hystoblog

Home » vraag en antwoord

Categorie archief: vraag en antwoord

Advertenties

Harmen van Teijens

Our great-great-great grandfather was Teije van Teijens, the onderwijzer in Augsbuurt from 1818 until 1880, and the street “vanTeijenswei” is apparently named after his father, Harmen van Teijens, who was the “Dorpwachter” te Westergeest from 1796-1859. We are particularly interested to know if any of their school buildings are still standing, as well as the houses where Harmen died in 1872 (“house no. 265 in Westergeest”).


Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.
En dat maakt de vraag spannend. Spannend, omdat het heel lastig is om de gebruikte, oude huisnummering te vertalen naar een hedendaags adres. 

Tije Durks en Sjeuke Abels op De Triemen kregen op 8 april 1777 een zoon die zij Harmen noemden – Harmen Teijes.
Rond 1796, toen Harmen Teijes 19 jaar, was volgde hij zijn broer op als onderwijzer aan de winterschool te Westergeest. Die stond aan het Tsjerkepaad, een prachtig voetgangerspad langs de noordkant van het kerkhof [rode stippellijn op bovenstaande kaarten].

Hij woonde daar al met zijn broer in het schoolhuis. En door zich te laten dopen in de Nederlands Hervormde kerk kon hij daar vrij blijven wonen: het onderwijs was destijds verbonden aan de kerkelijke gemeente. Tot de onderwijswet van 1857 daar een einde aan maakte.

Toen de school verhuisde naar de Eelke Meinertswei, kocht de kerkvoogdij de school en schoolwoning weer terug. De school werd afgebroken – onbekend wanneer precies.

Tot ongeveer 1825 was de school een ‘winterschool’. Er werd alleen ’s winters les gegeven omdat de schoolkinderen in de zomerperiode moesten meehelpen in land- en tuinbouw. In 1843 werd er een nieuw schoolhuis gebouwd aan het Tsjerkepaad – deze woning staat daar nog steeds [blauwe driehoek].

Op 26 november 1797 trouwde Harmen te Westergeest met de oudere Tietje Jeens Postma, geboren in 1768. Samen kregen zij 7 kinderen:

1. 07-07-1798, Teije Harmens
2. 18-04-1800, Jeen Harmens [overleden op 27 februari 1880]
3. 01-02-1802, Zwaantje Harmens [overleden op 16 mei 1887]
4. 27-01-1804, Akke Harmens
5. 02-02-1807, Dirk Harmens [overleden op 11 mei 1879]
6. 29-01-1811, Baukjen Harmens
7. 31-07-1815, Romkje [overleden op 06 mei 1896]

In 1811 namen zijn broer, zus en hij zelf met gezin de familienaam Van Teijens aan.

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Kalkhúswei 6 [eigen foto]

Om rond te kunnen komen nam hij ook andere werkzaamheden op zich, zoals ontvanger van diverse belastingen in Westergeest en dorpsrechter. In 1810 vervielen dit soort bijbaantjes door de Franse overheersing. Gelukkig kreeg hij van de nieuw benoemde Maire Willem Hendrik van Heemstra de nieuwe rol als veldwachter [dorpwachter] te Westergeest, Oudwoude en Kollumerzwaag aangeboden, náást zijn functie als onderwijzer !

In 1832 staat schoolmeester Harmen Teijens van Teijens vermeld bij de woning die in het rode vierkant is weergegeven: Kalhúswei 6. Deze woning wordt op dit moment afgebroken. Dit huis werd rond 1810 gebouwd met stenen die vrij waren gekomen bij het inkorten van de kerktoren.

Op 2 juli 1846 stierf zijn vrouw na een huwelijk van bijna 49 jaar. In huis 99. Ik heb nog geen idee welke woning dit is geweest.
Zes jaar later ontving Harmen de zilveren medaille van de Maatschappij tot ‘t nut van het Algemeen voor zijn langdurige en trouwe werk als onderwijzer.

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Leeuwarder Courant, 18 januari 1856

Op 18 januari 1856 werd in de Leeuwarder Courant een advertentie geplaatst: er werd een huis verkocht door de eigenaar Harke Gerbens Hoekstra. De kinderen van Harmen reageren en op 26 januari 1856 werd de provisionele en finale toewijzing middels een notariele akte opgesteld door notaris Daniël Hermannus Andreae. Voor ƒ 1046 werden Dirk, Jeen, Swaantje en Romkje eigenaar van de woning.
Zij bleven daar wellicht tot hun dood wonen en in hun overlijdensakte staat als adres ‘huizinge A 45’.

Het is dus lastig om de exacte locatie van deze gekochte woning te achterhalen. Maar ik dénk [de zoektocht is nog niet helemaal klaar] aan de rood omcirkelde boerderij op de hoek Bumawei – Harmen van Teijenswei. Dat doe ik, uitgaande van het kadastrale nummer in de verkoopadvertentie [sectie B, 853].

In zijn levensverhaal schrijft Harmen van Teijens in 1852: “[…] uit welk echt zeven kinderen zijn geboren, die allen nog in leven zijn en in wier middelen hij op zijn ouden dag een sterke steun vindt en oprechte genoegens smaakt” . Ik lees daarin dat er een zeer hechte gezinsband is geweest en dat vader op handen werd gedragen.

Is het dan raar om dan te denken dat vader Harmen bij zijn niet-getrouwde kinderen inwoonde in huis A45?

Per 1 januari 1859 kreeg Harmen van Teijens na een dienstverband van ruim 62 jaar, eervol ontslag. Hij kreeg ƒ 194 pensioen en leefde daarna nog ettelijke jaren in Westergeest.

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Leeuwarder Courant, 27 november 1863

Op 25 november 1863 stelde burgemeester van Kollumerland c.a. bijgaande advertentie op. Sollicitanten “ter vervulling van de betrekking van Hoofdonderwijzer, in de Openbare Lagere School te Westergeest” werden opgeroepen te reageren. “Aan deze betrekking is verbonden eene vaste jaarwedde van vierhonderd gulden, benevens vrije Woning en Tuin”.
Door die laatste opmerking kunnen we volgens mij uitsluiten dat Harmen van Teijens zijn laatste levensjaren in het schoolhuis [blauwe driehoek] doorbracht.

Harmen van Teijens overleed in Westergeest op 8 november 1872, 95 jaar oud. Hij overleed in huisnummer 265 – misschien is dit het ‘oude’ nummer voor huis A 45?

Weet u ook wat te vertellen ? Of hebt u foto’s. Voel u dan vrij om te reageren op deze post. Samen maken we dan ook deze geschiedenis completer.

bronnen:

Advertenties

Kastelein Sjoerd van den Berg

Wie weet hier meer van ?
Op de plaats waar nu café Foestrum, Eelke Meinertswei 15 ( vroeger B22?), staat, heeft vroeger waarschijnlijk ook al een café gestaan. De kastelein daarvan was een zekere Sjoerd van den Berg.


Het is een vraag die gesteld wordt in bericht 1660 op Foestrumer Archief. Een vraag om uit te zoeken. Omdat de huisnummering B volgens mij niet binnen de bebouwde kom van Westergeest te vinden is. Ik ga aan de slag met de gegevens uit bericht 1660.

Sjoerd van den Berg werd op 14 oktober 1865 geboren in het gezin van Sytze Wytzes van den Berg en Anskje Sjoerds van der Wal. Het gezin woonde in Veenwouden.

Op 30 april 1888 trad de toen 22 jarige Sjoerd in het huwelijk met de één jaar oudere Jelske Gerbens van der Veen [1864 – 1957] geboren te Bergum. Samen kregen ze drie kinderen:

  • 19-06-1889, Anskje te Hardegarijp
  • 07-09-1893, Antje te Hardegarijp
  • 12-03-1896, Sytze te Bergum.

In de geboorteaktes van de drie kinderen staat vermeld dat vader Sjoerd van den Berg “tolgaarder” was. Maar hij was ook koopman. Tenminste, dat lees ik in een redactioneel artikel van de Leeuwarder Courant d.d. 09 september 1891. Sjoerd van den Berg staat dan voor de rechter vanwege meineed.

Het gezin van Sjoerd van den Berg heeft gewoond op B 22 en was kastelein in de periode 1896 tot 24 mei 1897. Ze zijn toen verhuisd naar Gerkesklooster, Verlaatsterweg 32. Het huis in Gerkesklooster is afgebroken in 1965”. Als ik naar de huisnummering kijk kom ik uit op Zwagerveen. En een aantal advertenties in de Leeuwarder Courant ondersteunen die gedachte.

Uit die advertenties blijkt dat “kastelein” Sjoerd van den Berg een “herberg” te Zwagerveen had.

Zwagerveen behoorde tot 1941 tot het grondgebied van Westergeest, net zoals de Triemen, Zandbulten, Hanenburg, het westelijk gedeelte van Veenklooster, Keatlingwier, Westerburen en Weerdeburen.

Kunt u meehelpen om onze dorpsgeschiedenis completer te maken? Weet u meer over Sjoerd van den Berg te vertellen of hebt u foto’s? En over zijn ‘herberg’? Plaats dan een reactie onderaan deze ‘post’. 

bronnen:

 

boerderij Landlust

Jan Harm Witzenburg was mijn grootvader. Ik ben op zoek naar een foto van de boerderij waar hij met zijn gezin [inclusief mijn moeder Fintje Witzenburg] heeft gewoond [de vraag kwam binnen als reactie bij de ‘post’ “2 foto’s“].


Landlust [foto Landlust uit de collectie van Erik Dijkstra, rode pijl geeft de foto-richting aan, vanaf de Weardebuorsterwei in noordelijke richting]

Landlust. Of, zoals het eerder heette, Veldzicht. De boerderij werd in 1863 gebouwd door Akke Pieters Teernstra [overleden 18|03|1867], de moeder van de in 1889 verdronken Jakob Jakobs Dijkstra. Akke was getrouwd met ook een Jacob Jacobs Dijkstra, geboren te Munnekezijl in 1789 en is in 1859 in Westergeest begraven. Hij ligt daar nog steeds met zijn vrouw, twee zoons, schoondochter en twee kleinkinderen.

Leeuwarder Courant, 24-09-1895

In de Leeuwarder Courant van 24 september 1895 staat een advertentie. Vanwege een “Belangrijke Verkooping […] van de uitmuntende GREIDPLAATS, ‘Landlust’, aan den wouddijk en Grindweg onder Westergeest”. Volgens die advertentie was de boerderij in gebruik bij Erven Jacob Dijkstra.

Op 12 oktober 1895 werd Landlust verkocht aan Douwe Kornelis Beintema. Want Douwe had grootse plannen: op 07 mei 1896 ging hij trouwen met de 28-jarige Akke Jacobs Dijkstra. Akke was de dochter van Jacob Jacobs Dijkstra en Jantje Eelkes van Kleffens. Landlust blijft daardoor dus in de familie.

In 1930 werd Landlust verhuurd. Aan Jan Harm Witzenburg [geboren te Wijns op 16 juli 1898]. Jan trouwde met Antje van der Meer [geboren op 31 januari 1897]. Zij kregen 3 kinderen

  • 1922, Trijntje
  • 1925, Fintje
  • 1937, Harmen

Jan Harmen en Antje Witzenburg – van der Meer met hun kinderen Trijntje, Fintje en Harmen [collectie A. A. Reitsma]

Bronnen:

Weet u meer over Landlust, hebt u foto’s of ander materiaal? Wilt u dan helpen om deze geschiedenis ook completer te maken. En reageer op deze ‘post’.

Ondergedoken in Kollum …

Wij zijn op zoek met een vriendin naar informatie over de oorlogsjaren van Hendrik Harm Koets en Maarten v.d. Bij die ondergedoken zaten bij de familie v.d. Bij, Voorstraat 2, Kollum. Beide mannen waren ontsnapt uit een gevangenentransport vanuit de Blokhuispoort, Leeuwarden naar Port Natal, Assen ergens eind 1944 / begin 1945. Ondergedoken op Voorstraat 2, Kollum hebben ze een indrukwekkende begrafenis stoet voorbij zien komen op 2 februari 1945 in aanwezigheid van hoge Duitse militairen.


 


TRESOAR reageerde: Ik heb de volgende gegevens in de inschrijfregisters van de gevangenis te Leeuwarden gevonden.

Gevangeniswezen Leeuwarden: Hendrik Harm Koets, geboren op 23 december 1917 te Bellingwolde. Veroordeeld op 20 oktober 1944, op last van/door Sicherheitspolizei, Einsatzkommando te Leeuwarden ingesloten op 20 oktober 1944, Ter beschikking van de Opperwachtmeester Meekhof op 5 november 1944. Opm.: Doortrekkend

Gevangeniswezen Leeuwarden 1943: Marten Jan van der Bij, geboren op 2 oktober 1919 te Kollumerland. Ingesloten op 26 januari 1943 wegens overtreding artikel 8. Distributieregelingsbeschikking op last van Wachtmeester der marechaussee te Buitenpost, als zodanig hulpofficier van justitie. Uitgeschreven op 26 januari 1943

Bronnen:

  • Toegang 50-02, inventarisnummer 88,
  • Gevangeniswezen supplement, Huis van Bewaring
  • Register van inschrijving voor voorlopig aangehoudenen, 1940-1955

Nieuwsblad van Friesland, 14 februari 1945

De begrafenisstoet die de beide mannen zagen, is waarschijnlijk de begrafenis geweest van Jan Feitsma  [Kollum, 22 januari 1884 – Amsterdam, 2 februari 1945] was een Nederlands NSB’er en procureur-generaal in Amsterdam. Hij werd op straat door een verzetsman op een fiets doodgeschoten. Zijn jongere broer Gerben Feitsma was tijdens de oorlogsjaren NSB-burgemeester in Kollumerland en Nieuw Kruisland.

Als represaille voor de aanslag schoten de Duitsers bij de fusilladeplaats Rozenoord aan de Amsteldijk op 7 februari vijf Amsterdammers dood, waaronder twee leden van de rechterlijke macht.


Weet u meer over Hendrik Harm Koets en Marten Jan van der Bij, hebt u foto’s of ander materiaal? Wilt u dan helpen om deze geschiedenis ook completer te maken. En reageer op deze ‘post’.

125 jaar !

Bijgaand  een briefje en een oude advertentie welke mijn moeder Froukje Bijlstra van der Haak bij mij bracht. Mijn overgrootouders zijn dus op 15 mei 1891 getrouwd  15 mei as. dus 125 jaar geleden. Volgens mijn moeder is het hoogst waarschijnlijk dat ze dan ook gelijk hier op dit adres bij de wagenmakerij zijn komen wonen . Dat houdt dan weer in dat het bedrijf hier op 15 mei 125 jaar is gevestigd. Mijn vraag of jij hier ook enige info over terug zou kunnen vinden dat dit ook zou zou kunnen zijn.


1926, advertentie

De bewuste advertentie uit 1926 met de aantekening van Froukje Bijlstra van der Haak.

Berend en Baaije van der Haak

Berend en Baaije van der Haak

Een huwelijksjubileum in 1926. En een advertentie. Froukje Bijlstra van der Haak kwam de advertentie tegen. En ging rekenen. Met een korte ‘krabbel’ schreef zij: “1891 – 2016 is 125 jaar”. Op 14 mei 1891 trouwden Berend van der Haak [1862 – 1950] met Berber Viersen [ 1866 – 1950]. Van der Haak is een bekende naam in Westergeest. Bouwbedrijf Van der Haak Bijlstra. En het lijkt er inderdaad op dat die zaak in 2016 een 125-jarig jubileum kan vieren. Omdat Berend en Berber na hun huwelijk zijn gaan wonen in Westergeest. En Berend “wagenmaker” werd – let wel, hij wás leerling-wagenmaker.

In het inschrijvingsregister staat in de kolom “Dagteekening en Jaar van inschrijving in de Gemeente” de datum inschrijving. Maar de exacte datum van inschrijving in de gemeente Kollumerland c.a. is lastig te ontcijferen [op de volgende bladzijde een detail-opname uit bovenafgebeeld register] – wordt daar juni ’91 bedoeld? Dat zou twee weken na hun huwelijk zijn. En het lijkt er ook op dat Berber drie weken na Berend werd ingeschreven …

inschrijving in Kollumerland

inschrijving in Kollumerland

De kolom vóór datum inschrijving duidt op de woning waar het echtpaar kwam te wonen: A28. Ik had al aangegeven dat er niet een 1-op-1 vertaling naar huidige adressen bestaat, maar dat de A hier duidt op een woning in Westergeest zelf. De smederij werd aangeduid met woning 30 A.

Zie ook de pagina ‘huisnummering

inschrijving in Kollumerland [detail]

inschrijving in Kollumerland [detail]

Op 13 december 1892 werd dochter Janke geboren. Helaas was de vreugde van korte duur. Janke overleed drie weken later. Op 9 januari 1893. Haar overlijden werd ‘afgemeld’ door o.a. Jacob Jacobs Hoogeboom. Daarmee geeft deze intrieste en droevige gebeurtenis een aanwijzing maar ook bevestiging. De bevestiging zit er in dat in de overlijdensakte staat vermeld dat Janke overleed in “huizinge Wijk A nummer achtentwintig”. Dat komt dus overéén met de vermelding in inschrijvingsregister van 1891. De aanwijzing zit er in dat het overlijden van Janke werd ‘afgemeld’ door Jacob Jacobs Hoogeboom. De smid.

In geval van overlijden was de zogenaamde ‘burenplicht’ aan de orde. De zes naaste buren van de overledene waren verplicht om alles rondom het overlijden en de begrafenis te regelen. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’ en moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. ‘Afmelden’ werd dat ook wel genoemd. Uiteraard ging dat met respect en werd het zondagse pak daarvoor aangetrokken. Jacob Hoogeboom en Berend van der Haak waren dus kennelijk buren.

Op basis van deze gegevens kunnen we volgens mij stellen dat Bouwbedrijf van der Haak en Bijlstra in 2016 het 125-jarig jubileum kan vieren.

Lees meer over dit jubileum, dat op 20 mei 2016 werd gevierd, op RTV Noordoost-Friesland.

En u nu? Kunt u deze post aanvullen met verhalen of foto’s. Graag nodig ik dan uit om te reageren.

Bronnen o.a.:

onbekende rijkdom

Deze foto is afkomstig van de familie Harm en Gooitske Merkus, maar het is niet bekend waar het is. Wie herkent deze boerderij?


Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Dellenswei 4, Oudwoude [bron facebook FOESTRUM]

Het is een prachtige foto. Fier en trots staat de boer voor zijn Kop-hals-rompboerderij. Misschien staat zijn vrouw er wel naast met een nog fermere houding.

Er kwamen verschillende reacties op de vraag. Via Facebook en via Messenger. Nynke van der Veen wees als eerste op de boerderij van Anco en Karin Starkenburg [Dellenswei, Oudwoude]. Tjisse Peterson vertelde er bij wie er op de foto voor de boerderij staan:

  • Pieter Oostenbrug [1861 – 1928]
  • Antje Oostenbrug – Postma [1862 – 1936]
  • De derde persoon is [nog] onbekend.
bron: GOOGLE earth

bron: GOOGLE earth

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

Dellenswei 4, Oudwoude [ 1987][collectie Drimble.nl]

De boerderij staat ten noorden van de Nieuwe Zwemmer. In een gebied waar volgens een kaart van Halbertsma maar liefst zeven terpen te vinden waren; vijf ten zuiden van de oude Zwemmer en twee ten noorden daarvan. ‘Waren’, want de terpen zijn [deels] afgegraven toen Pieter Oostenbrug deze in eigendom had. En die afgravingen maken het interessant genoeg om daar een ‘post’ over te schrijven.

Want in het najaar van 1901 werd een bijna lugubere vondst gedaan. In één van de terpen werd “een volledig geraamte” gevonden. Vooralsnog heb ik nog niet meer over deze vondst kunnen terugvinden dan enkele vermeldingen in kranten.

Een krantenartikel in mijn boek FOESTRUM verhaalt van het opgraven van “drie ouderwetsche heidensche potten. Twee van dezen waren geheel, de derde was aan stukken, de kleur van de heele potten was, de eene blauw, en de andere zoowat rood met blauw”. Van de vondst werd ook melding gedaan in de Leeuwarder Courant van 15 september 1902. Volgens één van de artikelen werd er een “nieuw eind vaart in de terp gegraven” – mogelijk in een van de vijf zuidelijke terpen.

Al met al een korte up-date n.a.v. een mooie foto. Een boerenechtpaar dat vol in het leven stond [Pieter bekleedde meerdere openbare ambten]. Een echtpaar dat zich liet fotograferen met hun rijkdom achter zich. Maar ook met een rijkdom in de bodem ónder hen …

Kunt u nu? Kunt u nog meer aanvullen? Hebt u meer informatie n.a.v. deze post, wilt u dan reageren? U helpt zo onze dorpsgeschiedenis completer te maken.

bronnen o.a.:

Verzuiling ontzuild ?

Ik zoek iets over Willem Zuidema, vader van Pieter Zuidema. geboren 1880. Alvast bedankt.


gezin wordt NHEen merkwaardig fenomeen? In het gezin van Willem Zuidema. Landbouwer / veehouder te Kollumerzwaag? Hij was daar geboren en getogen. Hij stond midden in de gemeenschap. Afgaand op de vele, jaarlijkse grasverkopingen. Maar in welke gemeenschap?

Hij groeide op in een tijd dat Nederland verzuild raakte. Bevolkingsgroepen hadden ieder hun eigen politieke partij. Een eigen kerk of school. Binnen die eigen zuil vond de opvoeding plaats. Met eigen gedachtengoed en inzicht. Onze protestantse omgeving was verdeeld naar Nederlands Hervormden en Gereformeerden. Men kon samen door één deur, maar onderscheid was er.

Een klein voorbeeld. In 1919 besloten de leden van de Christelijke Schoolvereniging Triemen/Westergeest dat, als 1/3 van de leerlingen tot de Gereformeerde gezindte behoorden, “dan ook een onderwijzer van hun richting te benoemen”.

Terug naar Willem Zuidema. Hij werd op 04 januari 1838 geboren in het Nederlands Hervormde gezin van Pieter Zuidema en Grietje de Boer. Op 30 mei 1874 trad hij op 36-jarige leeftijd in het huwelijk met de 23-jarige Fokje Sytsma. Fokje werd ook te Kollumerzwaag geboren op 03 oktober 1850 en groeide op in het gezin van Sytze Klazes Sijtsma en Grietje Jacobs Wadman.

Samen kregen ze drie kinderen:

  1. Grietje, geboren op 21 april 1875
  2. Pieter, geboren op 28 november 1880
  3. Jitske, geboren op 11 oktober 1885

Bij een zoektocht naar informatie viel mijn oog op boven afgebeeld bevolkingsregister. Kolom 11. Of er destijds een schrijffout was gemaakt door de ambtenaar, weet ik niet. Of er in een verzuilende maatschappij discussies zijn geweest, evenmin. Feit is wel dat de Gereformeerde gezindheid in het register met krachtig blauw handschrift is gewijzigd in NH. Nederlands Hervormd. Dat de Nederlands Hervormde [schoon]moeder en zwager bij hen inwoonden is een saillant detail, maar zegt volgens mij niets.

bevolkingsregister met oom Gosse

Froodtje Zuidema - Krol met zoon Hendrik [foto Oud Kollumerzwaag / Gabe Douma]

Froodtje Zuidema – Krol met zoon Hendrik [foto Oud Kollumerzwaag / Gabe Douma]

In een ander register staat het gezin als Nederlands Hervormd geregistreerd. Zoon Pieter staat dan nog als inwonend op adres A80 ingeschreven. Kennelijk woont er dan een ongehuwde oom bij hen in. De Gereformeerde Gosse Zuidema [1842 – 1922],  een broer van vader Willem Zuidema. Het huisnummer dat daarbij vermeld staat lijkt A nummer 80 te zijn. Dat zóu er op kunnen duiden dat dat adres ten Noorden van Westergeest is. Zoon Pieter zijn we daar al eerder tegengekomen. Als boer aan de Weerdebuorsterwei 7/9. Pieter was op 20 mei 1911 getrouwd met Froodtje Krol [05|01|1889 – 17|09|1976]. Voor zover ik kon nagaan kregen ze samen 9 kinderen. Hun laatste kind werd in 1928 levenloos geboren.

ondertekening overlijdensakte Hinke Zuidema [1909]In 1909 overlijdt Hinke Zuidema in “de huizinge Wijk A nummer 94” [ik ga nu even niet in op een eventuele familierelatie]. Volgens goed gebruik deden de buren aangifte van overlijden. Willem Zuidema [oud 71 jaar] en Pieter Beintema [oud 60 jaar, geboren en getogen Wouddijk] deden aangifte …
Willem tekende zoals hiernaast afgebeeld.

Bovendien kwam ik een ‘herinnering’ tegen in de Leeuwarder Courant van 16 december 1975. Een lezer herinnert zich dat ene Jan van Saalen op de zangfeesten van Veenklooster verscheen met zijn liederen. “Dan sliep hij ’s nachts in het hooi bij Willen Zuidema, die onder Westergeest nabij de Ee een boerderij had”. Deze Jan van Saalen zou rond 1917 zijn overleden.

1899-01-04, Leeuwarder Courant

1899-01-04, Leeuwarder Courant

In dat jaar stierf ook Fokje Sytsma. Op 03 mei, 66 jaar oud.

Over zijn periode in Westergeest heb ik nog geen duidelijkheid. Evenmin over zijn bezittingen. Want die had hij kennelijk, ook al huurde hij weiland. In 1899 biedt hij een “flink huis” te Dokkum te huur aan …

Willem Zuidema overleed op 28 maart 1925. De overlijdensakte is dan heel duidelijk. Hij overleed in zijn geboortedorp – Kollumerzwaag. Het feit dat zijn arbeider een advertentie plaatste in de Leeuwarder Courant, tekent mede hoe hij als persoon was.

31-03-1925, Leeuwarder Courant

31-03-1925, Leeuwarder Courant

En u nu? Kunt u deze post aanvullen met verhalen of foto’s. Graag nodig ik dan uit om te reageren.

14112131_10208661787795806_1178308509_n

krantenknipsel 1930, toegezonden door en collectie van Tjisse Peterson

Bronnen o.a.:

welke ‘huizinge’ was opa’s thuis?

“Onze opa Wiltje Ebes Loonstra geb. 8 jan. 1855 Westergeest in huis nr. 76a. Hij was een zoon van Ebe Wiltje LOONSTRA en Baukje Rudmers HUISMAN. Is er iemand die ons kan vertellen waar dit huisje staat of heeft gestaan?”


De vraag kwam via de SNEUPER bij mij binnen. Op het eerste gezicht een simpele vraag. Maar toch een vraag met venijn. Er bestaan immers geen overzichtslijsten met de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen.

Het gebruik van huisnummers werd omstreeks 1808 voorgeschreven. Toen bepaalde Napoleon dat ieder gebouw een nummer moest hebben. In de jaren 1816/1817 werd er nog een keer omgenummerd. Na nog wat wijzigingen werd in de periode 1960/1965 de dorpsnummering omgezet in de nummering per straat.

Triemen

Ebe Wiltje LOONSTRA [1824] trouwde in 1852 met Baukje Rudmers HUISMAN [1822 – 1864]. Een jaar later kregen zij een zoon, Wiltje Ebbes. Één dag na zijn geboorte kwam de baby te overlijden “op den zevenentwintigsten dag der maand april des middags ten twaalf ure, in de huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest”. We gaan er van uit dat de familie toen ook op dit adres woonde.

Twee jaar later werd ‘opa Wiltje Ebes’ geboren. Op 6 januari 1855. In 1858 overleed hun één week oude zoontje Rudmer. Volgens de overlijdensakte te Oudwoude. In geval van overlijden was de zogenaamde ‘burenplicht’ aan de orde. De zes naaste buren van de overledene waren verplicht om alles rondom het overlijden en de begrafenis te regelen. De twee directe buren gingen in het dorp ‘leedzeggen’ en moesten aangifte van overlijden doen op het gemeentehuis in Kollum. “Afmelden” werd dat ook wel genoemd. Uiteraard ging dat met respect en werd het zondagse pak daarvoor aangetrokken.

Toen de jonge Wiltje Ebes overleed werd ‘afgemeld’ door Meindert Klazes de GROOT en Wijbe IJjes WESTRA. Via de overlijdensgegevens van deze mannen hoopte ik op het spoor te komen van ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’.

Maar deze insteek bracht mij niet verder. Ik kreeg uiteindelijk wel de indruk dat ‘huizing nommer zes en zeventig a te Westergeest’ ergens in het kadastrale midden van Westergeest zou moeten staan. Mijn focus kwam op de Triemen te liggen.

Voor iets heel anders gebruikte ik weer een keer HISGIS. Kadastergegevens uit 1832. Ik kreeg een ingeving om de kadastergegevens van het huidige Triemen te bekijken. En de overlijdensaktes van de toenmalige bewoners er naast te leggen. Met name de overlijdensaktes van rond 1832. Die geven m.i. een redelijke overtuiging dat de genoemde ‘huizinge’ dezelfde zou kunnen zijn als de woning in HISGIS genoemd. Toen ik die onderzoeksrichting insloeg, boorde ik een voor mij onbekende combinatie aan waarmee ik bijgaand overzicht samenstelde.

Twee maanden nadat de vraag via de SNEUPER bij mij binnen kwam, stuurde ik deze bevindingen naar de vragenstelster. Zij en haar broer kunnen nu heel dicht bij de veronderstelde geboorteplaats van ‘opa Wiltje Ebes’ komen. Volgens mij ergens in de rode cirkel op bijgaande foto.

Door de zoektocht naar het thuis van ‘opa Wiltje Ebes’ kreeg ik ook beter zicht op de ‘huizingenummers’ omgezet naar huidige adressen. Op dit blog een overzicht van de ‘huizingenummers naast de huidige adressen.

En nu u – als u wat kunt bijdragen aan deze post nodig ik u van harte uit om te reageren. Samen maken wij onze [dorps]geschiedenis dan completer.


bronnen:

De Bonte Hont

Ik vraag me af waar de benaming bunte houn vandaan komt.  Mijn schoonvader heeft ooit bij de grasdrogerij gewerkt. Hij vertelde mij dat er een logo was in de vorm van een dalmatiër. Dat zou de herkomst kunnen verklaren. Ik ben benieuwd of iemand hier meer van weet.


Deze vraag kreeg ik via de mail.

De grasdrogerij was één van de drie coöperatieve drogerijen die bij de brug over de Trekvaart gevestigd zijn geweest:

  1. In 1921 werd benoemd tot secretaris-boekhouder der coöperatieve cichoreidrogerij “Ons Belang” S. van der Schaaf.
  2. In 1940 werd de voormalige cichoreidrogerij “Ons Belang” verbouwd tot grasdrogerij van de coöperatie grasdrogerij “De Bûnte Hond”.
  3. In 1947 bood de grasdrogerij onderdak aan de kruidencoöperatie “Westergeest”.

Maar de naam die aan de grasdrogerij werd gegeven bestaat al van vóór 1940. In de “Friesche Naamlijst [Onomasticon Frisicum]” [1898] van Johan Winkler staat: “De Bûnte-Houn, Bonte Hond, huis onder Westergeest”.

Ik neig er naar dat de grasdrogerij een bestaande en wijd bekende naam heeft gebruikt.

Hoe zit dat dan?

In de jaren 1654 – 1656 gaf het stadbestuur van Dokkum de opdracht om de trekvaart, zoals de vaart in de volksmond heet, te graven. De stad wilde daardoor een betere waterverbinding maken met de stad Groningen. Op die manier wilde het bestuur meer scheepvaart naar Dokkum halen.

herberg 'De Trije Romers' [collectie Foestrumer Archief]

herberg ‘De Trije Romers’ [collectie Foestrumer Archief]

Naast het kanaal werd een pad aangelegd. Een zogenaamd jaagpad waarop de paarden konden lopen die de trekschuit moesten trekken. En er ontstonden vervoers[knoop]punten langs de route. Met mogelijkheden om een hapje en drankje te nuttigen. Pleisterplaatsen, herbergen, winkeltjes in één. Zoals herberg “de Trije Romers”, bij de brug. Maar ook “Veldzicht” en “De Bonte Hond”. In de Leeuwarder Courant van 24 januari 1871 staat een advertentie dat een “winkelhuizing en herberg gelegen aan den Trekweg bij De Bonte Hond onder Westergeest” wordt verkocht.

Ik neem aan dat de naam al ver voor 1871 bestond.

Terug naar de vraag waar de naam “Bonte Houn” vandaan komt. Die is  heel lastig te beantwoorden. Ik ga speculeren.

Want de naam kán afgeleid zijn van een oud-Nederlandse oppervlaktemaat: de hont of hond. In gebruik tot in de 19e eeuw. Eén hont is 100 roede en (meestal) 1-6 morgen, maar de maat kan per gebied verschillen.

Maar de naam kán ook een link hebben met het spreekwoord ”Bekend staan als de Bonte Hond”. “Bont” is dan het Middelnederlandse woord dat stond voor “wat de verontwaardiging opwekt door opvallend en/of afwijkend gedrag”. Een betekenis die al lang verloren is gegaan.

Of de naam kán te herleiden zijn naar een combinatie. Een omgeving waar alcohol werd geschonken. Waar reizigers, kooplieden en schippers samenkomen. Een “probleemgebied”. Of neigt die gevolgtrekking naar fantaseren …. ?

En nu u – misschien kunt u deze [ost aanvullen met foto’s of verhalen. Graag – en help mee onze dorpsgeschiedenis completer te maken.


Bronnen

hulpmotor gestolen

Ik heb ook nog een vraagje over Pieter en Aaltje Zijlstra uit Westergeest. De pake en beppe van mijn vrouw. Heb jij daar ook informatie over?


Deze vraag kreeg ik via de mail.

1950-11-07, Leeuwarder Courant

1950-11-07, Leeuwarder Courant

Het staat letterlijk tussen de regels door. De nachtelijke diefstal van de hulpmotor. Begin november 1950. Pieter ‘Fisk’ Zijlstra [1896 – 1969] was op 9 december 1915 getrouwd met Aaltje Dijkstra [1896 – 1959]. Het is de vraag hoe hij reageerde. Op de diefstal van de hulpmotor. Was de bakfiets nog in gebruik?

B-40172

B-40172

Want op 21 juli van datzelfde jaar had hij een auto op naam gekregen. Met kenteken B-40172. Een DKW met opgebouwde vitrine. Voor de verkoop van vis. Prachtig en trots staan bestuurder Wietze van Assen en bijrijder Jan Zijlstra met de auto op de foto. Genomen op de Zijl in Dokkum. Voor het gemeentehuis.

Samen met zijn vrouw Aaltje had hij 12 kinderen. Tijdens de oorlog stonden ze aan het open graf van één van hen.

Zijn witte woning aan de Kalkhúswei 24 is al lang afgebroken. Hij heeft er na 1960 gewoond met zijn tweede vrouw. Grietje van Assen – de Jong [1902 – 1995]. Grietje was eerder getrouwd geweest met Gooitzen van Assen [1901 – 1943]. Zijn grote passie was de tuin. Achter de woning en boordevol bloemen.

Pieter had tot 1960 vergunning om vis te verkopen. Er gaat een bijzonder verhaal rond. Over hem achter zijn viskar. En over zijn gulp. Uit die gulp hing naar verluid een touwtje. Zo hield hij zijn handen schoon bij de ‘kleine boodschap’. Met een touwtje bij de hals trok hij alles weer terug….

Althans, dat is het verhaal.

En dan nu u – want het is lastig om een goed antwoord te geven op de vraag. Ook al is ‘pake Pieter‘ in 1960 getrouwd met mijn ‘beppe Griet‘. Help mee om het verhaal van Pieter en Aaltje completer te maken. Plaats een reactie op deze post [fotomateriaal is ook welkom].