hystoblog

Home » 2014 » december

Maandelijks archief: december 2014

Advertenties

9 verkeersverbindingen over water

Waar was rond 1890 het pontje? Was dat bij de Nieuwe of de Oude Zwemmer?


Walddyk, overzetten melkbussen

Overzetten melkbussen bij de Wouddijk. De man op de praam, de molkfarder, is Andries Dijkstra [collectie Foestrumer Archief]

Een interessante, nieuwsgierige vraag, want bij mij was niets over een pontje bekend. En waar begin je dan met zoeken?

1e lijns bruggen rondom Westergeest.

Ik ben begonnen met het rijtje waterlopen die de inwoners van Westergeest in eerste instantie moesten passeren om verder te kunnen reizen. Vervolgens kon ik mogelijk locaties waar het pontje gevaren zou moeten hebben wegstrepen.

  • De oude hemrik-grens, ten zuid/zuid-oosten van Westergeest.

Rond 1890 werd deze waterloop al definitief doorkruist door het normale wegennet en ‘dammen’. Ik ken één uitzondering: de ‘Lange Balk’ op It Langlân. De ‘Lange Balk’ maakte het passeren van deze waterloop vlak bij het ‘Mounehiem’ mogelijk.

  • De Âldswemmer, ten noord/noord-westen van Westergeest.

Westergeest heeft twee bruggen over de Âldswemmer: die te Keatlingwier richting Driesum en de Gerkesbrêge, richting Ee. In beide gevallen lijkt er sprake van te zijn dat de provincie deze bruggen al rond 1704 heeft vernieuwd.

Een voetpad dat vroeger dwars door de weilanden tussen Westergeest en de Wâlddyk liep, kruistte ten oosten van de Gerkesbrêge de Âldswemmer. De voetgangers maakten daar gebruik van een hoge vaste voetbrug, hoog genoeg om skûtsjes (met gestreken mast) te laten passeren.

  • De Trekvaart, ten zuid/zuid-westen van Westergeest.

Na de aanleg van de Trekvaart in de jaren 1654 – 1656 werden twee bruggen aangelegd: de Hamstertille [tegenwoordig de Kalkhúsbrêge] en de Triemstertille [tegenwoordig de Bonte Houn].

  • De Nieuwe Zwemmer, ten noorden van Westergeest.

Op 26 november 1879 nemen de Friese Staten het besluit om een nieuw kanaal te graven: de Nieuwe Zwemmer. De Keuningsbrug over de Nieuwe Zwemmer werd in 1880 / 1881 gebouwd.

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat er in deze eerste lijn geen sprake is geweest van een pont.

 

2e lijns bruggen rondom Westergeest.

  • De Nieuwe Zwemmer, ten noorden van Westergeest.

Te denken valt aan de Lange Brêge in de Trekweg over de Nieuwe Zwemmer. De naam van de/een Lange Brêge wordt al in 1683 genoemd in de zogenoemde Proklamatieboeken.

  • De Trekvaart, ten zuid/zuid-westen van Westergeest.

De Eastwâldmer brug over de Trekvaart richting Driesum zal, met de aanleg van de Trekvaart zijn gebouwd. Net zoals de al eerder genoemde Hamstertille en Triemstertille.

1882-04-04, Leeuwarder Courant, pont Dokkumer eeIn deze richtingen duidt niets er dus op dat er langdurig een pontje gevaren heeft.

  • Het Dokkumer Grutdjip, ten noorden van Westergeest.

Als bijna vanzelf blijft dan de route richting Ee over. Deze route wordt doorkruist door het Dokkumer Grutdjip.

Het overzetten van de melkbussen met een praam [foto rechtsboven] is mogelijk in deze omgeving genomen.

En juist op deze route vinden we aanknopingspunten voor een pont. Zo verscheen op 4 april 1882 een advertentie in de Leeuwarder Courant voor de huur van een woning bij het Steenvak onder Ee. “Aan dit pand is verbonden het overzetten van Personen over het Grootdiep”.

Daarmee is m.i. antwoord gegeven op de vraag.

Het overzetten van personen is een “primitieve toestand” [uitgesproken tijdens een raadsvergadering Kollumerland c.a. in juni 1926] die voortduurt tot juli 1928. Toen werd de nieuwe ir. D. F. Woudabrug [Stienfeksterbrêge] geopend [Leeuwarder Courant, 26 juli 1928]. Twee maanden later verlenen Gedeputeerde Staten vergunning voor het opzetten van een autobusdienst via de nieuwe brug [Nieuwsblad van Friesland, 3 augustus 1928].

Advertenties

Reisjes ‘Ouden van Dagen’

Horst, meester TerKlaas ter Horst heeft zich in Westergeest niet alleen voor de jongsten van Westergeest ingezet, maar was ook een drijvende kracht achter de ‘Reisjes voor Ouden van Dagen’. Nauwkeurig en gedetailleerd hield hij een administratie bij in schoolschriften en werd tot op de centen precies een kasboek bijgehouden. Allemaal nog bewaard gebleven

Zijn stapel schriften vol rekeningen en aantekeningen dient als ‘hoofdfoto’ op HYSTOBLOG.

Van 1930 tot 1952 was Klaas ter Horst [1894 – 1971] hoofd van de openbare school te Westergeest. In 1952 vond de gemeente het niet langer verantwoord om de school voor slechts 14 leerlingen in stand te houden.

In 1955 werd het 10e reisje gevierd. Op 13 juli van dat jaar gingen de ‘Ouden van Dagen’ met een bus van de NV Noord Oost Friesche Autobusonderneming [NOF] naar Noordwolde, Frederiksoord, Havelte, Giethoorn en Wolvega.  Tijdens deze reis was de directeur van de NOF, Oeds Andries Brouwer [1909 – 1977], ook mee. Hij heeft van het reisje een film gemaakt die in september 1955 in de kerk werd getoond. De kerkvoogdij had de kerk voor deze avond ter beschikking gesteld.

In het kasboek staat in prachtig handschrift geschreven dat de uitgaven voor deze ‘zeer geslaagde’ filmavond ƒ 229,49 zijn geweest, terwijl de filmavond ƒ 224,23 opbracht.
De doos sigaren ‘voor Directeur N.O.F.’, die in juni werd gekocht, zal de directeur tijdens of vlak na het reisje hebben gekregen als dank voor zijn bijdrage.

In die tijd werden de sigaren en andere versnaperingen niet zomaar uit een winkel gehaald. Westergeest had meerdere winkeliers en Ter Horst spreidde de bestellingen over de winkels:

  • Kruidenier Folkert Attema [1888 – 1984] leverde 3 dozen sigaren [ƒ 4,40].
  • Kruidenier Eelkje Hilboezen [1898 – 1980] leverde 2 dozen sigaren [ƒ 3,40] en 1 pond pepermunt [ƒ 1,20].
  • Groenteman Jan Uiterdijk [1926 – 2000] leverde deze keer 1 kilo snoep voor ƒ 3,00.
  • Bakker Tjip Postma leverde 30 eierkoeken, 1 cake en 1 stukje oranjekoek voor ƒ 7,00.
  • Bakker Pieter de Bruin leverde voor ƒ 11,50 bakkerswaar.
  • Slager Anne Fennema [1909 – 1979] leverde 52 worstjes [ƒ 15,60].

Natuurlijk werd ook aan de middenstand op de Triemen gedacht:

  • Kruidenier Bokke Dijkstra leverde voor ƒ 7,08 2 dozen sigaren, 5 ½ ons rumbonen en sigaretten.
  • Banga leverde 3 dozen sigaren en 2 dozen sigaretten [ƒ 6,10].
  • de Jong leverde voor ƒ 2,50 wafels.

Alle bonnetjes zijn keurig bewaard gebleven in een schriftje. Datzelfde geldt voor de bonnetjes voor de feestavond in september. En ook daarvoor mocht de hele middenstand weer leveren.

Natuurlijk ging het organiseren van bijvoorbeeld de feestavond anders dan tegenwoordig, nu we gebruik kunnen maken van internet. Op 5 september werd er gebeld met directeur Brouwer, waarvoor ƒ 0,38 in het kasboek staat genoteerd. Het sturen van een advertentie naar de Kollumer Courant kostte ƒ 0,07.

1955, notities reisje Ouden van DagenHoewel er destijds nog geen draaiboekjes of actielijsten werden opgemaakt, gebruikte Te Horst wel een klein papiertje met aandachtspunten. Van de jubileum-reis is zo’n overzichtje bewaard gebleven en hierbij afgebeeld.

Evenals de voorgaande jaren was er weer met een intekenlijst langs de deuren gegaan om in Westergeest / Triemen e.o. geld in te zamelen. Met dat geld werden de reisjes  mogelijk gemaakt. Onderaan deze post zijn intekenlijsten afgebeeld.

Bij de vroegere Triemster brug stond ‘De Bazuin’ met een auto te wachten om de ‘Ouden van Dagen’ na hun reisje te begeleiden door Triemen en Westergeest. In café Fr. Sikkema werd nog getrakteerd. Daarvoor bracht Sikkema ƒ 62,05 in rekening.

In het café werd nog een collecte gehouden voor de muziek die ƒ 26,36 opbracht. De voorzitter van De Bazuin sprak daarvoor zijn dank uit.

Al met al hadden de ‘Oudjes’, zoals ze in de krant werden omschreven, een zeer geslaagde dag gehad. Namens hen brachten Alle [?] Postma en Lieuwe [?] Kloosterman hun dank onder woorden. Nog nooit, zo sprak Kloosterman, nog nooit had hij een bruiloft meegemaakt, waar hij zo was getrakteerd als op deze tocht.

De dank bleef niet alleen bij woorden. De ‘commissie’ die de organisatie al tien jaar in handen had, leverde namens de ‘Ouden van Dagen’ een advertentie aan bij de Kollumer Courant. Om zo weer traditiegetrouw de inwoners van Westergeest / Triemen e.o. te bedanken.

Rijksveldwachter spoort gestolen schaap op.

Op 26 november 1879 namen de Friese Staten het besluit om een nieuw kanaal te graven: de Nieuwe  Zwemmer. Van heinde en verre kwamen arbeiders het kanaal graven. In een eerdere post heb ik daarover al geschreven. Het lijkt er volgens mij op dat enkele van deze zogenoemde ‘polderjongens‘  of ‘polderwerkers‘ zelf schapen hielden. Ik kwam twee krantenartikelen tegen over dezelfde gebeurtenis; diefstal van een schaap:

 

De naam van de polderwerker is niet meer te achterhalen. Wel de volledige naam van de Rijksveldwachter brigadier-majoor titulair. Het gaat hier om Hermanus van Vliet, rond 1826 geboren in Utrecht. Nadat zijn eerste vrouw Wilhelmina Dielemans was overleden trouwde hij in 1866 met de in Dokkum geboren Trijntje Fogteloo. Hermanus van Vliet ging op 63-jarige leeftijd met pensioen en overleed te Dokkum op 08 december 1896.

Nominatieve staat

detail uit “NOMINATIEVE STAAT VAN VERLEENDE PENSIOENEN, sedert 1 Augustus 1888, opgemaakt naar aanleiding van art. 23 der wet betreffende de burgerlijke pensioenen , laatstelijk gewijzigd bij die van den 21sten Mei 1873 (Staatsblad n°. 6’j)”

 

In het artikeltje in de Grondwet staat de volledige naam van de dief: Gerrit Nijp. Arbeider onder Roodkerk. Gerrit [Christoffels] Nijp werd geboren op 25 maart 1859 in de gemeente Ferwerderadeel. Zijn naam komt meerdere keren voor in de zogenoemde rolboeken van de Arrondissementsrechtbank. Ook als het in 1887 gaat om mishandeling, samen met ene Gerrit Drost. Wat de diefstal van het schaap betreft, doet de rechter in februari 1881 uitspraak: “drie maanden celstraf en kosten“.

De drie maanden cel weerhouden de 24 jarige Frouwkje Hendriks Ferwerda er niet van om een relatie met hem aan te gaan. En op 17 juli 1881 met hem te trouwen. Daarna komen we Gerrit Nijp nog een aantal keren tegen. Als gedaagde in de rolboeken. Maar ook zeven keer in de geboorteregisters. Als vader van 4 dochters en drie zonen.

Nu u? weet u meer te vertellen over de polderwerkers, over Rijksveldwachter Van Vliet of over Gerrit Nijp? Schroom dan niet en reageer op deze ‘post’. Help mee om onze [dorps]geschiedenis completer te maken.

bronnen:

  • Foestrum [ISBN 978-90-9027204-7]
  • diverse rolboeken Arrondissementsrechtbank
  • Het Nieuws van de Dag, 04-01-1881
  • De Grondwet, 01-02-1881
  • Leeuwarder Courant, 24-12-1886
  • Nominatieve Staat van Verleende Pensioenen
  • http://www.allefriezen.nl

één dorpsdichter

Wiersma, Wietske de Boer - (2)Noem Wietske de Boer – Wiersma en mening dorpsgenoot weet dan dat het over een vrouw gaat die, veelal in dichtvorm, een schat aan verhalen en anecdotes over Westergeest heeft achtergelaten.

Wietske werd op 19 januari 1894 geboren in het gezin Jabik Wierds Wiersma [1851 – 1936] en Antsje Wibbes Hoekstra [1855 – 1943]. Het gezin woonde toen in Burum maar verhuisde enkele maanden later, in mei 1894, naar Westergeest. Haar vader was daar van 1894 tot 1917 de laatste kastelein van ´De Trije Romers´.

In de winter van 1968 schreef dichter Wietske de Boer – Wiersma over deze woning:

Myn âldershûs.

It wie in húske nei âld bestek:

fan foarren pannen, de efterein tek.

Grienhouten blinen en it úthingboerd

folmakken de gevel sa wûndere goed.

Hwat beammen om it hûssté

de bjirk mei ljochte skyl

en fierder noch de wylgen

ek lytsguod of stréwiel.De Trije Romers

De hinnen op it hiem

joegen der in libben oansjen oan

lyk de hynders yn it kampke

ik wit it noch sa skoan.

It wie alles sa ienfâldich

mar it bliuwt jin altyd by.

Dat húske oan de feart,

hwat wennen wy der blij.

De herberg, zoals het in de volksmond werd genoemd, is al lang afgebroken; het oude uithangbord is in het streekmuseum van Kollum terecht gekomen.

Wietske verhuisde 28 jaar later, na haar huwelijk met Sjoerd de Boer in 1922 naar Oosternijkerk en liet Westergeest toen voorgoed achter zich. Toch heeft het dorp met haar inwoners indruk gemaakt op Wietske.
In 1933 verhuisde zij naar Morra, totdat zij op 22 oktober 1971 in Metslawier kwam te wonen.

Wietske schreef ook veel gedichten en zogenaamde voordrachten voor bluiloften en feestjes. In 1975 schreef zij het volgende gedicht over Westergeest:

Westergeast, yn griis ferline Foestrum neamd, leit tusken klaei en sân.

Miskien, dat dêrtroch dêr altyd wie sa ’n hechte mienskipsbân.

De Wâldtaal wurdt dêr sprutsen; men seit fan hy en sy,

ek fan bûse en bûsdoek en “dy sit der goed by!”.

Fan grutte wurden wie men altyd fij en keapmansaerd siet der net yn.

Lyk as wy dat súd op wol yn de Wâlden fyn’?

Om wurk moast men de klaai oer al wie dat faak ek swier

de terpen waarden sljochte dat brocht in lyts deihier.

Froulju en bêrn berêdden de ikkers ynsiedde mei sûkerei.

As ’t slagge kaam der hjerstmis in mannich sinten bij.

Nou is ’t in útkomst foar de stêdlju, dyt fiskje en swimme woll’

en simmers stean dêr de kampings mei karafans en húskes fol.

Haar man Sjoerd overleed op 6 april 1967 te Morra. Jaren later, op 27 september 1982, kwam zij zelf te overlijden.


Deze ‘post’ maakt deel uit van de QR-kuier

 

Een ‘volgepropte’ evacué

De Hongerwinter. De laatste winter van de Tweede Wereldoorlog. Vele niet-Friezen wisten toen de weg naar Fryslân te vinden of werden geëvacueerd. Op die manier hebben vele landgenoten in onze omgeving een huis gevonden.

Bijna vijftig jaar later kreeg ik een mooie tekening van de kerk van Westergeest onder ogen. Achterop deze tekening was een briefje geplakt.

Het bleek een tekening van Lambert Hobma [rechtsonder op de foto op latere leeftijd] te zijn die met deze tekening zijn gastgezin bedankt voor het onderdak dat hij kreeg.

Lambert was van huis-uit een Fries. Hij werd geboren op 30 september 1892 in Minnertsga. Toen Lambert amper 4 weken oud was verhuisde het gezin naar Utrecht omdat zijn vader daar een baan kon krijgen.

In 1911 begon hij na zijn eind-examen aan het Gymnasium met een studie wis- en natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht. Maar de Eerste Wereldoorlog stond voor de deur en van 1914 tot 1818 moest hij in militaire dienst.

In 1922 deed hij doktoraal examen Natuurkunde en Meteorologie en nog datzelfde jaar werd hij benoemd aan het Christelijk Lyceum te Zeist als leraar Wis- en Natuurkunde. Een jaar later, in 1923, trouwde hij met Jacoba Maria Elisabeth Hoogland. Ze vestigden zich in Driebergen Rijssenburg.

Toen volgde de Tweede Wereldoorlog. Lambert Hobma werd ziek in december 1944.

De plaatsvervangend huisarts adviseerde hem om met de Limburgse vluchtelingen mee te reizen naar Fryslân: een zware vier dagen durende reis. Bij het Rode Kruis in Kollum kreeg hij een adres mee: Westergeest 104, vandaag de dag Eelke Meinertswei 7.

Destijds woonden Diktus en Anne van der Veer – van der Veen in dit huis. Anne heeft Lambert toen “volgepropt” met melk en havermout, zo schrijft zoon Jacob later. In juni 1945, kreeg Lambert de kans om thuis te komen; helemaal uit zijn kleding gegroeid. Daar was in Westergeest wel voor gezorgd.

Het verhaal kreeg jaren later nog een staartje! Het werd 1952 en Lambert kreeg last van zijn maag. Twee jaar later ontdekte de internist een afwijking in zijn maag. Lambert werd geopereerd. Toen bleek dat deze afwijking een litteken was van een maagzweer die de uitgang van de maag afsloot. Verder onderzoek wees uit dat het litteken een jaar of 6, 7 oud was: uit de tijd dat hij doorbracht in Westergeest. “Dan hebt u veel geluk gehad”, zei de specialist. “Als u destijds niet zoveel melkproducten had gekregen dan had u de bevrijding niet meegemaakt ..”.

In 1957 ging Lambert met pensioen, in 1976 overleed zijn vrouw. Op 05 maart 1989 kwam hij zelf te overlijden in het ziekenhuis. Hij werd 96 jaar oud.

Met dit verhaal over Lamber Hobma, komen de eenvoudige woorden op de achterkant van de tekening veel dieper tot hun recht. Ze betekenen meer dan een ‘bedankje’; ze betekenen dat Dictus en Anne van der Veer – van der Veen méér dan hun best hebben gedaan.

 


Deze ‘post’ maakt deel uit van de QR-kuier

 

meester Westerkamp

In 1892 werd meester Westerkamp “hoofd der school te Westergeest”.1893, Westerkamp, meester Johannes wit-001

Johannes Westerkamp [foto] werd geboren op 19 december 1858 te Kortezwaag. Hij was het tweede kind dat de naam Johannes kreeg. Zijn eerder geboren broertje Johannes stierf drie weken voor diens vijfde verjaardag in 1857.

Twee jaar na zijn komst in Westergeest werd een nieuwe school met een woning gebouwd. Op de afbeelding linksonder uit de Leeuwarder Courant van 12 mei 1884 de aanbestedingsadvertentie. In de Leeuwarder Courant van 05 juni 1894 staat dat de gemeenteraad “in zijn jongste zitting heeft besloten de laagsten inschrijver voor de aanbesteding van het bouwen eener nieuwe school en onderwijzerswoning te Westergeest, den heer S. Dijkstra te Kollum, voor de som van f 7770 het werk te gunnen”.

De inscriptie in de steen rechts naast de voordeur van de woning verwijst naar deze bouw, waarbij de initialen staan voor Johannes Westerkamp, die tot 1 maart 1924 hoofd van deze school was.

Het lijkt er op dat hij daar ongehuwd kwam wonen. Pas op 10 mei 1910 trouwde hij met de in 1861 geboren Klazina Alberdina Mastenbroek, maar hun huwelijk was van korte duur. Nog geen twee jaar later, op 17 januari 1912 kwam Klazina te overlijden “in huizinge Wijk A nr. 51 b” te Westergeest.

Meester Westerkamp heeft tot ongeveer 1914 nog een woning in Jubbega-Schurega. Deze woning nr. 380 werd in de zomer van 1914 onbewoonbaar verklaard en ontruimd.

Per 1 januari 1924 kreeg meester Westerkamp eervol ontslag, wegens het bereiken van “den pensioensouderdom”.

De [politieke] vraag is dan of de openbare school in Westergeest wel kan blijven bestaan vanwege het lage aantal leerlingen [er lijkt zelfs sprake te zijn geweest om de school om te zetten tot een christelijke school, maar daar is het nooit van gekomen]. De ouders kwamen echter in verzet en wendden zich tot de gemeenteraad “die overwegend rechtsch is”. Over de ontstane commotie wordt zelfs geschreven in het Algemeen Handelsblad.

De stemmen van de ouders werden gehoord en de gemeenteraad besloot om een onderzoek in te stellen naar het  juiste aantal leerlingen. Meester Westerkamp “gaf B&W inlichtingen die ter kennis van den gemeenteraad gebracht werden”.

Er werd een commissie in het leven geroepen die op 15 december 1923 vergaderde in aanwezigheid van meester Westerkamp. Ook het echtpaar E. Westra was aanwezig, “thans verklarende voorstanders van het bijzonder onderwijs te zijn”. Deze verklaring zette de discussie op scherp waardoor de commissie er niet uit kon komen en de beslissing aan de Raad werd overgelaten.

Ook de gemeenteraad komt op scherp te staan want pas “na eene langdurige discussie” wordt het voorstel om de school te laten voortbestaan met 7 tegen 5 stemmen aangenomen.

Meester Westerkamp verklaarde zich bereid zijn functie nog tijdelijk te blijven vervullen “totdat deze zaak zal zijn beslist. En dat kan nog een heele poos duren, omdat bij eventuele opheffing, de ouders tot in de hoogste instantie zich daartegen zullen verzetten” zo werd in het Algemeen Handelsblad van 21 december 1923 geschreven.

Die ‘hoogste instantie’ wordt er in 1925 bijgehaald als 300 mensen een protestbijeenkomst houden en zich wendden tot Gedeputeerde Staten. Meester Westerkamp is dan al met pensioen. Hij overleed in Kampen op 12 december 1942.


Deze ‘post’ maakt deel uit van de QR-kuier.

 

De hemrik-grens

"Foto: A3 ballon". Foto gemaakt vanuit het Oosten. Op de voorgrand meandert het veenriviertje. Rechtsonder het Mounehiem.

“Foto: A3 ballon”. Foto gemaakt vanuit het Oosten. Op de voorgrand meandert het veenriviertje. Rechtsonder het Mounehiem.

Toen rond 1000 na Christus bewoners vanaf de kleigronden zich weer in ons gebied gingen vestigen, trokken ze via diverse beekloopjes of veenriviertjes ons gebied in.

Rondom Westergeest waren toen nog de veenmoerassen die zij met sloten en greppels probeerden te ontwateren. Op die manier werd de grond bruikbaar gemaakt voor de landbouw.

Ten zuiden / oosten van Westergeest stroomt nog steeds zo’n kronkelend beekje dwars door de verkaveling heen richting Âldswemmer. En zelfs verder. Het lijkt niet een belangrijk slootje, maar zeker op Google-earth wordt de omvang en de ‘kracht’ van het meanderende watertje zichtbaar.

Het beekje zou zomaar een belangrijke ontginningsas kunnen zijn geweest waarlangs de mensen vroeger het veenmoeras rondom de zandophoging Westergeest ontgonnen.

Jaren later zou het ook zomaar een belangrijke vaar- en sluiproute kunnen zijn geweest tussen de stad Leeuwarden [dat zich in de negende eeuw had ontwikkeld tot een handelsnederzetting] en de Lauwerszee. Deze route visa versa zou destijds ook via het grondgebied van Dokkum afgelegd kunnen worden. Dokkum lag via het Dokkumer Grootdiep immers aan open zee, maar dat gaf Dokkum een uitermate geschikte kans om [extra] tolgeld te heffen over concurrerend handelsverkeer van en naar Leeuwarden.

Leeuwarden zocht dus naar alternatieven en zou deze gevonden hebben in de route rond Westergeest, omdat de Âldswemmer eveneens vanwege tolheffing te Keatlingwier afviel.

Het handelsverkeer langs deze vaar- en sluiproute zou in de Middeleeuwen een roofridder in de omgeving van Oudwoude/Westergeest op het idee hebben gebracht om op eigen houtje tolgeld te gaan heffen. Volgens Johannes Minnema zou dit iemand uit het geslacht Idema zijn geweest.

 

De waterloop is in ieder geval oud; het veenriviertje vormt de oude ‘hemrik-grens’ uit de vroege middeleeuwen tussen Westergeest en Oudwoude. Tot het midden van de 13e eeuw waren Oostergo en Westergo 53 verdeeld in kleinere landstreken, die vervolgens weer waren verdeeld in Hemrikken – de oorsprong van de huidige dorpen. De benaming Westergeester-hemrik komt voor in oude dijkboeken van Kollumerland c.a.

Later kwam een nieuwe landsindeling en ontstonden de grietenijen. “Naar wijze wetten en verordeningen […] werden, bij jaarlijksche beurtwisseling” de grietenijen bestuurd door een Grietman en zijn Bijzitters of Regters”.

Onder Napoleon [1811] werd de grietenij Kollumerland onderverdeeld in drie gemeentes [maires]: Kollum, Burum en Westergeest/Oudwoude, wat in 1816 weer werd teruggedraaid. Pas bij de invoering van de Gemeentewet op 5 juli 1851 maakte de oude benaming “Grietenijen” plaats voor “Gemeenten” onder een bestuur van burgemeester en wethouders.

Op oude kaarten staat [het noordoostelijke gedeelte van] deze waterloop genoemd als Nieuwe Vaart, tegenwoordig Nije Feart.


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

De Stroobossertrekvaart

De Stroobossertrekvaart wordt ook wel de Dokkumer Trekvaart genoemd. Het loopt van Dokkum naar Gerkesklooster en Stroobos, waar hij aansluit op het Prinses
Margrietkanaal en het Van Starkenborghkanaal.

In de jaren 1654 – 1656 gaf het stadbestuur van Dokkum de opdracht om de trekvaart, zoals de vaart in de volksmond heet, te graven. De stad wilde daardoor een betere waterverbinding maken met de stad Groningen. Op die manier wilde het bestuur meer scheepvaart naar Dokkum halen. Naast het kanaal werd een pad aangelegd. Een zogenaamd jaagpad waarop de paarden konden lopen die de trekschuit moesten trekken.

De trekvaart en trekweg sneden het oude Lykpaad door midden. Het Lykpaad komt vanuit de Dôlle en loopt richting de kerk. Na de aanleg werd daarom de Dorps- of Lijkwegstille over de Trekvaart gelegd. Deze brug, die ook wel Hammerbrug of Hammerstille werd genoemd, wordt in 1660 genoemd. Later is deze brug vervangen door de Kalkhúsbrêge en de brug bij de Bûnte Hûn.

De Trekvaart heeft Dokkum niet de voorgestelde, bloeiende economische verbetering gebracht: erger nog, na de aanleg van de vaart ging de stad failliet. Het kanaal kwam toen in handen van een aantal schuldeisers, die daarna tol gingen heffen om de gemaakte kosten er weer uit te kunnen halen.

Onder de rook van Westergeest werden tolhuizen gebouwd bij Oostwoud en Oudwoude.

1665 – admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter [* 1607 – † 1676] passeert de Trekvaart richting Dokkum

Op 18 november 1880 plaatste Willem Johannes Algra, schipper te Oudwoude, onderstaande advertentie in de Leeuwarder Courant. Hij zal voortaan alleen op de woensdagen met zijn trekschuit een vaardienst onderhouden tussen Oudwoude [Huisternoord] en Dokkum v.v. Er was op Kalkhuis te Westergeest gelegenheid “tot het in- en uitlaten van Reizigers”. De trekschuit van Algra was ingericht om 15 personen en goederen te vervoeren in een vastgesteld vaarschema: hij vertrok om 08.30 uur van Huisternoord en arriveerde dan om 09.00 uur op Kalkhuis. Na nog een tussenstop bij het Driesumer Tolhuis kwam hij dan om 10.45 uur te Dokkum aan.

Bekende pleisterplaatsen bij de Bûnte Hûn waren de herberg “Veldzicht”, herberg “De Bûnte Hûn” en dan bij de brug herberg “De Trije Romers” van de de familie Wiersma. De naam stond geschreven op een uithangbord aan de zuidgevel van de woning, waar veel ‘petjagers’ even een rustpunt konden vinden.

advertentie W. J. Algra


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

Dominee bouwt boerderij

Het is rond 1905 als ds. Wietse Stoel, NH-predikant te Bemmel, opdracht geeft om een stjelp-boerderij te herbouwen aan de Eelke Meinertswei 13 [beide foto’s links onder].

Het gaat hier om Eelke Meinertswei 13. De stjelp werd [deels] op de fundamenten van de vorige boerderij gebouwd. De ‘hoannebalken’ uit deze vorige boerderij werden hergebruikt in de nieuwe stjelp. Op de 3e foto onder is bouwbedrijf Adema bezig met de bouw van de boerderij – op de foto:Eelke Hoogeboom, Jacob Adema, Jan Sikkens en …

In 1905 huurde Heine Wiebes de Bruin [1861 – 1914] op deze locatie een boerderij. Heine W. de Bruin trouwde in 1885 met Iemkje de Boer [1861 – 1937]. Hij was van 1906 tot 1913 bestuurslid van de Christelijke schoolvereniging Triemen/Westergeest. Na zijn overlijden memoreert de secretaris: “In hem heeft onze Vereniging een groote steun verloren“.

Toen Heine Wiebes op 6 mei 1914 kwam te overlijden bleven zijn zonen Jocob Heines de Bruin en Wiebe Heines de Bruin als huurder van de boerderij achter. Ik veronderstel dat de muurinscripties in deze boerderij verwijzen naar deze beide broers:

1918 – Jacob Heines de Bruin huurt de boerderij.

1936 – Jan Sikkens, huurder.

1948 – schoonzoon Lykele van der Veen, huurder, vervolgens diens zoon  Hielke van der Veen en nu diens zoon Niek van der Veen.


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier

Herbergier Kalkhuis voor eeuwig verbannen

De Kalkhuisbrug dankt zijn naam aan het Kalkhuis dat hier stond. Het huis wordt voor het eerst genoemd in 1758. Het was een opstapplek voor passagiers van het beurtschip. De naam voert waarschijnlijk terug op de schelpen die hier werden aangeleverd om er kalk van te maken.

Kollumer Oproer

Tijdens de Franse bezettingstijd kiemde in 1797 een verzet wat in onze omgeving uitliep tot een ongekende oproer die de geschiedenis is ingegaan als het Kollumer Oproer. Het Kollumer Oproer draaide in de kern om het verzet tegen de dienstplicht en burgerbewapening in de Franse tijd en was in wezen een uiting van oranjeliefde en/of vaderlandsliefde.

Op 28 januari 1797 moest ook de Munnekezijlster Abele Reitzes zich in Kollum inschrijven als soldaat maar daarbij riep hij ‘Oranje boven’. Hij werd gevangen genomen wat zoveel opschudding in de regio veroorzaakte, dat een grote groep mensen zich gedurende enkele dagen verzamelde om hem uit het ‘hounegat’ te bevrijden. Tot de tanden toe bewapend met vuurwapens, stokken en boerengereedschap als zeis of vork, trok de menigte door onze omgeving.

Met groot machtsvertoon werd het oproer in de kiem gesmoord en werden 168 mensen gearresteerd en veroordeeld tot het betalen van een flinke boete of gevangenschap. Aanvoerder Jan Binnes werd op 18 februari 1797 onthoofd.

Abraham Staal en Gerrit Paape verloren hun positie als rechter aan het Hof van Friesland. Honderden wapens [geweren, pistolen, sabels] moesten worden ingeleverd.

 

Louwrens Johannes [1736 –  1800] is één van de inwoners van Westergeest wier namen ongetwijfeld in de anonimiteit van het verleden verloren zouden zijn gegaan, ware het niet dat zijn naam ook voorkomt op de ‘Naamlijst der Perzoonen Welke zedert den 4den Febr. l.l. zijn gearresteerd, en op ’t Gedemoilieerde Blokhuis zijn overgebragt’.

Louwrens Johannes, geboren op de Triemen, was een zoon van Johannes Louwrens en Aaltje Hendriks. Hij was meester schoenmaker, arbeider, schipper en herbergier in het ‘Kalkhuis’ aan de trekweg te Westergeest. Op 21 februari 1762 trouwde hij met de in 1740 geboren Antje Johannes, geboren in De Valom.

Uit hun huwelijk werden zeven kinderen geboren:

  1. Johannes Louwrens, 1762
  2. Hendrikje Louwrens, 1764
  3. Aaltje Louwrens, 1766
  4. Beerent Louwrens, 1768
  5. Jan Louwrens Corporaal, 1772
  6. Berend Lourens Korporaal, 1774
  7. Johannes Louwrens, 1778

Louwrens Johannes heeft tijdens het Kollumer Oproer op 4 februari 1797 Abel Wijbrens Keuning in zijn huis met doodslag bedreigd – in een getuigenverslag wordt geschreven over “den braave KEUNING” en “die eerlyke Republikein”. Voor die rol wordt op 24 maart 1798 “veroordeeld tot zware geseling met de strop om de hals, brandmerking, 5 jaar opsluiting en dwangarbeid in het Landschaps Tucht- en Werkhuis en tenslotte tot eeuwige verbanning uit de Bataafsche republiek, vanwege zijn aandeel op 3 en 4 februari 1797 in het Kollumer Oproer, een uitbarsting van opgekropte volkswoede tegen de gevestigde orde”.

Hij stierf in gevangenschap te Leeuwarden in juli 1800, waar hij zijn bovengenoemde straf uitzat.

Op een officieel overzicht staan in totaal 163 inwoners van Westergeest die zijn beboet vanwege deelname aan het Kollumer Oproer.

kadasterkaart Kalkhuis


Deze post maakt deel uit van de QR-kuier