ook heel kort even stil bij ‘karriders’. Veelal mannen die er op uit waren met de hondenkar. En die bij haar ouders in de herberg langskwamen. Op bijgaande foto Libbe Meijer met zijn hondenkar [de hond liep ónder de kar]. Libbe werd in Westergeest geboren op 01 juli 1864. Hij overleed op 11 december 1944 te Oudwoude.

Veehandelaren zoals David Kloosterman en ‘greate’ Gerke Kamminga kwamen ’s ochtend rond elf uur in ‘De Trije Romers’ voor een “lyts slokje”. Zo’n “lyts slokje” kostte destijds één stuiver.
In het voorjaar kwamen daar de handelaren in kalveren uit Driesum bij. Zij gingen met de hondenkar langs de boeren. Wietske noemt “Germ Uilkes [Dijkstra] soannen, Hedzer en Hindrik Raap”. Ze kwamen even bij elkaar in ‘De Trije Romers’ om vervolgens naar Dokkum te gaan om de gekochte kalveren te verkopen.
Of Pieter Ruwersma en Westra. Zij “sutelen mei in hûnekarre boadskippen út”.

Het was in die tijd heel gewoon dat er handelaren langs de deuren gingen. Niet alleen weduwen en mannen die om de één of andere “krupsje” niet konde werken. Ook Westereenders. Die hadden koopmansbloed! Zo herinnert Wietske zich een jongen met een touw vol knijpers over zijn schouder. Een kind nog. Wietskes’ moeder Antsje vroeg de knaap of er met zijn handel nog wat werd verdiend. Zijn antwoord was klip en klaar: “Jo moatte sa mar tinke, frou; in lytse handel is altyd better dan in grutte lep!”.

Moeder Antsje Wiersma had een groot meelevend vermogen en heeft menig bezoeker aangehoord. En terechtgewezen.
Een Westergeastmer die vanaf de Buitenposter markt nog even ‘De Trije Romers’ binnenkwam vóór hij naar huis liep, werd door haar aangesproken. “Better dronken dan gek, Antsje” was zijn antwoord. Maar moeder Antsje Wiersma liet het daar niet bij en nodigde hem uit aan “de greate tafel” en gaf hem koffie en broodjes. “Ziezo, nu merken ze er daar in Westergeest niets meer van”.

Wietske verwoorde het voorval in één van haar gedichten:

En kaem dr ris in persoan
Dy djip yn it gleske sjoen hie
Krige wl kofje en in flaubyt
Ta hy wer by syn sûp en stút wie

Mar woe er net nei har hearre
Dan wie har koart beskie
– Fan my gjin sterke drank
‘k soe my skamje dat ik ’t die

Heeft u ook ‘karriders’ met een hondenkar gekend? Weet u verhalen of anekdotes over ‘karriders’? Ik hoor het graag voor mijn onderzoek naar ‘karriders’ in noordoost Fryslân.

Meer over de ‘karriders’ op mijn blog over deze “swalkers“.