hystoblog

Home » personen

Categorie archief: personen

Fokje Tsjoenster: “Manlju kinne tsjoene, froulju net”.

150 jaar Gereformeerde Kerk Westergeest, Zwagerveen, Kollumerzwaag“, bladzijde 53.

In onze omgeving zijn ook “mensen, die zich bezighouden met vreemde, bovennatuurlijke zaken”. Ook leden van de kerk waren bang voor kwade machten. In het jubileumboek staat: “‘Fokje Tsjoenster”, de waarzegster aan de Foarwei, had op zondagmiddag evenmin over belangstelling te klagen”.

Dat maakte mij heel nieuwsgierig naar deze Fokje.

Een oproep op Facebook leverde een reactie op. Fokje zou gewoond hebben tegenover wat nu Het Lichtpunt is. Daar stonden toen twee huisjes achter elkaar.

En toen kwam ik terecht op de Nederlandse Verhalenbank. Veel van de door J. J. Jaarsma verzamelde verhalen zijn daar te lezen. Ook verhalen over “âlde Japiks Fokje”, afkomstig van Harkema. Deze “âlde Japiks Fokje” zei altijd dat alleen mannen bovennatuurlijke dingen kunnen doen. Vrouwen niet: “manlje kinne tsjoene, froulju net”. Nee, Fokje ‘tsjoende’ niet, zij kon kaartlezen. Daarmee voorspelde Fokje aan jonge mannen of ze gingen trouwen met hun vriendin, of dat het slechts een scharrel was.

Maar Fokje zag ook zogeheten ‘gezichten’. Een van haar bezoekers vertelde dat zijn zwangere vrouw in het ziekenhuis werd opgenomen en hij naar Fokje ging. Haar boodschap was duidelijk: “Jullie krijgen het kind niet thuis, ik heb ’t vannacht in een wit kistje zien liggen”. En zo gebeurde het ook – het kind kwam in een wit kistje, ook al had de jonge vader daar geen toestemming voor gegeven.

De vertelde gebeurtenissen geven geen doorslag in de zoektocht naar haar identiteit. Maar wat er tussen de regels bijgeschreven staat mogelijk wel; “âlde Japiks Fokje” uit Harkema.

Let op – het onderstaande is nog steeds een aanname op basis van drie overeenkomsten uit bovenstaande inleiding: 1e Op 28 mei 1921 trouwde ene Fokje van der Meer met de Jacob Medemblik. 2e Deze Fokje van der Meer was geboren te Harkema-Opeinde. 3e Samen woonden ze te Kollumerzwaag.

Fokje van der Meer werd geboren op 02 januari 1861 te Harkema-Opeinde en was een dochter van Roel Sytzes van der Meer en Aukje Martens de Vries. Zij is getrouwd geweest met arbeider Jantjen van der Heide [1854]. Die huwelijksvoltrekking vond plaats op 15 juni 1893. Samen kregen ze twee kinderen:

  1. Aukje, 09-03-1894 [Harkema Opeinde]
  2. Luitzen Pieter, 25-10-1889 [Harkema Opeinde]

Fokje was, volgens het bevolkingsregister Nederlands Hervormd terwijl haar eerste man Jantjen Gereformeerd was. Samen zijn ze van mei 1915 – mei 1916 ingeschreven in Burum, register van Kollumerland c.a. 1910 – 1920. Dat kan er op duiden dat Jantjen zich als ‘los arbeider’ bij boeren in dienst was: op 12 mei was het Âlde Maaie. Ze waren nog maar net uit Burum vertrokken, of boerenarbeider Jantjen stierf op 22 juli 1916. Op 62-jarige leeftijd te Leeuwarden maar “wonende Sijbrandahuis, gemeente Dantumadeel”.

Jacob Medemblik was een zoon van Sjouke Harts Medemblik en Jacoba Jacobs Blok. Op 25 juli 1896 trouwde hij met de toen 24-jarige Antje Eelkes Hulsinga uit Bergum. Samen kregen ze drie kinderen, maar stonden ze ook aan het graf van één van hen:

  1. Jacoba, 06-05-1898
  2. Eelke, 25-03-1903

Hun derde kindje werd op 13 maart 1910 levenloos geboren. Volgens de overlijdensakte in “de huizinge nummer 72”. Vader Jacob zelf ging een dag later afmelden◥, samen met veldwachter Jacob Laverman uit Kollum. Moeder Antje stierf op 24 september 1914. In “de huizinge nummer vijfennegentig” te Kollumerzwaag. Ze liet Jacob achter met twee hele jonge kinderen.

 

Bijna zeven jaar later traden de dan 60-jarige Fokje van der Meer en de dan 52-jarige Jacob Medemblik in het huwelijk.

In 1923 zien we een merkwaardige gebeurtenis aangetekend op de gezinskaart van Jacob Medemblik en Fokje van der Meer [Kollumerland [1920 – 1937]. De adressering in Kollumerland geeft duidelijk aan ze in het huidige Kollumerzwaag woonden, maar door de voortdurende omnummering◥ wordt het onduidelijk. Gegeven is dat Fokje per 25 juni 1923  werd uitgeschreven uit Kollumerland. Per 03 september van datzelfde jaar komt ze weer terug en wordt ze weer op de gezinskaart bijgeschreven. Het is onduidelijk wat de reden is geweest.

Op 21 februari 1945 stierf Fokje te Leeuwarden. Ze werd 84 jaar oud.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om dit verhaal completer te maken.

Bronnen:

  • 150 jaar Gereformeerde kerk Westergeest, Zwagerveen, Kollumerzwaag
  • Sjoerdtje Postma, Facebookpagina Oud Kollumerzwaag en Veenklooster
  • Nederlandse Verhalenbank
  • http://www.allefriezen.nl

de Kalverschetser geschetst

‘Onze’ Pietje 28, geschetst door [als ik het goed lees] W. Hofstra. In 1979. Hofstra was kalverschetser, een soort ambtenaar van de burgerlijke runderstand. Een bijzonder, maar ondertussen verdwenen beroep. De kalverschetser schetste al het rundvee omdat het dier anders gewoon niet bestond voor het Friese Rundvee Syndicaat.

Mogelijk werden al in 1874 de eerste schetsen gemaakt, maar toen in 1933 de landbouwcrisiswet werd aangenomen werd het een verplichting. Elke boer kreeg een quotum toegewezen voor het fokken van kalveren en de kalveren moesten binnen drie dagen verplicht geschetst worden. De schets was er eveneens om ziektes onder controle te houden en werden soms ook wel TBC-bewijzen genoemd. Zo stond op de schets al “G.D.-schets” voorgedrukt: “Gezondheidsdienst voor dieren [in Friesland]”.

In 1940 schreef het Algemeen Handelsblad: Veehouders “mochten, omdat ondeskundige autoriteiten op die wijze de melkproductie dachten te kunnen beperken, slechts een per boerderij vastgesteld aantal kalveren in leven laten, welke bevoorrechte dieren dan in duplo werden geportretteerd door volwassen Nederlanders met den titel en het inkomen van “kalverschetser”. Het resultaat […] is geweest, dat […] de structuur van den veestapel werd bedorven, maar de melkproductie stéég, in plaats van te dalen”.

Zonder de schets mocht het dier niet worden verhandeld of vervoerd. Een veehouder vertelde in 1985: “Ik heb eens een koe naar de markt laten brengen en per ongeluk de verkeerde schets meegegeven. Nog dezelfde dag kreeg ik te horen dat ik de juiste schets moest geven en bovendien kreeg ik een boete van 40 gulden”. Bij verkoop van het rund ging de schets als een paspoort met het dier mee naar de nieuwe eigenaar.

Het schetsen van een kalf was in enkele minuten geklaard en daarmee was met enkele snelle maar nauwkeurige halen het vlekkenpatroon van beide zijden van het kalf vastgelegd. Daarnaast werden ras, naam van het dier, de geboortedatum en meer gegevens om het document vermeld. Zo stond ook het melkbusnummer van de boer zelfs vermeld op de schets. In dit geval melkbusnummer 201.

Sinds 1992 worden de gele oormerken gebruikt.

Foto’s waren destijds te tijdrovend en te duur. Daarnaast moest de fotograaf het dier ook maar goed voor de lens zien te krijgen, want beide kanten van het kalf moest worden afgebeeld.

Bennie Katsma, die van 1974 – 1989 bij Huisternoord werkte, schreef: “Alle (kopie)TBC-bewijzen van onze veehouders hadden wij in een grote, grijze ladekast zitten. Vooral op donderdag was het altijd bijzonder druk i.v.m. met de veemarkt op vrijdag in Leeuwarden”. Naast Hofstra waren er meer kalverschetsers die vanuit de zuivelfabriek Huisternoord letterlijk de boer op gingen. Reitsma [?] schetste ‘onze’ Pietje 26 en Klaas Visser [1932 – 2019] kwam Murdock schetsen.

De wettelijke schetsplicht duurde tot en met 1991 en werd in 1992 vervangen door de gele oormerken.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Of weet je meer over de kalverschetsers van Huisternoord? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • Friesland Post, juli 1985
  • Wikipedia
  • Facebookpagina Foestrum
  • Bennie Katsma
  • Algemeen Handelsblad, 25 juni 1940

20 lentes: Wilhelmina Huisman

  • geboren op 13 april 1890 te Leeuwarden
  • overleden op 22 juli 1910 te Oudwoude [Veenklooster]

 

Wilhelmina [Minne of Mina] Huisman [collectie Tjisse Peterson]

Een prachtige jonge vrouw van rond de twintig. Mooi en stijlvol gekleed heeft ze zichzelf op de foto laten zetten. Misschien wel omdat haar relatie een vastere vorm kreeg. Een soort verlovingsfoto, dus.

Het is  Wilhelmina Huisman. Geboren op 13 april 1890 te Leeuwarden. Ze was de dochter van Andries Huisman en de Duitse Hermine Johanne Stolle. De niet zo grote, maar brede Andries was huisknecht en voerman/koetsier op Fogelsangh State te Veenklooster. Bij baron Van Heemstra. Ze woonden in de boswachterswoning vlak bij Fogelsangh State, kadastraal gezien in Oudwoude, [volgens mij] “huizinge 151“. Als hij met de koets door door Zwagerveen/Kollumerzaag reed, liep er vaak een koetsbediende naast de koets. Een zogenoemde ‘palfrenier’.

Leeuwarder courant, 05 februari 1898

De in Beetsterzwaag geboren Andries Huisman was 24 jaar toen hij op 08 februari 1873 in het huwelijk trad met de 22-jarige hoogzwangere dienstmeid Hermine Johanne Stolle, geboren in Osternburg [Duitsland]. Mogelijk waren haar ouders daar niet bij aanwezig. In de huwelijksacte staat: “En hebben de comparanten tot dat einde aan ons overlegd […] eenen acte van toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de ouders der bruid, met een tractaat uit het Hoogduitsch”.

Wilhelmina [of Minne, Mina] was hun vierde kind op rij. De eerste vier kinderen werden in Oudwoude geboren.

  1. Aaltje, geboren op 21 maart 1873.
  2. Herman, geboren op 15 januari 1875.
  3. Annie, geboren op 29 maart 1877.
  4. Jouke, geboren op 31 juli 1879.
  5. Wilhelmina, geboren op 13 april 1890.

De man met wie Wilhelmina een relatie had, was sergeant 9e Regiment Infanterie IJtzen Steenstra. Een lange statige jongeman. Beroepsmilitair en daarom staat er in de Akte Militieregisters 1909 achter zijn naam dat hij per 30 december 1908 is “vrijgesteld wegens eigen dienst”.

IJtzen Steenstra, oom van mijn grootvader Ybele Steenstra.

IJtzen was een zoon van Jan Roelofs Steenstra [1852 – 1918] en Wemeltje Dijkstra [1858 – 1942]◥. Hij werd te Westergeest geboren op 07 oktober 1889 en stierf op 29 december 1967 te Voorburg. Zijn naam staat bijgeschreven in de rouwadvertentie van Wilhelmina – wat volgens mij ook duidt op een vaste relatie.

Ja, rouwadvertentie van Wilhelmina. Want het noodlot sloeg inderdaad snel toe. Nadat de foto was gemaakt kreeg Wilhelmina een longontsteking.  Ze zou nooit meer beter worden en overleed op 22 juli 1910, 20 lentes jong. Te Oudwoude, in “huizinge 151”.

Als IJtzen Steenstra bijna 15 jaar later in het huwelijk treed met de 31-jarige Maria Elisabeth van de Hoek, is hij 1e luitenant Infanterie en woont hij in ’s Gravenhage. Als kapitein werd hem in de jaren ’30 van de vorige eeuw eervol ontslag verleend.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Water bij de melk

De Telegraaf, 07 oktober 1897

De Telegraaf, 07 oktober 1897

Het was landelijk nieuws. Een Westergeastmer had aangelengde melk geleverd aan de zuivelfabriek te Ee. Het blijkt dat de schuldige Adriaantje Kuipers was, getrouwd met Pieter Delfstra.

Adriaantje werd geboren in Buitenpost. Op 27 februari 1843, in het gezin van Kristiaan Lammers en Saakje Romkes Kuipers – Doedema. Zij was 25 jaar toen ze op 14 mei 1868 in het huwelijk trad met de even oude Pieter Delfstra. Een arbeider van Driesum.

Pieter Delfstra was een zoon van Egbert Wiegers en Antje Jans Delfstra – Triemstra. Hij werd geboren op 19 maart 1843.

Het gezin bleef kinderloos.

1977-Eelke Meinertswei 1 [eigen foto]

In 1885 kochten ze de kleine gardenierswoning aan de oever van de net gegraven Nieuwe Zwemmer◥, vlak bij de Keuningsbrug. Ze betaalden verkoper Polle Jacobs de Haan daar f 497,- voor. Pieter en Adriaantje bleven er wonen tot de dood van Pieter op 21 mei 1904. Afmelders◥ van zijn overlijden waren de arbeiders Abraham de Vries [53 jaren] en Sipke Bouma [44 jaren]. Adriaantje verkocht de woning een jaar later aan Tjalling Durks Bosgraaf◥ en zijzelf vertrok naar Kollum. Daar kwam zij op 02 augustus 1911 te overlijden.

Uit de stukken van het bevolkingsregister én uit de overlijdensakte van Pieter Delfstra blijkt dat deze woning destijds “huizinge A61” was. Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren daarna werd meerdere keren omgenummerd◥ en werd het uiteindelijk Eelke Meinertswei 1.

Het was in de tijd dat Pieter en Adriaantje hier woonden, dat ze een contract afsloten met de zuivelfabriek van Ee. Tenminste dat zei directeur J v/d Burg in 1897. Een contract dat Pieter melk zou gaan leveren “zooals die van de koe kwam”. Maar in de loop van 1897 werd met behulp van een zogeheten lactometer vastgesteld dat de melk was aangelengd met 30 – 40% water. Een “aanzienlijke vervalsching” die volgens melkrijder E. v/d Wiel niet gedurende het vervoer heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek ging niet over één nacht ijs. Op 05 augustus had brigadier-marechaussee A. van Geel te Dokkum vier flesjes monster getrokken uit de vier melkbussen die aan de weg waren gezet. Deze flesjes werden verzegeld naar de kazerne gebracht. Marechaussee P. Farla had de flesjes meegebracht naar de rechtzitting. De Rechter Commissaris had de vier flesjes ter handgestald aan apotheker H. W. Sonnega en arts W. F. J. Uffelie die vervolgens de melk deskundig hebben onderzocht.

Beklaagde bekende de feiten, zij deed wat spoelwater in de bussen, haar man is onschuldig, zij heeft het gedaan”. De reden was dat de fabriek nooit betaalde wat ze toekwamen. Maar de gevangenisstraf én bekendmaking in de Leeuwarder Courant vond ze “toch wat veel”.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

veldwachter Roorda zeer zwaar gewond

± 1923 – café / smederij Alzerda. Op de voorgrond o.a. v.l.n.r. Wiebe Alzerda, Doris Pilat, Klaas Sikkens, Ype Visser, Trien Alzerda en twee van hun kinderen Griet en Eb.

Het was 7 januari. De eerste woensdag van 1920 in het café van Alzerda te Zwagerveen. Het is onduidelijk wat er die avond al was gebeurd.

Feit is wel dat rijksveldwachter Roorda van Kollumerland aanwezig was. Was de sfeer al verhit?

Feit is ook dat Roorda de 27-jarige Auke Smid, die even naar buiten was gegaan, bij de deur tegenhield. Smid mocht niet meer naar binnen. “Er ontstond eene formeele vechtpartij” en Auke trok zijn mes. De spanning liep op.

Toen Auke Smid uiteindelijk voor de rechter verscheen werden verschillende en erg uiteenlopende verklaringen gegeven over wat er was gebeurd. Zo zou de rijksveldwachter zijn begonnen – er zou [aldus de verdediging] eigenlijk geeist moeten worden “dat veldw. Roorda werd vervolgd wegens mishandeling van Auke”. Maar de Officier van Justitie heeft een hele andere kijk op de gebeurtenissen en acht het optreden van de veldwachter “alleszins verklaarbaar”.

De veldwachter gebruikte zijn sabel. En Auke zijn mes. Het mes trof de Rijksveldwachter “zoo in den buik, dat de ingewanden tevoorschijn kwamen”. Roorda gebruikte zijn sabel en deelde enkele “gevoelige slagen” uit, maar hij moest zich vanwege zijn verwonding terugtrekken.

Het Vaderland – staat en letterkundig nieuwsblad, 09 januari 1920

Roorda kon de woning van T. J. Beerda bereiken. Daar zakte hij in elkaar. Daar werd hij door dokter Tilma van Kollum “in bedenkelijke toestand” doorgestuurd naar Leeuwarden. Omdat zijn darmen op enkele plaatsen doorgesneden waren, moest een gedeelte worden weggenomen. Die operatie slaagde goed, maar het levensgevaar was de week daarna nog niet geweken. Pas op 24 januari kon Roorda het ziekenhuis verlaten.

Smid was in de consternatie gevlucht en daardoor formeel voortvluchting. Hij werd in Duitsland gearresteerd.

Toch kon hij zijn straf niet ontlopen. In september 1920 verschijnt de dan gedetineerde Auke voor de rechter voor “mishandeling van een ambtenaar, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende”. En wordt er recht gesproken:

Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

  • De Tribune, 10  januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 09 januari 1920
  • Nieuwsblad van Friesland, 21 september 1920
  • Rolboeken arr. Rechtbanken Leeuwarden, 02 oktober 1920
  • Leeuwarder Courant, 02 oktober 1920
  • Het Vaderland: staat- en letterkundig Nieuwsblad, 09 januari 1920

“sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”

Leeuwarder Courant, 03 februari 1898

Minne Tjibbes Wagenaar moest in 1898 voor de rechter verschijnen. Voor het beledigen van een ambtenaar. Rijksveldwachter-jachtopziener Rink van der Velde.

Minne Tjibbes Wagenaar.

Minne Wagenaar en IJtje Elzinga [collectie familie Wagenaar]

Minne werd te Zwaagwesteinde geboren. Op 03 oktober 1876 in het gezin van Tjibbe Minnes en Janke Aukes Wagenaar – Wijbenga. Mogelijk had hij tijdens zijn veroordeling al kennis aan de dan 18-jarige IJtje Elzinga, feit is wel dat ze op 13 oktober 1900 in het huwelijk traden.

Een bijzonder huwelijksdag, dat wel. Minne was Nederlands Hervormd. Ook IJtje was zeer vertrouwd met de Bijbel, maar was niet gedoopt. Belijdenis doen in de Afgescheiden gemeente waartoe ze behoorden, was voor haar vader een moeilijke stap. Dus was een huwelijk in de kerk toen lastig te organiseren. Maar Antje Elzinga – van der Wal, de moeder van IJtje, had dominee gevraagd om bij hen thuis te komen.

Na het huwelijk vertrok het jonge paar. “Ze gaan hun nieuwe leven beginnen ver van de vertrouwde omgeving” schrijft Anna Wagenaar later. Minne was een handelsman, wat dat betreft een echte Westereender. Maar hij zocht met zijn kersverse vrouw z’n geluk in Avereest, een streek en voormalig zelfstandige gemeente in het noordoosten van de streek Salland in de Nederlandse provincie Overijssel.

Tweeëntwintig jaar later, in december 1922 kwam Minne te overlijden. In Zwolle. IJtje blijft ook na zijn dood ‘Fries om útens’. Zij kwam te overlijden op 10 september 1956. Ook te Zwolle.

Rink van der Velde

detailopname van bestaande foto waarop Rink van der Velde staat afgebeeld [rode cirkel]. Links staat Jentje van der Land◥ met zijn hondenkar [collectie Oud Kollumerzwaag en Veenklooster].

Rink van der Velde werd te Haulerwijk geboren. Als 23-jarige trouwde hij op 26 mei 1882 “hebbende als comparant aan de Nationale Militie voldaan”. Er was zelfs een schriftelijke toestemming tot het aangaan van dit huwelijk van de Korpscommandant. In de huwelijksakte staat hij als arbeider, als hij trouwt met de 20-jarige dorpsgenote Wietske Blom. Door het huwelijk werd het op 25 september 1881 geboren dochtertje van Wietske door beiden erkend.

Rink overleed te Zwagerveen op 10 mei 1938.

tenslotte

Terug naar 1898. Het is mij nog onduidelijk wat er precies is gebeurd. Maar rijksveldwachter Rink van der Velde zal een reden hebben gehad om de 21-jarige koopman Minne Tjibbes Wagenaar aan te spreken.

Minne pikte dat niet. Hij wierp de veldwachter voor de voeten: “sla er maar in als je durft, aap, smeerlap”. Op zijn beurt pikte de Rijksveldwachter dat weer niet en maakte proces verbaal op voor het beledigen van een ambtenaar. Minne werd “schuldig verklaard aan beleediging van een ambtenaar en veroordeeld tot 5 dagen gevangenisstraf”.

detail Rolboeken arrondissementsrechtbank Leeuwarden, 26 januari 1898

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

Martin d’Ancona

  • geboren op 20 mei 1934 te Amsterdam
  • overleden op 18 april 1949 te Amsterdam

Reinder en Griet Dijkstra

Jopie Veringa. Zo heette Martin toen hij als Joodse jongen ondergedoken zat in Westergeest. Bij Reinders’ Griet Dijkstra. Het werd uiteindelijk een publiek geheim. Want Jopie was besneden. En ’s zomers werd dat tijdens het zwemmen wel duidelijk.

Jopie zat, gescheiden van zijn ouders, ondergedoken. Zijn ouders werden in drie jaar tijd tot wel twintig keer ‘verhuist’. En het zicht op hun zoon Jopie verdween nadat zij Jopie hadden afgestaan aan vrienden. Nou ja, ze ontvingen zo nu en dan bericht dat het hem goed ging, dat wel. Maar of dat voldoende gerust stelde …

Na de bevrijding begon de zoektocht. Van ouders naar kind. Een niet gemakkelijke zoektocht, omdat Martin uiteindelijk Jopie was gaan heten. Een kantoorbediende, die tijdens de oorlog als ‘ontvangststation’ diende, kon zich Jopie herinneren. Vanwege van enkele bijzonderheden toen hij Martin alias Jopie ontmoette.

Het was een eerste aanknopingspunt voor de ouders. Zij werkten op die manier van aanknopingspunt naar aanknopingspunt naar de uiteindelijke verblijfplaats van hun zoon in Westergeest.

Het Friesch Dagblad schrijft: “De pleegmoeder van Jopie bleek een doodarme weduwe te zijn. Ze woonde in een klein huisje vlak bij de vaart. Toen de moeder van Jopie het huis binnenkwam zat het kind pap te eten. Hij keek op, werd lijkbleek en riep: ‘Mem’! Jopie, het ondergedoken Joodsche jongetje uit Amsterdam, sprak Friesch of hij van zijn leven nooit anders had gesproken. De pleegmoeder lachte en huilde tegelijk. Jopie had haar al die jaren de eenzaamheid doen vergeten”.

noot YST: Griet haar man, de Westergeastmer Reinder [geboren op 25 januari 1889] was enkele maanden eerder overleden op 18 augustus 1944.

De journalist van het Friesch Dagblad vervolgt: “Jopie was haar oogappel geworden, een fiksche boerenknaap van elf jaar, die wijdbeensch op zijn klompen stond. Elken ochtend om 7 uur was hij in den winter er op uit gegaan om houtjes te sprokkelen voor Tante. Hij zong in het kerkkoor en hij vocht met de jongens en kende op zijn kinderlijke manier alles van het boerenbedrijf. Het werd een ontroerend half uurtje“.

Maar de tijd van afscheid te nemen brak ook aan. En alle persoonlijke dingetjes werden ingepakt: een paar oude broekjes, een paar oude schoenen, een bijbeltje en een gezangboek. “Jopie beloofde te zullen schrijven aan Tante en Tante liet haar tranen de vrijen loop. […] eenvoudige menschen die dit werk van menschenliefde en heldenmoed hebben verricht. Hun namen hebben nooit in de krant gestaan. […] Maar ze zijn het staal van de natie, onverslijtbaar, onverwoestbaar, hard en onbuigzaam. […]. Laten wij nederig getuigen, dat wij er trotsch op zijn te mogen behooren tot hetzelfde volk als zij“.

Martin d’Ancona vertrok weer naar Amsterdam, maar de band met Westergeest was diep geworteld. Na de oorlog kwam de familie meerdere keren op bezoek bij Reinder en Griet. Met hun plezierjacht gingen ze dan samen een dagje varen. Tot het noodlot toeslaat !

Jopie – of nee, Martin d’Ancona ! had haast toen hij op die maandag in april 1949 naar huis moest. En daarom lette hij misschien niet zo goed op. Zag hij te tram te laat. De tram die hem letterlijk overreed, waardoor hij op zo’n jonge leeftijd kwam te overlijden ..

bronnen:

Pieter Loonstra

  • geboren op 02 februari 1912 te Westergeest
  • overleden op 05 mei 1944 te Saigon

Pieter werd geboren in het gezin van arbeider Sipke Wybes Loonstra [1874 – 1942] en Trijntje Bosgraaf [1880 – 1976]. Hij was de zesde in een rij  van twaalf kinderen.

Toen er door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger [KNIL] “flinke, goed oppassende jongemannen van 18 – 30 jaar [ongehuwd]” werden gevraagd, reageerde Pieter. En hij vertrok in 1938 per boot naar Indië. Daar raakte hij in maart 1942 betrokken bij de oorlog met Japan. Hij werd krijgsgevangen gemaakt. En uiteindelijk ingezet bij de aanleg van de 415 kilometer lange spoorlijn door Thailand en Birma. Onder zeer zware omstandigheden. Vele jonge mannen stierven.

Brigadier Pieter Loonstra werd ziek en overgebracht naar een hospitaal. In Saigon. Daar kwam hij te overlijden en daar werd hij begraven. Later werd hij herbegraven op het Kranji War Cemetery in Singapore.

Voor de familie in Fryslân brak een onzekere tijd aan. Want in 1944 werd de naam van hun zoon als krijgsgevangene genoemd in meerdere dagbladen. Daarin publiceerde het Nederlandse Rode Kruis toen een lange lijst namen:

diverse kranten, januari 1944

Pas in 1946 kregen zij bericht van overlijden van hun zoon!

bronnen:

“Godskes, de hûnekarre”.

Voorbije situaties en omstandigheden “út ús ferline”. Nog te zien op foto’s. Foto’s van karriders, bijvoorbeeld. Ze zijn eigenlijk heel bijzonder. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was het maken van foto’s een dure bezigheid. Voor veel mensen was het poseren in een straatbeeld de enige mogelijkheid om op de foto te komen. Daarom staan er op oude straatfoto’s zo vaak veel mensen op een rijtje afgebeeld. Want alledaagse dingen werden niet vaak op de foto gezet. Alledaagse dingen – zoals de karriders met hun kar en hond.

Libbe Meijer◥, bijvoorbeeld. Van hem een wazige afbeelding. Van de man met een glimmende pet op zijn hoofd. De mouwen van zijn jasje lijken nét iets te kort. Zijn knoestig ogende hand rusten op een hondenkar vol petroleum. Onder de kar is de hond te zien. Zij ‘sútelden’ voor De Automaat.

Libbe werd in 1864 te Westergeest geboren. In 1897 trouwde Libbe met de 27-jarige Trijntje van der Veen, geboren in 1870. Samen kregen ze acht kinderen, waarvan enkele op erg jonge leeftijd al overleden. En ze maakten in hun huis vol tieners ruimte voor twee pleegkinderen.

Op 11 december 1944 overleed Libbe te Oudwoude.

Sikke Fokkes de Haan◥, ook een karrider. Bloeddoorlopen, tranende ogen kenmerkten de man die ook met de hondenkar petroleum verkocht.  Met voor de kar een “gemuilkorfde krachtpatser”. Sikke was ook in dienst van de petroleummaatschappij De Automaat.

Sikke kwam uit Surhuizum. Daar was hij in 1872 geboren. Zijn band met Westergeest loopt via Zandbulten, waar hij in 1950 overleed. Antje Veenstra, de vrouw met wie hij in 1897 trouwde, kwam van Drogeham. Met haar kreeg hij negen kinderen van wie de laatste twee volgens de geboorteakte in Westergeest zijn geboren.

Als Sikke in 1934 zijn 25-jarig jubileum viert als venter bij De Automaat, komen velen hem en zijn vrouw gelukwensen. “De man was nooit wegens ziekte verhinderd geweest z’n taak te verrichten” schreef de redacteur destijds in de krant.

Pietje Klimstra◥ [1881 – 1985] reed als vrouw ook met de hondenkar. Haar band met ons dorp loopt via haar man. De Westergeastmer Douwe Zijlstra, met wie zij in 1905 trouwde. Twee kinderen werden hen gegeven, tot Douwe al in 1913 overleed.

Pietje hertrouwde. Met de 19 jaar oudere Sikke Dijkstra. En met hem kreeg zij nog twee kinderen. Sikke was precies in zijn doen en laten, Pietje was ‘fleurich en de rûge kant it neist”. Het lijkt een bijzonder huwelijk te zijn geweest waarbij Pietje vaak van huis was en bakkerswaren uitventte.

Op haar grafsteen staat geschreven “Haar leven was dienen”.

Geert Postma◥. In de wijde omgeving bekend als “Geart hûnekarre”. Of “Geart Hûntsje”. Of “Geart Woartel”. Of als “Geart Baaske”. Hij werd op 26 juli 1880 geboren in het gezin van Wiebe Postma en Tjitske Postma. In Westergeest. Zijn datum van overlijden heb ik nog niet kunnen achterhalen. Op 29 mei 1915 trouwde de 35-jarige Geert Postma met de 42-jarige Antje Bosgraaf [1873 – 1962].

Geert Postma kwam iedere zomer met zijn hondenkar langs de deuren. In de omliggende dorpen, want ook in Buitenpost kende men hem. Hij ventte groenten, waaronder ook rabarber uit eigen tuin. En als de hond niet gehoorzaamde. En niet deed wat Geert wilde, dan beet Geert de hond in het oor. “Heel Zandbulten kon dan de hond horen”.

Als hem werd gevraagd of hij kinderen had, antwoordde hij: “Nee vrouw, jo moatte sa mar rekkenje, Doe ‘k noch bakke koe hie’k gjin oven en doe’k in oven hie koe ik net meer bakke”. Maar die opmerking werd misschien wel gebruikt om zijn verdriet te verbergen. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen; hun enige kind werd op 22 maart 1916 levenloos geboren.

Douwe Posthuma◥, de karrider uit Wouterswoude. Zijn moeder, Sepkje Posthuma, was ongehuwd waardoor hij de achternaam van zijn moeder kreeg. In 1917, toen hij 24 jaar was trouwde hij met de twee jaar jongere Durkje of Dirkje van der Meulen. Een meisje uit Westergeest, geboren op 23 november 1895.

Douwe Posthuma was een vrij algemene naam in de omgeving en het was daarom niet ongebruikelijk dat Douwe een bijnaam had. Douwe ‘mûs’. Een bijnaam, geen scheldnaam!

Een bijnaam om mensen met dezelfde namen uit elkaar te kunnen houden. En wat Douwe betreft altijd met prikkelende humor. Als hij Teake ‘jut’ Raap zag werken op de ‘bouwikkers’ riep hij Teake toe: “Juttet it nog wat, Teake?”, waarop Teake reageerde: “It giet wol aardig Douwe – ik mûsje mar wat troch!”. Of zijn ontmoeting met Piet ‘verver’ Smits: “Wol it wat wetterlakje, Piet?”. Ook Piet reageerde met een kwinkslag: “Tink d’r mar om dat dyn sturt net tusken de speaken fan it tsjel komt!”.

Deze laatste anekdote stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Douwe ventte met zijn fiets. Daarvoor reed hij met een hondenkar. Met een grote zwarte hond ervoor. Een gevaarlijk dier “en omtrint like sterk as in kedde”.

Oebele Vries reageerde: Piet Smits fan Driezum, mei as bynamme; Pietje waterlak. Dan litte dy wurden “Wol it wat wetterlakje, Piet?” neat mear te rieden oer! In hiel bysûnder man, dy’t ik aardich goed kend ha.

Jarig Klazes Vries◥ werd geboren in Westergeest. In 1846. Toen de arbeider Jarig Klazes de Vries 25 jaar was, trouwde hij op 11 mei 1871 met de 25-jarige Jeltje Everts de Vries [geboren op 04 maart 1848]. Wat ik tot nu toe heb gevonden is dat ze samen vijf kinderen kregen. En een foto waarbij Jarig met zijn hondenkar staat afgebeeld.

Simon de Vries◥ [1882 – 1952] spande zijn hond áchter de wagen. Hij had een garage in Buitenpost en getrouwd was in 1906 met Feikje Harders. In 1907 zou hij in Westergeest wonen.

Ze krijgen volgens mij vijf kinderen. Dat blijkt uit de rouwadvertentie die het gezin op 21 september 1943 plaatste in de Friesche Courant omdat hun zoon Sytze op jonge leeftijd kwam te overlijden – nota bene op zijn eigen verjaardag en kennelijk na een zwaar ziekbed. Zoon Sytze was monteur.

 

Het zijn een aantal karriders die op de één of andere manier een band met ons dorp hebben.

Ik ben op zoek naar veel meer namen, anekdotes, herinneringen en verhalen van karriders, ‘strúnend’ door de noordoosthoek van Fryslân. Om vast te leggen. Als een eerbetoon, een ode aan de ‘strúnders’ en ‘swalkers’ uit dit deel van onze provincie.

Kent u nog karriders of verhalen? Hebt u misschien nog foto’s van karriders? Ik wil daar graag meer over horen.

bron: eigen blog Hondenkarren◥

Wiebe Veenstra verongelukt

15 januari 1918, Nieuwsblad van Friesland [Hepkema’s courant]

Het is een kort berichtje. Geen namen in het artikel, maar het drama is er niet minder om.
In een zoektocht naar mogelijke slachtoffers kom ik uit bij de 63-jarige arbeider Wiebe Veenstra. Het lijkt er op dat hij de man is die overleed aan de gevolgen.

Wiebe [of Wybe] werd op 15 augustus 1854 te Driesum geboren. In het gezin van landbouwer Wessel Wybes Veenstra en Doetje Sytses de Boer. Hij was 22 jaar toen hij in op 17 mei 1877 het huwelijk trad met de 20-jarige Westergeastmer Janke Ritskes Kiersma. Een dochter van koopman Ritske Jans Kiersma en Grietje Jans Toekstra.

Voor zover ik kan nagaan kregen zij 10 kinderen:
1. Doetje, 20-03-1878
2. Grietje, 01-01-1880
3. Trijntje, 23-05-1882
4. Wessel, 19-01-1885, overleden op 2-jarige leeftijd op 11-01-1887
5. Wessel, 12-02-1887
6. Ritske, 19-10-1889, overleden op 26-03-1891, 17 maanden jong
7. Ritske, 15-10-1891
8. Jan, 04-01-1894
9. Aaltje, 08-07-1896
10. Jan, 24-03-1900

Wiebe overleed op 12 januari 1910. In Westergeest.

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen: