hystoblog

Home » personen

Categorie archief: personen

Willem en Berta Hoekstra – Niewijk

[collectie Tresoar]

[collectie Tresoar]

Een mooie foto van Willem Hoekstra, die ontspannen op het spatbord van de auto zit. Zijn vrouw Berta Niewijk heeft heel intiem haar hand aan de binnenkant van zijn knie gelegd terwijl dochter Etje, op de fiets zittend, steun zoekt op de bumper van de auto. Willem werd op 02 juni 1906 geboren te Twijzel in het gezin van Gerben Hoekstra en Jantje Komrij.

Johannes Niewijk en Etje van der Veen met hun dochter Bertha en haar man Willem [collectie Jouke Dantuma]

Johannes Niewijk en Etje van der Veen met hun dochter Bertha en haar man Willem [collectie Jouke Dantuma]

Inschattend zal de foto vlak voor de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt. HOEKSTRA – ZWAGERVEEN, staat boven de cabine geschreven. Het kenteken B-9784 werd al op 18 december 1925 op naam gesteld van Gerben Hoekstra. De vader van Willem, schat ik in. De nummerbewijzen» waren gekoppeld aan de persoon. Vandaar dat de in 1929 gebouwde vrachtauto ook dit kenteken kreeg. Een kenteken dat voorkomt op de lijst van autobezitters in 1940, zoals de Duitse bezetters die liet opstellen.

Twee jaar nadat het kenteken op naam werd gezet van zijn vader, trad Willem in het huwelijk met Berta Niewijk. Berta was geboren op 31 januari 1906 in Vorst [Duitsland] maar woonde in Twijzelerheide. Haar moeder Etje van der Veen trad een jaar later, op 28 april 1927, in het huwelijk met Johannes Niewijk. Daarbij werd Etje als hun beider kind erkend.

Vrachtrijder Willem en zijn vrouw Berta kregen, voor zover ik nu weet, twee kinderen.

  • 22-08-1927, Etje te Westergeest
  • 03-03-1931, Gerben te Zwagerveen

Bertha was een nicht van Klaaske Dijkstra-Niewijk». Dochter Etje trouwde met Jan de Boer, zoon van Siebren de Boer en Grietje Hoekstra. Zoon Gerben was garagehouder in Anjum en was getrouwd met Geesje Teertstra, dochter van Jacob Teertstra en Aaltje Sloot.

Willem Hoekstra overleed op 25 februari 1966. Zijn vrouw Berta Niewijk overleed anderhalf jaar later. Op 01 september 1967. Ze liggen begraven te Harlingen.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Want heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’?  Plaats dan a.u.b. onderaan een reactie of stuur een mail».

Bronnen:

architect Eldering

  • Geboren op 11 maart 1854 te Suameer
  • Overleden op 08 januari 1932 te Hoogkerk

Cornelis HermanCornelis Herman Eldering [collectie Eldering genealogie] Eldering [collectie Eldering genealogie]

Cornelis Herman Eldering [collectie Eldering genealogie]

Cornelis Herman Eldering was de oudste zoon van Hermanus Hermanus Eldering [1827 – 1901] en Joukje Kornelis Sikkema [1827] uit Suameer. Van vader Hermanus Eldering weten wij dat hij in 1885 bestek inleverde voor de bouw van de nieuwe Christelijke school Triemen / Westergeest. Hij stond op 9 juli van dat jaar met het verenigingsbestuur op het aangekochte terrein op de Triemen en kreeg opdracht om bestek en tekening te maken, m.u.v. de schoolbanken.

Misschien was zoon Cornelis toen al veel meer betrokken bij het tekenen en is de school al één van zijn eerste ontwerpen. Het was de tijd dat vader Hermanus zijn zoon Cornelis de kneepjes van het architectenvak leerde. En mogelijk zette de schoolbouw een voet tussen de deur want daarna was zoon Cornelis Eldering betrokken bij meerdere bouwactiviteiten in Westergeest e.o.

Zo is Triemen 5, één van de woningen of gebouwen in Westergeest/Triemen van de architecten-hand van Cornelis Herman Eldering. Maar was hij ook betrokken bij:

  • 1895: Afbreken van een Staatschool en bouwen van een Burgerwoning Westergeest, namens de kerkvoogden. Dit lijkt mij het oude schooltje op de hoek Tsjerkepaed / Kalkhúswei.
  • 1905: Afbreken en bouwen van Eelke Meinertswei 13», een Stelpbehuizing te Westergeest namens ds. W. Stoel bewoond door H. de Bruin te Westergeest.
  • 1908: Het bouwen van Eelke Meinertswei 4» voor J. Fokkema Fzn. –  Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916] was boer en landheer, had zitting in de Staten van Friesland en was hoofdbestuurslid geweest van de Christelijk-Historische Unie. Hij was de vader van dr. Fokke Jan Fokkema». Zijn weduwe, Wiepkje Fokkema de Bruin [1858 – 1953], bleef er wonen tot haar overlijden in 1953. Omdat het huis van de weg gescheiden is door een gracht, een theehuisje bezit en verscholen gaat onder een beuk, noemde men deze woning “It Slotsje”.

Op 15 mei 1878 trouwde Cornelis met Jitske Klazes Elzinga. Twaalf jaar later kwam Jitske te overlijden en stond Cornelis als 36-jarige weduwnaar met vier zonen aan haar graf. Hij kon uit dit droevige dal komen en opnieuw in het huwelijk treden. Op 30 april 1892 werd de 33-jarige weduwe Barbertje Zijlstra zijn vrouw.

Eldering, de man die tot in Amsterdam zijn sporen heeft nagelaten, was geen Westergeastmer. Maar wel een man die ook een stempel heeft gedrukt op Westergeest en daarom een plek verdienen in onze dorpshistorie.

Heb jij aanvullingen in welke vorm dan ook bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

bronnen:

  • “De Gebouwde Erfenis”, Bertus Fennema
  • “Groote Dingen” [100 jaar Christelijk onderwijs Triemen/Westergeest]
  • Foestrum»
  • Eldering Genealogie

Johannes was zijn naam

In maart 2021 kreeg ik een mail van Hanneke Hoekstra met een bijzondere toevalligheid. Toen ze mijn ‘post’ “De dienstmeid die ook boerin werd …»las viel haar de geboortedatum van Sieds Kloosterman op. Plus het feit dat Sieds “buiten huwelijk” werd geboren. In Westergeest.

Hanneke zag direct de overeenkomsten met haar directe voorouders: Maaike Johannes van der Schaaf en haar zoon Johannes. Johannes werd ook te Westergeest geboren. Ook buitenechtelijk. Ook op 28 januari 1857. Zijn geboorteakte heeft nummer 14 meegekregen, direct volgend op de geboorteacte van Sieds Kloosterman.


"Johannes en Janke" 65 jaar getrouwd [bron Leeuwarder Koerier]

“Johannes en Janke” 65 jaar getrouwd [bron Leeuwarder Koerier]

 

Twee Westergeastmers. Twee ongehuwde moeders die op dezelfde dag een zoon krijgen. Het werd de aanleiding om uit te zoeken wie Johannes was en werd.

  • Geboren op 28 januari 1857 [’s nachts “ten drie ure”] te Westergeest
  • Overleden op 19 januari 1953 te Driesum.

Zijn moeder, Westergeastmer Maaike Johannes van der Schaaf, werd op 13 juli 1825 geboren in het gezin van Johannes Mients van der Schaaf en Antje Pieters de Boer. Op 32-jarige leeftijd kreeg zijn haar enigste kind Johannes – de vader is voor ons onbekend gebleven. Zeven jaar later verhuisde Maaike met Johannes naar Driesum.

Op 07 september 1865 trad dienstbode en moeder Maaike op 40-jarige leeftijd in het huwelijk met de tien jaar oudere dagloner Dirk Jans Alberda. Zij overleed vlak voor Kerst op 23 december 1910 en is 85 jaar geworden.

Haar zoon Johannes van der Schaaf staat in het Dienstboden Kollumerland, 1880 – 1890 vermeld als dienstbode. Het adres is vrij onduidelijk, maar wat wel duidelijk is dat het een huizinge B is – zeer vermoedelijk dus in het huidige oosten van Kollumerzwaag. Per 02 juli 1880 werd hij uitgeschreven naar Dantumadeel.

En daar lijkt een trend te ontstaan: meerdere keren werd kennelijk verhuist van de ene gemeente naar de andere gemeente. Want het lijkt er op dat hij, toen hij 12 november 1881 trouwde, in Oudwoude woonde. Als 24-jarige arbeider trad hij in het huwelijk met de toen 21-jarige dienstmeid Janke de Jong uit Akkerwoude. In het bevolkingsregister Kollumerland, Oudwoude [1890 – 1900] staat vermeld dat Janke op 21 november 1881 vanuit Dantumadeel bij hem kwam wonen. Is hier sprake van een verschrijving van de ambtenaar?

Hoe dan ook, per 16 mei 1882 worden ze beiden uitgeschreven naar Dantumadeel om per 03 juli 1890 weer in Kollumerland ingeschreven te worden. Met vijf kinderen komen ze in “huizinge A no 85” te wonen:

  1. 07 januari 1882, Maaike
  2. 22 mei 1884, Pieter
  3. 26 augustus 1885, Dirk
  4. 20 juli 1886, Leentje
  5. 06 juli 1888, Jan

Mogelijk werd in dat huis hun dochter Hiltje geboren op 23 november 1890.

Vervolgens staan ze ingeschreven in het Bevolkingsregister Kollumerland, Kollum – 1880 – 1900 in “huizinge A no 202”. Van daar uit vertrok het Nederlands hervormde gezin op 13 juni 1893 weer naar Dantumadeel.

Maar daar wachtte hen het noodlot. Enkele weken na de verhuizing kwam hun dochter Maaike te overlijden. Op de eerste augustus 1893, en stonden ze aan het open graf van hun eerstgeborene.

Toen op 07 januari 1895 nog een dochter werd geboren, kreeg dit meisje weer de naam Maaike. Op 14 januari 1900 werd hun Benjamin geboren, die ze Meindert hebben genoemd.

Jaren later, tijdens hun 65-jarig huwelijksfeest, werden ze door meer dan 250 mensen gefeliciteerd – uiteraard ontbrak de burgemeester daarbij niet. De journalist van de Leeuwarder koerier schrijft een kort artikel bij een foto van “de volksdichter Jacob van der Schaaf en zijn  vrouw Janke, ‘de baakster’”.

Voor vrijwel alle gebeurtenissen in Driesum klom âlde Jacob in de pen en schreef hij een gelegenheidsgedicht. De geschreven gedichten lagen bij Janke in de Bijbel. Janke was baakster en “menigeen uit de Dokkumer Wouden, heeft zijn of haar voorspoedige intrede in dit ondermaanse bestaan te danken aan haar rappe handen”.

Janke de Jong overleed op 12 oktober 1947, 87 jaar oud. Johannes van der Schaaf, de ‘volksdichter‘ van Driesum overleed op 95-jarige leeftijd.

Heb jij aanvullingen in welke vorm dan ook bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

  • Hanneke Hoekstra
  • Leeuwarder Koerier, 13 november 1946
  • allefriezen»
  • Dineke Visser op Facebookpagina Âld Driezum

Dranksmokkel in Westergeest

zoekfotoHet staat daar echt. In het Nieuwsblad van Friesland, 01 november 1935. Het is in dit geval niet zo lastig om de ‘smokkelaar’ te identificeren. Kruidenier Folkert A. kan in mijn beleving alleen maar Folkert Attema zijn. Kruidenier in ons dorp.

Folkert Attema werd geboren op 13 augustus 1888 te Heeg en begon zijn werkzame leven als knecht bij zijn vader, boer Auke Folkerts Attema.

Hij was op 02 mei 1914 getrouwd met boerendochter Lazina Jouwsma, geboren op 29 april 1888 te Winsum. Vanaf zijn huwelijk was hij lid van het Friesch Dagblad.

Samen kregen ze 8 kinderen; twee meisjes en zes jongens – 5 van hen zijn vertrokken naar het buitenland.

Nadat Attema zelf ook boer was geweest, begon hij in mei 1926 te Westergeest een kruidenierszaak. Aan de Bumawei 2.

Westergeastmer ‘jongbazen’ probeerden Attema wel uit de tent te lokken. Zij vingen in de donkere uren spreeuwen bij wat later de Fokkema’s Pleats zou worden. Deze gevangen spreeuwen lieten ze los in de winkel van Attema. Als Attema dan het licht aanknipte moet Leiden in last zijn geweest. Folkert en zijn vrouw hebben met een open winkeldeur, handdoeken in de hand en met moeite de spreeuwen naar buiten kunnen jagen.

Tussen de bedrijven door was de Gereformeerde Attema actief in het kerkelijke en maatschappelijk leven als diaken, ouderling, lid van het schoolbestuur, penningmeester van het Groene Kruis en lid van de Woningcommissie Kollumerland. Maar ook als voorzitter van de AR-kiesraad heeft hij meer dan 20 jaar veel werk verzet. Allemaal “in het belang van de gemeenschap, met liefde”.

Het was de tijd van de verzuiling. De samenleving was op basis van overtuiging in groepen verdeeld. En de Gereformeerde Attema had dus ook Gereformeerde klanten, zoals Jan en Saakje Steringa – Poortinga van Keatlingwier. Tweewekelijks bracht Folkert Attema een bezoek om de boodschap-wensen op te nemen. Maar tussendoor werden de kinderen wel eens om een boodschap naar Westergeest gestuurd, en die hadden dan een heel eigen reden om uit hun Gereformeerde zuil te komen.

Want, wat was het geval.

De Nederlands Hervormde herbergier Folkert Boonstra [1856 – 1942] had met zijn vrouw Johanna Hibma [1859 – 1941] ook een kruidenierszaak. In wat nu Herberg Foestrum is. Folkert Boonstra zal een Nederlands hervormde klantenkring hebben gehad en bracht de boodschappen rond met paard en wagen. Ook bij hem kwamen kinderen wel een tussentijds een boodschapje halen. En Folkert Boonstra had dan de gewoonte om de kinderen op een snoepje te trakteren. Folkert Attema had die gewoonte niet. Verzuilde principes werden daarom door de kinderen aan de kant gezet voor dat snoepje … zal moeder Steringa ooit geweten hebben waar haar tussendoor gekochte boodschappen vandaan kwamen?

zoekfotoEven terug naar Folkert Attema en zijn vrouw Lazina Jouwsma. Vierendertig jaar stonden hij en Lazina achter de toonbank in Westergeest – tot zijn 72e jaar. Toen vetrokken ze rond 1960 naar Dokkum – de Dokkumer familie De Beer trok in de winkel.

Het waren moeilijke jaren, maar ook gezegende jaren” zullen Folkert en Lazina later een journalist vertellen. Het was een periode waar ze jaren later, in Dokkum, met heimwee naar terug keken. Tot hun dood klopte “hun beider hart voor Westergeest. Der is en bliuwt in bân”. Die dood kwam voor Folkert Attema op 11 mei 1984. Zijn vrouw Lazina stierf op 12 april 1990.

Ze liggen begraven in hun geliefde Westergeest.

U kunt meehelpen om onze geschiedenis completer te maken. Want heeft u meer informatie, een aanvulling, een foto of ander materiaal wat past bij deze ‘post’?  Plaats dan a.u.b. onderaan een reactie of stuur een mail».

Bronnen:

Fokje Tsjoenster: “Manlju kinne tsjoene, froulju net”.

150 jaar Gereformeerde Kerk Westergeest, Zwagerveen, Kollumerzwaag“, bladzijde 53.

In onze omgeving zijn ook “mensen, die zich bezighouden met vreemde, bovennatuurlijke zaken”. Ook leden van de kerk waren bang voor kwade machten. In het jubileumboek staat: “‘Fokje Tsjoenster”, de waarzegster aan de Foarwei, had op zondagmiddag evenmin over belangstelling te klagen”.

Dat maakte mij heel nieuwsgierig naar deze Fokje.

Een oproep op Facebook leverde een reactie op. Fokje zou gewoond hebben tegenover wat nu Het Lichtpunt is. Daar stonden toen twee huisjes achter elkaar.

En toen kwam ik terecht op de Nederlandse Verhalenbank. Veel van de door J. J. Jaarsma verzamelde verhalen zijn daar te lezen. Ook verhalen over “âlde Japiks Fokje”, afkomstig van Harkema. Deze “âlde Japiks Fokje” zei altijd dat alleen mannen bovennatuurlijke dingen kunnen doen. Vrouwen niet: “manlje kinne tsjoene, froulju net”. Nee, Fokje ‘tsjoende’ niet, zij kon kaartlezen. Daarmee voorspelde Fokje aan jonge mannen of ze gingen trouwen met hun vriendin, of dat het slechts een scharrel was.

Maar Fokje zag ook zogeheten ‘gezichten’. Een van haar bezoekers vertelde dat zijn zwangere vrouw in het ziekenhuis werd opgenomen en hij naar Fokje ging. Haar boodschap was duidelijk: “Jullie krijgen het kind niet thuis, ik heb ’t vannacht in een wit kistje zien liggen”. En zo gebeurde het ook – het kind kwam in een wit kistje, ook al had de jonge vader daar geen toestemming voor gegeven.

De vertelde gebeurtenissen geven geen doorslag in de zoektocht naar haar identiteit. Maar wat er tussen de regels bijgeschreven staat mogelijk wel; “âlde Japiks Fokje” uit Harkema.

Let op – het onderstaande is nog steeds een aanname op basis van drie overeenkomsten uit bovenstaande inleiding: 1e Op 28 mei 1921 trouwde ene Fokje van der Meer met de Jacob Medemblik. 2e Deze Fokje van der Meer was geboren te Harkema-Opeinde. 3e Samen woonden ze te Kollumerzwaag.

Fokje van der Meer werd geboren op 02 januari 1861 te Harkema-Opeinde en was een dochter van Roel Sytzes van der Meer en Aukje Martens de Vries. Zij is getrouwd geweest met arbeider Jantjen van der Heide [1854]. Die huwelijksvoltrekking vond plaats op 15 juni 1893. Samen kregen ze twee kinderen:

  1. Aukje, 09-03-1894 [Harkema Opeinde]
  2. Luitzen Pieter, 25-10-1889 [Harkema Opeinde]

Fokje was, volgens het bevolkingsregister Nederlands Hervormd terwijl haar eerste man Jantjen Gereformeerd was. Samen zijn ze van mei 1915 – mei 1916 ingeschreven in Burum, register van Kollumerland c.a. 1910 – 1920. Dat kan er op duiden dat Jantjen zich als ‘los arbeider’ bij boeren in dienst was: op 12 mei was het Âlde Maaie. Ze waren nog maar net uit Burum vertrokken, of boerenarbeider Jantjen stierf op 22 juli 1916. Op 62-jarige leeftijd te Leeuwarden maar “wonende Sijbrandahuis, gemeente Dantumadeel”.

Jacob Medemblik was een zoon van Sjouke Harts Medemblik en Jacoba Jacobs Blok. Op 25 juli 1896 trouwde hij met de toen 24-jarige Antje Eelkes Hulsinga uit Bergum. Samen kregen ze drie kinderen, maar stonden ze ook aan het graf van één van hen:

  1. Jacoba, 06-05-1898
  2. Eelke, 25-03-1903

Hun derde kindje werd op 13 maart 1910 levenloos geboren. Volgens de overlijdensakte in “de huizinge nummer 72”. Vader Jacob zelf ging een dag later afmelden», samen met veldwachter Jacob Laverman uit Kollum. Moeder Antje stierf op 24 september 1914. In “de huizinge nummer vijfennegentig” te Kollumerzwaag. Ze liet Jacob achter met twee hele jonge kinderen.

Bijna zeven jaar later traden de dan 60-jarige Fokje van der Meer en de dan 52-jarige Jacob Medemblik in het huwelijk.

In 1923 zien we een merkwaardige gebeurtenis aangetekend op de gezinskaart van Jacob Medemblik en Fokje van der Meer [Kollumerland [1920 – 1937]. De adressering in Kollumerland geeft duidelijk aan ze in het huidige Kollumerzwaag woonden, maar door de voortdurende omnummering» wordt het onduidelijk. Gegeven is dat Fokje per 25 juni 1923  werd uitgeschreven uit Kollumerland. Per 03 september van datzelfde jaar komt ze weer terug en wordt ze weer op de gezinskaart bijgeschreven. Het is onduidelijk wat de reden is geweest.

Op 21 februari 1945 stierf Fokje te Leeuwarden. Ze werd 84 jaar oud.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

de Kalverschetser geschetst

‘Onze’ Pietje 28, geschetst door [als ik het goed lees] W. Hofstra. In 1979. Hofstra was kalverschetser, een soort ambtenaar van de burgerlijke runderstand. Een bijzonder, maar ondertussen verdwenen beroep. De kalverschetser schetste al het rundvee omdat het dier anders gewoon niet bestond voor het Friese Rundvee Syndicaat.

Mogelijk werden al in 1874 de eerste schetsen gemaakt, maar toen in 1933 de landbouwcrisiswet werd aangenomen werd het een verplichting. Elke boer kreeg een quotum toegewezen voor het fokken van kalveren en de kalveren moesten binnen drie dagen verplicht geschetst worden. De schets was er eveneens om ziektes onder controle te houden en werden soms ook wel TBC-bewijzen genoemd. Zo stond op de schets al “G.D.-schets” voorgedrukt: “Gezondheidsdienst voor dieren [in Friesland]”.

In 1940 schreef het Algemeen Handelsblad: Veehouders “mochten, omdat ondeskundige autoriteiten op die wijze de melkproductie dachten te kunnen beperken, slechts een per boerderij vastgesteld aantal kalveren in leven laten, welke bevoorrechte dieren dan in duplo werden geportretteerd door volwassen Nederlanders met den titel en het inkomen van “kalverschetser”. Het resultaat […] is geweest, dat […] de structuur van den veestapel werd bedorven, maar de melkproductie stéég, in plaats van te dalen”.

Zonder de schets mocht het dier niet worden verhandeld of vervoerd. Een veehouder vertelde in 1985: “Ik heb eens een koe naar de markt laten brengen en per ongeluk de verkeerde schets meegegeven. Nog dezelfde dag kreeg ik te horen dat ik de juiste schets moest geven en bovendien kreeg ik een boete van 40 gulden”. Bij verkoop van het rund ging de schets als een paspoort met het dier mee naar de nieuwe eigenaar.

Het schetsen van een kalf was in enkele minuten geklaard en daarmee was met enkele snelle maar nauwkeurige halen het vlekkenpatroon van beide zijden van het kalf vastgelegd. Daarnaast werden ras, naam van het dier, de geboortedatum en meer gegevens om het document vermeld. Zo stond ook het melkbusnummer van de boer zelfs vermeld op de schets. In dit geval melkbusnummer 201.

Sinds 1992 worden de gele oormerken gebruikt.

Foto’s waren destijds te tijdrovend en te duur. Daarnaast moest de fotograaf het dier ook maar goed voor de lens zien te krijgen, want beide kanten van het kalf moest worden afgebeeld.

Bennie Katsma, die van 1974 – 1989 bij Huisternoord werkte, schreef: “Alle (kopie)TBC-bewijzen van onze veehouders hadden wij in een grote, grijze ladekast zitten. Vooral op donderdag was het altijd bijzonder druk i.v.m. met de veemarkt op vrijdag in Leeuwarden”. Naast Hofstra waren er meer kalverschetsers die vanuit de zuivelfabriek Huisternoord letterlijk de boer op gingen. Reitsma [?] schetste ‘onze’ Pietje 26 en Klaas Visser [1932 – 2019] kwam Murdock schetsen.

De wettelijke schetsplicht duurde tot en met 1991 en werd in 1992 vervangen door de gele oormerken.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Of weet je meer over de kalverschetsers van Huisternoord? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • Friesland Post, juli 1985
  • Wikipedia
  • Facebookpagina Foestrum
  • Bennie Katsma
  • Algemeen Handelsblad, 25 juni 1940

20 lentes: Wilhelmina Huisman

  • geboren op 13 april 1890 te Leeuwarden
  • overleden op 22 juli 1910 te Oudwoude [Veenklooster]

Wilhelmina [Minne of Mina] Huisman [collectie Tjisse Peterson]

Een prachtige jonge vrouw van rond de twintig. Mooi en stijlvol gekleed heeft ze zichzelf op de foto laten zetten. Misschien wel omdat haar relatie een vastere vorm kreeg. Een soort verlovingsfoto, dus.

Het is  Wilhelmina Huisman. Geboren op 13 april 1890 te Leeuwarden. Ze was de dochter van Andries Huisman en de Duitse Hermine Johanne Stolle. De niet zo grote, maar brede Andries was huisknecht en voerman/koetsier op Fogelsangh State te Veenklooster. Bij baron Van Heemstra. Ze woonden in de boswachterswoning vlak bij Fogelsangh State, kadastraal gezien in Oudwoude, [volgens mij] “huizinge 151“. Als hij met de koets door door Zwagerveen/Kollumerzaag reed, liep er vaak een koetsbediende naast de koets. Een zogenoemde ‘palfrenier’.

Leeuwarder courant, 05 februari 1898

De in Beetsterzwaag geboren Andries Huisman was 24 jaar toen hij op 08 februari 1873 in het huwelijk trad met de 22-jarige hoogzwangere dienstmeid Hermine Johanne Stolle, geboren in Osternburg [Duitsland]. Mogelijk waren haar ouders daar niet bij aanwezig. In de huwelijksacte staat: “En hebben de comparanten tot dat einde aan ons overlegd […] eenen acte van toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de ouders der bruid, met een tractaat uit het Hoogduitsch”.

Wilhelmina [of Minne, Mina] was hun vierde kind op rij. De eerste vier kinderen werden in Oudwoude geboren.

  1. Aaltje, geboren op 21 maart 1873.
  2. Herman, geboren op 15 januari 1875.
  3. Annie, geboren op 29 maart 1877.
  4. Jouke, geboren op 31 juli 1879.
  5. Wilhelmina, geboren op 13 april 1890.

De man met wie Wilhelmina een relatie had, was sergeant 9e Regiment Infanterie IJtzen Steenstra. Een lange statige jongeman. Beroepsmilitair en daarom staat er in de Akte Militieregisters 1909 achter zijn naam dat hij per 30 december 1908 is “vrijgesteld wegens eigen dienst”.

IJtzen Steenstra, oom van mijn grootvader Ybele Steenstra».

IJtzen was een zoon van Jan Roelofs Steenstra [1852 – 1918] en Wemeltje Dijkstra [1858 – 1942]». Hij werd te Westergeest geboren op 07 oktober 1889 en stierf op 29 december 1967 te Voorburg. Zijn naam staat bijgeschreven in de rouwadvertentie van Wilhelmina – wat volgens mij ook duidt op een vaste relatie.

Ja, rouwadvertentie van Wilhelmina. Want het noodlot sloeg inderdaad snel toe. Nadat de foto was gemaakt kreeg Wilhelmina een longontsteking.  Ze zou nooit meer beter worden en overleed op 22 juli 1910, 20 lentes jong. Te Oudwoude, in “huizinge 151”.

Als IJtzen Steenstra bijna 15 jaar later in het huwelijk treed met de 31-jarige Maria Elisabeth van de Hoek, is hij 1e luitenant Infanterie en woont hij in ’s Gravenhage. Als kapitein werd hem in de jaren ’30 van de vorige eeuw eervol ontslag verleend.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Water bij de melk

De Telegraaf, 07 oktober 1897

De Telegraaf, 07 oktober 1897

Het was landelijk nieuws. Een Westergeastmer had aangelengde melk geleverd aan de zuivelfabriek te Ee. Het blijkt dat de schuldige Adriaantje Kuipers was, getrouwd met Pieter Delfstra.

Adriaantje werd geboren in Buitenpost. Op 27 februari 1843, in het gezin van Kristiaan Lammers en Saakje Romkes Kuipers – Doedema. Zij was 25 jaar toen ze op 14 mei 1868 in het huwelijk trad met de even oude Pieter Delfstra. Een arbeider van Driesum.

Pieter Delfstra was een zoon van Egbert Wiegers en Antje Jans Delfstra – Triemstra. Hij werd geboren op 19 maart 1843.

Het gezin bleef kinderloos.

1977-Eelke Meinertswei 1 [eigen foto]

In 1885 kochten ze de kleine gardenierswoning aan de oever van de net gegraven Nieuwe Zwemmer», vlak bij de Keuningsbrug. Ze betaalden verkoper Polle Jacobs de Haan daar f 497,- voor. Pieter en Adriaantje bleven er wonen tot de dood van Pieter op 21 mei 1904. Afmelders» van zijn overlijden waren de arbeiders Abraham de Vries [53 jaren] en Sipke Bouma [44 jaren]. Adriaantje verkocht de woning een jaar later aan Tjalling Durks Bosgraaf» en zijzelf vertrok naar Kollum. Daar kwam zij op 02 augustus 1911 te overlijden.

Uit de stukken van het bevolkingsregister én uit de overlijdensakte van Pieter Delfstra blijkt dat deze woning destijds “huizinge A61” was. Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd» en werd het uiteindelijk Eelke Meinertswei 1.

Het was in de tijd dat Pieter en Adriaantje hier woonden, dat ze een contract afsloten met de zuivelfabriek van Ee. Tenminste dat zei directeur J v/d Burg in 1897. Een contract dat Pieter melk zou gaan leveren “zooals die van de koe kwam”. Maar in de loop van 1897 werd met behulp van een zogeheten lactometer vastgesteld dat de melk was aangelengd met 30 – 40% water. Een “aanzienlijke vervalsching” die volgens melkrijder E. v/d Wiel niet gedurende het vervoer heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek ging niet over één nacht ijs. Op 05 augustus had brigadier-marechaussee A. van Geel te Dokkum vier flesjes monster getrokken uit de vier melkbussen die aan de weg waren gezet. Deze flesjes werden verzegeld naar de kazerne gebracht. Marechaussee P. Farla had de flesjes meegebracht naar de rechtzitting. De Rechter Commissaris had de vier flesjes ter handgestald aan apotheker H. W. Sonnega en arts W. F. J. Uffelie die vervolgens de melk deskundig hebben onderzocht.

Beklaagde bekende de feiten, zij deed wat spoelwater in de bussen, haar man is onschuldig, zij heeft het gedaan”. De reden was dat de fabriek nooit betaalde wat ze toekwamen. Maar de gevangenisstraf én bekendmaking in de Leeuwarder Courant vond ze “toch wat veel”.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

veldwachter Roorda zeer zwaar gewond

± 1923 – café / smederij Alzerda. Op de voorgrond o.a. v.l.n.r. Wiebe Alzerda, Doris Pilat, Klaas Sikkens, Ype Visser, Trien Alzerda en twee van hun kinderen Griet en Eb.

Het was 7 januari. De eerste woensdag van 1920 in het café van Alzerda te Zwagerveen. Het is onduidelijk wat er die avond al was gebeurd.

Feit is wel dat rijksveldwachter Roorda van Kollumerland aanwezig was. Was de sfeer al verhit?

Feit is ook dat Roorda de 27-jarige Auke Smid, die even naar buiten was gegaan, bij de deur tegenhield. Smid mocht niet meer naar binnen. “Er ontstond eene formeele vechtpartij” en Auke trok zijn mes. De spanning liep op.

Toen Auke Smid uiteindelijk voor de rechter verscheen werden verschillende en erg uiteenlopende verklaringen gegeven over wat er was gebeurd. Zo zou de rijksveldwachter zijn begonnen – er zou [aldus de verdediging] eigenlijk geeist moeten worden “dat veldw. Roorda werd vervolgd wegens mishandeling van Auke”. Maar de Officier van Justitie heeft een hele andere kijk op de gebeurtenissen en acht het optreden van de veldwachter “alleszins verklaarbaar”.

De veldwachter gebruikte zijn sabel. En Auke zijn mes. Het mes trof de Rijksveldwachter “zoo in den buik, dat de ingewanden tevoorschijn kwamen”. Roorda gebruikte zijn sabel en deelde enkele “gevoelige slagen” uit, maar hij moest zich vanwege zijn verwonding terugtrekken.

Het Vaderland – staat en letterkundig nieuwsblad, 09 januari 1920

Roorda kon de woning van T. J. Beerda bereiken. Daar zakte hij in elkaar. Daar werd hij door dokter Tilma van Kollum “in bedenkelijke toestand” doorgestuurd naar Leeuwarden. Omdat zijn darmen op enkele plaatsen doorgesneden waren, moest een gedeelte worden weggenomen. Die operatie slaagde goed, maar het levensgevaar was de week daarna nog niet geweken. Pas op 24 januari kon Roorda het ziekenhuis verlaten.

Smid was in de consternatie gevlucht en daardoor formeel voortvluchting. Hij werd in Duitsland gearresteerd.

Toch kon hij zijn straf niet ontlopen. In september 1920 verschijnt de dan gedetineerde Auke voor de rechter voor “mishandeling van een ambtenaar, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende”. En wordt er recht gesproken:

Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • De Tribune, 10  januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 09 januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 21 september 1920
  • Rolboeken arr. Rechtbanken Leeuwarden, 02 oktober 1920
  • Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920
  • Het Vaderland: staat- en letterkundig Nieuwsblad, 09 januari 1920

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen: