hystoblog

Home » vraag en antwoord

Categorie archief: vraag en antwoord

Advertenties

Eelke Meinertswei 16

± 1924 – in het midden Eelke Meinertswei 16 [collectie Foestrumer Archief]

Met een vraag van Froukje Agema start de zoektocht naar de geschiedenis van deze woning. Zij was eigenaar/bewoner van deze woning en is in het bezit van koopaktes. En die koopaktes zijn bij deze zoektocht van geweldige waarde.


Over de woning Eelke Meinertswei 16 schrijft drs. Karstkarel [1]De vrij donkere rode metselsteen geeft aan dat het pand van omstreeks 1870 dateert[2].

Maar de vraag is hoe juist die inschatting exact is. Er zijn mij een paar foto’s bekend van voor 1930 waarop de woning Eelke Meinertswei 16 staat afgebeeld. De oudste foto daarvan zou rond 1924 zijn gemaakt en is hierboven afgebeeld.

Bote Fokkes Eskes

1832 [HISGIS]

Op de kadasterkaarten van 1832 staat nog geen woning ingetekend op deze locatie. De eigenaar van de grond is dan Bote Fokkes Eskes [1755 – 1844]. De kadastrale aanduiding is B822. En die aanduiding is van belang om te weten – maar daarover straks meer.

Bote leefde in de tijd van de Franse overheersing. De tijd dat de burgerlijke stand werd opgezet en een familienaam formeel moest worden geregistreerd – de familie gebruikte overigens al langere tijd de familienaam Eskes. Duidelijk is ook dat vóór de formele registratie namen veel vaker dan daarna niet éénduidig werden geschreven of vermeld.  Zodoende is Bote Fokkes Eskes ook op schrift bekend als Bote Folkerts Eskes, geboren in 1775.

De onduidelijkheid over zijn juiste tweede naam ontstond al bij zijn vader: Folkert of Focke Hylkes Eskes.

Bote F. Eskes was op 21 juli 1805  in Drogeham getrouwd met Gezina Geertruida Groenman [1782 – 1859], een dochter van dominee Hendrikus Groenman, Groningen. De huwelijksplechtigheid was groots van opzet. “Zij werden door een aantal rijtuigen van Drogeham naar Kollum ingehaald, waarna er vele bruiloftsfeesten plaats hadden. Zij werden op den trouwdag door den preikant van Kollum, Ds. J. P. B. Riedel in de kerk getrouwd, terwijl zij zich nederzetteden onder een gehemelte door 4 Jonge lieden aangebracht, waarin geschenken van zilver hingen. Daarna werden zij naar hun huis geleid, waar voor de deur eene poort was aangebragt met groen en vlaggen versierd, waarin een chassignet was gehangen, voorstellende twee harten, die door koorden, vastgehouden door twee duiven, werden zaamgetrokken. Een schoon bruiloft besloot deze feesten”.

Opregte Haarlemse Courant, 21 september 1844

In 1811 was Bote één van de meest vermogende mensen in Fryslân [3].

Bote en Gezina kregen drie kinderen:

  1. Martjen Botes Eskes [1807 – 1873]
  2. Hendrikus Botes Eskes [1813 – 1894]
  3. Petronella Maria Eskes [1820 – 1885]

Bote was [ook] assessor van de grietenij Kollumerland.

Om duiding te geven aan die rol, is het goed om te weten dat een grietenij het bestuursgebied van een grietman was. Grietman betekent letterlijk “hij die daagt”, van het Oudfries ‘greta’ [dagvaarden, aanklagen]. De Grietman koos/benoemde vier assessoren, uit elk kwartier van de gemeente één. Assessoren werden ook wel ‘bysitter’ of ‘mederechter’ genoemd.

In 1851 werd de benaming ‘grietenij’ vervangen door ‘gemeente’. De ‘grietman’ werd ‘burgemeester’. En de assessor werd wethouder.

Een vermogende en vooraanstaande familie, dus. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij ook in Westergeest bekend waren O.a. vanwege het  feit dat zij de eigenaar zijn geweest van wat nu de FOKKEMA’S PLEATS is. Deze boerderij kwam volgens mij al in 1700 in de familie, toen Bote Rinses, de schoonvader van Bote F. Eskes, deze kocht.

Maar goed, terug naar wat nu Eelke Meinertswei 16 is.

Deze grond bleef in de familie tot in 1879, zo’n 35 jaar na het overlijden van Bote F. Eskes. Zijn bijna zestig jarige dochter “Vrouwe Petronella Maria Eskes echtgenoote van den Weled Heer Daniël Hermannus Andreae te Kollum” is dan “verkoopersche” van een “plek tuingrond te Westergeest, Sectie B no 822 [enz]”. Koper is Fokke Tjibbes Fokkema.

Hier zien we de kadastrale aanduiding B822 weer terugkomen – als onbebouwde grond.

Fokke Tjibbes Fokkema

Toen Fokke Tjibbes Fokkema het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1879 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

 Fokke Tjibbes Fokkema [1818 – 1891] was een leeftijdsgenoot van “Vrouwe Petronella Maria Eskes”. Hij trouwde in 1846 met Maaike Jans Minnema [1817 – 1878].

Eén van zijn zusters was Baukje Tjibbes Fokkema [1825] die was getrouwd met Andries Keuning, bewoner van Cleyn Buma [Bumawei 23] en naar wie de Keuningsbrêge over de Nieuwe Zwemmer is genoemd.

Eén van de kinderen van Fokke T. Fokkema en Maaike J. Minnema was Jan Fokkes Fokkema [1852 – 1916]. Het lijkt er op dat deze Jan F. Fokkema in 1901 de FOKKEMA’S PLEATS kocht van Petronella Maria Eskes en Daniël Hermannus Andreae.

Op 11 september 1901 verklaarde Jan Fokkes Fokkema, landbouwer wonende te Westergeest “verkocht te hebben en te zullen leveren aan Renger Geerts van der Meulen, timmerman, wonende te Westergeest” […] “de onroerende goederen kadastraal bekend Gemeente Westergeest Sectie B nummers 1285 huis en erf […], 1286 […] en 1287 bouwland […]”.

Op het kadastrale kaartje 1887 is dit het rood omlijnde gebied.

We zien hier een hele andere kadastrale nummering opduiken en om die te kunnen duiden zoeken we recentere kadastrale kaarten op. We vinden deze nieuwe kadastrale aanduiding op een kaart uit 1887 [4].

Het blijkt, en dat is interessant, dat perceel B822 [kadastrale aanduiding in 1832] in 1887 is opgesplitst in drie kadastraal nieuwe percelen grond. In de tussenliggende jaren is de woning op B1285 [Harmen van Teijenswei 1, op het kadastrale kaartje 1887 met een blauwe pijl aangeduid] kennelijk wel gebouwd, mogelijk de reden voor de nieuwe kadastrale nummering ?

Renger Geerts van der Meulen

Toen Renger of Ringer van der Meulen het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1901 kocht, was het dus nog niet bebouwd.

Renger werd geboren op 17 september 1860. In het gezin van Geert en Antje van der Meulen – Boonstra. Op 27 april 1912 trouwde hij op 51-jarige leeftijd met de 42-jarige naaister Sietske [of Sijtske] Dijkstra. Sietske of Sytske was ook een Westergeastmer en werd geboren op 25 februari 1870.

Ringer was timmerman. Zonder een eigen bedrijf. En het lijkt er op dat Sietske handwerkonderwijzeres was aan de openbare lagere school in Westergeest.

Na het overlijden van Ringer, op 11 mei 1931, trouwde Sietske rond 1935 opnieuw. Met Ulbe de Vries die op 28 oktober 1878 te Sijbrandahuis werd geboren. Ulbe kwam op 67-jarige leeftijd te overlijden. Hij was op 14 april 1946 per fiets onderweg naar de kerk in Zwagerveen, werd onwel en viel van de fiets. Hij overleed ter plaatse.

Sietske Dijkstra overleed op 17 oktober 1960 en had in haar testament “benoemd tot enige erfgename van haar nalatenschap de Hervormde Gemeente te Westergeest”. In het rubriekje “40 jaar geleden[5] staat dat haar eigendommen bestaan uit “woningen en landerijen”.

Rudmer Kloosterman

Toen Rudmer Kloosterman het huidige perceel Eelke Meinertswei 16 in 1961 kocht, was het bebouwd.

Op 2 februari 1961 verklaren Burgemeester en Wethouders van de gemeente Kollumerland c.a. dat het “huis met hokken, bergplaats, erf en grond […] kadastraal bekend, gemeente Westergeest, Sectie B nummer 1716, groot 8.10 aren met uitzondering van ongeveer 60 centiaren, thans nummer 2028 groot 7 aren 48 centiaren geen land is in de zin van de Wet op de vervreemding landbouwgronden”.

Kennelijk was een dergelijke verklaring nodig toen de Hervormde Gemeente de woning verkocht aan koopman Rudmer Kloosterman [geboren 08-06-1898], wonende te Westergeest. In woning Eelke Meinertswei 16 – Rudmer kocht de woning waar hij al jaren in woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerkklok door de Duitse bezetter uit de kerktoren gehaald mee meegenomen. In 1949 werd een nieuwe klok geplaatst, nadat daarvoor in het dorp geld was ingezameld. De intekenlijst is bewaard gebleven en de route van de ‘collectant’ is daaruit af te leiden.

eigen foto

Het blijkt dat R. Kloosterman ook op die lijst staat vermeld. Tussen namen die toen rondom Eelke Meinertswei 16 woonden. Lieske Steenstra – van Assen, geboren in 1937 te Westergeest, weet niet anders dan dat Rudmer Kloosterman in Eelke Meinertswei woonde.

Eind 1979 verkoopt notaris Fokkema de woning Eelke Meinertswei 16 op verzoek van de familie Rudmer Kloosterman. In café de Jager, aan de overkant van de straat. Het werd omschreven als “op gunstige stand staande woonhuis met schuur, 3 houten hokken en open grond […] kadastraal bekend gemeente Westergeest, sectie B, nummer 2028, groot 7.48 are”.

tenslotte

  • De rij eigenaren is aan de hand van de aktes goed op een rij te zetten.
  • Het blijkt ook dat de woning ergens tussen 1901 en ± 1945 gebouwd zal zijn.
  • En het lijkt zeer aannemelijk dat de eigenaar van de grond, timmerman Renger of Ringer van der Meulen, de woning heeft gebouwd.
  • [Maar] Renger of Ringer van der Meulen overleed op 11 mei 1931, 70 jaar oud.
  • Op foestrumerarchief.nl staat dat Renger en Sietske van der Meulen rond de jaren ‘20/’30 van de vorige eeuw in woning Kalkhúswei 10 woonden.
  • Volgens open bronnen [6] zou Eelke Meinertswei 16 gebouwd zijn in 1935 [maar de betrouwbaarheid van een bouwjaar uit deze enige bron trek ik nog wat in twijfel [7]].

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

Bronnen:

 

  • [1] Drs. Peter Karstkarel, kunsthistoricus, gespecialiseerd in de Nederlandse bouwkunst.
  • [2] BOUWKUNST IN KOLLUMERLAND, drs. Peter Karstkarel, 1984, Stichting Oud Kollumerland.
  • [3] Genealogysk Jierboekje 1990, Reid van der Ley
  • [4] Tresoar, kaartnummer 16532a, Westergeest Sectie B4
  • [5] Kollumer Courant 20 november 2000
  • [6] http://www.planviewer.nl
  • [7] Woning Bumawei 21 zou bijvoorbeeld gebouwd zijn in 1995, maar bestaat al veel langer. Daarnaast zijn er meerdere foto’s bekend van de jaren ’20 van de vorige eeuw.
Advertenties

Sierk Jacobs van der Veen

Wat is bekend over Sierk Jacobs van der Veen [1787 – 1838] ?


Een korte vraag. Met een paar aanknopingspunten.

Het is op 11 mei 1787 nog vóór de officiële aanname van een familienaam rond 1811, dat in Westergeest bij Jacob Sierks en Antje Andries een zoon werd geboren: Sierk.
Nog geen familienaam dus, maar als tweede naam die van zijn vader: Sierk Jacobs.

Op 15 mei 1812 trad Sierk Jacobs op als 25-jarige in het huwelijk met de 23-jarige Trijntje Jans. Trijntje Jans in een dochter van Jan Binnes van Oudwoude. Trijntje Jans was geboren op 12 oktober 1788. In Oudwoude. Haar vader is bekend geworden vanwege het Kollumer Oproer.
Enkele maanden daarvoor hadden ze ook een familienaam gekregen. Sierk Jacobs van der Veen en Trijntje Jans Wadman.

Vader Jacob Sierks had de familienaam “van der Veen” aangenomen. Het zou zo maar zo kunnen zijn dat hij voor die naam koos omdat hij te Zwagerveen woonde. Ik kwam ergens de opmerking tegen: “wonende op het Veen te Westergeest”. Jacob Sierks stierf als weduwnaar op 04 januari 1829, in “huizinge 17”. Dit ‘huizinge-nummer’ is even goed om te onthouden!

Sierk Jacobs en Trijntje Jans kregen zes kinderen:

  • Antje, 24-02-1813
  • Jacob, 27-09-1815
  • Jan, 30-03-1818
  • Sytse, 03-02-1822
  • Jitske, 24-07-1826
  • Binne, 21-07-1830

De oudste dochter werd geboren in de toenmalige gemeente Oudwoude. Het lijkt er op dat het jonge gezin dus niet ‘onder de klokslag’ van Westergeest woonde. Uit notariële aktes blijkt dat Sierk Jacobs [en zijn gezin] in 1820 wel in Westergeest woonden. Hij koopt in de jaren daarna grasland of greidland, bouwland en woningen. Waar het gezin toen exact woonde weet ik [nog] niet.

Een gegeven is dat landbouwer Sierk Jacobs kwam te overlijden op 27 mei 1838, ’s morgens om vijf uur. Hij was toen 51 jaar. Hij stierf in “huizinge 17”.
Het lijkt er dus op dat het gezin uiteindelijk is gaan wonen in het ouderlijk huis van Sierk Jacobs te [naar mijn mening] Zwagerveen.

Zijn weduwe Trijntje Jans bleef daar wonen. Als boerin. Tot zij op 03 mei 1848 kwam te overlijden. Ook in “huizinge 17“.

mogelijke lokatie "Huizinge 17"

mogelijke lokatie “Huizinge 17”

Heb jij foto’s of aanvullingen in tekst bij deze post? Reageer dan en help mee om onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen:

 

Harmen van Teijens

Our great-great-great grandfather was Teije van Teijens, the onderwijzer in Augsbuurt from 1818 until 1880, and the street “vanTeijenswei” is apparently named after his father, Harmen van Teijens, who was the “Dorpwachter” te Westergeest from 1796-1859. We are particularly interested to know if any of their school buildings are still standing, as well as the houses where Harmen died in 1872 (“house no. 265 in Westergeest”).


Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.
En dat maakt de vraag spannend. Spannend, omdat het heel lastig is om de gebruikte, oude huisnummering te vertalen naar een hedendaags adres. 

Tije Durks en Sjeuke Abels op De Triemen kregen op 8 april 1777 een zoon die zij Harmen noemden – Harmen Teijes.
Rond 1796, toen Harmen Teijes 19 jaar, was volgde hij zijn broer op als onderwijzer aan de winterschool te Westergeest. Die stond aan het Tsjerkepaad, een prachtig voetgangerspad langs de noordkant van het kerkhof [rode stippellijn op bovenstaande kaarten].

Hij woonde daar al met zijn broer in het schoolhuis. En door zich te laten dopen in de Nederlands Hervormde kerk kon hij daar vrij blijven wonen: het onderwijs was destijds verbonden aan de kerkelijke gemeente. Tot de onderwijswet van 1857 daar een einde aan maakte.

Toen de school verhuisde naar de Eelke Meinertswei, kocht de kerkvoogdij de school en schoolwoning weer terug. De school werd afgebroken – onbekend wanneer precies.

Tot ongeveer 1825 was de school een ‘winterschool’. Er werd alleen ’s winters les gegeven omdat de schoolkinderen in de zomerperiode moesten meehelpen in land- en tuinbouw. In 1843 werd er een nieuw schoolhuis gebouwd aan het Tsjerkepaad – deze woning staat daar nog steeds [blauwe driehoek].

Op 26 november 1797 trouwde Harmen te Westergeest met de oudere Tietje Jeens Postma, geboren in 1768. Samen kregen zij 7 kinderen:

1. 07-07-1798, Teije Harmens
2. 18-04-1800, Jeen Harmens [overleden op 27 februari 1880]
3. 01-02-1802, Zwaantje Harmens [overleden op 16 mei 1887]
4. 27-01-1804, Akke Harmens
5. 02-02-1807, Dirk Harmens [overleden op 11 mei 1879]
6. 29-01-1811, Baukjen Harmens
7. 31-07-1815, Romkje [overleden op 06 mei 1896]

In 1811 namen zijn broer, zus en hij zelf met gezin de familienaam Van Teijens aan.

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Om rond te kunnen komen nam hij ook andere werkzaamheden op zich, zoals ontvanger van diverse belastingen in Westergeest en dorpsrechter. In 1810 vervielen dit soort bijbaantjes door de Franse overheersing. Gelukkig kreeg hij van de nieuw benoemde Maire Willem Hendrik van Heemstra de nieuwe rol als veldwachter [dorpwachter] te Westergeest, Oudwoude en Kollumerzwaag aangeboden, náást zijn functie als onderwijzer !

In 1832 staat schoolmeester Harmen Teijens van Teijens vermeld bij de woning die in het rode vierkant is weergegeven: Kalhúswei 6. Deze woning wordt op dit moment afgebroken. Dit huis werd rond 1810 gebouwd met stenen die vrij waren gekomen bij het inkorten van de kerktoren.

Op 2 juli 1846 stierf zijn vrouw na een huwelijk van bijna 49 jaar. In huis 99. Ik heb nog geen idee welke woning dit is geweest.
Zes jaar later ontving Harmen de zilveren medaille van de Maatschappij tot ‘t nut van het Algemeen voor zijn langdurige en trouwe werk als onderwijzer.

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Op 18 januari 1856 werd in de Leeuwarder Courant een advertentie geplaatst: er werd een huis verkocht door de eigenaar Harke Gerbens Hoekstra. De kinderen van Harmen reageren en op 26 januari 1856 werd de provisionele en finale toewijzing middels een notariele akte opgesteld door notaris Daniël Hermannus Andreae. Voor ƒ 1046 werden Dirk, Jeen, Swaantje en Romkje eigenaar van de woning.
Zij bleven daar wellicht tot hun dood wonen en in hun overlijdensakte staat als adres ‘huizinge A 45’.

Het is dus lastig om de exacte locatie van deze gekochte woning te achterhalen. Maar ik dénk [de zoektocht is nog niet helemaal klaar] aan de rood omcirkelde boerderij op de hoek Bumawei – Harmen van Teijenswei. Dat doe ik, uitgaande van het kadastrale nummer in de verkoopadvertentie [sectie B, 853].

In zijn levensverhaal schrijft Harmen van Teijens in 1852: “[…] uit welk echt zeven kinderen zijn geboren, die allen nog in leven zijn en in wier middelen hij op zijn ouden dag een sterke steun vindt en oprechte genoegens smaakt” . Ik lees daarin dat er een zeer hechte gezinsband is geweest en dat vader op handen werd gedragen.

Is het dan raar om dan te denken dat vader Harmen bij zijn niet-getrouwde kinderen inwoonde in huis A45?

Per 1 januari 1859 kreeg Harmen van Teijens na een dienstverband van ruim 62 jaar, eervol ontslag. Hij kreeg ƒ 194 pensioen en leefde daarna nog ettelijke jaren in Westergeest.

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Op 25 november 1863 stelde burgemeester van Kollumerland c.a. bijgaande advertentie op. Sollicitanten “ter vervulling van de betrekking van Hoofdonderwijzer, in de Openbare Lagere School te Westergeest” werden opgeroepen te reageren. “Aan deze betrekking is verbonden eene vaste jaarwedde van vierhonderd gulden, benevens vrije Woning en Tuin”.
Door die laatste opmerking kunnen we volgens mij uitsluiten dat Harmen van Teijens zijn laatste levensjaren in het schoolhuis [blauwe driehoek] doorbracht.

Harmen van Teijens overleed in Westergeest op 8 november 1872, 95 jaar oud. Hij overleed in huisnummer 265 – misschien is dit het ‘oude’ nummer voor huis A 45?

Weet u ook wat te vertellen ? Of hebt u foto’s. Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

bronnen:

Kastelein Sjoerd van den Berg

Wie weet hier meer van ?
Op de plaats waar nu café Foestrum, Eelke Meinertswei 15 ( vroeger B22?), staat, heeft vroeger waarschijnlijk ook al een café gestaan. De kastelein daarvan was een zekere Sjoerd van den Berg.


Het is een vraag die gesteld wordt in bericht 1660 op Foestrumer Archief. Een vraag om uit te zoeken. Omdat de huisnummering B volgens mij niet binnen de bebouwde kom van Westergeest te vinden is. Ik ga aan de slag met de gegevens uit bericht 1660.

Sjoerd van den Berg werd op 14 oktober 1865 geboren in het gezin van Sytze Wytzes van den Berg en Anskje Sjoerds van der Wal. Het gezin woonde in Veenwouden.

Op 30 april 1888 trad de toen 22 jarige Sjoerd in het huwelijk met de één jaar oudere Jelske Gerbens van der Veen [1864 – 1957] geboren te Bergum. Samen kregen ze drie kinderen:

  • 19-06-1889, Anskje te Hardegarijp
  • 07-09-1893, Antje te Hardegarijp
  • 12-03-1896, Sytze te Bergum.

In de geboorteaktes van de drie kinderen staat vermeld dat vader Sjoerd van den Berg “tolgaarder” was. Maar hij was ook koopman. Tenminste, dat lees ik in een redactioneel artikel van de Leeuwarder Courant d.d. 09 september 1891. Sjoerd van den Berg staat dan voor de rechter vanwege meineed.

Het gezin van Sjoerd van den Berg heeft gewoond op B 22 en was kastelein in de periode 1896 tot 24 mei 1897. Ze zijn toen verhuisd naar Gerkesklooster, Verlaatsterweg 32. Het huis in Gerkesklooster is afgebroken in 1965”. Als ik naar de huisnummering kijk kom ik uit op Zwagerveen. En een aantal advertenties in de Leeuwarder Courant ondersteunen die gedachte.

Uit die advertenties blijkt dat “kastelein” Sjoerd van den Berg een “herberg” te Zwagerveen had.

Zwagerveen behoorde tot 1941 tot het grondgebied van Westergeest, net zoals de Triemen, Zandbulten, Hanenburg, het westelijk gedeelte van Veenklooster, Keatlingwier, Westerburen en Weerdeburen.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Sjoerd van den Berg te vertellen of hebt u foto’s? En over zijn ‘herberg’? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

 

boerderij Landlust

Jan Harm Witzenburg was mijn grootvader. Ik ben op zoek naar een foto van de boerderij waar hij met zijn gezin [inclusief mijn moeder Fintje Witzenburg] heeft gewoond [de vraag kwam binnen als reactie bij de ‘post’ “2 foto’s“].


Landlust [foto Landlust uit de collectie van Erik Dijkstra, rode pijl geeft de foto-richting aan, vanaf de Weardebuorsterwei in noordelijke richting]

Landlust. Of, zoals het eerder heette, Veldzicht. De boerderij werd in 1863 gebouwd door Akke Pieters Teernstra [overleden 18|03|1867], de moeder van de in 1889 verdronken Jakob Jakobs Dijkstra. Akke was getrouwd met ook een Jacob Jacobs Dijkstra, geboren te Munnekezijl in 1789 en is in 1859 in Westergeest begraven. Hij ligt daar nog steeds met zijn vrouw, twee zoons, schoondochter en twee kleinkinderen.

Leeuwarder Courant, 24-09-1895

In de Leeuwarder Courant van 24 september 1895 staat een advertentie. Vanwege een “Belangrijke Verkooping […] van de uitmuntende GREIDPLAATS, ‘Landlust’, aan den wouddijk en Grindweg onder Westergeest”. Volgens die advertentie was de boerderij in gebruik bij Erven Jacob Dijkstra.

Op 12 oktober 1895 werd Landlust verkocht aan Douwe Kornelis Beintema. Want Douwe had grootse plannen: op 07 mei 1896 ging hij trouwen met de 28-jarige Akke Jacobs Dijkstra. Akke was de dochter van Jacob Jacobs Dijkstra en Jantje Eelkes van Kleffens. Landlust blijft daardoor dus in de familie.

In 1930 werd Landlust verhuurd. Aan Jan Harm Witzenburg [geboren te Wijns op 16 juli 1898]. Jan trouwde met Antje van der Meer [geboren op 31 januari 1897]. Zij kregen 3 kinderen

  • 1922, Trijntje
  • 1925, Fintje
  • 1937, Harmen

Jan Harmen en Antje Witzenburg – van der Meer met hun kinderen Trijntje, Fintje en Harmen [collectie A. A. Reitsma]

Bronnen:

Weet u meer over Landlust, hebt u foto’s of ander materiaal? Wilt u dan helpen om deze geschiedenis ook completer te maken. En reageer op deze ‘post’.

Ondergedoken in Kollum …

Wij zijn op zoek met een vriendin naar informatie over de oorlogsjaren van Hendrik Harm Koets en Maarten v.d. Bij die ondergedoken zaten bij de familie v.d. Bij, Voorstraat 2, Kollum. Beide mannen waren ontsnapt uit een gevangenentransport vanuit de Blokhuispoort, Leeuwarden naar Port Natal, Assen ergens eind 1944 / begin 1945. Ondergedoken op Voorstraat 2, Kollum hebben ze een indrukwekkende begrafenis stoet voorbij zien komen op 2 februari 1945 in aanwezigheid van hoge Duitse militairen.


 


TRESOAR reageerde: Ik heb de volgende gegevens in de inschrijfregisters van de gevangenis te Leeuwarden gevonden.

Gevangeniswezen Leeuwarden: Hendrik Harm Koets, geboren op 23 december 1917 te Bellingwolde. Veroordeeld op 20 oktober 1944, op last van/door Sicherheitspolizei, Einsatzkommando te Leeuwarden ingesloten op 20 oktober 1944, Ter beschikking van de Opperwachtmeester Meekhof op 5 november 1944. Opm.: Doortrekkend

Gevangeniswezen Leeuwarden 1943: Marten Jan van der Bij, geboren op 2 oktober 1919 te Kollumerland. Ingesloten op 26 januari 1943 wegens overtreding artikel 8. Distributieregelingsbeschikking op last van Wachtmeester der marechaussee te Buitenpost, als zodanig hulpofficier van justitie. Uitgeschreven op 26 januari 1943

Bronnen:

  • Toegang 50-02, inventarisnummer 88,
  • Gevangeniswezen supplement, Huis van Bewaring
  • Register van inschrijving voor voorlopig aangehoudenen, 1940-1955

Nieuwsblad van Friesland, 14 februari 1945

De begrafenisstoet die de beide mannen zagen, is waarschijnlijk de begrafenis geweest van Jan Feitsma  [Kollum, 22 januari 1884 – Amsterdam, 2 februari 1945] was een Nederlands NSB’er en procureur-generaal in Amsterdam. Hij werd op straat door een verzetsman op een fiets doodgeschoten. Zijn jongere broer Gerben Feitsma was tijdens de oorlogsjaren NSB-burgemeester in Kollumerland en Nieuw Kruisland.

Als represaille voor de aanslag schoten de Duitsers bij de fusilladeplaats Rozenoord aan de Amsteldijk op 7 februari vijf Amsterdammers dood, waaronder twee leden van de rechterlijke macht.


Weet u meer over Hendrik Harm Koets en Marten Jan van der Bij, hebt u foto’s of ander materiaal? Wilt u dan helpen om deze geschiedenis ook completer te maken. En reageer op deze ‘post’.

125 jaar !

Bijgaand  een briefje en een oude advertentie welke mijn moeder Froukje Bijlstra van der Haak bij mij bracht. Mijn overgrootouders zijn dus op 15 mei 1891 getrouwd  15 mei as. dus 125 jaar geleden. Volgens mijn moeder is het hoogst waarschijnlijk dat ze dan ook gelijk hier op dit adres bij de wagenmakerij zijn komen wonen . Dat houdt dan weer in dat het bedrijf hier op 15 mei 125 jaar is gevestigd. Mijn vraag of jij hier ook enige info over terug zou kunnen vinden dat dit ook zou zou kunnen zijn.


1926, advertentie

De bewuste advertentie uit 1926 met de aantekening van Froukje Bijlstra van der Haak.

Berend en Baaije van der Haak

Berend en Baaije van der Haak

Een huwelijksjubileum in 1926. En een advertentie. Froukje Bijlstra van der Haak kwam de advertentie tegen. En ging rekenen. Met een korte ‘krabbel’ schreef zij: “1891 – 2016 is 125 jaar”. Op 14 mei 1891 trouwden Berend van der Haak [1862 – 1950] met Berber Viersen [ 1866 – 1950]. Van der Haak is een bekende naam in Westergeest. Bouwbedrijf Van der Haak Bijlstra. En het lijkt er inderdaad op dat die zaak in 2016 een 125-jarig jubileum kan vieren. Omdat Berend en Berber na hun huwelijk zijn gaan wonen in Westergeest. En Berend “wagenmaker” werd – let wel, hij wás leerling-wagenmaker.

In het inschrijvingsregister staat in de kolom “Dagteekening en Jaar van inschrijving in de Gemeente” de datum inschrijving. Maar de exacte datum van inschrijving in de gemeente Kollumerland c.a. is lastig te ontcijferen [op de volgende bladzijde een detail-opname uit bovenafgebeeld register] – wordt daar juni ’91 bedoeld? Dat zou twee weken na hun huwelijk zijn. En het lijkt er ook op dat Berber drie weken na Berend werd ingeschreven …

inschrijving in Kollumerland

inschrijving in Kollumerland

De kolom vóór datum inschrijving duidt op de woning waar het echtpaar kwam te wonen: A28. Ik had al aangegeven dat er niet een 1-op-1 vertaling naar huidige adressen bestaat, maar dat de A hier duidt op een woning in Westergeest zelf. De smederij werd aangeduid met woning 30 A.

Zie ook de pagina ‘huisnummering

inschrijving in Kollumerland [detail]

inschrijving in Kollumerland [detail]

Op 13 december 1892 werd dochter Janke geboren. Helaas was de vreugde van korte duur. Janke overleed drie weken later. Op 9 januari 1893. Haar overlijden werd ‘afgemeld’ door o.a. Jacob Jacobs Hoogeboom. Daarmee geeft deze intrieste en droevige gebeurtenis een aanwijzing maar ook bevestiging. De bevestiging zit er in dat in de overlijdensakte staat vermeld dat Janke overleed in “huizinge Wijk A nummer achtentwintig”. Dat komt dus overéén met de vermelding in inschrijvingsregister van 1891. De aanwijzing zit er in dat het overlijden van Janke werd ‘afgemeld’ door Jacob Jacobs Hoogeboom. De smid.

In geval van overlijden was de zogenaamde ‘burenplicht’ aan de orde. De zes naaste buren van de overledene waren verplicht om alles rondom het overlijden en de begrafenis te regelen. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’ en moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. ‘Afmelden’ werd dat ook wel genoemd. Uiteraard ging dat met respect en werd het zondagse pak daarvoor aangetrokken. Jacob Hoogeboom en Berend van der Haak waren dus kennelijk buren.

Op basis van deze gegevens kunnen we volgens mij stellen dat Bouwbedrijf van der Haak en Bijlstra in 2016 het 125-jarig jubileum kan vieren.

Lees meer over dit jubileum, dat op 20 mei 2016 werd gevierd, op RTV Noordoost-Friesland.

En u nu? Kunt u deze post aanvullen met verhalen of foto’s. Graag nodig ik dan uit om te reageren.

Bronnen o.a.:

onbekende rijkdom

Deze foto is afkomstig van de familie Harm en Gooitske Merkus, maar het is niet bekend waar het is. Wie herkent deze boerderij?


Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Het is een prachtige foto. Fier en trots staat de boer voor zijn Kop-hals-rompboerderij. Misschien staat zijn vrouw er wel naast met een nog fermere houding.

Er kwamen verschillende reacties op de vraag. Via Facebook en via Messenger. Nynke van der Veen wees als eerste op de boerderij van Anco en Karin Starkenburg [Dellenswei, Oudwoude]. Tjisse Peterson vertelde er bij wie er op de foto voor de boerderij staan:

  • Pieter Oostenbrug [1861 – 1928]
  • Antje Oostenbrug – Postma [1862 – 1936]
  • De derde persoon is [nog] onbekend.
bron: GOOGLE earth

bron: GOOGLE earth

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

De boerderij staat ten noorden van de Nieuwe Zwemmer. In een gebied waar volgens een kaart van Halbertsma maar liefst zeven terpen te vinden waren; vijf ten zuiden van de oude Zwemmer en twee ten noorden daarvan. ‘Waren’, want de terpen zijn [deels] afgegraven toen Pieter Oostenbrug deze in eigendom had. En die afgravingen maken het interessant genoeg om daar een ‘post’ over te schrijven.

Want in het najaar van 1901 werd een bijna lugubere vondst gedaan. In één van de terpen werd “een volledig geraamte” gevonden. Vooralsnog heb ik nog niet meer over deze vondst kunnen terugvinden dan enkele vermeldingen in kranten.

Een krantenartikel in mijn boek FOESTRUM verhaalt van het opgraven van “drie ouderwetsche heidensche potten. Twee van dezen waren geheel, de derde was aan stukken, de kleur van de heele potten was, de eene blauw, en de andere zoowat rood met blauw”. Van de vondst werd ook melding gedaan in de Leeuwarder Courant van 15 september 1902. Volgens één van de artikelen werd er een “nieuw eind vaart in de terp gegraven” – mogelijk in een van de vijf zuidelijke terpen.

Al met al een korte up-date n.a.v. een mooie foto. Een boerenechtpaar dat vol in het leven stond [Pieter bekleedde meerdere openbare ambten]. Een echtpaar dat zich liet fotograferen met hun rijkdom achter zich. Maar ook met een rijkdom in de bodem ónder hen …

Kunt u nu? Kunt u nog meer aanvullen? Hebt u meer informatie n.a.v. deze post, wilt u dan reageren? U helpt zo onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen o.a.:

Verzuiling ontzuild ?

Ik zoek iets over Willem Zuidema, vader van Pieter Zuidema. geboren 1880. Alvast bedankt.


gezin wordt NHEen merkwaardig fenomeen? In het gezin van Willem Zuidema. Landbouwer / veehouder te Kollumerzwaag? Hij was daar geboren en getogen. Hij stond midden in de gemeenschap. Afgaand op de vele, jaarlijkse grasverkopingen. Maar in welke gemeenschap?

Hij groeide op in een tijd dat Nederland verzuild raakte. Bevolkingsgroepen hadden ieder hun eigen politieke partij. Een eigen kerk of school. Binnen die eigen zuil vond de opvoeding plaats. Met eigen gedachtengoed en inzicht. Onze protestantse omgeving was verdeeld naar Nederlands Hervormden en Gereformeerden. Men kon samen door één deur, maar onderscheid was er.

Een klein voorbeeld. In 1919 besloten de leden van de Christelijke Schoolvereniging Triemen/Westergeest dat, als 1/3 van de leerlingen tot de Gereformeerde gezindte behoorden, “dan ook een onderwijzer van hun richting te benoemen”.

Terug naar Willem Zuidema. Hij werd op 04 januari 1838 geboren in het Nederlands Hervormde gezin van Pieter Zuidema en Grietje de Boer. Op 30 mei 1874 trad hij op 36-jarige leeftijd in het huwelijk met de 23-jarige Fokje Sytsma. Fokje werd ook te Kollumerzwaag geboren op 03 oktober 1850 en groeide op in het gezin van Sytze Klazes Sijtsma en Grietje Jacobs Wadman.

Samen kregen ze drie kinderen:

  1. Grietje, geboren op 21 april 1875
  2. Pieter, geboren op 28 november 1880
  3. Jitske, geboren op 11 oktober 1885

Bij een zoektocht naar informatie viel mijn oog op boven afgebeeld bevolkingsregister. Kolom 11. Of er destijds een schrijffout was gemaakt door de ambtenaar, weet ik niet. Of er in een verzuilende maatschappij discussies zijn geweest, evenmin. Feit is wel dat de Gereformeerde gezindheid in het register met krachtig blauw handschrift is gewijzigd in NH. Nederlands Hervormd. Dat de Nederlands Hervormde [schoon]moeder en zwager bij hen inwoonden is een saillant detail, maar zegt volgens mij niets.

bevolkingsregister met oom Gosse

Froodtje Zuidema - Krol met zoon Hendrik [foto Oud Kollumerzwaag / Gabe Douma]

Froodtje Zuidema – Krol met zoon Hendrik [foto Oud Kollumerzwaag / Gabe Douma]

In een ander register staat het gezin als Nederlands Hervormd geregistreerd. Zoon Pieter staat dan nog als inwonend op adres A80 ingeschreven. Kennelijk woont er dan een ongehuwde oom bij hen in. De Gereformeerde Gosse Zuidema [1842 – 1922],  een broer van vader Willem Zuidema. Het huisnummer dat daarbij vermeld staat lijkt A nummer 80 te zijn. Dat zóu er op kunnen duiden dat dat adres ten Noorden van Westergeest is. Zoon Pieter zijn we daar al eerder tegengekomen. Als boer aan de Weerdebuorsterwei 7/9. Pieter was op 20 mei 1911 getrouwd met Froodtje Krol [05|01|1889 – 17|09|1976]. Voor zover ik kon nagaan kregen ze samen 9 kinderen. Hun laatste kind werd in 1928 levenloos geboren.

ondertekening overlijdensakte Hinke Zuidema [1909]In 1909 overlijdt Hinke Zuidema in “de huizinge Wijk A nummer 94” [ik ga nu even niet in op een eventuele familierelatie]. Volgens goed gebruik deden de buren aangifte van overlijden. Willem Zuidema [oud 71 jaar] en Pieter Beintema [oud 60 jaar, geboren en getogen Wouddijk] deden aangifte …
Willem tekende zoals hiernaast afgebeeld.

Bovendien kwam ik een ‘herinnering’ tegen in de Leeuwarder Courant van 16 december 1975. Een lezer herinnert zich dat ene Jan van Saalen op de zangfeesten van Veenklooster verscheen met zijn liederen. “Dan sliep hij ’s nachts in het hooi bij Willen Zuidema, die onder Westergeest nabij de Ee een boerderij had”. Deze Jan van Saalen zou rond 1917 zijn overleden.

1899-01-04, Leeuwarder Courant

1899-01-04, Leeuwarder Courant

In dat jaar stierf ook Fokje Sytsma. Op 03 mei, 66 jaar oud.

Over zijn periode in Westergeest heb ik nog geen duidelijkheid. Evenmin over zijn bezittingen. Want die had hij kennelijk, ook al huurde hij weiland. In 1899 biedt hij een “flink huis” te Dokkum te huur aan …

Willem Zuidema overleed op 28 maart 1925. De overlijdensakte is dan heel duidelijk. Hij overleed in zijn geboortedorp – Kollumerzwaag. Het feit dat zijn arbeider een advertentie plaatste in de Leeuwarder Courant, tekent mede hoe hij als persoon was.

31-03-1925, Leeuwarder Courant

31-03-1925, Leeuwarder Courant

En u nu? Kunt u deze post aanvullen met verhalen of foto’s. Graag nodig ik dan uit om te reageren.

14112131_10208661787795806_1178308509_n

krantenknipsel 1930, toegezonden door en collectie van Tjisse Peterson

Bronnen o.a.:

welke ‘huizinge’ was opa’s thuis?

“Onze opa Wiltje Ebes Loonstra geb. 8 jan. 1855 Westergeest in huis nr. 76a. Hij was een zoon van Ebe Wiltje LOONSTRA en Baukje Rudmers HUISMAN. Is er iemand die ons kan vertellen waar dit huisje staat of heeft gestaan?”


De vraag kwam via de SNEUPER bij mij binnen. Op het eerste gezicht een simpele vraag. Maar toch een vraag met venijn. Er bestaan immers geen overzichtslijsten met de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen.

Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.

Triemen

Ebe Wiltje LOONSTRA [1824] trouwde in 1852 met Baukje Rudmers HUISMAN [1822 – 1864]. Een jaar later kregen zij een zoon, Wiltje Ebbes. Één dag na zijn geboorte kwam de baby te overlijden “op den zevenentwintigsten dag der maand april des middags ten twaalf ure, in de huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest”. We gaan er van uit dat de familie toen ook op dit adres woonde.

Twee jaar later werd ‘opa Wiltje Ebes’ geboren. Op 6 januari 1855. In 1858 overleed hun één week oude zoontje Rudmer. Volgens de overlijdensakte te Oudwoude. In geval van overlijden was de zogenaamde ‘burenplicht’ aan de orde. De zes naaste buren van de overledene waren verplicht om alles rondom het overlijden en de begrafenis te regelen. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’ en moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. “Afmelden” werd dat ook wel genoemd. Uiteraard ging dat met respect en werd het zondagse pak daarvoor aangetrokken.

Toen de jonge Wiltje Ebes overleed werd ‘afgemeld’ door Meindert Klazes de GROOT en Wijbe IJjes WESTRA. Via de overlijdensgegevens van deze mannen hoopte ik op het spoor te komen van ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’.

Maar deze insteek bracht mij niet verder. Ik kreeg uiteindelijk wel de indruk dat ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’ ergens in het kadastrale midden van Westergeest zou moeten staan. Mijn focus kwam op de Triemen te liggen.

Voor iets heel anders gebruikte ik weer een keer HISGIS. Kadastergegevens uit 1832. Ik kreeg een ingeving om de kadastergegevens van het huidige Triemen te bekijken. En de overlijdensaktes van de toenmalige bewoners er naast te leggen. Met name de overlijdensaktes van rond 1832. Die geven m.i. een redelijke overtuiging dat de genoemde ‘huizinge’ dezelfde zou kunnen zijn als de woning in HISGIS genoemd. Toen ik die onderzoeksrichting insloeg, boorde ik een voor mij onbekende combinatie aan waarmee ik bijgaand overzicht samenstelde.

Twee maanden nadat de vraag via de SNEUPER bij mij binnen kwam, stuurde ik deze bevindingen naar de vragenstelster. Zij en haar broer kunnen nu heel dicht bij de veronderstelde geboorteplaats van ‘opa Wiltje Ebes’ komen. Volgens mij ergens in de rode cirkel op bijgaande foto.

Door de zoektocht naar het thuis van ‘opa Wiltje Ebes’ kreeg ik ook beter zicht op de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen. Op dit blog een overzicht van de ‘huizingenummers naast de huidige adressen.

En nu u – als u wat kunt bijdragen aan deze post nodig ik u van harte uit om te reageren. Samen maken wij onze [dorps]geschiedenis dan completer.


bronnen: